thumb|24 februari 1944 met v.l.n.r. Hein Fuchter (op de boeg), John Osten, Edzard Moddemeijer, Flip Winckel en Henk Baxmeier (aan het roer) Engelandvaarder is in Nederland de erenaam voor alle mannen en vrouwen die tijdens de Tweede Wereldoorlog (1939-1945), na de capitulatie van de Nederlandse strijdkrachten op 15 mei 1940 en vóór de geallieerde invasie in Normandië op 6 juni 1944 (D-Day), uit bezet gebied wisten te ontsnappen met de bedoeling zich in Engeland of ander geallieerd gebied bij de geallieerde strijdkrachten aan te sluiten om actief aan de strijd tegen de vijand (Duitsland, Italië, Japan) deel te nemen.

Al op 14 mei 1940, na de capitulatie van Nederland, maar voordat IJmuiden werd bezet door een Duitse strijdmacht, vertrokken twaalf mensen in een reddingsroeiboot naar Engeland. Onder hen waren zeker enige vrouwen, een Nederlandse soldaat, de 18-jarige van afkomst Duits-Joodse leerling metaalbewerking en machinetechniek Dieter Heidenheim uit Amstelveen en een jurist uit Berlijn. De groep vertrok vanuit een IJmuider haven richting Engeland. Na zes dagen zuidwestelijk roeien en dobberen zonder kennis van de zee, wind en stroming, zonder kompas, met weinig water en voedsel, werd de uitgeputte groep opgepikt door destroyer HMS Malmson van de Royal Navy die pal daarna werd getroffen door Duitse bommen, maar toch na twee uur varen de haven van Dover kon bereiken. Men arriveerde er op 20 mei 1940. Op 14 mei 1940 vertrok eveneens per boot de Joodse jongeman Joseph Zwalf uit de gemeente Velsen vanuit IJmuiden succesvol naar Engeland.

In juli 1940 ontsnapten drie Nederlanders vanuit bezet Nederland en staken met een twaalfvoetsjol de Noordzee over naar Engeland. Zij werden Engelandvaarders genoemd. Na hen zagen nog meer Nederlanders kans Engeland te bereiken, niet alleen rechtstreeks varend of door de lucht, maar ook over land, via neutrale landen als Zwitserland, Portugal, Spanje en Zweden.

Ruim 1700 Nederlandse mannen en vrouwen zijn, na veel moeilijkheden te hebben overwonnen, in Engeland of ander geallieerd gebied aangekomen. Van hen kwamen er 332 bij de landmacht, 118 bij de luchtmacht, 397 bij de marine, 176 bij het KNIL, 164 bij de koopvaardij, 111 werden geheim agent en 129 kwamen bij de overheid in Londen.

Een groot aantal mannen en vrouwen is echter op weg naar Engeland omgekomen of werd gearresteerd. Enkelen werden gefusilleerd, de meesten werden naar een concentratiekamp afgevoerd. Sommigen slaagden erin daaruit te ontsnappen. Bram van der Stok, de succesvolste Nederlandse gevechtspiloot uit de Tweede Wereldoorlog, ontsnapte samen met Bodo Sandberg en vier andere Engelandvaarders uit het krijgsgevangenenkamp Stalag Luft III. Ze wisten de auto van de kampcommandant te stelen. Veel anderen vonden in een kamp de dood, slechts enkelen keerden na de bevrijding terug naar Nederland.

9 november is de Dag van de Engelandvaarder. In 2024 is de eerste Dag georganiseerd.

thumb|Bezoek van koningin Wilhelmina en prinses Juliana aan Breda in 1945. Adjudanten van koningin Wilhelmina, ( Peter Tazelaar, Rie Stokvis, Erik Hazelhoff Roelfzema).

Aantallen Het exacte aantal Engelandvaarders zal nooit kunnen worden bepaald. De officiële registratie was vaak fragmentarisch en had geen grip op de vele Engelandvaarders die indirect in Engeland aankwamen. Agnes Dessing ging er in 2004 in haar proefschrift van uit dat er 1700 Engelandvaarders waren, een getal dat overeenkomt met de schatting van Loe de Jong. Onder hen waren minimaal 48 vrouwen. Bijna 1000 mensen hebben hun eigen ontsnapping geregeld, de anderen hadden contacten om met behulp van bestaande ontsnappingsroutes weg te komen.

Verder denkt Dessing dat minimaal 598 personen nooit zijn aangekomen. De meerderheid van de gestrande Engelandvaarders probeerde over de Noordzee naar Engeland te varen.

