Rudolphus Franciscus Marie (Ruud) Lubbers (Rotterdam, 7 mei 1939 – aldaar, 14 februari 2018) was een Nederlands christendemocratisch politicus, minister van staat, ondernemer en diplomaat. Hij was van 4 november 1982 tot 22 augustus 1994 minister-president van Nederland.

Lubbers volgde een economie-opleiding en ging daarna aan de slag bij het bedrijf Hollandia. In 1973 maakte hij zijn politieke intrede als minister van Economische Zaken in het kabinet-Den Uyl. Na zijn eerste ministerschap klom Lubbers in de Tweede Kamer snel op tot het fractieleiderschap en speelde hij in 1980 een grote rol bij de totstandkoming van het Christen-Democratisch Appèl (CDA) als christelijke fusiepartij. Door het onverwachtse vertrek van CDA-lijsttrekker Dries van Agt na de parlementsverkiezingen in 1982 werd Lubbers naar voren geschoven als onderhandelaar namens de partij en trad hij in 1982 aan als minister-president.

Als premier van de kabinetten Lubbers I, Lubbers II en Lubbers III maakte Lubbers naam als een bekwaam manager, een 'coalitiemonteur'. Tweemaal (1982-1989) regeerde hij met de conservatief-liberale VVD, eenmaal (1989-1994) met de sociaaldemocratische PvdA. Onder Lubbers' bewind hervormde Nederland zich door de economische recessie van de vroege jaren 80 en werd de sociale zekerheid herzien. Als voorstander van een kleine overheid werd Lubbers het voornaamste gezicht van het neoliberalisme in Nederland, de stroming waarmee ook politieke generatiegenoten als Thatcher en Reagan geassocieerd worden. Tegelijkertijd zette Lubbers met het Nationaal Milieubeleidsplan vooruitstrevende stappen op het gebied van duurzame ontwikkeling.

Na zijn premierschap doceerde Lubbers aan de Harvard-universiteit en de Universiteit Tilburg en was hij tussen 2001 en 2005 de hoge commissaris voor de Vluchtelingen voor de Verenigde Naties. In zijn laatste jaren zette hij zich in als activist voor het behoud van het milieu, multiculturalisme, voor de terugdringing van kernwapens en voor een positieve benadering van allochtonen en vluchtelingen.

Levensloop Jeugd en start loopbaan thumb|Ruud Lubbers in 1973 Lubbers werd geboren op de Avenue Concordia 90 in Rotterdam, in een katholiek ondernemersgezin, waarin ondanks het katholieke geloof ook de soberheid van het protestantse calvinisme heerste. Hij zat als kind op R.K. Sint Bavoschool in de Rotterdamse wijk Kralingen. Hij volgde de middelbare school bij de Jezuïeten aan het Canisius College te Nijmegen en studeerde van september 1957 tot april 1962 economie aan de Nederlandse Economische Hogeschool in Rotterdam: hij studeerde cum laude af. Lubbers vervulde zijn dienstplicht als vaandrig bij de Koninklijke Luchtmacht.

Zijn vader Paul Lubbers gaf leiding aan Hollandia, een constructiewerkplaats en machinefabriek in Krimpen aan den IJssel, waarvan hij door een managementbuy-out eigenaar werd. Toen Lubbers senior in 1963 plotseling stierf, namen zijn twee zonen de leiding over.

Lubbers was lid van de Katholieke Studentenvereniging Sanctus Laurentius en werd voorzitter van de toenmalige Unie van Katholieke Studentenverenigingen in Nederland.

Vanaf midden 1965 begon hij een reeks maatschappelijke functies te vervullen; eerst bij Jong Management NCW en later bij het NCW (Nederlands Christelijk Werkgeversverbond) zelf. Ook vervulde hij bestuursfuncties in de binnenvaart (moeder Van Laack was op de Rijn geboren) en bij de KRO (Katholieke Radio Omroep). Hij werkte aan de vernieuwing van de samenleving en behoorde tot de christen-radicalen, een progressieve stroming ter linkerzijde van het politieke centrum. Bij de afsplitsing van de PPR (een van de voorlopers van GroenLinks) in 1968 bleef Lubbers echter trouw aan de KVP.

Ministerschap thumb|In het kabinet-Den Uyl was Lubbers (links) minister van Economische Zaken, midden Joop den Uyl en rechts Jaap Boersma. Van 11 mei 1973 tot 19 december 1977 was hij minister van Economische Zaken in het kabinet-Den Uyl. Hij moest de gevolgen opvangen van de oliecrisis en werd bekend als de minister die de mensen vroeg de gordijnen een uurtje eerder dicht te doen en van de autoloze zondag. Hij bracht ook de eerste Energienota uit, waarin de doelstelling van het Reactor Centrum Nederland verbreed werd tot het Energieonderzoek Centrum Nederland, dus ook energiebesparing en alternatieve energie. Als minister bracht Lubbers ook een Nota Selectieve Groei uit (1976), een reactie op het alarmerende rapport aan de Club van Rome uit 1972 over de grenzen aan de economische groei.

In augustus 1979 oordeelde het College van Beroep voor het Bedrijfsleven dat twee jaar eerder minister Lubbers aan de firma Hoffmann-La Roche ten onrechte een prijsmaatregel had opgelegd voor de geneesmiddelen Librium en Valium.Valium en librium duurder De Telegraaf d.d. 18 augustus 1979 via Delpher

Lubbers kwam enkele malen in botsing met Den Uyl. Dat betrof met name het minimumjeugdloon, de levering van reactorvaten aan Zuid-Afrika en de vermogensaanwasdeling.

Kamerlid en fractievoorzitter thumb|Lubbers in gesprek met Dries van Agt (1979) In 1977 werd Lubbers, nummer 4 op de kandidatenlijst van het CDA, plaatsvervangend fractieleider onder Willem Aantjes. Toen de laatste in 1978 in opspraak raakte wegens een verzwegen lidmaatschap van de Nederlandsche SS bleef Lubbers hem steunen. Na Aantjes' aftreden volgde Lubbers hem op.

In de fractie had Lubbers te kampen met acht dissidenten die keer op keer het voortbestaan van het kabinet Van Agt-Wiegel in gevaar brachten. De fractieleider ontwikkelde het vermogen om met wollige formuleringen zijn schaapjes bijeen te houden. Als fractievoorzitter speelde Lubbers ook een belangrijke rol in de totstandkoming van het Christen-Democratisch Appèl (CDA) in 1980. Hier ging het om de overbrugging van de verschillen tussen protestanten en katholieken op weg naar een gezamenlijke principiële grondslag.

Hij was als minister nauw betrokken bij de redding van de bouwbedrijven van het Nederhorstconcern. Het staalbedrijf Hollandia Kloos wilde met overheidssteun de staaldivisie van Nederhorst overnemen. Lubbers, die grootaandeelhouder was, werd door critici beschuldigd van belangenverstrengeling. De Nederlandse staat betaalde Hollandia Kloos tientallen miljoenen guldens.

Premierschap Omdat Dries van Agt na de verkiezingen van 1982 plotseling zijn vertrek aankondigde kwam Lubbers in beeld als minister-president. Het regeerakkoord kwam tot stand onder leiding van staatsraad Willem Scholten.

Van 4 november 1982 tot 22 augustus 1994 gaf Lubbers leiding aan drie achtereenvolgende kabinetten (Lubbers I, II en III) en werd daarmee niet alleen de jongste (tot dan toe) maar ook de (op dat moment) langstzittende minister-president in de Nederlandse geschiedenis.

Lubbers I

thumb|links| Fractieleider Lubbers (CDA) tijdens de kabinetscrisis in 1981, die tot nieuwe verkiezingen en Lubbers' eerste kabinet zouden leiden Zijn eerste kabinet (1982-1986) stond in het teken van miljardenbezuinigingen. De staatsschuld was de laatste tien jaar enorm opgelopen en een combinatie van inflatie met een stagnerende economie, de zogenaamde stagflatie, bracht de staatshuishouding in gevaar.

Ook het bedrijfsleven had dit gezien en twee dagen na de installatie van het kabinet sloten werkgevers en werknemers het Akkoord van Wassenaar, onder druk en dreiging van het kabinet om in de arbeidsvoorwaarden in te grijpen. In ruil voor arbeidstijdverkorting accepteerde de vakbeweging dat de meeste werknemers op de min-lijn kwamen te zitten. Daarbij kwamen de bezuinigingen op de Rijksuitgaven, die zonder al te grote protesten van de vakverenigingen werden doorgevoerd. Weekblad Time noemde hem om al deze bezuinigingen Ruud Shock.

