thumb|Tegeltableau van CO-OP te Roermond Een coöperatie is een autonome organisatie van personen of producenten die zich verenigen om gedeelde economische, sociale of culturele behoeften te realiseren via een onderneming waarvan zij gezamenlijk eigenaar zijn en die zij democratisch besturen. Wetgevingen in tal van landen erkennen de coöperatie als aparte rechtsvorm; zo spreekt men in België van een coöperatieve vennootschap en in Nederland van een coöperatieve vereniging.

Het concept ontstond in de 19e eeuw als reactie op de monopolisering van productiemiddelen en voedselverkoop door grootindustriëlen.Zo werden arbeiders bijvoorbeeld gedwongen boodschappen te doen bij winkels die in eigendom waren van de werkgever, 'gedwongen winkelnering'.

Coöperaties hebben een belangrijke rol gespeeld in de economische emancipatie van grote groepen van de bevolking, vooral rond de eeuwwisseling van de 19de naar de 20e eeuw. Via de coöperatie konden producenten (vooral boeren, zie ook landbouwcoöperatie) en consumenten zich verenigen en zo gezamenlijk doelen bereiken die voor elk individu onbereikbaar zouden zijn geweest, vooral op het gebied van investeringen. Wereldwijd zijn vele coöperaties actief.

Definities De Internationale coöperatieve alliantie (ICA) definieert een coöperatie als een autonome organisatie van personen die zich vrijwillig verenigen om hun gemeenschappelijke economische, sociale en culturele behoeften en ambities te behartigen door middel van een onderneming waarvan ze samen eigenaar zijn en die ze democratisch controleren.

Geschiedenis De coöperatie is een Britse uitvinding. In 1760 werden reeds coöperatieve meelfabrieken geopend in Woolwich en Chatham. De arbeiders waren eigenaren van de fabriek en konden niet alleen meel, maar ook brood, boter en zelfs thee en suiker van de fabriek kopen. Robert Owen (1771-1858) werd door het idee geïnspireerd. In 1816 stelde hij aan het Britse parlement voor coöperatieve gemeenschappen op te richten. Dit leidde weer tot de oprichting van het tijdschrift “The Co-operator”, dat instructies bevatte voor het oprichten en besturen van een coöperatieve gemeenschap. De aanhangers van het idee organiseerden een aantal congressen in de jaren 1831-1835 waar langzaam het idee van coöperatieve gemeenschappen plaats maakte voor coöperatieve winkels.

Het prototype van de coöperatieve winkel was “The Rochdale Society of Equitable Pioneers”, opgericht in augustus 1844. De oorspronkelijke winkel in Toad Lane te Rochdale is nu een museum van de coöperatieve beweging, het Rochdale Pioneers Museum. Het succes van deze winkel was te danken aan het feit dat de winst werd verdeeld onder de leden van de coöperatie door middel van een dividend aan het einde van het jaar, afhankelijk van de gedane aankopen. Voor de administratie van wat de leden hadden gekocht werden penningen uitgegeven. Rond 1860 beleefde de beweging een hoogtepunt van groei.

Die coöperatieve gedachte lag in 1867 ook ten grondslag aan de oprichting van een woningbouwvereniging in de Engelse plaats Rochdale, wat wordt gezien als de oorsprong van de sociale woningbouw door woningcorporaties, onder andere tot uiting komend in de naamgeving van de Nederlandse woningcorporatie Woningstichting Rochdale.

Het socialisme en het anarchisme omhelsden de coöperatieve beweging, waardoor het ook een politieke beweging werd, met natuurlijke politieke vijanden. Een belangrijke daarvan was de Rooms-Katholieke Kerk. Deze had al eeuwen de wereldlijke heersers ondersteund ten nadele van de bevolking en de ergste armoede die daar het resultaat van kon zijn, bestreden, mits men lid was van de kerk. Het zag de socialistische coöperaties als een bedreiging van de bestaande verhoudingen, te meer omdat het socialisme sterk anti-klerikaal was. Bovendien was het doel van de geestelijke armenzorg kerkbezoek, terwijl het doel van de coöperatie emancipatie van de arbeider was. Belangrijke Nederlandse coöperatieve winkels droegen namen als “Eigen Hulp” en “Help U Zelf”. In België viel de scheiding tussen klerikalen en socialisten vrij goed samen met die van Walen en Vlamingen en die van relatieve welvaart en armoede, waardoor de taalstrijd verder aangemoedigd werd. De kerk ontmoedigde coöperaties of probeerde ze onder controle te krijgen. In Frankrijk was de macht van de kerk gebroken door de Franse Revolutie en ondervond de coöperatieve beweging weinig weerstand. Bedrijven openden coöperatieve kantines en winkels en zelfs in het leger werd de coöperatie normaal. Overal ontstonden coöperatieve militaire tehuizen (cercles militaires) die voedsel en onderdak boden aan militairen.

