Rhijnvis Feith (Zwolle, 7 februari 1753 (doopdatum) – aldaar, 8 februari 1824) was een Nederlandse schrijver van gedichten, toneelstukken, enkele cantates en een theoretische verhandeling over Immanuel Kant en dichtkunst.

Zijn ongewone voornaam Rhijnvis is nog altijd in gebruik binnen de familie Feith.

Biografie Feith stamde uit een gefortuneerd regentengeslacht uit Elburg en was enig kind van Pieter Feith en Elsabé Spaar.Onbekende auteur (1988). Panorama van de 19e eeuw. APCO, STV, NCRV, 27-04-1988. Verkregen op 28-03-2008 via deze link.<ref>[https://www.dbnl.org/tekst/buij001tuss01_01/buij001tuss01_01_0003.php Buijnsters, P.J. (1963), Tussen twee werelden. Rhijnvis Feith als dichter van 'Het graf, p3]. Bij DBNL geraadpleegd op 11 september 2014.</ref> Rhijnvis Feith bezat aandelen in de Surinaamse suikerplantage 't Ylant.

Hij schreef zich in 1768 in aan het Athenaeum Illustre in Deventer.Streng, J.C. (z.d.), "Rhijnvis Feith (1753-1824)", in: Overijsselse Biografieën, geraadpleegd van www.wieiswieinoverijssel.nl In 1769 begon hij aan de Universiteit Leiden de studie rechten, waar hij al na één jaar promoveerde. Op 17 november 1772 trouwde hij met Ockje Groeneveld. Zij kregen samen negen kinderen. 's Zomers woonde hij op zijn buitengoed Boschwijk (Heinoseweg, Zalné) en 's winters in Zwolle.De Boer, S. (2001). Funeraire Cultuur Zwolle. Soesterberg: Uitgeverij Aspekt. Hier ontving hij gasten, onderwie Willem Bilderdijk en Jan Frederik Helmers.

Feith sloot zich aan bij de patriotten, mogelijk beïnvloed door Joan Derk van der Capellen tot den Pol, zijn buurman in de Bloemendalstraat. In februari 1787 werd hij door de vroedschap van Zwolle zonder goedkeuring van de stadhouder tot burgemeester gekozen, een positie die het best lijkt op die van een modern gemeenteraadslid. Deze functie bekleedde hij zeven maanden. In september 1787 vond er een Pruisische bezetting plaats, die het gezag van Willem V van Oranje-Nassau herstelde. Feith was niet anti-stadhoudersgezind, maar meer een vurig tegenstander van de aristocratische staatsgezinde partij.

Rhijnvis Feith werd in 1780 benoemd tot ontvanger van de belastingen (konvooien en licenten) op het belastingkantoor van zijn vader. Hij oefende die functie uit tot 1814.

Overlijden en graf Rhijnvis Feith overleed te Zwolle op 8 februari 1824 's middags tussen half twee en twee uur,Suringar G.T.N. (1825). Gedenkzuil voor Mr. Rhijnvis Feith. Leeuwarden: Suringar. de dag na zijn eenenzeventigste verjaardag. Hij werd begraven in de Grote of Sint-Michaëlskerk te Zwolle, maar is op 6 oktober 1825 herbegraven op de Algemene Begraafplaats Meppelerstraatweg, tegenwoordig een Rijksmonument. Daarmee ging een wens van Feith in vervulling, want in 1779 ondertekende hij een petitie aan het stadsbestuur met het verzoek om om hygiënische redenen het begraven in kerken te stoppen en een begraafplaats buiten de stadsmuren in te richten. De dichter Anthony Christiaan Winand Staring schreef een gedicht ter nagedachtenis van Feith.

Op 26 oktober 1825 werd een monument op zijn graf onthuld. Het was gemaakt door beeldhouwer Paulus Joseph Gabriël, een leerling van Antonio Canova.Schelhaas, H. & Molenaar, B. (1980). Graven en begraven in Overijssel. Zwolle: Waanders. De tekst op de gedenkplaat van zijn graf luidt:

Door erosie is deze tekst niet meer leesbaar. De locatie van het graf is .

