De Aarne-Thompson-index (ook Aarne-Thompson-Uther-index, afgekort ATU) is een catalogus voor het internationale onderzoek naar mondelinge folklore, in het bijzonder naar sprookjes en nevencategorieën daarvan.
Antti Aarne In 1910 begon de Fin Antti Aarne aan de sprookjescatalogus, waarin hij verschillende typen sprookjes onderscheidt. Met de hulp van vakgenoten maakte hij een categorisering op basis van Finse sprookjesverzamelingen, de Kinder- und Hausmärchen van de Gebroeders Grimm en de Deense sprookjesverzameling van Svend Grundtvig. In het daaropvolgende jaar publiceerde hij het boek 'Finse sprookjesvarianten' met daarin een catalogus van de tot 1908 gevonden sprookjes.
Stith Thompson De uitbreiding van het systeem door de Amerikaan Stith Thompson begon in 1927 voor de eerste keer. In 1961 verscheen zijn boek 'The Types of the Folktale. A classification and bibliography' waarin de tweede uitbreiding van Aarnes index plaatsvond. In dit boek deelde Thompson de sprookjes en vertellingen op de volgende manier in (tussen haakjes staat steeds Aarnes categorisering weergegeven):
Animal Tales (dierensprookjes) onder de nummers 1–299 Tales of Magic (toversprookjes) nummers 300–749 Religious Tales (legendeachtige sprookjes) nummers 750–849 Romantic Tales (novelleachtige sprookjes) nummers 850–999 Tales of the Stupid Ogre (sprookjes over de domme reus/duivel) nummers 1000–1199 Jokes and Anecdotes (grappige vertellingen en anekdotes) nummers 1200–1999 Formula Tales (niet bij Aarne) nummers 2000–2400 Unclassified Tales (niet bij Aarne) nummers 2401–2500
In zijn boek definieert Thompson een verhaaltype als volgt: Een type is een traditioneel verhaal dat een onafhankelijk bestaan heeft. Het kan als een compleet verhaal verteld worden en is voor zijn betekenis niet afhankelijk van een ander verhaal. Het kan weliswaar samen met een ander verhaal verteld worden, maar het feit dat het ook op zichzelf verteld kan worden, getuigt van zijn onafhankelijkheid. Het kan uit slechts één motief bestaan of uit vele.
Hans-Jörg Uther In het jaar 2004 werd de index door de Duitser Hans-Jörg Uther opnieuw bewerkt.
Verspreiding naar oorsprong Een kwantitatieve studie, gepubliceerd in 2016 door folklorist S. Graça da Silva en antropoloog JJ Tehrani, probeerde de tijd van ontstaan van de "Magische Verhalen" (ATU 300–ATU 749) te evalueren op basis van een fylogenetisch model. Ze vonden dat vier ervan tot de Proto-Indo-Europese laag van magische verhalen behoorden.
ATU 328 De jongen steelt de schat van de reus (Sjaak en de bonenstaak en Tridicinu) ATU 330 De smid en de duivel (KHM 81a) ATU 402 De dierenbruid (De drie veren KHM 63 en De arme molenaarsknecht en het katje KHM 106) ATU 554 De dankbare dieren (De witte slang KHM 17 en De bijenkoningin KHM 62)
Er werden nog tien magische verhalen gevonden die gangbaar waren in de westelijke tak van de Indo-Europese talen, waaronder de belangrijkste Europese taalfamilies die afgeleid zijn van het Proto-Indo-Europees (d.w.z. Baltisch-Slavisch, Germaans, Italisch en Keltisch):
ATU 311 Redding door zuster (Vleerkens vogel KHM 46) ATU 332 De dood als peet (KHM 44) ATU 425C Belle en het Beest ATU 470 Vrienden in leven en dood ATU 500 De naam van de bovennatuurlijke helper (Repelsteeltje, KHM 55) ATU 505 The dankbare dood (of de dankbare geest) ATU 531 Het slimme paard (Trouwe Ferdinand en Ontrouwe Ferdinand KHM 126) ATU 592 De dans tussen de doornen ATU 650A Strong John (Sterke Hans KHM 166) ATU 675 De Luie Jongen (Peruonto en Emelian de Dwaas)
Categorie:Volksverhaal Categorie:Narratologie Categorie:Literatuurwetenschap