Een matriarchaat (Latijn: mater, moeder en Grieks: archè, begin, ook heersend principe;) is een maatschappijvorm waarin vrouwen en vrouwelijke cultuur, met name op basis van hun moederschap, domineren. In de 19e-eeuwse antropologie werd hiermee aanvankelijk matrilineaire afstamming bedoeld, het systeem van afstamming bepaling waarbij de dochter of zoon lid wordt van de afstammingsgroep van de moeder. Hoewel er theorieën zijn dat prehistorische samenlevingen door vrouwen zouden zijn gedomineerd, wordt het voorkomen van zuiver matriarchaat door de meeste moderne onderzoekers even onwaarschijnlijk geacht als een zuiver patriarchaat.

Definitie Matriarchaat kan binnen de definitie de aanduiding zijn voor een maatschappij waarin vrouwen een leidinggevende rol op economisch, politiek en maatschappelijk gebied spelen. Dan is het woord gebruikt om een vergelijkbaar soort systeem aan te duiden als patriarchaat, waarbij slechts, of vooral, de centrale rol naar het vrouwelijk geslacht verlegd is. Een andere duiding van het woord verwijst naar een egalitaire samenleving die juist gespeend is van macht, maar waarin vrouwen een centrale rol spelen. Het wordt in ideaaltypische feministische beschrijvingen gebruikt, hoewel het begrip hier ook wel wordt vermeden.In this work, Gimbutas insists that she is not talking about a primitive matriarchy. In other words, women did not hold dominating power over men in a way that paralleled male power over women in patriarchy. Rather, she claims that Neolithic European archaeological evidence discloses societies that were matricentric and matrilineal. (2005) Hoewel er geen sprake zou zijn van een matriarchaat, zou de leiding wel in handen zijn van vrouwen.In her reconstruction of the social structure of these societies, Gimbutas seems reluctant to assign the males any leadership roles at all, hardly a pattern that has been observed in actual matrilineal peoples, including the famous matrilineal Iroquois, whose council of mothers stood behind and monitored the council of Iroquois chiefs. According to Gimbutas, the societies of Old Europe were run exclusively by a council of women from the leading clans, headed by a priestess-queen. Men performed skilled roles as artisans and engaged in trade and commerce, but women governed the society as a whole, centered in its religious rites. (2005)Tussen deze twee omschrijvingen worden nog een aantal andere typeringen aangetroffen. Sommige theorieën beschrijven prehistorische samenlevingen die door vrouwen zouden zijn gedomineerd.

In sommige omschrijvingen wordt matriarchaat wel gelijkgesteld met matrilineariteit. Soms wordt de term matriarchaat gezien als verouderde term voor het specifieke begrip matrilineaire afstamming.In het antropologisch vocabularium is de betekenis van de term matriarchaat aan evolutie onderhevig geweest. Waar hij aanvankelijk alleen een vorm van sociale organisatie aanduidde, gebaseerd op matrilineaire afstamming, werden daar later als constitutieve elementen van de notie het bezit en de uitoefening van de macht door vrouwen aan toegevoegd. Als dusdanig is het matriarchaat een hypothese van negentiende-eeuwse antropologen die tot op heden in geen enkele gekende maatschappij werd geverifieerd. (2002) Dit wordt onder andere gedaan door Peter Kloos. (1995): Culturele antropologie. Een inleiding, p. 220 Meestal wordt echter tussen deze begrippen onderscheid gemaakt. (2007): The Invisible Sex. Uncovering the True Roles of Women in Prehistory, Smithsonian Books & Collins, pp. 251–255, met name p. 255. Matrilineariteit behelst immers niet per definitie ook politieke en economische macht, terwijl dat met matriarchaat vaak wel wordt geïmpliceerd. In het algemeen wordt ingezien dat matrilineairiteit vaak niet tot dominantie van vrouwen leidt, als was het alleen maar omdat sommige vormen van matrilineariteit juist veel macht in handen leggen van mannelijke verwanten van de moeders.