Na zijn overlijden Honderd jaar na zijn sterfdag, op vrijdag 8 februari 1924 vond er een herdenkingsplechtigheid plaats bij het grafmonument van Feith. Hierbij waren veel nazaten van het geslacht Feith aanwezig. Er werd een krans gelegd en jonkheer J. Feith sprak enkele woorden.Het Vaderland, 08-02-1924

Ter ere van zijn 200ste sterfdag op 8 februari 2024 dook Collectie Overijssel in het familiearchief van Rhijnvis Feith en publiceerde een speciaal artikel met daarin de achtergrond van verschillende archiefstukken.De pen van Rhijnvis Feith Collectie Overijssel Collectie Overijssel beheert het archief van de familie Feith.Archieftoegang 1172 Familie Feith Collectie Overijssel, locatie Zwolle

Prijzen en onderscheidingen Diverse prijzen van het Dichtlievend Genootschap in Leiden: 10px Gouden penning voor het gedicht Heil van den Vrede, 1779 10px Gouden penning voor het gedicht Verhandeling over het Heldendicht, 1781 10px Gouden penning en gelijktijdig de zilveren penning voor de twee gedichten Den lof van De Ruijter, 1785 10px Zilveren penning van het genootschap Studium Scientiarum Genitris in Rotterdam voor het gedicht De Menschlievendheid, 1780 10px Gouden penning van het genootschap Kunstliefde spaart geen vlijt voor het gedicht Karel V aan zijnen zoon Philips II, bij de overdragt van de regering der Nederlanden, 1782 10px Zilveren erepenning van het Teylers Godgeleerd Genootschap in 1797 10px Gouden erepenning van het Teylers Godgeleerd Genootschap in 1801 10px Zilveren penning van het genootschap Ter verdediging van den Christelijken Godsdienst, 1800 15px Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 20 februari 1816 Werken Rhijnvis Feith behoorde tot de literaire stroming het sentimentalisme en stond onder andere onder invloed van Edward Young, Friedrich Gottlieb Klopstock en Baculard d'Arnaud. Zijn standpunt was de natuur niet slaafs na te volgen, maar haar te idealiseren. Zijn werken:

