thumb|De horlogemaker-analogie stelt dat de natuur het bewijs is voor een intelligente ontwerper, net als dat het vinden van een horloge op de hei bewijs is voor de maker ervan. Intelligent design (Engels, afgekort als ID, vertaald als intelligent ontwerp) is een pseudowetenschappelijke opvatting die stelt dat bepaalde kenmerken van het universum en het leven het best kunnen worden verklaard als het werk van een (bovennatuurlijke) intelligente "ontwerper". Vrije toegang tot hele artikel Intelligent design wil zich wetenschappelijk rekenschap geven van de complexe aard van levende organismen. Ze concludeert daarbij dat kwesties als de oorsprong van het leven, het ontstaan van de genetische code en de ontwikkeling van het menselijk bewustzijn elke natuurlijke verklaring te boven gaan en resulteren uit een niet-natuurlijke oorzaak.

ID staat zodoende in contrast met de evolutietheorie, die erfelijkheid en selectiemechanismen (waaronder natuurlijke selectie) beschouwt als een afdoende verklaring voor het ontstaan van alle organismen. Hoewel er nog veel vragen open staan over het ontstaan van het leven en de erop volgende biologische evolutie, is er een overduidelijke consensus binnen de wetenschappelijke gemeenschap dat intelligent design geen wetenschap is, maar pseudowetenschap die gebruikmaakt van teleologische argumentatie.De Kitzmiller vs. Dover-zaak pagina 83; AAAS Board Resolution on Intelligent Design Theory; University of New South Wales - News: Intelligent Design is not science; National Center for Science Education: Statements from Scientific and Scholarly Organizations.

De naam intelligent design wordt metonymisch gebruikt voor zowel de opvatting als voor de beweging die zich hard maakt voor het opnemen van bovenstaande opvatting in het curriculum van scholen in de Verenigde Staten. Ook in andere landen zijn ID-aanhangers.

Algemeen Een van de kopstukken van de ID-beweging, William Dembski, heeft een centrale stelling geformuleerd omtrent intelligent design: Er bestaan natuurlijke systemen die niet goed kunnen worden verklaard als het werk van ongeleide natuurlijke krachten en die kenmerken hebben die we anders altijd aan intelligentie zouden toeschrijven.

Aanhangers van ID zien aanwijzingen voor "tekenen van intelligentie": fysieke eigenschappen die zonder (intelligent) ontwerp onmogelijk zouden zijn. Vaak genoemde tekenen zijn onherleidbare complexiteit (irreducible complexity) en specifieke complexiteit (specified complexity). Aanhangers van de theorie stellen dat levende systemen dergelijke eigenschappen hebben en concluderen daaruit dat minstens enkele onderdelen van het leven "ontworpen" zijn.

Volgens Dembski heeft intelligent design een wetenschappelijke basis: het is een theorie die niet afgaat op religieuze intuïties, maar steunt op de objectiviteit en onafhankelijkheid van de rede. Ondanks deze seculiere bewoordingen zijn veruit de meeste aanhangers godsdienstige christenen die hebben verklaard dat de ‘ontwerper’ die in intelligent design wordt voorgesteld, de christelijke zienswijze van God omvat.

Concepten Basisargument voor ontwerp Het meest populaire argument voor ontwerp is gegeven door William Paley. (1987). De blinde horlogemaker. Amsterdam, Contact, 18-19 In zijn boek Natural Theology vergelijkt hij de "intelligente" ontwerper met een horlogemaker. Hij schrijft: "Stel dat ik tijdens een wandeling over de heide met mijn voet tegen een steen stootte en iemand me vroeg hoe die steen daar was terechtgekomen, dan zou ik als antwoord kunnen geven dat die steen daar voor zover ik wist altijd al had gelegen, en zou het waarschijnlijk niet zo gemakkelijk zijn om dat antwoord als ongerijmd af te doen. Maar stel nu dat ik een horloge op de grond had aangetroffen en de vraag kreeg voorgelegd hoe dat daar was terechtgekomen, dan zou mijn eerdere antwoord, namelijk dat het er voor zover ik kon weten altijd al had gelegen, nooit bij mij opkomen."

