Dit artikel beoogt een overzicht te geven van de geschiedenis van Japan.

Japan is een eilandengroep. Het ligt vrijwel geheel in de gematigde klimaatzone. Er valt veel neerslag en de bodem is er tamelijk vruchtbaar. Hoewel Japan op niet al te grote afstand van het vasteland van Azië ligt, lag het wel altijd in de periferie. Het heeft daardoor een tamelijk bescheiden rol in de wereldgeschiedenis gespeeld. De Japanse beschaving werd diepgaand en langdurig beïnvloed door China. De geschiedenis van Japan in strikte zin begint op het moment dat de invloed van de Chinese beschaving zich in den brede deed gelden. De kennismaking leidde onder andere tot de introductie van het schrift.

Prehistorie De vroeg- en middenpaleolithische mensen van het vasteland van Oost-Azië (Homo erectus en Denisovamens) hebben, voor zover bekend, de eilanden niet bereikt. Alle vondsten die een menselijke aanwezigheid op de Japanse eilanden vroeger dan 35.000 v.Chr. zouden aantonen zijn omstreden.

Vanaf ongeveer 32.000 jaar geleden is de aanwezigheid van een paleolithische cultuur aangetoond. Rond 11.000 v.Chr. begon het holoceen, het huidige interglaciaal. Er ontstonden complexere culturen met grotere technische vaardigheden. Deze worden doorgaans met de naam Jōmon aangeduid.

De paleolithische bevolking van Japan, en de daarvan afstammende Jomon-bevolking, stamde af van de eerste migraties van de anatomisch moderne mens via Zuid-Azië en Zuidoost-Azië richting Oost-Azië en Australië. Het volk der Aino, dat tegenwoordig nog slechts op het noordelijke eiland Hokkaido leeft, lijkt af te stammen van deze paleolithische bevolking. Dit element maakt nog 10-20% van de moderne Japanse bevolking uit, de rest stamt af van latere migraties vanaf het vasteland, met name gedurende de Yayoiperiode.

Vanaf het moment dat er historische bronnen zijn overgeleverd is reeds sprake van een Japanse taal, van een typisch Japanse godsdienst en van typisch Japanse maatschappelijke structuren.

Vroege geschiedenis Kofunperiode

Traditionele Japanse legendes stellen dat Japan in de 7e eeuw v.Chr. opgericht is door de voorouderlijke keizer Jimmu. De keizers van voor de 6e eeuw (n.Chr.) worden echter meestal als legendarisch beschouwd.

Volgens Chinese bronnen was Japan oorspronkelijk een samenraapsel van vele kleine staatjes, die in de 3e eeuw door een koningin/priesteres Himiko werden verenigd.

Gedurende de 4e, 5e en 6e eeuw, werden het Chinees schrift en het boeddhisme geïntroduceerd, waarschijnlijk via het koninkrijk Paekche in het zuidwesten van Korea. De koning van Paekche zond in 538 of 552 een Boeddhabeeld naar Japan met de woorden, dat het boeddhisme heilzaam kon zijn voor het land. Met de introductie van het Chinese schrift en het boeddhisme begon een lange periode van Chinese culturele invloed op de Japanse samenleving. De Japanners, of beter gezegd de bewoners van het Yamato-rijk, hielden al vroeg contacten met het koninkrijk Paekche.

De keizers waren in naam de heersers, maar vanaf de 6e eeuw was de eigenlijke macht gewoonlijk in het bezit van machtige hofnobelen, waarbij diverse families elk een of enkele eeuwen de macht konden vasthouden.

Asukaperiode

In 646 werd het politieke en bestuurlijke landschap van Japan vastgelegd in de zogenaamde Taika-hervormingen. Bij deze reformatie, die overigens in werkelijkheid meer geleidelijk plaatsvond dan op papier, werd Japan omgevormd tot een centralistische staat naar Chinees model. De gehele staat werd eigendom van de keizer, en de adel, die tot dan toe Japan had bestuurd, kreeg nu hoge posten in een nieuw, uitgebreid ambtenarenapparaat. Ook werd de Japanse jaartelling ingevoerd.

Gedurende deze tijd veranderde de keizerlijke residentie voortdurend: elke keizer had een nieuwe residentie, sommige keizers hadden zelfs meerdere.