miniatuur|Reklame voor een Raiffeisencooperatie in Duitsland, ca 1910.

Na de Eerste Wereldoorlog kenterde de groei van de coöperatieve beweging in het Westen. De coöperatieve winkels konden moeilijk concurreren met de schaalvoordelen van steeds grotere winkelketens en het motief van armoedebestrijding werd ondergraven door een toenemende welvaart. Aan de andere kant waren er in die tijd weer nieuwe vormen van coöperaties van de grond gekomen, vooral in de agrarische sector en de daarmee samenhangende financiële instellingen. In Duitsland stichtte Friedrich Wilhelm Raiffeisen banken die op coöperatieve leest waren geschoeid, om kleine boeren in staat te stellen investeringen te doen die benodigd waren voor het realiseren van goede oogsten. De huidige Rabobank, een fusie van de Nederlandse Raiffeisenbank (Ra) en Boerenleenbank (bo), komt daaruit voort.

Soorten coöperaties De coöperatie is een vereniging die opkomt voor de materiële belangen van haar leden, door overeenkomsten met hen af te sluiten. Bij de coöperatie mag winst worden uitgekeerd aan de leden. Er zijn meerdere soorten coöperaties, waarbij het onderscheid wordt gemaakt naar de relatie tussen de coöperatie en de leden: ondernemerscoöperaties of verkoopcoöperaties, waarbij ondernemers (natuurlijke personen of rechtspersonen) hun producten of diensten via de coöperatie verkopen. inkoopcoöperaties, waarbij de leden goederen kopen van de coöperatie, die deze voor de leden gezamenlijk heeft ingekocht. Dit kunnen consumentencoöperaties zijn, maar ook coöperaties van bedrijven. de investeringscoöperaties, waarbij de leden primair als eigenaar van de onderneming in de coöperatie verbonden zijn met de coöperatie. Deze kunnen een overdraagbaar lidmaatschap hebben, waardoor ze dezelfde kenmerken hebben als een bv, maar flexibeler zijn. Een belangrijke toepassing is voor energiecoöperaties, waarbij leden investeren in gezamenlijke zonnepanelen of windmolens. de werknemersproductiecoöperatie, deze sluit arbeidsovereenkomsten met de leden, en de leden leveren gezamenlijk een product of dienst. overheidscoöperaties, waarbij de leden uitsluitend bestaan uit overheden of overheidsgedomineerde rechtspersonen. kredietunies, waar de leden van de coöperatie elkaar geld uitlenen. Wooncoöperaties, waarin bewoners samen bepalen hoe zij woongelegenheden (woningen, gebouw), terrein en directe omgeving beheren (niet te verwarren met woningcorporaties)

Bij coöperatieve ondernemingen zijn de leden-eigenaren tevens voorname zakenpartners van de coöperatie en zijn zij daardoor nauw betrokken bij de strategie. Hun rol is toezicht houden en de investeringen mede bepalen.

België

België kent sinds 1873 een wetgeving omtrent de coöperatieve vennootschap (cv). Deze wet was erg liberaal van inslag. Hij stipuleerde enkel dat een coöperatieve vennootschap een ondernemingsvorm is met een veranderlijk aantal vennoten en een veranderlijk kapitaal en omschreef eenvoudige en laagdrempelige oprichtingsvoorwaarden.

