thumb|Het eiland Sao Tomé in 1645 thumb|Fort Elmina op de Goudkust (1660?) in 1637 veroverd op de Portugezen thumb|Fort Nassau tot 1637 de belangrijkste versterking op de Goudkust (circa 1645)

thumb|Fort Witsen bij Takoradi op de Goudkust, van 1653–1658 in Zweedse handen

Hendrick Carloff, Henry Caarloff of Henrik Caerloff en nog diverse andere varianten (Finland, 1621/22? - ca. 1693) was een ambtenaar van de West-Indische Compagnie (WIC) en gouverneur van Tobago.

Carloff is mogelijk begonnen als scheepsjongen,Historie of Verhael van saken van staet en oorlogh, in, ende ontrent de ... By Lieuwe van Aitzema maar klom op van soldaat, tot klerk, auditeur, salarisadministrateur, en fiscaal van de WIC. Uit ontevredenheid trad hij eerst in dienst van de pseudo Zweedse Afrikacompagnie als commandant en directeur van het Fort Carolusborg en vervolgens bij de pseudo Deense Afrika Compagnie. Terug in de Republiek raakte hij betrokken in een proces vanwege de concurrerende activiteiten van de Deense Afrika Compagnie op de Goudkust en dreigde naar Engeland over te lopen.Details afkomstig van R. Koopman, Zaandam. Carloff stortte zich als particulier op de slavenhandel, maar mocht daarbij geen handelsposten van de WIC aandoen. Vanaf 1665 werkte hij voor de Franse West-Indische Compagnie. In de jaren 1676 en 1677, toen Carloff was genezen van zijn escapades en de lucht in Amsterdam was geklaard, werd hij als gouverneur van Tobago benoemd.

Biografie Er is niet heel veel bekend over de jeugd van de Heinrich Carloff.Hij is aangeduid als Nederlander, Duitser, Zweed, Deen of Pool, maar nooit als Fin. Hij zou zijn geboren in het Duitse Rostock, het Zweeds/Poolse PillauDer Aufbau der Kolonialreiche edited by Matthias Meyn, Thomas Beck of naar eigen zeggen in Suomen.Stadsarchief Amsterdam, Inv. 5075-1289/f. 8v und 28v. Not. H. Schaeff op 2/8/1644 und 3/5/1644. Naar het zich laat aanzien trad hij in 1637Sieveking, H. (1937) Die Glückstädter Guineafahrt in 17. Jahrhundert. In: Vierteljahresschrift für Wirtschaftgeschichte Bd 30, p. 29. in dienst van de WIC in Nederlands-Brazilië als soldaat en vervolgens als klerk van een bataljon infanterie. Johan Maurits van Nassau-Siegen zond eind mei 1641 een expeditie van 21 schepen met 2145 soldaten naar Afrika. Het slavendepot in Luanda werd in augustus overmeesterd en Sao Tomé werd in oktober veroverd, zodat de Portugese overmacht in Afrika voorlopig was doorbroken. Carloff was van november tot juni 1643 als auditeur op het eiland werkzaam, maar werd daar ziek.Plaatselijk gouverneur was Lourenço Pires de Távora, met wie grote moeilijkheden ontstonden over de aanvoer van water en levensmiddelen. Veel personen overleden als gevolg van malaria, waaronder Cornelis Jol.

In november was Carloff terug en vanaf maart 1644 werkte hij in het nieuwe onderkomen op Rapenburg bij de loonadministratie van de WIC. Van 1645-1649 deed hij dienst als fiscaal in Fort Elmina en Fort Nassau in Accra en was hij belast met de controle op smokkelwaar. In 1646 werd hij naar de binnenlanden gestuurd om de betrekking met een inlandse vorst te herstellen, zodat goud naar kust kon worden vervoerd. In 1647 was de WIC nagenoeg failliet en met behulp van de VOC werd een doorstart gemaakt. In 1648 wist schipper Arent Gabbesz. een toezegging los te krijgen van het stamhoofd van de Fetu over de aankoop van een stuk grond.Heijer, H. den (2011) "Een dienaar van vele heren. De Atlantische carrière van Hendrick Caerloff", p. 162-180. In: J.Th. Lindblad & A. Schrikker (red.), Het verre gezicht. Politieke en culturele relaties tussen Nederland en Azië, Afrika en Amerika. Franeker.http://research.frick.org/montias/browserecord.php?-action=browse&-recid=1574Arent Gabbesz of Gabrielsz. (1609-1651) woonde op de Haarlemmerdijk, hoek Korte Prinsengracht, dat in 1661 werd verkocht door de erfgenamen. Met een "geveinsde onwel zijn" keerde Carloff in juli op het Zweedse schip met Gabbesz.G. Nørregard, Danish settlements in West Africa 1658-1850 (Boston 1966) 9. terug naar Europa in de hoop iemand te kunnen interesseren voor zijn plan.