Naraperiode

In 710 werd Nara als hoofdstad gekozen. Nara bleef hoofdstad tot 784. De tijdsspanne van 710 tot 784 wordt daarom de Naraperiode genoemd. Tijdens de Naraperiode bereikte de invloed van China zijn hoogtepunt. De keizer en de machtige hoffamilies kwamen in Nara steeds meer onder druk te staan van boeddhistische priesters. Van 784 tot 794 was Nagaoka-kyō de hoofdstad.

Heianperiode

Keizer Kammu besloot de residentie nogmaals te verleggen, naar de stad Heian-kyō, het huidige Kioto. Daar ontwikkelde zich tijdens de zogenaamde Heianperiode (794-1185) een zeer verfijnde hofcultuur met een uitgesproken aristocratisch karakter. Deze cultuur bleef goeddeels beperkt tot de enkele grote steden die nu ontstonden. De kunsten, in het bijzonder de literatuur, bereikten een hoogtepunt. Tegelijkertijd lieten de keizer en zijn hofhouding de daadwerkelijke politiek meestal aan de lagere adel in de provincies over, waardoor langzamerhand steeds meer macht bij de provinciale gouverneurs kwam te liggen. Het hof verloor gaandeweg zijn greep op de economie.

Gedurende de Heianperiode ging de Japanse cultuur meer en meer haar eigen weg. Na ~850 verminderde de culturele invloed van China sterk, hoewel het prestige van alles wat Chinees was groot bleef. Veel zaken die ontleend waren aan de Chinese cultuur werden aangepast aan de Japanse voorkeuren en omstandigheden.

De machtigste familie gedurende de 10e en 11e eeuw was het geslacht van de Fujiwara. Zij beheersten het hof; de meeste keizers waren niet veel meer dan marionetten. Gedurende de hele Heianperiode waren het een handjevol families die de dienst uitmaakten. Afkomst en grootgrondbezit waren een noodzakelijke voorwaarde om tot de elite te behoren. De boeren waren in hoge mate overgeleverd aan hun plaatselijke landheer. De meeste boeren (kōmin) leefden in armoedige omstandigheden.

In 1072 trok keizer Go-Sanjo zich terug in een boeddhistisch klooster. Van achter de schermen bleef hij echter invloed uitoefenen op de nieuwe keizer. Op deze manier slaagde hij er in de macht van de Fujiwara-familie te breken, en na hem werd dit een vaste wijze van regeren, waarbij een formeel afgetreden keizer de daadwerkelijke macht had. Dit betekende inderdaad het einde van de macht van de Fujiwara, maar de macht van de families uit de provincies groeide, en de hofhouding van de voormalige keizer was soms verscheurd door interne politieke spelletjes.

Twee van deze families, de Taira en de Minamoto, streden nu om de macht, en in 1160 kwamen de Taira als overwinnaars uit de strijd. Hoewel de Fujiwara formeel hun hoge post behielden, waren het de Taira die, via beïnvloeding van de keizer, nu de daadwerkelijke macht hadden. De Minamoto waren echter wel verslagen maar nog niet vernietigd, en in een verbond met de voormalige keizer Go-Shirakawa begonnen ze in 1180 een nieuwe oorlog tegen de Taira. Nu wonnen de Minamoto wel, en hun leider, Minamoto no Yoritomo kreeg de titel shōgun, van oorsprong een hoge militaire titel. Gedurende de volgende eeuwen zou het in de eerste plaats de shōgun zijn, die Japan feitelijk regeerde.

Japanse middeleeuwen Veel historici onderscheiden een periode die zij de Japanse middeleeuwen noemen. In deze periode domineerden de krijgers, de samoerai, de politiek. Er werd een militair bestuur gevestigd, het bakufu. De Japanse middeleeuwen begonnen aan het eind van de 12e eeuw en duurden tot halverwege de 16e eeuw.

Kamakuraperiode

Minamoto no Yoritomo vestigde in 1192 het bakufu te Kamakura. Na de dood van Yoritomo werden ook zijn zonen shogun, maar de macht van de Minamoto was toch niet blijvend. De Minamoto moesten ook rekening blijven houden met het keizerlijk hof in Kyoto. De Hojo-familie kwam op, regerend vanuit de officiële positie van regent voor de shogun.

In 1274 en 1281 werd Japan aangevallen door de Mongolen, maar beide keren kwam een zware tyfoon de Japanners te hulp. De Japanners spreken van een kamikaze, een goddelijke wind. Uit onderzoek van de in 1981 gevonden restanten van de vloot uit 1281 blijkt echter dat de schepen slordig en haastig waren gebouwd, en dat er slecht hout was gebruikt, soms zelfs tweedehands hout. De schepen werden bovendien gemaakt in het "ingenomen" China. Door het onhaalbare aantal schepen die in een heel korte tijd gemaakt moesten worden, hebben ze veel rivierschepen gebruikt zonder een diepe zeeboeg, waardoor ze erg kwetsbaar waren in de storm.

