miniatuur|De verdeling van de Bourgondische erfenis tussen Frankrijk en Habsburg tot 1493 De Bourgondische Nederlanden (Latijn: Burgundiae Belgicae) of Bourgondische tijd is de periode tussen 1384 en 1482, waarin een steeds groter deel van de Lage Landen werd geregeerd door de hertogen van Bourgondië. Binnen hun Bourgondische rijk, dat zelf deels tot het Heilige Roomse Rijk en deels tot het koninkrijk Frankrijk behoorde, voegden zij deze verschillende gebieden bijeen tot een staatkundig verband dat verder ging dan een personele unie en dat voor het eerst centrale instellingen kreeg.
Deze periode begon met het aantreden van hertog Filips de Stoute als graaf van Vlaanderen en Artesië, en liep tot het overlijden van hertogin Maria van Bourgondië in 1482, toen het Bourgondische rijk verloren ging en de Lage Landen door erfenis onder het bestuur van de Habsburgse monarchie kwamen.
In de 15e eeuw was het gebruikelijk om de laaglandelijke gewesten waar de hertog van Bourgondië regeerde en gewoonlijk verbleef, aan te duiden met les pays de par-deçà of de landen van herwaarts over. Het eigenlijke Bourgondië werd aangeduid met les pays de par-delà of de landen van derwaarts over (zie ook Benamingen van de Lage Landen). Vanaf de heerschappij van het Huis Habsburg in 1482 worden de Bourgondische Nederlanden de Habsburgse Nederlanden genoemd.
Geschiedenis Als begin van de Bourgondische Nederlanden geldt het jaar 1384, toen de Vlaamse graaf Lodewijk van Male overleed en zijn schoonzoon Filips de Stoute graaf-gemaal werd van Vlaanderen en Artesië. Deze prins uit de Franse koninklijke dynastie van het huis Valois, tevens hertog van Bourgondië, was in 1369 getrouwd met de vermoedelijke erfgename Margaretha van Male en had zijn heerschappij grondig voorbereid. Zijn vader was koning Jan II van Frankrijk en zijn oudere broer besteeg in 1364 de troon als koning Karel V de Wijze.
Vooral de kleinzoon van Filips de Stoute, hertog Filips de Goede (1396-1467) wist, na de moord op zijn vader Jan zonder Vrees in 1419, meerdere gewesten te verwerven, meestal op vreedzame manier door middel van huwelijk, erfenis of afkoop: In 1421 het graafschap Namen door aankoop van Jan IV van Brabant In 1430 de hertogdommen Brabant en Limburg (met de Landen van Overmaas) na de dood van Filips van Saint-Pol door een besluit van de Staten van Brabant In 1433 de graafschappen Holland, Zeeland en Henegouwen na afstand door Jacoba van Beieren, dochter van graaf Willem VI, met de zogeheten Zoen van Delft In 1432 de heerlijkheid West-Friesland, verbonden aan het Graafschap Holland In 1443 het hertogdom Luxemburg na de dood van zijn kinderloze nicht Elisabeth van Görlitz
Filips de Goede verzekerde zich bovendien van de controle over de prinsbisdommen Luik, Utrecht en Kamerijk. Daarom gaf humanist en historicus Justus Lipsius hem later het epitheton: Conditor Belgii.
In 1430 stichtte Filips de Goede de exclusieve Orde van het Gulden Vlies om daarmee zijn dynastie nog meer aanzien te verlenen. Enkele symbolen van deze orde, met name het Bourgondisch kruis en de vuurslag, zouden ook staatkundige symbolen van de Bourgondische en later de Habsburgse Nederlanden worden.
Voorgeschiedenis Bourgondië, waar zich in de 1e eeuw de Keltische Aedui ophielden, was in 407 reeds als koninkrijk Bourgondië gesticht, en werd vroeg in de geschiedenis een zelfstandig gebied van het koninkrijk Frankrijk. In 880 was het noordwestelijk deel het hertogdom Bourgondië geworden, vergelijkbaar met het latere hertogdom Brabant of het prinsbisdom Luik. In 1032 schonk Hendrik I van Frankrijk bij gebrek aan erfopvolgers de hertogstitel aan zijn broer Robert I Capet. Toen in 1361 ook diens erfopvolgingslijn eindigde, begunstigde de koning van Frankrijk van het huis van Valois Jan II, zijn jongste zoon Filips de Stoute met deze titel. Na al zijn vruchteloze pogingen om het rijke Vlaanderen bij Frankrijk in te lijven liet hij Filips in 1369 huwen met Margaretha van Male, de enige dochter en erfgename van de graaf van Vlaanderen. In ruil deed hij afstand van Frans-Vlaanderen.