Hij maakt dus het verschil duidelijk tussen natuurlijke fysieke voorwerpen als stenen enerzijds en ontworpen voorwerpen anderzijds. Als we de steen bestuderen, zien we dat die geen duidelijke functie vervult en slechts het gevolg is van natuurlijke krachten. Bij de studie van het horloge evenwel zien we de tandradertjes, veertjes en andere onderdelen die op een ingewikkelde manier samenwerken om aan te geven hoe laat het is. Paley concludeert dat het horloge een ontwerper moet hebben gehad, omdat de kans dat zoiets vanzelf door de natuurkrachten is ontstaan zo goed als nul is. Het zou zijn alsof alle onderdelen van een horloge in de lucht gegooid worden en vanzelf een werkend horloge vormen als ze weer op de grond neerkomen. Vervolgens zegt Paley dat wat geldt voor het horloge, namelijk dat er aanwijzingen zijn voor een ontwerper, ook geldt voor de natuur.

In een ander voorbeeld vergelijkt hij het menselijk oog met een telescoop en concludeert dat het oog gemaakt is om te zien, net als de telescoop is ontworpen om ons zicht te vergroten. Het oog moet dus, net als de telescoop, een ontwerper hebben gehad.

Onherleidbare complexiteit

Het concept van "onherleidbare complexiteit" is naar voren gebracht door Michael Behe, die het definieert als: "een systeem dat bestaat uit goed passende samenwerkende onderdelen die elk bijdragen aan de basisfunctionaliteit en waarin het weghalen van een van de onderdelen tot gevolg heeft dat het systeem niet meer functioneert."

De moleculaire biologie heeft aan het licht gebracht dat zelfs de basale bouwstenen van organismen (cellen) uiterst ingewikkelde systemen zijn. Deze zouden volgens Behe met geen mogelijkheid af te leiden zijn uit voorgaande systemen.

De eerste stap om te bepalen of een systeem onherleidbaar complex is, is de specificatie van zowel de functie als de bestanddelen van het systeem. Het systeem bestaat uit verschillende onderdelen die bijdragen aan de werking ervan. Om dit uit te leggen gebruikt hij een eenvoudig mechanisch voorbeeld. Een muizenval bestaat uit een aantal onderdelen: een plankje als basis een metalen klem een veer met uitstekende delen die tegen het hout en de klem drukken als de val dichtklapt een gevoelige pal die reageert zodra er een lichte druk wordt uitgeoefend een metalen haakje tussen de pal en het hout dat de klem tegenhoudt zolang de pal niet wordt bewogen. De tweede stap om te herkennen of een systeem onherleidbaar complex is, is de vraag of alle bestanddelen nodig zijn voor het functioneren van het systeem. In het geval van de muizenval is het antwoord positief. Als het hout ontbreekt, is er niets waarop de andere onderdelen bevestigd kunnen worden. Ontbreekt de klem, dan is er niets waarmee de muis geklemd kan worden. De muizenval zal dus niet functioneren als een van de onderdelen ontbreekt.

Wanneer men dit vertaalt naar de moleculaire mechanismen die zich in organismen voltrekken, is te zien dat elk proces berust op een samenspel van eiwitten, enzymen en fysiologische interactie. Elk onderdeel hierin heeft een afzonderlijke taak en vormt tegelijk een onmisbare schakel in een causale keten van activiteiten. Een dergelijk mechanisme kan, volgens de theorie van Behe, niet geëvolueerd zijn uit een simpeler mechanisme: wanneer een of meer elementen ontbreken zou het systeem niet kunnen functioneren.