Muromachiperiode

In 1333, in de slag bij Kamakura, werden de Hojo uiteindelijk verslagen door de verbannen keizer Go-Daigo en een verbond van oostelijke ridderfamilies. De Ashikaga-familie nam de rol van shogun over. De Ashikaga vestigden een nieuw bakufu; hun hoofdkwartier was de wijk Muromachi in Kyoto. Keizer Go-Daigo wenste dit niet te accepteren. Hij trok weg uit Heiankyo, en betrok een eind zuidelijker een nieuwe residentie. De Ashikaga benoemden een andere keizer in Heiankyo, en enige tijd had Japan twee rivaliserende keizers, tot in 1392 de toenmalige "zuidelijke keizer" zijn claim op de troon afgaf.

Vanaf de 15e eeuw was het met de macht van de keizers zo goed als gedaan. "Het hof eet uit de hand van het bakufu." (2007): Een geschiedenis van Japan. Van samurai tot soft power , Acco, Leuven/Voorburg, p.95. Ook de Ashikaga verloren echter hun machtspositie in de volgende eeuw, en een bloedige machtsstrijd begon. Hoogtepunt was de zogenaamde Onin-oorlog, een strijd tussen twee families om de macht in het shogunaat, die tussen 1467 en 1477 Kyoto verwoestte. Van het centrale gezag was toen vrijwel niets meer over, en diverse provinciale heersers (daimyo) streden met elkaar om de macht. De komende periode staat bekend als sengoku-jidai, de "eeuw van de strijdende provincies".

Hereniging en Edoperiode Azuchi-Momoyamaperiode

Oda Nobunaga (1534-1582), daimyo van de provincie Owari begon de hereniging van Japan. Hij versloeg enkele rivalen, stichtte een verbond met een aantal andere daimyo's, in het bijzonder Tokugawa Ieyasu (1542-1616) van het aangrenzende Mikawa. In 1568 veroverde hij Kioto en dwong de shogun te vluchten. Hij slachtte de monniken-strijders van Hiei-zan af. Hij versloeg diverse andere daimyo's, maar werd in 1582 door een van zijn eigen generaals, Akechi Mitsuhide, vermoord.

Akechi werd verslagen door een andere generaal van Nobunaga, Toyotomi Hideyoshi. Hideyoshi zette Nobunaga's hereniging voort. Terwijl Nobunaga echter bruut geweld had gebruikt, betoonde Hideyoshi zich een ware diplomaat. Hij won sommige oorlogen met een simpele bedreiging, zonder dat zijn leger daadwerkelijk in actie hoefde te komen. Nadat geheel Japan trouw aan de keizer en zijn regent, Hideyoshi, had gezworen, zond Hideyoshi zijn legers naar Korea. Aanvankelijk verliep de veldtocht voorspoedig, maar toen zijn generaals de grens van China naderden, kregen ze de Chinezen tegenover zich; zes jaren van oorlog leverden geen duidelijke overwinning op. Na de dood van Hideyoshi, in 1598, trokken de Japanners zich terug. Doordat de clan der Toyotomi zijn vazallen niet voldoende kon belonen voor de door hen geleverde krijgsdienst in Korea, brokkelde de steun voor de clan af.

Edoperiode

Na de dood van Hideyoshi werd Tokugawa Ieyasu de sterke man van Japan. Aan het militaire avontuur in Korea had hij niet deelgenomen. In plaats daarvan had hij zijn machtsbasis in de Kantō-regio versterkt. Zijn hoofdkwartier was zijn kasteel in Edo. In 1600 versloeg Ieyasu in de slag bij Sekigahara de aanhangers van Hideyoshi's zoon Hideyori. Na de dood van de laatste Ashikaga-shogun in 1603 werd Ieyasu tot shogun benoemd. Dat hij afstamde van Minamoto no Yoritomo vergemakkelijkte deze machtswisseling. Al in 1605 trad Ieyasu terug, liet zijn zoon tot shogun benoemen, doch had, in goede Japanse traditie, op de achtergrond de macht in handen. Zijn enige overgebleven tegenstander was Toyotomi Hideyori, de zoon en opvolger van Hideyoshi. Ieyasu dwong Hideyori terug naar het kasteel van Osaka, en nam dat in 1615 in.