Sanday pleit voor een herdefiniëring van het begrip waarbij politieke macht geen essentiële voorwaarde is.Sanday over de definitie van matriarchaat Overigens kan het begrip matriarchaat ook worden onderscheiden van het begrip gynocratie waarbij het gaat om heerschappij van vrouwen an sich. Het bestaan van matrilineaire en matrifocale samenlevingen is wel degelijk aangetoond. Over het bestaan van matriarchale samenlevingen bestaan de nodige vraagtekens.

Het begrip matriarchaat wordt dus op veel verschillende manieren ingevuld waarbij er mogelijk ook verschillen optreden tussen het gebruik in verschillende talen. In de verschillende definities worden een variëteit aan kenmerken benoemd die volgens verschillende auteurs al dan niet onderdeel, eventueel cruciaal onderdeel, kunnen zijn van de bepaling van het begrip.

In populair gebruik wordt vaak voorbijgegaan aan deze verschillende opvattingen en wordt het wel gebruikt om aan te geven dat vrouwen op enig vlak een grotere invloed hebben.

Oermatriarchaat Het oermatriarchaat is een aanduiding voor een samenleving zoals die in de verre oudheid zou hebben bestaan. Dit idee wordt tegenwoordig binnen de academische wereld afgewezen, maar werd in de negentiende eeuw nog breed gedragen.Matriarchy never existed; apart from some isolated voices in the feminist camp, scholarly opininon is now in agreement on this point. In view to the widespread opposition to his interpretation of myths and symbols, Bachofen was at pains to present supporting evidence from the ancient historians. But almost all the ancient texts he adduced do not bear him out. The Amazons of ancient and Renaissance historiography are now taken to be the product of myth and misunderstanding. By no means all of Bachofen's ancient texts were so fanciful as to present Amazons. Some show quite credibly societies, where women commanded high esteem and exercised a measure of control over families and property. But taken together, this does not amount to matriarchy, which is to say, women's domination of society and the state, in contrast to the pattern of male domination visible everywhere in the past. [...] (1994) Het moderne idee van een oermatriarchaat is terug te voeren op Johann Jakob Bachofen die in 1861 Das Mutterrecht publiceerde. Mythes waren voor hem meer dan slechts een verhaal, het waren historische documenten waarmee hij de prehistorie kon achterhalen. Bachofen baseerde zich daarnaast onder meer op een passage van Herodotus: Dit ene gebruik echter is bij hen [de Lyciërs] eigenaardig en wordt met geen enkel ander volk gedeeld: zij noemen zich naar hun moeder en niet naar hun vader; zodat, als iemand een ander vraagt, wie hij is, dan zal hij de naam van zijn moeder zeggen en de moeders van zijn moeder opgeven. En indien een vrijgeborene vrouw met een slaaf huwt, worden de kinderen als vrijgeborenen beschouwd; doch indien een burger, al ware hij ook de eerste onder hen, een vreemdelinge huwt of tot bijzit neemt, dan zijn de kinderen onwettig. Herodotus I:173

Bachofen stelde dat deze vorm van matrilineaire afstamming, die hij moederrecht noemde, zich niet slechts beperkte tot de Lyciërs, maar een fase was in de ontwikkeling van alle menselijke samenlevingen. Hieraan zou een fase van promiscuïteit vooraf zijn gegaan, het hetaerisme, waarin de sterkste man domineerde. Deze tiran verkreeg zijn rechten via moederszijde, aangezien het door de promiscuïteit niet mogelijk was een vader aan te wijzen. Het enige positieve in dit 'moeras' was volgens Bachofen het moederschap, maar verder was de rol van de vrouw beperkt. Tegen deze situatie kwamen de vrouwen in opstand in een periode van Amazonisme. Daarop volgde de Demetrische gynocratie, een periode van monogamie en heerschappij van vrouwen waarin de landbouw tot ontwikkeling kwam. In de Dionysische periode daarop bleef monogamie weliswaar gehandhaafd, maar zou er wel sprake zijn geweest van een terugval van morele waarden. Dit leidde tot de tweede periode van Amazonisme waar de latere mythes op gebaseerd zouden zijn. Deze keer is er echter volgens Bachofen sprake van een achteruitgang. De Amazonen zouden vijandig hebben gestaan tegenover mannen en Bachofen juicht hun nederlaag dan ook toe. In de uiteindelijke Apollinische periode zouden de juiste verhoudingen tussen mannen en vrouwen weer zijn hersteld. Voor het eerst waren de seksen gelijkwaardig. Waar de Dionysische periode zich kenmerkte door de nadruk op het seksuele en materiële, ligt in het Apollinische patriarchaat de nadruk op het geestelijke. Bachofen beschouwde het patriarchaat dan ook als beste samenlevingsvorm.[...] A gradual series of modifications in the matriarchal family led to the institution of individual marriage and “the matrilinear transmission of property and names.” This advanced stage of mother right was followed by a civil rule by women, which Bachofen called a “gynocracy.” [...][...] Numerous cases have been recorded of societies in which the inheritance of lineage membership and property is transmitted legitimately only through females (matriliny). This system is understood to be quite different from that in which women have been purported to rule (matriarchy). (1974)

Bachofen was weliswaar de eerste, maar zijn stijl en methodiek konden op veel kritiek rekenen, als hij al gelezen werd. Enkele jaren later kwam John Ferguson McLennan in Primitive Marriage echter onafhankelijk tot het idee van een prehistorische matriarchale samenleving. Afgezien van dit centrale idee verschilde zijn theorie echter aanzienlijk van die van Bachofen en McLennan vond dan ook meer aanhang dan Bachofen. Deze opvatting paste binnen het negentiende-eeuwse evolutionisme, het idee van een unilineaire (rechtlijnige) culturele evolutie van de samenleving die verliep van eenvoudige, primitieve tot steeds ingewikkelder en complexere vorm. Aan het einde van de negentiende eeuw werd het idee van een prehistorische matriarchale samenleving binnen de antropologie breed gedragen.

Het idee van vooruitgang kwam sterk naar voren bij Lewis Henry Morgan die 1877 Ancient Society publiceerde. Ook politiek begon het idee van een matriarchale fase een rol te spelen en het werk van Morgan beïnvloedde zowel Marx als Engels. Zij beschouwden het echter juist als een achteruitgang dat de macht in handen kwam van de man. Engels schreef in 1884 in De oorsprong van het gezin, van de particuliere eigendom en van de staat: De omverwerping van het moederrecht was de wereldhistorische nederlaag van het vrouwelijke geslacht. De man nam ook in huis het heft in handen, de vrouw werd van haar waardigheid beroofd, geknecht, tot slavin van zijn lusten en louter een werktuig om kinderen voort te brengen. Deze vernederende positie van de vrouw [...] werd langzamerhand huichelachtig vergoelijkt of hier en daar in een mildere vorm gekleed, maar afgeschaft werd zij geenszins.

Volgens Engels vond de verschuiving van de matrilineaire en matrilocale familie naar het patriarchaat plaats met het groeien van het particuliere eigendom. Hiervan was maar zeer beperkt sprake bij de nomadische jager-verzamelaars, maar met de overgang naar landbouw groeiden de mogelijkheden tot privé-eigendom. De man zou dit niet over hebben willen laten gaan naar de kinderen van zijn zuster, maar naar zijn eigen nageslacht. Hiermee zou een einde zijn gekomen aan het oercommunisme met zijn egalitaire kenmerken. Waar bij Bachofen de landbouw pas kon ontstaan tijdens het matriarchaat, betekende dit volgens Engels dus juist het einde van het matriarchaat.

Dat het matriarchaat een hogere vorm van beschaving was, sloeg eveneens aan bij feministische theoretici, zoals Matilda Joslyn Gage waarvan in 1893 Woman, Church, and State verscheen. Die Frau und der Sozialismus uit 1879 van de socialist August Bebel werd in 1904 vertaald als Women Under Socialism en werd verplicht leeswerk voor de Women’s National Committee van de Socialist Party of America.