Ureterp (Fries: Oerterp) is een dorp in de gemeente Opsterland in de Nederlandse provincie Friesland. In had het inwoners. Na Gorredijk is het hiermee het tweede dorp van de gemeente Opsterland. Onder het dorp vallen ook de buurtschappen Selmien en Ureterp aan de Vaart. Er wonen in Ureterp veel forensen, een gevolg van de gunstige ligging ten opzichte van Drachten (6 km) en het knooppunt Drachten van de A7 van Heerenveen naar Groningen en de N381 van Drachten naar Emmen.
Geschiedenis Ontstaan thumb|275px|De Sint-Petruskerk van Ureterp. Ureterp is een wegdorp, samen met Selmien aan de westzijde en Siegerswoude aan de oostkant. De langgerekte vorm is een gevolg van de ligging op de dekzandrug tussen de riviertjes de Drait (tegenwoordig grotendeels gekanaliseerd) en het Koningsdiep. De eerste bewoning van deze zandrug is mogelijk al duizend jaar oud. Ureterp wordt voor het eerst genoemd op de kapellenlijst van 1315 als Urathorp. De naam is verklaarbaar in samenhang met die van Utrathorp, het huidige Olterterp. Er bestaat hier namelijk een tegenstelling tussen de Oudfriese woorden ura, dat ‘boven’ betekent, en uter, dat ‘buiten’ of ‘lager’ aanduidt. In dit geval dus een tegenstelling tussen het stroomopwaarts, van het Koningsdiep, gelegen Ureterp en het stroomafwaarts gelegen Olterterp.Agrarische veenontginningen in oostelijk Opsterland, RUG.nl, geraadpleegd op 21 maart 2014 Het achtervoegsel -terp is in deze twee toponiemen etymologisch afgeleid van het Oudfriese woord thorp, wat dorp betekentTHORP volgens De Geïntegreerde Taalbank, GTB.INL.nl, geraadpleegd op 21 maart 2014, en dus niet naar de terpen.
De Ureterper vaart
In 1641 sloot de Haagse koopman Passchier Bolleman met de bewoners van Noorder- en Suider-Drachten een contract om ten behoeve van de veenafgraving een vaart te graven vanaf Buitenvallaat. Deze vaart werd tussen 1657 en 1667 doorgegraven vanaf het Vallaat naar Frieschepalen en werd hier bekend als de Ureterpervaart. Bij het Vallaat kwam een schutsluis (ook wel vallaat genoemd) om het hoogteverschil te overbruggen. Hier stond van 1899 tot 1911 ook een zuivelfabriekje op de afslag van de weg naar Ureterp (net ten westen van de huidige Opperhaudmare). In 1938 werd de vaart omgelegd ten behoeve van een vaste stenen brug, die daar over de vaart kwam. Deze brug verdween al na 30 jaar, om plaats te maken voor de huidige Opperhaudmare en bijbehorende viaducten.
Door de aanleg van de vaart kwam er veel bewoning rondom de vaart en zo verschoof het centrum van het dorp aan de Weibuorren naar de vaart. Ruim een eeuw later was al het hoogveen in de omgeving van Ureterp afgegraven.
Ureterp had na de komst van de vaart een loswal aan het Selmien, verbonden met de vaart via de Kettingwijk (tegenwoordig de Brouwerslaan). De Kettingwijk is rond 1880 gegraven voor een betere toevoer van goederen voor het ontginnen en in cultuur brengen van heidevelden en bossen en het verharden van zandwegen. Dit ging tot aan het eind van de jaren 20 door. Later kwam ook aan de vaart ter hoogte van de Tsjerkeleane een opslag en loswal. In het kader van de ruilverkaveling werd de vaart in 1963 na ruim 300 jaar gedempt.
Hege Brêge Er waren weinig bruggen over de vaart, omdat dit niet praktisch was voor de vele boten. Omdat er toch behoefte was aan een oversteek, werd er een hoge brug gebouwd tussen De Feart 17 en 19 met een doorgang van 3,66 meter. Dit was de enige vaste brug tussen het Vallaat en Frieschepalen. Dat deze plek uitgezocht werd, zou verband kunnen houden met de Heers-wijk, die ver in het veengebied uitgegraven was tot aan de Dammen (ten oosten van Vliegveld Drachten). Hier stonden een paar boerderijen die nergens anders verbinding mee hadden.
Naar deze brug is ook de Hegebrechtsterleane vernoemd. Tussen De Feart en de bocht in de Hegebrechsterleane ligt nog een stukje van deze laan zoals die vroeger op De Feart aansloot. Later is deze brug vervangen voor een stenen brug en weer later door het viaduct dat er nu ligt.