Geschat aantal Engelandvaarders uit andere landen: 30.000 uit Frankrijk 18.000 uit Denemarken 6.000 uit België 3 uit Italië

Begin 2024 heeft het Nationaal Archief de verhoren van aangekomen Engelandvaarders digitaal doorzoekbaar gemaakt. Hieruit komen de volgende gegevens: er kwamen in Londen 2101 Engelandvaarders aan (waaronder 67 vrouwen). Zij maakten gebruik van de volgende routes:

747 personen via de Zweedse weg 355 via Zwitserse Weg 686 via Frankrijk en over de Pyreneeën naar Spanje 187 via de Noordzee 38 via de Oostelijke route 88 overig/onbekend

Definities De in de aanhef gebruikte definitie van Engelandvaarder werd bepaald door de Stichting Genootschap Engelandvaarders.

De definitie die gehanteerd wordt door het Nationaal Archief, waar de dossiers van de Engelandvaarders liggen opgeslagen, luidt:

Frank Visser, zelf een Engelandvaarder, definieerde een Engelandvaarder als "iemand die tijdens de Tweede Wereldoorlog tegen de wil van de vijand uitweek van zijn/haar door de vijand bezette land naar geallieerd gebied met het oogmerk zich in dienst te willen stellen van de geallieerde strijdkrachten voor de verdere duur van de wereldoorlog en die dit oogmerk aan de geallieerden kenbaar heeft gemaakt met aanvaarding van alle daaruit voortvloeiende persoonlijke gevolgen".

Redenen De redenen om naar Engeland uit te wijken waren legio: sommigen wilden actief deelnemen aan het verzet tegen de Duitse bezetter; anderen namen de vlucht voor de Duitse autoriteiten - dat gold ook voor Joden en Roma en Sinti; militairen voelden zich, ondanks de capitulatie, verplicht de strijd voort te zetten; studenten zochten het avontuur; de regering in ballingschap vond mensen onmisbaar en haalde ze naar Engeland.

Routes Over de Noordzee

In de meest uiteenlopende vaartuigen is geprobeerd de overtocht naar Engeland te maken. Voor zover bekend zijn ongeveer 95 pogingen ondernomen om de oversteek te maken vanuit ongeveer 40 vertrekpunten. Er zijn 31 overtochten geslaagd waarbij minimaal 204 personen betrokken waren, inclusief zeven buitenlanders, dat wil zeggen drie neergeschoten piloten en vier Georgiërs, die de Opstand van de Georgiërs op Texel ontvlucht waren. De eerste pogingen werden in te grote schepen ondernomen, waardoor ze op zandplaten vastliepen of door de Duitsers gezien werden. De latere schepen waren kleiner en werden voorzien van een motor. Dat betekende dat er brandstof gestolen moest worden. Er moest ook sterke mankracht aan boord zijn om door de branding te roeien. Ook zeeziekte, zonnebrand, voldoende eten en drinken waren een groot probleem. Naar Engeland werd gevaren vanuit Cocksdorp, de Hondsbossche Zeewering, IJmuiden, Noordwijk, Katwijk, De Wassenaarse Slag, Scheveningen,Piet Spaans: Scheveningen Sperrgebiet. De zeven veren van de adelaar. Blz. 147 e.v. (1983) Hoek van Holland en de Hollandse en Zeeuwse rivieren. Hiervoor werden vooral vissersschepen, reddingsboten en -sloepen, vletjes en zelfs kano's gebruikt. Naast de kortste route over de Noordzee waren er ook routes via Zuid-Europa en via Zweden.

Op 16 maart 1941 vluchten de Scheveningse vissersjongens: Leen Bruin, Jacob Vrolijk, Henk Westerduin, Krijn Kleijn, Hugo van Roon, Marinus den Heijer en Jacob de Reus met de garnalenvlet Anna KW 96 naar Engeland. Allen namen dienst in de Koninklijke Marine en overleefden de oorlog. Marinus den Heijer trouwde in Engeland en woonde daar tot aan zijn overlijden op 9 december 2017. miniatuur|Reünie Scheveningse Engelandvaarders in 1990

Op 15 februari 1942 ging Jo Buizer in IJmuiden als verstekeling aan boord van de stoomtrawler IJM 118 Beatrice,Dat de IJM 118 tot de categorie 'Spionageloggers' zou behoren is niet aantoonbaar gebleken samen met Jan de Haas en Ab Homburg, voor wie het de tweede ontsnapping was. Op volle zee wisten ze onder dreiging van hun vuurwapens de schipper Machiel GrootveldMachiel en Pieter Grootveld zijn geen familie van elkaar te overreden de steven naar Engeland te richten. Zij kwamen veilig in Engeland aan. Beatrice. Gearchiveerd op 28 juni 2023.Tulpen voor Wilhelmina. Proefschrift A.M.F. Dessing (2004). . Deel 3. Naar Engeland. Blz. 102 - 105

Op 21 maart 1942 ging Johannes Frans Goedhart, broer van Gerrit Jan van Heuven Goedhart, samen met Max en Bernard Meijers, Frederick Spitz, Wilhelmus Blomme, Cornelis Grashoff, de Tsjechische professor Prof. J.L. Fischer, Mikta Baum en Carl Zellemeyer vanuit Biersum de oversteek wagen.

