thumb|Kathedraal van Rouen miniatuur|Winkelstraat met Kathedraal in Rouen Rouen (Nederlands, verouderd: Rouaan of Rowaan, Latijn: Rotomagus) is de hoofdstad van de regio Normandië en het departement Seine-Maritime. Voor 1 januari 2016 was het alleen de hoofdstad van Haute-Normandie maar op die datum werd de regio samengevoegd met Basse-Normandie en werd Rouen de hoofdstad van heel Normandië.

De stad ligt aan de Seine. Het is een van de belangrijkste havens van Frankrijk. De rivier de Seine doorsnijdt de stad. Het oude centrum ligt op de rechteroever (ten noorden van de Seine). Het industriegebied bevindt zich voornamelijk op de linkeroever (ten zuiden van de Seine). De agglomeratie van Rouen telt 527.170 inwoners (2008).

Naamgeving en toponymie De plaatsnaam gaat terug op de grondvorm Ratomagus. Het eerste deel, Rato- is, volgens een krappe meerderheid onder de geleerden, een variant van Roto die verwijst naar het Oud-Ierse Roth (wedren) en het Gallische Rhad (wiel, rond voorwerp), waarvan de afgeleide betekenis in het Gallisch "wedstrijdwagen" is. Het tweede deel magos verwijst naar het Gallische Magos (vlakte, veld, later marktplaats). De eigenlijke betekenis van Rotomagus zou "renbaan" of "marktplein voor wagenhandel" zijn.

Geschiedenis Oudheid Rouen is ontstaan in de Gallo-Romeinse periode. Het was de hoofdplaats voor de stam van de Veliocasses die in de vallei van de Seine woonden in een gebied dat zich uitstrekte tussen Caudebec-en-Caux en de Pontoise. De stad zelf werd onder de heerschappij van de Romeinse keizer Augustus gesticht op de rechteroever van de Seine. Ze was de op een na belangrijkste stad van Gallië na Lugdunum (Lyon). In de 3e eeuw kende de Gallo-Romeinse stad haar grootste bloei en werd het een bisschopszetel. In 646 was Audoënus (St.-Ouen of, in de volksmond, Dado), er aartsbisschop. Hij werd in 686 begraven in de aan hem gewijde abdijkerk.

Middeleeuwen In de eerste helft van de 9e eeuw werd de streek rond Rouen geteisterd door invallen van de Noormannen. Door het verdrag van Saint-Clair-sur-Epte in 911 werd Rollo, hoofdman van de Noormannen, de eerste hertog van Normandië. Hij maakte van Rouen de hoofdstad van de regio. Aan de welvaart van de tot dan toe grote joodse gemeenschap van Rouen kwam door een pogrom in 1096 een wreed einde. Deze was wellicht geïnspireerd door de oproep tot de Eerste Kruistocht een jaar eerder.

In 1150 kreeg Rouen stadsrechten. Wie deze verleende, is niet meer bekend. In de stad ontstonden invloedrijke gilden.

In 1200 werd de romaanse kathedraal verwoest door een grote brand. Het zou verscheidene eeuwen duren voor de nieuwe gotische kathedraal was voltooid.

In 1205 lijfde Filips II August Rouen en de rest van het hertogdom Normandië in; het behoorde sindsdien aan de Franse kroon. Het werd een belangrijk en bloeiend handelscentrum. Van hier werden wijn en graan via de Seine over Het Kanaal naar Engeland verscheept. Wol kwam van Engeland om verwerkt te worden tot laken.

In 1348 werd Rouen getroffen door de Zwarte Dood waardoor de bevolking gedecimeerd werd. Na een opstand van de bevolking ontnam Karel VI de stad haar stadsrechten. Rouen zou die pas 300 jaar later terugkrijgen.

In 1382 vond opnieuw een belangrijke opstand van de inwoners plaats, de Harelle , die op een hardhandige manier onderdrukt werd door de troepen van de Franse koning Karel VI. Rouen verloor wederom haar stadsrechten, de belastingen werden verhoogd en de stad verloor haar verworven monopolie over de handel en het vervoer via de Seine.

Op 19 januari 1419, midden in de Honderdjarige Oorlog viel de stad, na een belegering van 6 maanden en een periode van acute hongersnood in handen van de Engelse koning Hendrik V. De overgave gebeurde niet zonder slag of stoot; sommige burgers verzetten zich. Alain Blanchard, leider van het verzet, werd opgehangen, de aartsdiaken van Rouen Robert de Livet excommuniceerde de Engelse koning en moest hiervoor een gevangenisstraf van 5 jaar uitzitten in een Engelse kerker. Rouen zou de daaropvolgende 30 jaar in het bezit van de Plantagenets blijven. De stad werd het nieuwe machtsbastion van de Engelsen in hun deel van Frankrijk.

In mei 1430 verkocht de hertog van Bourgondië Jeanne d'Arc voor tienduizend livre tournois aan Jan van Bedford, die haar liet opsluiten in de gevangenis. Tegen de jonge vrouw werd een religieus proces aangespannen wegens ketterij. Zo verloor de Franse koning Karel VII zijn recht op de Franse troon en kon de jonge Engelse koning Hendrik VI daarop aanspraak maken. Onder leiding van Pierre Cauchon, de bisschop van Beauvais en de voorzitter van de inquisitierechtbank werd Jeanne ter dood veroordeeld. Op 30 mei 1431 stierf ze op de brandstapel op de Place du Vieux-Marché in Rouen.

In 1449, 30 jaar na de Engelse bezetting, heroverde Karel VII de stad.

16e eeuw tot 1939 In de 16e eeuw kende Rouen een periode van relatieve rust en welvaart. Er werd opnieuw veel gebouwd in de stad. De kerk van Saint-Maclou, met de bouw waarvan was begonnen tijdens de Engelse bezetting, werd voltooid, evenals het schip van de Saint-Ouen. Gebouwen verrezen in de voor Rouen zo kenmerkende flamboyante stijl. In 1506 huldigde Lodewijk XII het nieuwe Paleis van Justitie in. Met het mecenaat van de aartsbisschoppen Georges d'Amboise en daarna diens gelijknamige neef, Georges II, werden Italiaanse ambachtslui en kunstenaars aangetrokken. Hij introduceerde de Italiaanse architectuur en zo werd Rouen een van de pionierssteden op gebied van architectuur in Frankrijk in het begin van de 16e eeuw. Ook bezat Rouen rond het jaar 1500 al ongeveer tien boekdrukkerijen. Op economisch vlak ging het Rouen ook voor de wind. De haven en de tolheffing op zout, vis, wol en andere producten via de Seine brachten veel geld op. Er was ook een bloeiende handel met de Nieuwe Wereld. Vissers brachten haring mee uit de Oostzee en kabeljauw uit Newfoundland. Uit Brazilië voerden schepen exotische goederen aan, vooral kleurstoffen voor de lakennijverheid die naar heel West-Europa werden geëxporteerd. In 1515 bepaalde koning Frans I van Frankrijk, dat de vertegenwoordiging van Normandië een parlement zou worden en dat de zetel hiervan te Rouen zou zijn.

Van 1530 af bekeerde een kwart van de bevolking zich tot de protestantse godsdienst zoals die door Calvijn gepredikt werd. De calvinisten vormen dus een minderheid in de stad. In 1560 liepen de spanningen tussen de katholieken en de protestanten hoog op. Het bloedbad van Wassy in 1561 vormde het begin van de Eerste Hugenotenoorlog. Op 19 april 1562 bezetten de protestanten het stadhuis en joegen ze de baljuw en de katholieke gemeenteraadsleden weg. Het Parlement van Normandië week uit naar Louviers. De katholieken namen Fort Saint-Catherine in, dat op een heuvel de stad domineerde. Beide kampen stonden elkaar naar het leven. De protestanten riepen de hulp in van de Engelse koningin Elizabeth I. Engelse troepen landden in Le Havre om de protestanten te helpen. Op 26 oktober 1562 namen troepen van de Franse koning Rouen in. Gedurende drie dagen plunderden ze de stad. Na het nieuws over het bloedbad van de Bartholomeusnacht in augustus 1572 doken veel protestanten onder; ze lieten zich vrijwillig opsluiten in de gevangenis om te ontsnappen aan de volkswoede. Een opgehitste menigte drong echter de gevangenis binnen en maakte alle protestanten af. In totaal zouden ongeveer 600 protestanten zijn gedood. Na het uitvaardigen van het Edict van Nantes (1598) keerde de rust terug. De protestanten van Rouen bouwden in 1600-1601 een eigen kerk in het naburige Le Petit-Quevilly. Na de intrekking van het Edict van Nantes in 1685 werd deze kerk afgebroken. In oktober 1685 vond er in de stad een vierdaagse dragonnade plaats waarbij de protestanten onder dreiging van geweld hun geloof moesten afzweren.

Van 1614 tot ca. 1625 bestond de Compagnie de Rouen. Deze hield zich, vanuit Rouen, in het toenmalige Nieuw-Frankrijk, met name in het huidige Canada, bezig met zeer lucratieve bonthandel. Tot het midden van de 17e eeuw was er door de handel en textielnijverheid sprake van economische bloei; Rouen was zelfs korte tijd met 75.000 inwoners de op twee na grootste stad van Frankrijk. Daarna trad een periode van achteruitgang in. In 1734 werd in Rouen, dat tot 1966 geen universiteit bezat, een school voor chirurgijns opgericht. In 1758 kreeg de stad een nieuw ziekenhuis, het Hôtel-Dieu de Rouen. Dit gebouw is tegenwoordig zetel van de prefectuur van het departement Seine-Maritime. Tijdens de Franse Revolutie bleven de meeste Rouennais de koning trouw. Uitgeweken ministers planden tevergeefs Lodewijk XVI naar Rouen uit te laten wijken om een tegenactie tegen de Revolutie te organiseren. Gedurende de Frans-Duitse Oorlog was de stad in 1871 enige tijd bezet door troepen uit het Koninkrijk Pruisen.

In 1885 arriveerden treinen met 70 zware goederenwagons in Rouen. Ze bevatten de onderdelen van het door Frankrijk aan de Verenigde Staten geschonken Vrijheidsbeeld van New York, die vanuit de haven van de stad naar hun bestemming gevaren werden.

In de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) was Rouen een basis voor de Britse vloot en een centrum voor het mobiliseren van jongemannen voor het Franse leger. De stad huisvestte zeer veel in 1914 voor de Duitsers uit hun vaderland gevluchte Belgen. Naar hen zijn enige straten en monumenten in de stad vernoemd.

Tweede Wereldoorlog In juni 1940 bliezen de inwoners zelf de bestaande bruggen en een deel van de haven op om te verhinderen dat de Duitsers Rouen zouden innemen. Tevergeefs; de Duitsers trokken met hun tanks de stad binnen. In de stad woedde ondertussen een inferno; de kathedraal stond in brand en in de wijk eromheen gingen prachtige vakwerkhuizen in vlammen op. Na tien dagen doofde de brand langzaam uit. Tussen 1941 en 1942 werd de stad regelmatig gebombardeerd door Britse bommenwerpers; de schade was telkens aanzienlijk. In de nacht van 18 op 19 april van 1944 werd het centrum van de stad opnieuw getroffen door zo'n 350 zware bommen. Er woedde een nieuwe brand waarbij honderden burgerslachtoffers vielen en meer dan 500 gebouwen werden verwoest. Ook het gerechtsgebouw ging in vlammen op. Nauwelijks een maand later, op 30 mei 1944, werd de stad opnieuw zwaar gebombardeerd. De kathedraal viel weer ten prooi aan de vlammen en de architecturale schade was groot. De inwoners probeerden de hele nacht het vuur te blussen. De kathedraal kon gered worden maar de kerk van Saint-Maclou werd in de as gelegd. Na de landing van de geallieerden zaten de Duitse troepen nog altijd in de stad. De bruggen over de Seine waren opgeblazen en ze konden niet weg. Op 30 augustus werden de Duitsers door de Canadezen definitief uit de stad verjaagd; voor hun aftocht staken ze nog de haveninstallaties in brand. De tol na de oorlog was hoog; meer dan 3.000 personen waren omgekomen en 10.000 huizen waren in de as gelegd.

Geografie De gemeente Rouen bestrijkt een oppervlakte van in totaal zeven kantons. Dit zijn Rouen-1, Rouen-2, Rouen-3, Rouen-4, Rouen-5, Rouen-6 en Rouen-7.

De oppervlakte van Rouen bedroeg op ; de bevolkingsdichtheid was toen inwoners per km².

De onderstaande kaart toont de ligging van Rouen met de belangrijkste infrastructuur en aangrenzende gemeenten.

miniatuur|left|360px

Demografie Onderstaande figuur toont het verloop van het inwoneraantal van Rouen vanaf 1962.

Bron: Frans bureau voor statistiek. Cijfers inwoneraantal volgens de definitie population sans doubles comptes (zie de gehanteerde definities)

Toerisme en bezienswaardigheden thumb|Le Gros-Horloge thumb|Onderzijde boog van Le Gros-Horloge thumb|Place du Vieux-Marché thumb|Vakwerkhuis in Rouen

De stad beschikt sinds 2008 over een grote jachthaven.

Erfgoed Civiel Palais de Justice