Verkaveling De langgerekte bebouwing had te maken met de middeleeuwse kavelverdeling van noord naar zuid. Alle grond was eigendom van de kloosters. De opzet van de verdeling was dat iedere "boer" gelijke kansen kreeg: een deel van het hoogveen, een deel van in cultuur gebrachte (of nog in cultuur te brengen) grond en een uitgang via de heidegebieden naar de graslanden aan het Ouddiep. Ruim driehonderd jaar later ontstond in het hoogveengebied ten noorden van het dorp bewoning na het graven van de vaart vanuit Drachten ten behoeve van de veenwinning. Zo kwam in dit gebied een nieuw deel van Ureterp tot stand, dat ruim een eeuw later al meer inwoners, (aanvankelijk vooral veenarbeiders, schippers en handelaren), telde dan de oude boerenstreek van het dorp.
Ruilverkaveling In 1959 werd begonnen met het ruilverkavelingsplan ‘Het Koningsdiep’. Dit hield in dat onder andere de vaart gedempt werd. Om de waterhuishouding in de hand te houden, werd ten noorden van de oude vaart een nieuw afwateringskanaal gegraven, vanaf Frieschepalen tot aan Buitenstvallaat. Op de gedempte vaart werd in 1964 de asfaltweg De Feart aangelegd van Ureterp Vallaat tot Frieschepalen. In 1982 werd het naastgelegen fietspad aangelegd.
Een ander aspect van de ruilverkaveling was dat er verscheidene kleine boerenbedrijfjes werden gesaneerd waarna de bestaande bebouwing werd afgebroken. De Weibuorren kreeg nieuwe straatverlichting en er werd een begin gemaakt met de uitbreiding ten zuiden van de Weibuorren. Ook werd er een nieuwe ijsbaan aangelegd achter het nieuwe zuidelijke uitbreidingsplan waardoor de ijsbaan aan de Tsjerkeleane kwam te vervallen.
Opgraving Onder archeologen geniet Ureterp bekendheid doordat hier in 1943 bij de Prinsendobbe aan de Mounleane overblijfselen zijn gevonden van kampplaatsen van rendierjagers uit het eind van de oude steentijd, plm. 10.000 tot 9800 v.Chr. en dus vlak na de laatste ijstijd. Op een gebied van 85 vierkante meter, nabij de ringwal van de dobbe, werden 5408 vuurstenen voorwerpen gevonden, waarvan 1360 werktuigen zoals krombekstekers en verder afslagen en kernstukken. Het klimaat moet hier toen zijn geweest zoals in Lapland en Noord-Siberië nu. De mensen die hier rondtrokken waren aangewezen op wat de natuur hun bood. Men neemt aan dat het bij de vondst om zomerkampen gaat. Omdat vergelijkbare overblijfselen voor het eerst zijn gevonden bij Hamburg staat deze cultuur bekend als de Hamburgcultuur. Ook bij Havelte werden er resten van gevonden. Meerdere verzamelingen werktuigen van voornamelijk de Hamburgcultuur gevonden tussen Ureterp en Bakkeveen ligt opgeslagen in het Noordelijk archeologisch depot te Nuis (NAD Nuis).In 2013 is er een opgraving geweest ter hoogte van de N381 net ten noorden van het Koningsdiep. Het gaat waarschijnlijk om de oudste middeleeuwse kolonisatie van het met veen overdekte dekzandlandschap rond Ureterp, waarbij een geschikte locatie (de met veen overdekte dekzandruggen) vlak bij een waterloop (het Koningsdiep) de eerste vestigingsplaats vormde. Het betreft een zogenaamde rivierontginning (oud Ureterp), waarvan ook elders in de regio enkele voorbeelden bekend zijn (de voorlopers van Wijnjeterp en bij Boornbergum). De oudste middeleeuwse sporen bestaan uit sloten/greppels in een dicht net (systeem 1), vermoedelijk om het terrein te draineren. Daarna zijn hier meerdere erven aangelegd, waaronder in elk geval structuur 1, een Gasselte-boerderij. Het ziet er vooralsnog naar uit dat de middeleeuwse nederzetting van deze vindplaats in de loop van de 13e eeuw verlaten is. Het is nog gissen naar de reden. Misschien hebben zandverstuivingen daarbij een rol gespeeld, nadat het lokale veen geoxideerd was. Zowel de fysieke kwaliteit (gaafheid en conservering) als de inhoudelijke kwaliteit van deze middeleeuwse vindplaats zijn hoog.Bron: Raap rapport 2702 Gemeente Opsterland Archeologisch vooronderzoek: een proefsleuvenonderzoek|ISSN: 0925-6229 datum 23 mei 2013
Bouwwerken thumb|175px|De klokkenstoel op de begraafplaats van de Sint Petruskerk thumb|Weibuorren 60/62 Ureterp Ureterp kent weinig monumenten. Het was een arme streek en de kwaliteit van het gebouwde was doorgaans niet hoog. Verreweg de meeste huizen stammen dan ook uit de 20e eeuw. Het oudste gebouw in Ureterp is de in de 13e eeuw gebouwde Sint-Pieterkerk. Op de begraafplaats rondom de kerk staat een klokkenstoel met twee luidklokken.