Voorbeelden van onherleidbaar complexe systemen Behe geeft vele voorbeelden van systemen die volgens hem onherleidbaar complex zijn. Hij beschrijft de complexe structuur van trilharen waarvan sommige cellen gebruikmaken om mee te zwemmen. Verder beschrijft hij het bloedstollingsproces. Hij laat zien dat de schijnbare eenvoud van bloedstolling zeer complex is. Hij geeft ook een uiteenzetting van de chemische processen die plaatsvinden wanneer een bombardeerkever kokend heet vocht uit zijn achterlijf spuwt om zich te verdedigen. Hij vermeldt ook het ingewikkelde systeem dat de cel nodig heeft voor het produceren van een van zijn bouwstenen. In die voorbeelden legt hij het accent op de complexiteit van de verschillende processen en de noodzaak van de aanwezigheid van alle onderdelen van het systeem, waardoor het systeem als onherleidbaar complex bestempeld kan worden. Dit wil zeggen dat die complexe systemen niet door evolutie ontstaan kunnen zijn maar als geheel zijn ontworpen. (1997). "De zwarte doos van Darwin: Het biochemische vraagteken bij de evolutie." Baarn, Ten Have, p. 31-64

Als concrete voorbeelden van onherleidbare complexiteit worden verder vaak genoemd: de zweepstaart van de bacterie Escherichia coli, de werking van het oog en het immuunsysteem.

De stelling is dat dergelijke onherleidbare complexiteit niet door een evolutieproces kan ontstaan: in een proces van natuurlijke selectie kan een dergelijk systeem niet stap voor stap ontstaan, want alle onderdelen moeten aanwezig zijn voordat er een selectief voordeel is.

Dit heeft ertoe geleid dat er een hele verzameling websites is ontstaan waarop getoond wordt hoe muizenvallen nog steeds kunnen functioneren als er onderdelen verwijderd worden. Er is ook een aantal sites waarop de 'evolutie' van een simpele muizenval tot het bekende plank-model getoond wordt.John H. McDonald: A reducibly complex mousetrap. Gearchiveerd op 5 augustus 2023. Daarnaast is er het evolutionaire principe van co-optie, waarbij een bestaande functie van een orgaan, eiwit enz. wordt gebruikt als basis voor een geheel nieuwe functie. In het voorbeeld van de muizenval hoeft een evolutionaire voorganger niet per se de functie van muizenval gehad te hebben. Enkel het plankje van de muizenval is bijvoorbeeld prima te gebruiken als presse-papier. Of een muizenval zonder grendel is prima te gebruiken als dasspeld.

Specifieke complexiteit In 1986 gebruikte Charles Thaxton, een chemicus en creationist, de term "specifieke complexiteit" om aan te tonen dat de informatie van het DNA gespecificeerd is door intelligentie. Het ID begrip van specifieke complexiteit is ontwikkeld door William Dembski (wiskundige, theoloog en filosoof) in de jaren negentig. Hij stelt dat als iets gelijktijdig zowel specifiek als complex is, men dan kan aannemen dat het ontworpen werd door intelligente ontwerper. Het kan dan niet uitsluitend het resultaat zijn van processen die plaatsvinden in de natuur. Hij geeft daarbij de volgende voorbeelden: "Een letter van het alfabet is specifiek maar niet complex. Een lange zin van willekeurige letters is complex maar niet specifiek. Een sonnet van Shakespeare is zowel complex als specifiek."

Volgens Dembski wordt iets beschouwd als complexe specifieke informatie (CSI) wanneer de kans dat het spontaan ontstond kleiner is dan 1 op 10150. Demski argumenteert dat CSI in verschillende delen van de levende wezens aanwezig is, zoals DNA en andere biologische moleculen. Die delen kunnen niet ontstaan zijn volgens de natuurwetten, vermits natuurwetten uitsluitend informatie kunnen verschuiven of verwijderen en kans ofwel complexe niet specifieke informatie ofwel simpele specifieke informatie kan veroorzaken, maar geen CSI. Hij concludeert door eliminatie dat CSI daarom het best kan verklaard worden als teweeggebracht door een externe intelligentie.

Er zijn diverse argumenten ingebracht tegen dit concept: Het concept is niet zinnig, de kans dat een oog ontstaat is niet te berekenen. Bekijk het als een loterij: de kans dat een bepaalde deelnemer de loterij wint is miniem, maar dat betekent niet dat er nooit iemand een loterij wint.