Zweedse Afrika Compagnie thumb|260px|Fort Carolusborg (1682), gebouwd op initiatief van Carloff thumb|260px|Fort Carolusborg op de Goudkust (2003)

Na twaalf jaar dienst bij de WIC bood hij zich aan bij Louis de Geer die kort daarop in Hamburg de Zweedse Afrika Compagnie oprichtte; De Geer bezat circa 85% van de aandelen. Op 12 oktober 1649 werd Carloff voor drie jaar aangenomen als commandant en directeur tegen een salaris van honderd gulden en een ons goud per maand ter bestrijding van de onkosten. Hij moest zich inschepen bij Arent Gabbesz. aan de Elbe en vandaar naar Afrika varen.Stadsarchief Amsterdam, inv. 5075, NA 875/f. 316; 899/f. 539-541. Not. Jacob van Zwieten. Op 22 april tekende Carloff een contract voor de aankoop van grond van het stamhoofd van de Fetu.E.W. Dahlgren, Louis de Geer 1587-1652; Hans lif och verk (Uppsala 2002) II: 336-339; C.K.S. Sprinchorn, ‘Några drag ur Sveriges kolonialpolitik’, Läsning för Svenska Folket (1922) 2.. Gearchiveerd op 23 juni 2021. Er ontstond ruzie met Thomas Crispe en John Buckle van de Engelse Company of Merchants Trading to Guinea, die met Henniqua, een neef van Fetu onderhandelden over een Britse handelspost. Op 28 mei 1650 was er een memorabele bijeenkomst. Zowel de Zweden als de Britten tekenden een verdrag met het stamhoofd; de Engelsen verkregen slechts voor een half jaar het recht te handel te drijven, maar vanwege de woedende protesten werd hen toegezegd tot september 1652 te mogen blijven.R. Porter: The Crispe Family and the African Trade in the seventeenth Century, p. ?. In: Journal of African History. 9, 1, 1968, ISSN 0021-8537

Carloff bezette Butre in 1650, Annemabo in 1651, en Orsou in 1652. In datzelfde jaar werd onder leiding van de Zwitser Isaac Melville begonnen met de bouw van Fort Carolusborg.Schmitz, M.-G. (2011) Die Dänische Africanische Compagnie in Glückstadt, Wilhelm Johann Müller und Die africanische Landschafft Fetu, p. 17. Op zijn terugreis werd Carloff in september 1652 met het schip Christina opgebracht in Plymouth.https://www.historici.nl/retroboeken/zweden/#page=212&accessor=toc Als lading had hij twintig zakjes goud en circa 6.500 olifantentanden.https://www.british-history.ac.uk/report.aspx?compid=55252&strquery=Caarloff De gouden ringen, kettingen en armbanden werden naar de Tower gebracht. Door bemiddeling van Axel Oxenstierna kwam Carloff weer vrij. In Zweden werd een poging gedaan de basis van de ZAK van Stade terug naar Göteborg te verplaatsen. In 1653 werd Tacorary veroverd door Zweden. In 1654 was alleen Fort Elmina nog in Nederlandse handen. Op 3 mei 1654 werd Carloff bevorderd tot generaal en geridderd onder de naam Carloffer. Vervolgens bezette hij Jumore en Cabo Apollonia in 1655. In 1656 werd Fort Batenstein heroverd door de Nederlanders. Johan Philip von Krusenstierna nam de functie van gouverneur over.Hij was getrouwd met Maria Usselincx. Carloff verliet geërgerd de kolonie en liep over naar Denemarken.Mogelijk omdat hij door de Zweden was beschuldigd van privéhandel.

Deense Afrika Compagnie thumb|260px|Osu Castle (2005), voorheen Fort Christiansborg, de belangrijkste versterking op de Goudkust, tegenwoordig zetel van de regering. thumb|260px|Engelse kaart van de forten op de Goudkust (circa 1700)

