De steng is een rondhout dat hoog in de mast (of in een andere steng) gehesen wordt, daar vastgemaakt wordt en dienstdoet als tweede verlenging van de mast.

Een steng wordt uitsluitend gevoerd op de klassieke dwarsgetuigde schepen. Aan de steng werd een extra ra bevestigd, waardoor het totaal te voeren zeiloppervlak vergroot kon worden en dus ook een hogere snelheid gehaald kon worden.

De stengzeilen werden uitsluitend gevoerd bij goed weer, bij opkomende storm was het zaak de steng te strijken (of de steng te schieten), om de wind minder vat op het schip te laten hebben.

thumb|Voorbeeld met een gaffeltopzeil en vlieger bevestigd aan de steng Opmerking: Er zijn bij niet-dwarsgetuigde schepen ook masten die verlengd worden met een steng, maar die zijn tijdens het varen niet demonteerbaar en maken integraal deel uit van de tuigage.

De naamgeving van de stengen

In de tekening zijn de stengen aangegeven. Per mast wordt er een andere naam aan de stengen gegeven. De naamgeving voor een driemast volschip is als volgt:

nummerin tek.algemene benamingvoorste mast middelste mast achterste mast1 mast fokkemast grote mast kruismast2 marssteng voorstengofvoormarsstenggrootstengofgrootmarsstengkruissteng3 bramsteng voorbramsteng grootbramsteng kruisbramstengofblinde steng4 want fokkewant grote wantkruiswant5 marswant 6 bramwant

Categorie:Zeilterminologie