Er is in Ureterp nog één ander rijksmonument: een aan alle kanten scheef huis uit 1801 naast de Coop-supermarkt op de Weibuorren 60/62 met kleine raampjes. Ureterp kende nog een ander rijksmonument: woonhuis de Paapsche Leer. Rond 1999 is er een nieuw huis in de plaats gekomen. De kopjes en de gevelsteen zijn nog te bezichtigen in Museum Opsterlân. Daarnaast staan er aan het Selmien nog een tweetal boerderijen die uit het eind van de 19e eeuw stammen en een pastoriewoning uit het eind van de 18e eeuw.
Ook is er nog een ingemetselde gevelsteen naast de voordeur van het voormalig postkantoor op Weibuorren 76:
Heere Hendriks geweesen Brou wer tot Oerterp 1740
De steen is duidelijk ouder dan het gebouw, dat daar in 1919 kwam op de plaats van het toen voor de tweede maal afgebrande café/logement. De steen zat eerder in het logement, maar de brouwerij van Heere Hendriks stond aan de Feart op de hoek van de Brouwersleane. Heere Hendriks lag vlak naast de kerk begraven onder een liggende steen. Zijn graf is na de Tweede Wereldoorlog geruimd. De steen van zijn vader ligt in de kerk.
Molens Hoewel Ureterp nu geen molens meer heeft, heeft het vroeger in totaal acht molens gekend waarvan de Bruinvisch het bekendst is. Klik in onderstaande lijst op weergeven voor meer informatie.Database van Verdwenen Molens in Nederland, Molendatabase.org, geraadpleegd op 30 april 2014. Korenmolen van Ureterp Functie: Korenmolen Deze molen staat in de Schotanusatlas van 1718 aangegeven als Rog Molen, wat erop duidt dat de molen rogge verwerkte. Locatie: Tussen de Mounleane 15 en de Bûtewei Type: Standerdmolen Bouwjaar: 1630 of eerder Verdwenen: gesloopt na 1874 Aandrijving: Wind Coördinaten: Volmolen Functie: Volmolen De volmolen stond ergens tussen de locatie waar later De Bruinvisch zou staan en de Kaltsreed (reed waar nu Weibuorren 47 is). Uit floreenkohieren (een belastingadministratie van omstreeks 1700) zou blijken dat de molen tussen 1768 en 1778 verdwenen is. Andere bronnen geven ook de periode 1718 - 1808 aan. Locatie: Mounestrjitte, op ongeveer de plaats waar later De Bruinvisch zou staan. Type: Standerdmolen Bouwjaar: Tussen 1664 en 1680 Verdwenen: Onduidelijk Aandrijving: Wind Coördinaten: Polder 6 Functie: Poldermolen Bemaalde een gebied dat kleiner dan 10 ha was. De molen lag in het voormalige stroomdal van het riviertje de Drait en pompte waarschijnlijk water uit dit natte dal de Ureterper vaart (nu de weg De Feart) in om het land geschikter te maken voor landbouw. Het verval tussen De Feart en de locatie van de molen is ongeveer 1,20 meter. Locatie: ±270 meter ten zuiden van De Feart 32 Type: Kleine molen Bouwjaar: na 1850 Verdwenen: na 1877 Aandrijving: Wind Coördinaten: Polder 5 Functie: Poldermolen Bemaalde een gebied dat kleiner dan 10 ha was. Locatie: Type: Kleine molen Bouwjaar: voor 1850 Verdwenen: na 1877 Aandrijving: Wind Coördinaten: Polder 4 Functie: PoldermolenDe molen lag in het voormalige stroomdal van het riviertje de Drait en pompte waarschijnlijk water uit dit natte dal de Nieuwe vaart in om het land geschikter te maken voor landbouw. Locatie: ±430 meter ten zuiden van het Selmien West 5a. Type: Kleine molen Bouwjaar: voor 1877 Verdwenen: voor 1926 Aandrijving: Wind Coördinaten: Polder A Functie: Poldermolen Bemaalde een gebied dat kleiner dan 15 ha was. Ook deze molen lag in het voormalige stroomdal van het riviertje de Drait. Locatie: Net ten zuiden van het viaduct de Opgong Type: Kleine molen Bouwjaar: na 1850 Verdwenen: na 1877 Aandrijving: Wind Coördinaten: