Het axishert of chital (Axis axis of Cervus axis) is een hertensoort uit het Indisch subcontinent.
Beschrijving Het axishert is een middelgroot hert met een schofthoogte van 0,6 tot 1,0 m en een gemiddelde lichaamslengte van 1½ m. Het heeft een roodachtige vacht met een donkerbruine tot zwarte streep die van de nekbasis tot de staartaanzet loopt. Talrijke witte vlekken, vaak in lengterichting gerangschikt, sieren de flanken en rug. De binnenkant van de poten, de buik, de keelvlek en de onderkant van de staart zijn wit. Mannetjesherten hebben grote, eenvoudige geweien, meestal met drie einden aan elke kant: een relatief kort, naar voren gebogen wenkbrauweind, een langwerpig voorste eind en de lange punt van de hoofdschacht vormt het derde eind. De vrouwelijke dieren of hindes hebben geen gewei. Het heeft 32 paar niet-geslachtsgebonden homologe chromosomen (autosomen) en een enkel paar geslachtschromosomen (2n=66). Albinisme en melanisme zijn bekend uit India. Hybridisatie is alleen gemeld tussen sikaherten en axisherten binnen een kudde in gevangenschap in Tennessee.
Anatomie De schedel is veel langer dan breed, waarbij het gezichtsgedeelte ruwweg driehoekig is en langer dan het hersenpangedeelte. De maximale schedellengte is 25,5 cm en de maximale breedte is 10,2 cm. De tandformule van het volwassen axishert is , dat wil zeggen geen snijtanden of hoektanden, drie valse kiezen en drie ware kiezen in elke helft van de bovenkaak, en drie snijtanden, een hoektand, drie valse kiezen en drie ware kiezen in elke helft van in de onderkaak. Het bekken bestaat uit twee delen die in het midden samenkomen en is een plat, onregelmatig bot.
Verschillen met andere hertensoorten Het axishert is de enige soort in het geslacht die als volwassen dier zowel vlekken heeft als een duidelijk afstekende, donkere rugstreep heeft die loopt van schouders tot de staartbasis. Het calamianenhert heeft ook een donkere rugstreep maar is ongevlekt. Het baweanhert heeft afstekende lichtgekleurde lippen, geen duidelijk afstekende rugstreep en als volwassen dier ook geen vlekken, maar kalveren zijn wel gevlekt. Het zwijnshert mist eveneens een duidelijk afstekende rugstreep en heeft in geen enkele levensfase vlekken, en ook geen afstekende kleur lippen. Buiten het oorspronkelijk verspreidingsgebied kan het axishert verward worden met het damhert omdat volwassen exemplaren van die soort eveneens witgevlekt zijn, maar de basiskleur van de rug van het axishert is meer roodbruin en heeft een gewei met stangen terwijl het damhert een schoffelgewei heeft waarbij de stangen met elkaar verbonden zijn door vlakke platen.
Taxonomie thumb|Prent gemaakt door Jacques Christophe Werner of Charles Philibert de Lasteyrie (1818-1842). Het axishert is voor het eerst beschreven op basis van dieren afkomstig van de oevers van de Ganges en uit Sri Lanka door Johann Christian Polycarp Erxleben in de publicatie Systema Regni Animalis per Classes, Ordines, Genera, Species, Varietates cum Synonymia et Historia Animalium. Classis I. Mammalia uit 1777, en hij gaf deze de wetenschappelijke naam axis, implicerend dat deze bij het geslacht Cervus zou horen. In 1792 noemde Robert Kerr de soort C. axis maculatus. In 1825 stelde John Edward Gray voor om de herten onder te verdelen in een aantal geslachten waaronder ook Axis. Charles Hamilton Smith maakte voor het eerst expliciet de combinatie Cervus axis in 1827. Johann Baptist Fischer onderscheidde in 1829 twee vormen van het axishert, te weten Cervus axis var. ceylonensis en Cervus axis var. indicus. Overtuigd dat hij een nieuwe soort had gevonden beschreef de Ierse zoöloog William Ogilby in 1831 een collectie van de oevers van de Ganges en gaf die de naam Cervus nudipalpebra. In 1835 maakte William Jardine de combinaties Axis maculatus en als gevolg van een zetfout Axis aculatus. Brian Houghton Hodgson, een ambtenaar in dienst van de Britse Oost-Indische Compagnie onder meer als resident in Kathmandu plaatste het axishert in een ondergeslacht, onderscheidde in 1841 twee soorten en maakte de combinaties Cervus (Axis) major en Cervus (Axis) minor. Gray maakte als onterechte verbetering van de naam van Kerr uit 1792 de combinatie Axis maculata in 1843. De Zweedse zoöloog Carl Jakob Sundevall plaatste in 1846 het axishert in een nieuw ondergeslacht en maakte zo de combinatie Cervus (Hippelaphi) axis, waarbij een zetfout in de verwijzing werd gemaakt naar Cervus axi. In 1867 corrigeerde Thomas Caverhill Jerdon de geslachtsfout in de combinatie van Gray uit 1843 tot Axis maculatus. De Oostenrijkse zoöloog Leopold Fitzinger plaatste het axixhert in 1874 in een ander geslacht een vormde daarmee de combinatie Hyelaphus maculatus, en hij paste bestaande namen aan tot Axis maculata ceylonensis en Axis nudipalpebra. De Britse zoöloog Richard Lydekker maakte in 1905 de combinatie Cervus (Rusa) axis zeylanicus. In 1923 vormde Reginald Innes Pocock voor het eerst de huidige naamcombinatie Axis axis. A. Stanley Griffith maakte in een artikel over het voorkomen van tuberculose bij wilde en gekweekte dieren in 1928 de naam Chital cervus axis. In 2003 maakte de Australische zoöloog Colin Peter Groves een fout in de naam van Kerr en creëerde zo Cervus axis maculates. Het axishert wordt ingedeeld bij de orde Evenhoevigen, onderorde Herkauwers, infraorde Pecora, familie Hertachtigen, onderfamilie Cervinae, stam Cervini, geslacht Axis. Er worden geen ondersoorten erkent.
