De Prijs van Amsterdam was een tweejaarlijkse poëzieprijs, waarvoor ook manuscripten konden worden ingezonden, ingesteld in 1925 door een onbekende Amsterdamse schenker. Doel van de prijs was om aandacht te vestigen op het werk van jongere Nederlandstalige dichters.

De prijs is uiteindelijk alleen uitgereikt in 1925 en 1927, maar opvallend genoeg behoren vrijwel alle winnaars tot de meeste talentvolle Nederlandstalige dichters van de twintigste eeuw.

Gelauwerden 1927 - A. Roland Holst voor De wilde kim 1927 - Hendrik Marsman voor Paradise regained 1927 - J. Slauerhoff voor Landelijke liefde I 1927 - Jan Greshoff voor de blijmoedige toon van zijn werk 1925 - Martinus Nijhoff voor Vormen 1925 - Albert Besnard voor De stad 1925 - Marnix Gijsen voor Mijn vadertje

Categorie:Nederlandse literatuurprijs