Verder waren er tijdens zijn eerste kabinetsperiode veel spanningen over de plaatsing van kruisraketten. Lubbers vond een uitweg door het parlement voor te stellen de Sovjet-Unie te laten weten dat ook Nederland tot plaatsing over zou gaan als na een jaar zou blijken dat de Sovjet-Unie nog weer verdergegaan zou zijn met de plaatsing van SS20 raketten. Toen dat een jaar later het geval bleek te zijn, kwam het tot een daadwerkelijke beslissing om te gaan plaatsen. Maar door het INF-verdrag tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie begin december 1987 kwam het uiteindelijk toch niet tot plaatsing.

Lubbers II

thumb|Lubbers en de Amerikaanse president George H.W. Bush in de tuin van het Catshuis in 1989 De verkiezingscampagne van 1986, die het CDA voerde onder de leuze Laat Lubbers zijn karwei afmaken, werd een groot succes. Dit ging grotendeels ten koste van het aantal zetels van coalitiepartner VVD, hetgeen de verhoudingen niet ten goede kwam.Jan Schinkelshoek was de campagnemanager van Lubbers en de bedenker van de leus.

Lubbers II (1986-1989) vulde zijn sociaal-economisch programma aan met het eerste Nationaal Milieu- en Natuurbeleidsplan (NMP). Dit was een integraal beleidsplan in lijn met duurzame ontwikkeling, dat inmiddels als politieke doelstelling zijn plaats had gevonden in “Our Common Future”, een VN-rapport tot stand gekomen onder voorzitterschap van Gro Harlem Brundtland. Dit N.M.P. leidde tot een kabinetscrisis. VVD-fractievoorzitter Joris Voorhoeve was tegen het besluit van het kabinet om het reiskostenforfait af te schaffen en diende een motie in om de afschaffing te blokkeren. Nog voor deze motie in stemming werd gebracht, diende Lubbers het ontslag van zijn kabinet in.

Wel werd Nederland door het baanbrekende NMP gidsland voor veel andere landen op milieugebied. In mei 2014 werd in een speciaal daarvoor georganiseerde bijeenkomst het 25-jarig jubileum gevierd van het NMP1. Lubbers blikte hier samen met Ed Nijpels terug op die gebeurtenis.Verslag event 25 jaar Nationaal Milieubeleidsplan

Lubbers III

thumb|Lubbers in 1989 met rechts Hans van den Broek Zo kwam het tot Lubbers III (1989-1994), een coalitie tussen CDA en PvdA. Dit kabinet werd vooral bekend door de veranderingen in de sociale zekerheid; met name de ziektewet en de wet op de arbeidsongeschiktheid. Het was de beleidsreactie op "Nederland is ziek", waarmee Lubbers deze problematiek agendeerde.

Lubbers wordt soms gekenschetst als een bekwaam manager die de conflicten binnen zijn kabinet bijna altijd wist te beheersen. Hij wist veel problemen te voorkomen door tijdens meningsverschillen binnen zijn kabinetten een compromis te zoeken. Hans van Mierlo noemde hem 'de beste coalitiemonteur'. Van Agt vond daarentegen, toen hij zelf premier was, dat Lubbers te snel compromissen sloot.

Lubbers had al ruim voor de landelijke verkiezingen van 1994 aangekondigd na twaalf jaar in het Catshuis uit de politiek te willen treden. Hij nam dan ook niet meer deel aan de Tweede Kamerverkiezingen in mei 1994. Hij faalde echter in de voorbereiding van zijn opvolging bij het CDA en de partij verloor 20 zetels in het parlement. Daarna kwam het voor het eerst sinds de invoering van het algemeen kiesrecht in 1917 tot een coalitie zonder confessionelen.

Hoogleraarschap Na zijn premierschap was Lubbers vanaf voorjaar 1995 tot eind 2000 voor twee dagen per week hoogleraar Globalisering aan de Katholieke Universiteit Brabant en visiting professor aan de John F. Kennedy School of Government, Harvard University, in Cambridge (Massachusetts), waar hij jaarlijks een maand college gaf.