Ecologie thumb|tijgerin met axishert in Nationaal park Ranthambore thumb|troep dholes met karkas axishert in Tadoba Andhari Tiger Reserve, Maharashtra. thumb|gemengde groep van hoelmans en axisherten zorgen voor veiligheid en voedsel Predatie is de belangrijkste oorzaak van sterfte onder axisherten van alle leeftijden. Ziekten en ongevallen zoals aanrijdingen met voertuigen en slachtoffers door gevechten tijdens de bronsttijd worden ook gemeld. De soort is een geliefde prooi van tijgers, luipaarden en dholes in Zuidwest-India. Het voedsel van de tijger in India bestaat voor ⅓ tot ¾ van het gewicht uit axisherten. Resten van dode en zwakke exemplaren kunnen worden gegeten door arenden, goudjakhalzen, gestreepte hyena's, wilde zwijnen en vossen. In Sri Lanka en Zuid-India vormen axisherten een verbond met groepen Ceylonhoelmans en met Voor-Indische hoelmans in Noord- en West-India. Deze relatie voorziet het hert van gevallen voedsel dat anders buiten zijn bereik zou blijven. Beide soorten profiteren van elkaars waarschuwingen tegen predatoren. Er zijn hoelmans waargenomen die axisherten vlooien.
Voedsel Het axishert heeft een gevarieerd dieet en komt voor in allerlei habitats. Hoewel het voornamelijk een bladetende soort is, graast deze wanneer nodig. Acacia- en Ziziphus-vruchten worden gezien als het primaire wintervoedsel in de droge loofbossen van Gir Forest National Park, India. In de winter kan ongeveer driekwart van het voedsel bestaan uit blad en andere delen van bomen en struiken. Vruchten van de oranje bloeiende struik Helicteres isora, slijmappels, vijgen van de soort Ficus glomerata en Catunaregam spinosa zijn geliefde voedselbronnen waar ze voorkomen. Andere veelvoorkomende inheemse soorten die op het Indiase schiereiland worden gegeten, zijn onder andere Grewia abutilifolia, Grewia hirsuta, Helicteres isora, Toddalia aculeata, Pleiospermium alata, Pavetta indica en Indigofera. De soort is ook gezien terwijl hij botten eet.
Gedrag Het axishert is een sociaal dier en vormt het hele jaar door groepen die soms uit enkele honderden dieren kunnen bestaan. Ze zijn samengesteld uit beide geslachten en verschillende leeftijden. De vaste kern van de kudde bestaat uit familiegroepen van volwassen vrouwtje en haar nakomelingen van het huidige en voorgaande jaar. De sociale structuur van de kudde is relatief los, en bestaat meestal uit meerdere familiegroepen, maar individuen sluiten zich gemakkelijk aan bij andere groepen. Mannetjesherten met volgroeide geweien bevinden zich meestal in het centrum van de kudde, terwijl vrouwtjes en jongen meer aan de rand bevinden. Herten waarbij het gewei nog in de groei is en met een fluwelige huid is bedekt vormen vaak groepen vrijgezelle dieren maar blijven meest wel nabij familiegroepen. De dieren gaan dicht bij elkaar lopen wanneer roofdieren worden gezien, wat aantoonbaar leidt tot minder aanvallen, met name door dholes.
Geluiden Axisherten maken verschillende geluiden zoals de alarmroep, de uitdaging, grommen, de schreeuw en geblaat. De alarmroep is een scherpe, herhaalde toon die wordt gegeven als reactie op een roofdier. De alarmroep gaat meestal gepaard met het opzetten van de haren, een rechtopstaande staartpositie en kijken naar de bron van de verstoring. Bij het mannetjeshert zijn de alarmroepen over het algemeen dieper van toon. De uitdaging is een lange roep die over het algemeen gegeven wordt door mannetjes in volle bronsttijd en bestaat uit een hoge toon die zes of zeven wordt herhaald. De grom is een laag, voelbaar geluid dat alleen hoorbaar is als je in de buurt bent en wordt meestal gegeven door mannetjes die agressief gedrag vertonen. De schreeuw wordt door beide geslachten geproduceerd wanneer ze door roofdieren worden gevangen of in zeer stressvolle situaties. Een kalfje maakt een blatend geluid wanneer het probeert zijn moeder te lokaliseren als ze uit beeld is. Hindes blaten in reactie op het geblaat van kalfjes of om kalfjes aan te moedigen de kudde te volgen.
Voortplanting thumb|zogend kalf