Op 27 maart 1657 bood Carloff zijn diensten aan koning Frederik III van Denemarken aan. Van 1657-1662 was hij directeur-generaal van de Deense Afrika Compagnie, die was opgericht met een octrooi voor 25 jaar. Carloff bezat hierin voor 25.000 gulden aandelen. Hij verliet in december 1657 met een kaperbrief de haven van Emden op het schip "Glückstadt" met de opdracht de Zweden te dwarsbomenSchmitz, M.-G. (2011) Die Dänische Africanische Compagnie in Glückstadt, Wilhelm Johann Müller und "Die africanische Landschafft Fetu, p. 39. en het recht het door hem zelf gestichte Fort Carolusborg te heroveren. Het schip, dat voorzien was van 18 kanonnen en 48 bemanningsleden, kwam op 25 januari 1658 ten oosten van Fort Carolusborg aan dat op twee dagen later werd veroverd, toen 's ochtends de poort werd geopend. Von Krusenstierna werd gearresteerd, en de bedrijfsactiva (inclusief ongeveer 185 kg goud en enkele tonnen ivoor) en het voor anker liggende schip "Stockholm Slot" werden in beslag genomen. De Zweedse handelspost en de manschappen werden een onderdeel van de Deense Afrika Companie. Voor koning Karel X Gustaaf van Zweden was dit een reden om de vredesbesprekingen met Denemarken af te houden.Sieveking, H. (1937) Die Glückstädter Guineafahrt in 17. Jahrhundert. In: Vierteljahresschrift für Wirtschaftgeschichte Bd 30, p. ?

Carloff benoemd zijn werknemer Samuel Schmidt (of Smith)https://www.manybooks.net/pages/various2109321093-8/182.html om de handelspost te beheren en verliet het land aldus met twee schepen, waarvan één gekaapt van de Zweden. Op 8 juni kwam hij aan in Glückstadt waar de Zweedse gezant Vincent Möller, de broer van een Hamburgse burgemeester, hem probeerde te arresteren. Carloff liet het goud stiekem in een smakschip via Harlingen naar Amsterdam afvoeren.Schmitz, M.-G. (2011) Die Dänische Africanische Compagnie in Glückstadt, Wilhelm Johann Müller und "Die africanische Landschafft Fetu, p. 40. Op 10 maart 1659 tekende hij een contract met de Deense admiraliteit in Groningen.Danish sources for the history of Ghana, 1657-1754, Volume 30, Part 1 By Ole Justesen Op 28 maart van dat jaar werd hij in Hamburg benoemd als bewindhebber van de Glückstädter Afrikanische Kompanie.http://www.schmitz-verlag.de/?p=893. Gearchiveerd op 25 juni 2022. Om het geheel het aanschijn te geven van een buitenlandse compagnie waren er twee Hamburgse kooplieden bij betrokken (Vincent Klingenberg en Jacob del Boe), maar de meeste bewindslieden waren Amsterdammers, en de schepen werden hier uitgerust volgens Lieuwe van Aitzema.Historie of Verhael van saken van staet en oorlogh..., p. 443-460. Van één schip is bekend dat het eerst nog Delfzijl aandeed voor het vertrok.

Bij het Vrede van Roskilde of de Vrede van Kopenhagen (1660) werd bepaald dat het fort zou worden teruggegeven aan de Zweden, maar toen bleek dat Schmidt alle Deense bezittingen op 16 april 1659 had verkocht aan de WIC-directeur Jasper van Heussen mogelijk in opdracht van Carloff en nadat bekend werd dat Denemarken door Zweden was bezet tijdens de Deens-Zweedse Oorlog (1657-1658).The Osu Castle (Christiansborg) – Accra Toen de Fetu doorkregen wat er was gebeurd werd het WIC-fort aangevallen door ongeveer 2.000 krijgers, die met handgranaten – vanuit het fort geworpen flessen gevuld met buskruit en brandende lonten – konden worden afgehouden. Schmidt had de opdracht of ging ervandoor met een deel van het goud.https://www.manybooks.net/pages/various2109321093-8/180.html maar ook een zekere Jan Christiaansz. Canter had geen schone handen.Danish sources for the history of Ghana, 1657-1754, Volume 30, Part 1 By Ole Justesen

Caerloff raakte in 1659 in conflict met de WIC over zijn bezittingen en het verdwenen goud (?) en dreigde voor de Engelsen te gaan varen; in 1662 met de Amsterdamse bewindvoerders van de Deense Afrika Compagnie: Jan de Swaen, Nicolaas Pancras (1622-1678) en Isaac Coymans. De WIC zou een plan tot moord hebben beraamd op de broer van de Fetu koning, en een aanval op het fort Carolusborg.The Library of Berend ten Hoove. Gearchiveerd op 16 september 2021. Coymans briefde de plannen door aan de directeur van de Deense handelspost. Coymans werd als enige veroordeeld.Sententie gepronuncieert den 25 jan. 1662 tot Amsterdam jegens Isaac Coeymans, Koopman burger der selver stadt

Amsterdam thumb|260px|left|De Zwarte Arend op Keizersgracht 111, enkele jaren het woonhuis van Carloff