Specimen juridicum inaugurale de querela inofficiosi testamenti. Quod ... ex auctoritate ... Adriani van Royen ... eruditorum disquisitioni submittit Rhijnvis Feith, Zwolla Transisalanus. Proefschrift Leiden (1770) (Digitale versie) De vergankelijkheid van het heelal, en de voortreffelijkheid van het verstand (1777). Ter opening van de jaarlijksche bijeenkomsten van het Zwolsche Gezelschap, onder de Zinspreuk: Nooit is de Vriendschap meerder waard, dan als zij 't Nut en 't Zoete paart. In dichtmaat uitgesproken op den 24 van Wijnmaand 1776 (Digitale versie) Aan mijn Vaderland, bij gelegenheid der oprichting van den Huishoudelijken Tak der Haerlemsche Maatschappije (1778) (Digitale versie) Lierzang op het tweede eeuwgetijde van de Utrechtsche Unie (1779) (Digitale versie) Het ideaal in de kunst (1782, verhandeling over esthetica, in 1823 ingestuurd voor prijsvraag Hollandsche Maatschappij van Fraaije Kunsten en Wetenschappen) Verhandeling over het heldendicht (1781) (Digitale versie) Zegezang. Ter verjaringe der overwinning op de Doggersbank, den Vden van oogstmaand 1781. : Uitgesproken op de jaarlijksche vergadering des genootschaps ... Kunstliefde spaart geen vlijt, in 's Gravenhaage. Den VIden van oogstmaand 1782 .. (1782) (Digitale versie) Ter nagedachtenisse van Jongkvrouwe Juliana Cornelia de Lannoy: overleeden te Geertruidenberg, den XVIII van Sprokkelmaand 1782 (1782) (Digitale versie) Zegezang. Uitgesproken op de jaarlijksche vergadering des genootschaps, onder de spreuk: Kunstliefde spaart geen vlijt (1782) (Digitale versie) Fanny, een fragment (1783) Julia (1783; briefroman)Julia. (Digitale versie) Mengelwerk (1783). Bevat met afzonderlijke titelbladen van dezelfde uitgever: De vergankelijkheid van het heelal, en de voortreffelijkheid van het verstand, 1777; Aan mijn vaderland, 1779; Lierzang, op het tweede eeuwgetijde van de Utrechtse Unie, 1779; Zegezang, ter verjaringe der overwinning op de Doggersbank, 1782 (Digitale versie) Brieven over verscheidene onderwerpen (1784–1793) Eerste deel (Digitale versie) Tweede deel (Digitale versie) Derde deel (Digitale versie) Vierde deel (Digitale versie) Vijfde deel (Digitale versie) Zesde en laatste deel (Digitale versie) Thirsa, of de zege van de godsdienst. Treuspel (1784) (Digitale versie) Dagboek mijner goede werken, in rekening gebragt bij God, tegen den dag der algemeene vergelding (1785) (Digitale versie) De Geuzen, vaderlandsch dichtstuk. Door W. Bilderdijk en R. Feith gezamenlijk bew. en met ophelderingen en aanteekeningen verm. I deel (Digitale versie) II deel (Digitale versie) Ferdinand en Constantia (1785) Eerste deel (Digitale versie) Tweede deel (Digitale versie) De patriotten. Toneelspel (Digitale versie) Ter gelegenheid van het verbond, tusschen Frankrijk en de Nederlanden aangegaan, den 10. Nov. 1785 (lierzang, 1785). Hierachter de Franse (proza) vertaling v.d. lierzang: Traduction de l'Ode de Mr. R. Feith (Digitale versie) De weezen aan God, en aan de burgerij der stad Leyden, bij den aanvang des jaars MDCCLXXXVII (1787) (Digitale versie) Romanzes door Mr. Rhynvis Feith; naar den besten smaak op muziek gebracht. door C.F. Ruppe (1787) (Digitale versie) Fannij. Een fragment (1787) (Digitale versie) Poëtisch mengelwerk (1788) (Digitale versie) Zedelijke verhaalen (1788-1789) (Digitale versie) Lady Johanna Gray. Treurspel (1791) (Digitale versie) Het graf. In vier gezangen (1792) (Digitale versie) Bijdragen ter bevordering der schoone kunsten en wetenschappen (3 stukken, 1793–1796; met Jacobus Kantelaar) (Digitale versie) Ines de Castro. Treurspel (1793) (Digitale versie) Aan Frankrijk. Lierzang (1793) (Digitale versie) C. Mucius Cordus, of De verlossing van Rome, treurspel (1795) (Digitale versie) Oden en gedichten (1796–1814) Eerste en tweede deel (Digitale versie) Derde en vierde deel (Digitale versie) Vijfde en laatste deel (Digitale versie) Verhandeling ter beantwoording der vraag: Mag en behoort het burgerlyk bestuur eenigen invloed uitteoefenen op zaken van godsdienst? Zo ja, van welken aart en uitgestrektheid behoort die invloed te zyn? (1797) (Digitale versie) Betoog voor de kragt van 't bewys voor de waarheid en godlykheid der Evangelie-leere, ontleend uit de wonderwerken van Jezus Christus en de apostelen (1801) (Digitale versie) Verhandeling over de vraag, kunnen deugd en goede zeden, by een volk, vooral in dien trap van zuiverheid en algemeenheid, waar in zy, byzonderlyk onder een meer vryen en republikeinschen regeeringsvorm, schynen gevorderd te worden, eenen genoegzamen steun en duurzamen waarborg, vinden, in de beste menschelyke voorzorgen en hulpmiddelen van wetgeving, beschaving, en opvoeding, zonder eenigen hoogeren en meer krachtdadigen invloed van godsdienstige begrippen en praktyken noodig te hebben? - en wat heeft de daadlyke ondervinding onder vroegere en laatere volkeren hieromtrent geleerd? door Rhijnvis Feith, Jan Brouwer, Joan Melchior Kemper en eenen ongenoemden schryver (1802) (Digitale versie) De ouderdom (1802) (Digitale versie) Viertal van prys-verhandelingen over de noodzaaklykheid van godsdienstige begrippen en praktyken voor deugd en goede zeden / van de heeren Rhijnvis Feith (wien de gouden eerpenning is toegeweezen), Jan Brouwer, Joan Melchior Kemper, en eenen ongenoemden schryver (1802) (Digitale versie) Proeve van eenige gezangen voor den openbaaren godsdienst (1804) (Digitale versie) Brieven aan Sophië (1806) (Digitale versie) Verhandeling over de verbreiding der evangelieleer over den aardbodem (1809) (Digitale versie) De opwekking van Lazarus (1811) (Digitale versie) Verlustiging van mijnen ouderdom (1818) (Digitale versie) De eenzaamheid en De Wereld (1821) (Digitale versie) Verhandelingen (1826) (Digitale versie) Dicht- en prozaïsche werken (1824–1826) Eerste deel (Digitale versie) Tweede deel (Digitale versie) Derde deel (Digitale versie) Vierde deel (Digitale versie) Vijfde deel (Digitale versie) Zesde deel (Digitale versie) Zevende deel (Digitale versie) Achtste deel (Digitale versie) Negende deel (Digitale versie) Tiende deel (Digitale versie) Elfde deel (Digitale versie) Ode en gedichten Eerste deel (Digitale versie) Tweede deel (Digitale versie) Derde deel (Digitale versie) Bijdragen ter bevordering de schoone kunsten en wetenschappen, uitgegeven door mr. R. Feith en J. Kantelaar Eerste deel (Digitale versie) Tweede deel (Digitale versie)