De wet van 20 juli 1991 verstrengde de oprichtingsvoorwaarden en maakte een onderscheid tussen de coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (cvba) en de coöperatieve vennootschap met onbeperkte en hoofdelijke aansprakelijkheid (cvoha). De benaming van deze laatste rechtsvorm werd in de wet van 7 mei 1999 houdende het Wetboek van Vennootschappen vervangen door de coöperatieve vennootschap met onbeperkte aansprakelijkheid (cvoa).Van Opstal, W., Gijselinckx, C. & Develtere, P. (2008), Coöperatief ondernemen in België: theorie en praktijk, Leuven: Acco, 185p. De cvba was strenger gereglementeerd: er waren minimum-kapitaalvereisten en er was meer verplichting tot openbaarheid. De organisatie van het bestuur werd door de wet vrijgelaten; dat wil zeggen dat het in de statuten moest worden geregeld. Een bestuur door een of meer zaakvoerders was denkbaar, zoals bij de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (bvba), maar evengoed een raad van bestuur, zoals bij de naamloze vennootschap (nv). Lid of vennoot worden van een cvoa was riskant: met een kleine inbreng kon men de hele 'onbeperkte aansprakelijkheid' op de hals halen.

Op 28 februari 2019 nam de Kamer het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen aan. Dit Wetboek trad op 1 mei 2019 in voegeNieuwe vennootschapswet: wat moet je wanneer doen voor jouw CV?, www.cera.coop. Gearchiveerd op 24 maart 2023. en voorziet nog in één statuut voor coöperaties, met name de coöperatieve vennootschap. Daarnaast verwijst het wetboek naar het statuut van de Europese coöperatieve vennootschap (SCE).

België telt ruim 25.000 coöperatieve vennootschappen. Zij staan in voor 5,5 procenthttps://web.archive.org/web/20200930232744/https://febecoop.be/cases/25-400-belgische-cooperatieve-vennootschappen-realiseren-55-bbp-aantal-erkende-cooperaties-stijgt/ van het bruto binnenlands product. Zo'n 650 ervan zijn officieel erkendhttps://economie.fgov.be/nl/themas/ondernemingen/een-onderneming-oprichten/belangrijkste-stappen-om-een/vennootschapsvormen/cooperatieve-vennootschappen/erkenning-van-de-cooperatieve. Gearchiveerd op 30 maart 2023. door de Nationale Raad voor de Coöperatie. We onderscheiden vier types coöperaties, net zoals de ICA en de ILO: werkerscoöperaties, ondernemingencoöperaties, burger- en consumentencoöperaties en multistakeholdercoöperaties.

Nederland Nederland kent een grote coöperatieve geschiedenis, vooral in de agrarische sector. Er zijn veel zuivelcoöperaties opgericht, die deels nog steeds bestaan, zo is het grootste zuivelbedrijf FrieslandCampina een coöperatie, door fusie ontstaan uit verschillende kleinere. De bloemen- en tuinbouwveilingen zijn vrijwel altijd nog coöperaties, zoals de Bloemenveiling FloraHolland, er waren verbruikscoöperaties zoals de Coop (als zodanig opgeheven), grote akkerbouworganisaties zoals de Avebe en financiële dienstverleners als de boerenleenbanken, waarvan de oudste Europese banken verenigd zijn in de ‘Urgenossen’, en onderlinge verzekeringsmaatschappijen, zoals Univé. Een zeer bijzondere vorm was die van de boerenzelforganisatie van de Erfgooiers in het Gooi, die gericht was op gezamenlijk gebruik van landbouwgronden. Begin jaren zestig werden in kleine regio’s verenigingen opgericht om bij het wegvallen van de boer of tuinder de continuïteit van agrarische bedrijven te kunnen waarborgen, de Agrarische Bedrijfsverzorging (AB). AB is er tegenwoordig nog steeds, al is het takenpakket inmiddels flink uitgebreid. Sinds de jaren negentig zijn er ook overheidscoöperaties opgericht. Leden van overheidscoöperaties zijn overheden of overheidsgedomineerde rechtspersonen. Voorbeelden van overheidscoöperaties zijn Dimpact, VAOP, WiGo4It, MidWaste en ParkeerService. Vanaf ongeveer 1980, en zeker na 2000, ontstaan in Nederland energiecoöperaties gegroepeerd rond vormen van duurzame energie, zoals windmolens.

In Nederland zijn veel coöperatieve ondernemingen lid van de Nationale Coöperatieve Raad (NCR). Deze bevordert het coöperatief ondernemerschap door het zijn van kenniscentrum, platform en belangenbehartiger op coöperatief gebied.

Voordelen van de coöperatie Aan het oprichten van een Nederlandse coöperatie zijn verschillende voordelen verbonden: