Tristan da Cunha is een afgelegen eiland van de archipel met dezelfde naam in het zuiden van de Atlantische Oceaan ten zuidwesten van Kaapstad. Het maakt deel uit van Sint-Helena, Ascension en Tristan da Cunha, die samen een Brits overzees gebied vormen. Het vulkaaneiland is moeilijk toegankelijk door het feit dat het eiland een steile rotskust heeft van 600 meter hoog. Het is ook moeilijk bereikbaar; alleen per boot en het heeft geen landingsbaan. Dit komt door de afgelegen ligging: het noemt zich het meest afgelegen bewoonde eiland ter wereld.Het verder gelegen eiland Gough heeft sinds 1956 een jaarlijks wisselend bemand weerstation Het ligt dicht bij de Roaring Forties.

Het eiland en de archipel als geheel herbergen enkele belangrijke kolonies zeevogels. Sommige soorten broeden nergens anders ter wereld, zoals de ernstig bedreigde tristanalbatros. Vanwege de unieke biologische rijkdom zijn de eilanden Gough en Inaccessible door de UNESCO op de werelderfgoedlijst geplaatst.Unesco Werelderfgoedlijst, Gough and Inaccessible Islands In 2026 telde het eiland 221 inwoners.

Archipel Tristan da Cunha is ook de naam van de archipel waartoe het eiland behoort. De eilanden in de 'Tristan da Cunha'-archipel zijn: Tristan da Cunha (98 km²) Inaccessible (14 km²) Nightingale-eilanden (2 km²) Nightingale (1,8 km²) Middle (0,1 km²) Stoltenhoff (0,1 km²) Gough (Diego Alvarez) (91 km²)

Bestuur In Edinburgh is een tijdelijke lokale bestuurder gevestigd die aangesteld wordt door de gouverneur in Sint-Helena, die weer valt onder Buitenlandse Zaken van Groot-Brittannië. Ook is er een eilandraad van elf leden (drie benoemd en acht gekozen voor drie jaar) waaraan deze bestuurder (voorzitter van de raad) verantwoording moet afleggen. Er is één politieagent als ordehandhaver, maar deze vervult ook andere taken op het eiland.

Geschiedenis De Portugese admiraal Tristão da Cunha ontdekte in 1506 in het zuiden van de Atlantische Oceaan een eilandengroep waarvan hij het grootste en meest indrukwekkende naar zichzelf vernoemde: Tristan da Cunha. Da Cunha ging er niet aan land omdat de zee er te gevaarlijk was. Kort na 1600 bereikte de Nederlandse zeevaarder Willem van West-Zanen als eerste Nederlander het eiland en hees daar de prinsenvlag, denkend dat hij de eerste persoon ooit was die het eiland had ontdekt. Na hem volgden nog meerdere andere Nederlanders die het eiland zouden ontdekken.'Tristan da Cunha: een bijna vergeten wereldje in de Atlantische Oceaan' - Leeuwarder courant : hoofdblad van Friesland van 13 februari 1954

miniatuur|links|Tristão da Cunha(1575)

Het eiland is vulkanisch van oorsprong. Vanuit de basis reikt de vulkaan, Queen Mary's Peak, op tot een hoogte van 2062 meter, waarmee hij het hoogste punt van Sint-Helena, Ascension en Tristan da Cunha is. Op het enige vlakke deel van het eiland is de hoofdstad Edinburgh-of-the-Seven-Seas in het noordwesten gelegen. Dit is het bewoonde (en ook bewoonbare) gebied van de archipel. Er is alleen een kleine vissershaven.

19e eeuw De eerste bewoners van Tristan da Cunha waren drie walvisvaarders uit de VS in 1811. Daarvoor waren Tristan en Inaccessible en de andere eilanden al regelmatig bezocht geweest door robbenjagers, piraten, walvisvaarders en VOC-schippers. Echte bewoning had echter nooit plaatsgevonden en het eiland was ook nooit geclaimd aangezien het geen geschikte landingsplaats bezat. Een van drie walvisvaarders, Jonathan Lambert, afkomstig uit Salem (Massachusetts), riep zichzelf uit tot koning van het eiland. Hij noemde de archipel 'Islands of Refreshment'. Zijn regering duurde echter maar zeer kort aangezien hij en zijn collega Williams in 1812 bij een bootongeluk omkwamen.

miniatuur|links|John Lambert(ca. 1810)

Er was van deze eerste bewoners nog één aanwezig op het eiland toen in 1816 een garnizoen Britse troepen vanaf Kaapstad naar het eiland kwam om het te bezetten om eventuele reddingspogingen van Napoleon, die gevangen zat op Sint Helena, door de Fransen vanaf Tristan te verhinderen. Hun komst wordt herdacht als het begin van de Britse vestiging. De laatste overgebleven bewoner, Thomas Currie, vertelde de Britten over een schat die zich op het eiland zou bevinden. Zijn drank betaalde hij namelijk met goud. Hij zei echter nooit waar deze zich zou moeten bevinden en stierf uiteindelijk aan de drank om hem loslippig te maken, gegeven door de Britten, die naar de schat zochten.

miniatuur|Pieter Groen(1873)

Toen in 1817 het garnizoen werd teruggetrokken van het eiland, bleef de korporaal William Glass op eigen verzoek achter met zijn Hollands-Kaapse vrouw Maria Leenders, zijn twee dochters en twee collega's Samuel Burnell en John Nankivel. Al snel kwamen meer mensen naar het eiland om er te gaan wonen: schipbreukelingen die bleven en gedeserteerde (of op eigen verzoek achtergelaten) scheepslieden van walvisvaarders. Het oorlogsschip Satellite bracht in 1821 naar het eiland Alexander Cotton de latere opvolger van William Glass, die de eerste gouverneur was tot zijn dood in 1853. Het schip Blendon Hall liep tijdens dichte mist op 23 juli 1821 aan de noordwest kant van Inaccessible Island op de rotsen. Bijna iedereen overleefde de stranding en leefde daar enkele maanden in geïmproviseerde tenten, levend van vis, zeevogels en pinguïns. Met een zelfgebouwde boot voeren de timmerman en negen zeelieden naar Tristan. De volgende dag voer gouverneur William Glass met twee schepen naar het eiland en redde zo de rest van de bemanning. In 1827 vroeg men aan de kapitein van de vissersboot Duke of Gloucester of men vrouwen uit St. Helena kon halen. Vrijwillig kwamen vier mulattinnen en een zwarte weduwe met vier dochters. In 1836 strandde de schoener Emily met de Nederlandse visser Pieter Groen uit Katwijk. Hij bleef, trouwde er, veranderde zijn naam in Peter Green en werd in 1865 woordvoerder/gouverneur van de gemeenschap. In 1856 woonden er al 97 mensen. In 1867 werd op voorstel van Peter Green de 'Settlement' vernoemd naar prins Alfred, de hertog van Edinburgh en de tweede zoon van koningin Victoria die het eiland in dat jaar bezocht had: Edinburgh-of-the-Seven-Seas.

Echter na de opening van het Suezkanaal in 1869, tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog 1861-1865 waarbij zeeschepen in de strijd vernietigd werden, de afnemende zeilvaart door de introductie van stoomschepen verminderde het aantal schepen dat het eiland aandeed en ook een groot deel van de bewoners vertrokken naar andere gebieden. Het eiland werd min of meer vergeten en kwam alleen nog in het nieuws als er weer eens een aantal schipbreukelingen was gered door de bevolking. Dit is waarschijnlijk ook een van de redenen geweest, naast de Anglicaanse dominees die er kwamen, die ook onderwijs aan de kinderen gaven, dat de Britse regering het eiland in 1876 claimde voor het Britse Rijk. Afgesproken werd dat minstens eenmaal per jaar een Brits marinevaartuig langs zou komen met levensmiddelen en andere noodzakelijke dingen.

Op 27 november 1885 gebeurde een ramp toen de bark West Riding op Tristan om water vroeg. Na een mislukte aardappeloogst en gedreven door een gebrek aan provisie gingen 15 mannen aan boord van hun nieuwe reddingsboot tijdens ruw weer om het schip te onderscheppen. Maar net toen ze bij de West Riding aankwamen sloeg een enorme golf over de reddingsboot, die zonk en allen verdronken. Deze dag wordt nog elk jaar herdacht. Slechts vier mannen bleven over naast de weduwen en kinderen. Sommigen van de geëmigreerden, na de dood van William Glass, kwamen terug. Aangevuld met schipbreukelingen. Bijvoorbeeld het schip Italia uit Camogli leed schipbreuk in 1892 en de vissers Andrea Repetto en Gaetano Lavarello besloten te blijven. De Marble Clark strandde in 1895. De scheepsklok is nog in gebruik als kerkklok van de St. Mary's Anglicaanse kerk. In 1897 woonden er 60 mensen.

20e eeuw In 1914 werd het Panamakanaal geopend, waardoor er nog minder schepen langs het eiland kwamen.

In 1935 werden de eerste bewegende beelden van het eiland gemaakt, vanaf de Nederlandse onderzeeboot K XVIII. Deze werden vertoond in de Polygoon film-documentaire 20.000 Mijlen over zee. Van vertrek in Den Helder op 14 november 1934 tot Mar del Plata, Argentinië. Van het bezoek aan Tristan da Cunha tot aankomst in Soerabaja. Scenes: het silhouet van het eiland; een Tristanse sloep komt aanvaren; proviand en post worden van de onderzeeboot overgeladen; het dorp loopt uit voor de landing van de sloep op het strand (dat bij de vulkaanuitbarsting in 1961 door lava is overstroomd); eenvoudige woningen in het dorp; groeten aan Nederland van 'de kleindochter van Pieter Groen'; en een kolonie vogels.

In 1938 werd het eiland verklaard tot onderdeel van Sint-Helena, al zijn de eilandbewoners het daar tot op heden niet mee eens. In 1950 startte een rivierkreeftverwerkingsbedrijf in de plaats, waardoor de eilandbevolking voor het eerst met geld in aanraking kwam op het eiland.

Op 27 augustus 1958 liet de Amerikaanse marine een atoombom ontploffen op 160 kilometer hoogte en ongeveer 175 kilometer ten zuidoosten van het eiland Tristan da Cunha, als deel van het geheime experiment, Operatie Argus. Operation ARGUS (1958), prepared by the Defense Nuclear Agency, Washington, D.C. (1982)

Op 10 oktober 1961 barstte de vulkaan op het eiland uitGeschiedenis uitbarsting en gevolgen van website tristandc.com en de bevolking vluchtte met de boten naar het eiland Nightingale. De volgende dag werden ze door het Nederlandse schip TjisadaneIngekleurde ansichtkaart van het Scheepvaartmuseum AmsterdamVerhalen over het schip Tjisadane, dat ook bekend is over het vervoer in 1942 van vermeende NSB'ers uit Nederlandsch-Indië naar het Nederlands concentratiekamp Kamp Jodensavanna in Suriname, op de website van Twan van den Brand, dat eigenlijk kwam om twee jonge vrouwen van Tristan op te halen om ze naar een training Verpleegkunde te brengen, naar Kaapstad gebracht. Vandaar werd men met de RMS Sterling Castle met z'n allen geëvacueerd naar het Verenigd Koninkrijk. Aanvankelijk naar het niet meer gebruikte Pendell Army Camp in Merstham, Surrey en later naar het vroegere RAF kamp in kustdorp 'Calshot' bij Southampton.Eruptie geschiedenis van de Tristan vulkaan op de website Global Program van het Smithsonian Institution Pas in oktober 1963 konden ze met het Deense schip de M/S Bornholm terugkeren.Boek 'Volcanoes in human history' Hoofdstuk 9, p. 226, 2002 Ook de haven werd gerenoveerd, veiliger gemaakt en genoemd 'Calshot Harbour'. De compleet andere samenleving aldaar had hen echter wel veranderd en de samenleving op het eiland is sindsdien anders dan daarvoor.

21e eeuw De nog geen tweehonderdvijftig inwoners behoren oorspronkelijk tot slechts negen families, waarvan de familienamen zijn: Glass, Swain, Green, Rogers, Hagan, Collins, Squibb, Repetto en Lavarello. Alle gezinnen op het eiland bezitten een gelijke hoeveelheid land en vee in de vorm van twee runderen en zeven schapen per gezin. Ook de inkomsten zijn voor eenieder gelijk. Het is voor buitenlanders niet meer toegestaan om zich permanent op het eiland te vestigen.

In 2002 werd een Vlag van Tristan da Cunha van Britse overzeese gebieden (BOT van de vertaling British Overseas Territories) aangenomen.

In 2005 kreeg het eiland een postcode TDCU 1ZZ, zodat er bij postorderbedrijven en via internet orders geplaatst kunnen worden.

Medische zorg Ziekenhuis In 1942 werd het 'Station Hospital' opgericht in het Atlantic Isle naval station met een residente arts, chirurg luitenant Woolley, voor het eerst in de geschiedenis van het eiland. Daarvoor had men slechts zelfhulp en medische hulp van passerende schepen.

In 1971 werd het Camogli-Ziekenhuis in praktijk genomen, genoemd naar de stad van de twee Italiaanse schipbreukelingen die in 1892 bleven, Andrea Repetto en Gaetano Lavarello.