Dit was het begin van een bewuste politiek van uitbreiding die zou leiden tot de uiteindelijke vorming van het Bourgondische rijk, hetzij door huwelijkspolitiek, hetzij door veroveringsoorlogen, hetzij als aankoop. Via zijn echtgenote was Filips nu alvast mede-erfgenaam van het rijke Vlaanderen, in die dagen het welvarendste gebied in Europa.
miniatuur|300px|Het Bourgondische rijk onder Filips de Goede
Onder Filips de Stoute (1384-1404) Toen in 1384 de graaf van Vlaanderen overleed, verwierf Bourgondië onder Filips de Stoute naast het graafschap Vlaanderen (met inbegrip van graafschap Artesië, en ook markgraafschap Antwerpen en de heerlijkheid Mechelen), ook Nevers en Rethel en uiteraard het vrijgraafschap Bourgondië (Franche-Comté). Hiermee was de basis gelegd voor een machtige bufferstaat tussen Frankrijk en het Heilige Roomse Rijk: een Bourgondisch rijk dat zich van Midden-Frankrijk tot aan de Noordzee uitstrekte. Want Filips wist op verscheidene manieren zijn gezag nog verder uit te breiden over de aangrenzende gewesten. In 1385 werd het Dubbelhuwelijk van Kamerijk gesloten van zijn kinderen Margaretha van Bourgondië en Jan zonder Vrees met respectievelijk graaf Willem VI van Holland en Margaretha van Beieren, de kinderen van Albrecht van Beieren (r. 1389-1404), graaf van Holland, Zeeland en Henegouwen.
In 1386 richtte Filips in Rijsel een Raadkamer op die de financiële en juridische aangelegenheden van Vlaanderen, Artesië, Antwerpen en Mechelen behandelde. Al snel verzelfstandigden zich hieruit de Raad van Vlaanderen en de Rekenkamer van Vlaanderen. Hij gaf hiermee een eerste aanzet tot gecentraliseerd bestuur.
In 1390 wist hij de kinderloze hertogin Johanna van Brabant (r. 1355-1406) ertoe te bewegen het erfenisrecht over haar hertogdom af te staan aan haar nicht (en Filips echtgenote) Margaretha van Male. De Staten van Brabant namen met deze overeenkomst geen genoegen, maar aanvaardden in 1401 dat Filips' tweede zoon Anton van Bourgondië als opvolger van Johanna werd aangesteld. Ze stemden hierin toe op voorwaarde dat Antwerpen en Mechelen weer bij Brabant werden gevoegd. In hetzelfde jaar kocht Filips ook nog het graafschap Charolais. Hij overleed in 1404.
Onder Jan zonder Vrees (1404-1419) Jan I van Bourgondië volgde als oudste zoon zijn vader op. Net als bij deze laatste was zijn beleid voornamelijk op Frankrijk gericht, op de machtsstrijd tussen Armagnacs en Bourguignon, al had hij enig Diets geleerd. Slechts zelden greep hij in de Lage Landen in.
Bij een conflict waarin de zeventienjarige elect-bisschop van Luik, Jan van Beieren, door zijn onderdanen bedreigd werd, kwam Jan zonder Vrees samen met de broer van Jan, Willem IV, de graaf van Henegouwen, gewapend tussen. In 1408 versloeg hij in de Slag bij Othée het Luikse opstandelingenleger van 50.000 man en verwierf daar zijn bijnaam. In 1409 legde hij na een oproer in Brugge de stad het Calfvel op, waarmee hij de macht van de ambachten beperkte.
Zijn jongste broer Antoon van Bourgondië was in 1406 hertog van Brabant geworden en organiseerde het bestuur over dit hertogdom naar Frans-Bourgondisch model. Er werd een Rekenkamer en een Raadkamer te Vilvoorde opgericht en een kanselier van Brabant aangesteld. Aanvankelijk stuitten deze instellingen op verzet van de steden Antwerpen, Brussel en 's-Hertogenbosch, die enkele van hun privileges aangetast zagen. Maar Anton bleef ten slotte steeds de Brabantse belangen verdedigen en wist de oude band van het hertogdom met het Duitse Rijk te verzwakken. De Franse politiek bleef echter de aandacht van de Bourgondische vorsten opeisen en Anton sneuvelde in 1415 in de slag bij Azincourt.
Jacoba van Beieren, kleindochter van Filips de Stoute en Margaretha van Male, en kroonprinses van Frankrijk, volgde na de dood van de dauphin in 1417 haar kort daarna overleden vader op en werd gravin van Holland, Zeeland en Henegouwen. Zij kreeg te maken met de veroveringsdrang van Jan VI van Beieren, de Luikse prins-bisschop, die eveneens aanspraak maakte op haar erfenis. Daarop zocht zij de steun van haar oom Jan zonder Vrees, wat aanleiding gaf tot de Hoekse en Kabeljauwse twisten. Door een huwelijk met Jan IV van Brabant kon zij Brabant en Limburg met haar gebied verenigen, buiten Bourgondië.
In 1419 werd haar Bourgondische beschermer Jan zonder Vrees om het leven gebracht op de brug van Monterau, toen deze daar een poging ondernam om met de nieuwe dauphin Karel VII van Frankrijk tot verzoening te komen.
Onder Filips de Goede (1419-1467) De opvolgende hertog van Bourgondië, Filips de Goede, is door Justus Lipsius conditor Belgii genoemd, dat wil zeggen 'eenmaker van de Nederlanden'. Hij bracht de Lage Landen bij elkaar. In 1421 kocht Filips het graafschap Namen van de met schulden beladen laatste graaf ervan, Jan III, en nam het in 1429 in bezit. In 1428 werd na heel wat getouwtrek de jonge gravin Jacoba van Beieren door het verdrag van Delft gedwongen Filips als ruwaard te erkennen en als erfgenaam van haar gebieden, Henegouwen, Holland, Zeeland en West-Friesland.
miniatuur|Na de nederlaag bij de slag van Gavere in 1453 moesten de Gentenaars Filips de Goede om vergiffenis smeken, in hun hemd, op hun knieën en in het Frans.
Met het Verdrag van Atrecht eindigde officieel de oorlog tussen de hertog en de Franse koning en deze schonk hem de Picardische steden aan de Somme en ontsloeg hem van alle manschap over zijn Franse lenen, waardoor voor het eerst sedert 843 Vlaanderen en Artesië vrij werden van Franse suzereiniteit. De Engelse koning voelde zich door dit verdrag aan de kant geschoven en legde uit wrok alle Vlaamse schepen in de Engelse havens aan de ketting.
De machtige steden kwamen geregeld in opstand tegen de centralisatiepolitiek en de aantasting van hun privileges. De Brugse Opstand (1437) was bovendien gericht tegen de anti-Engelse politiek van de vorst, die de lakenindustrie en de handel in het gedrang bracht. Filips besloot tot een belegering en tot het onttrekken van het Brugse Vrije aan de bevoegdheid van de stad. Pas in 1439 sloot Filips de Goede weer vrede met de Engelse koning, zodat de handelsbetrekkingen werden hersteld en de lakennijverheid weer opbloeide.
Ook het eens zo machtige Gent, waar de lakenindustrie in verval was, kwam in opstand tegen de hertog, vanwege de vaste zoutbelasting. De Gentenaren hadden getracht hun positie te handhaven door privileges, en door onderdrukking van het platteland. Maar ze lieten zich bij hun opstand buiten de muren lokken en werden in 1453 tussen Gavere en Semmerzake letterlijk afgeslacht. Als boete verloren de ambachten met de Vrede van Gavere hun politieke macht en de stad haar zeggenschap over de ommelanden. Ook de macht van Luik werd gebroken door de Bourgondische hertogen (1465), evenals die van Dinant, dat werd bestormd en vreselijk verwoest in de Luiks-Bourgondische Oorlogen. Op die manier vestigde Filips overal zijn gezag. Als machtigste vorst van zijn tijd werd hij de "Grote Hertog van het Westen" genoemd.
Reeds tegen 1451 omvatte het Bourgondische gebied al de Lage Landen met uitzondering van Friesland, Gelre, het Luik en Utrecht. Maar Filips liet familieleden tot bisschop benoemen. Gelre en Utrecht waren toen al vazallen, en ook Luxemburg kwam onder Bourgondische controle, toen de kinderloze hertogin Elisabeth van Goerlitz haar hertogdom aan Filips verpandde. Zo ook een deel van Lotharingen. In 1465 werd hij, nadat de oproerige Luikenaren een nederlaag bij Montenaken hadden geleden, momboor (erfvoogd voor het leven) van het prinsbisdom.
De Bourgondische hertogen waren nu op het toppunt van hun macht. In de periode 1429-1473 kwamen Namen, Brabant-Limburg, Picardië, Luxemburg en Gelre bij hun gebieden en ging de droom van Filips de Stoute om de Lage Landen in een Bourgondisch rijk te verenigen postuum grotendeels in vervulling.
Onder Karel de Stoute (1467-1477)