Vanaf het begin was de gehele operatie verraden door Henk Luyendijk, een NSB'er met contacten bij de Wehrmacht. Vlak voor vertrek werd de boerderij waar men was verzameld omsingeld door de Duitsers. Alleen Fischer wist zich te verstoppen in een lege aardappelkist in een donker gangetje en was daardoor in staat na de oorlog tegen Luyendijk te getuigen. Frederick Spitz was achtergebleven in Rotterdam.

Na een schertsproces werd over Jan Goedhart een dubbel doodvonnis uitgesproken in verband met zijn wapenbezit én het bezit van geheime informatie die hij naar Engeland wilde smokkelen. Ook Max en Bernard Meijers, Mikta Baum en Carl Zellermeyer, die van Joodsen huize waren, werden ter dood veroordeeld. De vijf Engelandvaarders werden 15 augustus 1942 gefusilleerd. Waar is tot op heden niet duidelijk. Er wordt gesproken over de Waalsdorpervlakte bij Den Haag, en het oefenterrein Crailo in de buurt van Laren/Blaricum. Isaac Bravenboer, die de boot had geleverd, kwam 13 april 1943 om in het concentratiekamp Buchenwald.

Op 7 april 1942 vertrok de stoomlogger KW 134, Katwijk II, vanuit IJmuiden ter visserij. Voordien hadden, geheel onbekend aan de bemanning, een echtpaar - Felix Nauta en Elly Nauta-Moret - en zes mannen zich in een der ruimen verborgen.Zie noot 6 Ook zij bereikten Engeland.

Op 29 augustus 1942 week de bemanning van de spionagelogger KW 110, vertrokken vanuit IJmuiden, met haar schip uit naar Engeland.Zie Lijst van EngelandvaardersZowel datum als plaats van aankomst zijn in enkele publicaties onjuist vermeld De bemanning bedreigde en overmeesterde de Duitsgezinde schipper Pieter Grootveld sr. en de aan boord zijnde, door de Duitse Abwehr opgeleide vertrouwensman, Johannes A. Dijkstra. Het gekaapte schip bereikte het Engelse West Hartlepool.De schipper, die lange tijd werd verdacht van collaboratie met de bezetter, werd na 1945 na onderzoek gerehabiliteerd. Zie de errata bij de uitgave Tulpen voor Wilhelmina, eerste zin. Gearchiveerd op 5 november 2013.De in de errata - zie noot 10 - veronderstelde onbekendheid van Piet Grootveld Sr. met het gegeven 'spionageloggers' is volgens de Scheveningse amateurhistoricus Piet Spaans nadrukkelijk onjuist. Pieter Grootveld Sr. had volgens Spaans voorafgaand aan zijn vertrek met de KW 110 drie ontmoetingen met Strauch waarvan één in bijzijn van - en kennismaking met de vertrouwensman (V-Mann) Dijkstra. N.A. Dossier inv.nr. 62742. Betreft bijlage brief B.N.V. 19.10.1946, nrs. OD/D 5295/46 en D 6601. Schipper Grootveld en de V-Mann Dijkstra werden voor de verdere duur van de oorlog geïnterneerd op het Britse eiland Man. Piet Spaans, De verdwijning van de spionagelogger KW 110, verhaal op de website Alles over Scheveningen. Gearchiveerd op 28 mei 2023.

Op 29 april 1943 werden Engelandvaarders Hein Kaars Sijpesteijn, Jan Bartlema en zijn vrouw Yvette Bartlema-Sanders, Hein Louwerse en Henning Meyer door schipper Kees Koole en zijn schip, de Nooit Volmaakt, via de Schie en over de Brielse Maas naar een kreek bij Brielle gebracht. De passagiers stapten in hun vlet, de Yvette, roeiden naar zee, deden de motor, zeilden een stuk en bereikten op 2 mei de Engelse kust. Daar werden ze opgemerkt door een konvooi. Ze streken hun zeil en hesen de Nederlandse vlag. Het konvooi bleek uit Engelse schepen te bestaan. Ze werden aan boord genomen en werden bij Sheerness aan wal gezet. De Yvette is bewaard gebleven en sinds 1964 te zien in Oorlogsmuseum Overloon.