miniatuur| Club Atlético Boca Juniors is een Argentijnse voetbalclub uit La Boca, een wijk van de hoofdstad Buenos Aires en wordt beschouwd als een van de Grote Vijf van Argentinië. Aartsrivaal is River Plate en wedstrijden tussen beide clubs staan bekend als Superclasicos en zijn altijd zeer beladen. Bij Boca kreeg Diego Maradona internationale faam. Vanaf de oprichting van de club in 1905 werd men het over de kleuren van de shirts niet eens. In 1907 besloot men de kleuren over te nemen van de eerste boot die in de haven aanmeerde. Het was een Zweeds schip en dus werden blauw en geel de kleuren van de club. Van 2000 tot 2003 beheerste Boca Juniors de CONMEBOL Libertadores, de Zuid-Amerikaanse equivalent van de UEFA Champions League. Met zes CONMEBOL Libertadores-titels is Boca Juniors na Independiente de succesvolste club in de toernooigeschiedenis. In 2000 werd eveneens de wereldbeker voor clubteams gewonnen, door in Tokio Real Madrid te verslaan. Riquelme en Palermo waren de uitblinkers in deze wedstrijd. Na de degradaties van River Plate in 2011 en Independiente in 2013 is Boca de enige club die sinds het ontstaan van de profcompetitie in 1931 onafgebroken in de hoogste klasse speelt.

Geschiedenis Amateurtijdperk miniatuur|links|Eerste foto van de club genomen in 1906 na het winnen van de Copa Reformista. Op 3 april 1905 werd de club opgericht door vijf Italo-Argentijnen, afkomstig uit Genua. Het gebruik van een Engelstalige naam voor de club was in die tijd erg normaal omdat het voetbal in het land geïntroduceerd werd door Britse spoorwegwerkers. In 1908 ging de club competitievoetbal spelen en werd meteen kampioen in zijn reeks. In de eindronde om promotie werd de club meteen verslagen door Racing Club. In 1910 speelde de club opnieuw tegen Racing, nu met als inzet promotie naar de hoogste klasse. Racing won alweer en mocht voor het eerst aantreden op het hoogste niveau. Boca moest tot 1913 wachten om bij de elite te mogen spelen nadat de competitie werd uitgebreid met meerdere teams. De volgende jaren eindigde de club wisselend in de subtop en middenmoot. In deze tijd schitterde Pedro Calomino bij de club. Hij werd zes keer topschutter voor de club, een record dat ongeveer tachtig jaar zou standhouden, totdat Martín Palermo het verbrak.

miniatuur|links|Team dat in 1919 de titel won. In 1919 kwam het door onenigheden met de clubs tot een splitsing en een heel aantal clubs verliet de competitie om in de nieuwe competitie van de AAmF te gaan spelen. Boca bleef in de competitie van de AAF en werd dat jaar voor het eerst kampioen. Er speelden wel slechts zes clubs in de competitie. Het volgende seizoen waren er dat dertien en ook nu werd Boca kampioen, zelfs met twaalf punten voorsprong op Banfield en Huracán. De volgende twee seizoenen domineer de Huracán de competitie. In 1923 eindigden beide clubs bovenaan en kwamen er testwedstrijden om de kampioen te bepalen. Boca won de heenmatch en Huracán de terugmatch, de derde wedstrijd eindigde op een gelijkspel waardoor er een vierde wedstrijd nodig was die Boca won. Ook het volgende seizoen haalde Boca de titel binnen en dat met veel ontzag. De club was ongeslagen en won 18 van de 19 wedstrijden, scoorde 67 keer en kreeg er slechts 8 binnen.

miniatuur|Team dat in 1925 op Europese tour ging. In 1925 maakt de club een Europese tour en speelde vriendschappelijke wedstrijden tegen clubs uit Spanje, Frankrijk en Duitsland. Ze wonnen 15 van de 19 wedstrijden, enkele tegenstanders waren Real Madrid, Celta de Vigo en Deportivo La Coruña. Door de Europese campagne moest de club wel de competitie links laten liggen en kon slechts zeven wedstrijden spelen, waarvan ze er wel zes wonnen. In 1926 won de club opnieuw ongeslagen de titel waardoor de club nu voor het derde seizoen op rij ongeslagen bleef. De club speelde dat jaar ook een wedstrijd tegen CA Independiente, de kampioen van de AAmF. De wedstrijd werd echter onderbroken door een invasie van de toeschouwers. Een week later werd een nieuwe wedstrijd gespeeld die op 0-0 eindigde. Er werd geen verdere wedstrijd meer gespeeld omdat beide competities fuseerden en er nu 33 wedstrijden afgewerkt moesten worden dat seizoen. In de gezamenlijke competitie met 34 clubs werd Boca tweede met slechts één punt achterstand op San Lorenzo. Ook het volgende seizoen moest Boca genoegen nemen met één punt achterstand op kampioen Huracán.

Ook in 1929 liep het fout voor de club, nu moest Boca de titel aan Gimnasia y Esgrima La Plata laten. Een jaar later was het wel weer raak en werd de titel behaald met vijf punten voorsprong op Estudiantes.

Proftijdperk miniatuur|200px|Boca Juniors in 1931, de eerste profkampioen. In 1931 werd het profvoetbal ingevoerd in Argentinië. Net zoals in het verleden leidde dit tot een splitsing. De amateurcompetitie bleef nog tot 1934 bestaan, en werd daarna dan de tweede klasse onder de profcompetitie. Boca koos voor het profvoetbal en werd meteen de eerste kampioen. Na een vierde en tweede plaats werd in 1934 een nieuwe titel gewonnen. Boca verloor wel zes wedstrijden en had ook niet zo een beste verdediging, maar wel een goede aanval met 101 goals. Een jaar later werd Boca de eerste profkampioen die zijn titel kon verlengen en deze keer kreeg de club de helft minder goals binnen als het voorgaande seizoen.

miniatuur|links|220px|De kampioen van 1940. miniatuur|220px|De kampioen van 1954. Na een paar jaar betere middenmoot vierde de club in 1940 een nieuwe titel, en dat in het nieuwe stadion. Na twee opeenvolgende titels voor aartsrivaal River Plate volgden ook weer twee titels voor Boca. In 1944 bleef de club 26 opeenvolgende wedstrijden ongeslagen wat een record was en bleef tot 1966 toen Racing dit verbrak met 39 wedstrijden. Na drie vicekampioenschappen ging het plots bergaf met een plaats in de middenmoot en in 1949 kon de club het behoud pas op de laatste speeldag verzekeren na een overwinning op CA Lanús. Een jaar later werden ze echter weer vicekampioen achter Racing. De volgende drie seizoenen waren weer middelmatig, maar in 1954 kon de club, tien jaar na de vorige titel, nog eens zegevieren. Een van de uitblinkers bij de club was toen doelman Julio Musimessi.

De volgende jaren eindigde de club steevast in de top vier, maar in 1959 eindigde Boca slechts op een achtste plaats, hoewel ze wel twee keer de superclásico's wonnen tegen River Plate. De volgende twee jaar eindigde de club weer in de subtop. In 1962 deed de club weer mee voor de titel. Op twee speeldagen voor het einde ontmoetten de aartsrivalen Boca en River Plate elkaar in een rechtstreeks duel voor de titel. Beide clubs telden 39 punten. In de legendarische wedstrijd kwam Boca 1-0 voor, maar zes minuten voor het einde kreeg River Plate een strafschop, die echter gestopt werd door doelman Antonio Roma. Boca stond nu twee punten los en won op de laatste speeldag met 4-0 van Estudiantes en kroonde zich na acht jaar opnieuw tot kampioen. Hierdoor mocht de club deelnemen aan de Copa Libertadores 1963. Boca werd groepswinnaar en versloeg in de halve finale CA Peñarol, maar verloor dan de finale tegen titelverdediger Santos FC. Twee jaar later zegevierde de club opnieuw in de competitie. Doelman Roma bleef 742 ongeslagen in zijn doel. In de Copa Libertadores 1965 werd de club in de halve finale verslagen door Independiente. Het jaar erop stond de club drie speeldagen voor het einde van de competitie weer samen aan de leiding met River Plate. Boca won met 2-1 en speelde de volgende speeldag gelijk waardoor River Plate weer tot op één punt naderde, maar na een overwinning op CA Atlanta werd de club andermaal kampioen. Het volgende seizoen werd de club derde met grote achterstand op kampioen Racing.

miniatuur|links|220px|Team dat de Nacional won in 1969. In 1967 werd de competitie hervormd. Er kwamen nu twee kampioenschappen per jaar, de Metropolitano met 22 clubs en de Nacional met 16 clubs. Nadat de club twee seizoenen in de subtop eindigde werd de club in de Metropolitano van 1969 samen met Chacarita groepswinnaar. De twee besten van de twee groepen gingen naar de halve finale. Hier speelde Boca gelijk tegen River Plate. Er kwam echter geen replay, maar River Plate ging naar de finale omdat het in de competitie één punt meer gehaald had in de andere groep. In de Nacional van dat jaar trok Boca wel aan het langste eind. Legende Alfredo Di Stéfano was nu de trainer van de club.

Een jaar later eindigde de club samen met Rosario Central eerste in zijn groep in de Nacional en versloeg in de halve finale Chacarita Juniors en kwam in de finale uit tegen Rosario, dat met 2-1 verslagen werd. De volgende jaren eindigde de club in de subtop maar schoot telkens te kort om aanspraak te kunnen maken op de titel. In 1976 werd Juan Carlos Lorenzo trainer bij de club en hij luidde een gouden tijdperk in. In de Metropolitano werd de club slechts vierde in zijn groep in de eerste ronde, maar in de finalegroep om de titel kon de club Huracán uiteindelijk nog verslaan en werd kampioen. Datzelfde jaar werd ook de Nacional nog gewonnen. In de Copa Libertadores 1977 baande de club zich een weg naar de finale tegen Cruzeiro en kon na drie wedstrijden en uiteindelijk verlengingen en strafschoppen de titel winnen. Doelman Hugo Gatti kon een strafschop van een Braziliaanse speler stoppen waardoor ze met 5-4 wonnen. In de intercontinentale beker speelde de club thuis 2-2 gelijk tegen Borussia Mönchengladbach, waardoor deze club de beste kaarten leek te hebben voor de terugwedstrijd die in Karlsruhe gespeeld werd. Echter kon Boca hier met 0-3 winnen en kroonde zich zo tot de officieuze wereldkampioen. De internationale titels eisten in 1977 hun tol waardoor de club in de competitie tekortschoot om een prijs te winnen. Als titelverdediger mocht de club wel naar de Copa Libertadores 1978 en trad zelfs meteen in de tweede ronde aan. De club plaatste zich voor de finale en veegde daar de vloer aan met Deportivo Cali. In de intercontinentale beker moest Boca aantreden tegen Liverpool FC. Net als het voorgaande jaar wilde de club deze wedstrijd niet spelen. Europacupfinalist Club Brugge zou de club vervangen maar nu weigerde Boca om de wedstrijd te spelen waardoor de editie van 1978 onbeslist bleef.

De club won de Metropolitano van 1981 met één punt voorsprong op Club Ferro Carril Oeste. Een hoogtepunt dat jaar was de aankoop van de toekomstige superster Diego Maradona. Langzaam ging het slechter met de club en in 1984 stond de club op de rand van het faillissement. In de competitie werd de club slechts zestiende en in de Trofeu Joan Gamper kreeg de club een 9-1 pandoering van FC Barcelona. De grootste nederlaag in de geschiedenis van de club. Nadat Antonio Alegre voorzitter werd bij de club ging het geleidelijk aan financieel beter met de club. In 1985 schakelde de Argentijnse competitie over naar een Europees model met heen en terugwedstrijden met een seizoen dat in de zomer begon en in de lente eindigde. Boca kon zich nog eens plaatsen voor de Copa Libertadores, maar kon daar geen potten breken.