De scepter van Ottokar (Frans: Le Sceptre d'Ottokar, oorspronkelijk Tintin en Syldavie) is het achtste verhaal uit de reeks Kuifje-strips van de Belgische tekenaar en stripscenarist Hergé (1907-1983). Het verscheen voor het eerst van 4 augustus 1938 tot 10 augustus 1939 in Le Petit Vingtième, de jeugdbijlage van het Belgische dagblad Le Vingtième Siècle. Het originele album in zwart-wit dateert uit 1939 en verscheen bij uitgeverij Casterman. De eerste ingekleurde versie dateert van eind jaren veertig.

Bekende personages die geïntroduceerd worden Bianca Castafiore zal in veel verhalen terugkeren, te weten De 7 kristallen bollen, Kuifje en het Zwarte Goud, De zaak Zonnebloem, Cokes in voorraad, De juwelen van Bianca Castafiore en Kuifje en de Picaro's. Kolonel Boris, keert terug in het verhaal Mannen op de maan en wordt dan kolonel Jorgen genoemd. Igor Wagner verschijnt in dit album voor het eerst, maar wordt nog niet bij naam genoemd. Hij keert terug in De juwelen van Bianca Castafiore en op één plaatje in Kuifje en de Picaro's.

Verhaal

Kuifje vindt in het park de aktetas van een zekere professor Halambiek en brengt die terug naar de eigenaar. Halambiek blijkt een kettingrokende zegelkundige die onder meer zegels bezit uit Syldavië. De professor bereidt een studiereis voor naar dat land om de zegels aldaar te bestuderen. Kuifje komt er bij toeval achter dat Halambieks benedenburen niet deugen. Die hadden Kuifje bij de professor al afgeluisterd en met een in een zakhorloge verborgen fototoestel stiekem een foto van hem gemaakt. Vervolgens hoort Kuifje per toeval enkele mensen geheimzinnig over hem praten. Hij volgt een van hen naar een Syldavisch restaurant en hoort daar iemand over Halambiek praten, maar wordt opgemerkt door de ober, die degenen die over Halambiek praten voor Kuifje waarschuwt. Kuifje eet een hapje in het restaurant en onderaan op de rekening staat een opmerkelijk Syldavisch spreekwoord: Wie zich bemoeit met andermans zaken, kan in een lelijk parket geraken. Vervolgens wordt Kuifje door een hem onbekende man gevolgd naar zijn appartement. Vlak nadat die bij hem heeft aangebeld, verliest de onbekende zijn bewustzijn. Vermoedelijk is hij bewusteloos geslagen. Wanneer de man is bijgekomen, blijkt hij zijn geheugen kwijt te zijn. Even later wordt er bij Kuifje thuis een steen door het raam geworpen met daaraan een waarschuwend briefje: Voor het laatst: bemoei u met uw eigen zaken! Wanneer Kuifje zich niets van dit alles aantrekt, wordt er een mislukte bomaanslag op hem gepleegd, er wordt getracht hem neer te schieten en hem bij een achtervolging op een motorfiets om het leven te laten komen. thumb|Twee torens van het Kropowkasteel in De scepter van Ottokar zijn gebaseerd op die van het kasteel Olavinlinna in Finland. Kuifje besluit daarop in te gaan op het verzoek van de professor om met hem mee te gaan als secretaris. Vlak voor het vertrek wordt Kuifje door de professor opgebeld. Ineens hoort hij geheimzinnig hulpgeroep door de telefoon, zo te horen is het de professor die in nood verkeert. Kuifje rent in allerijl naar het huis van Halambiek, die echter gewoon zijn koffers aan het pakken is en aangeeft van niets te weten. Kuifje begrijpt er niets van.

In het vliegtuig op weg naar Syldavië ontdekt Kuifje dat er zaken niet kloppen: de eerder zo bijziende en kettingrokende Halambiek rookt ineens niet meer en kan zonder bril vanuit het vliegtuig schapen in een weiland diep beneden onderscheiden. Kuifje vermoedt dat deze persoon een bedrieger is die zich voor Halambiek uitgeeft en dat de echte Halambiek tijdens het afgekapte telefoongesprek werd overmeesterd. Wanneer ze geland zijn, probeert Kuifje de vermeende valse baard van de bedrieger af te trekken, maar de baard blijkt toch echt te zijn. Kuifje begrijpt er niets meer van.

Vanuit Praag worden ze met een privévliegtuig verder vervoerd. Boven Syldavië opent de piloot, die in het vijandelijke complot zit, plotseling een vloerluik, waardoor Kuifje uit het vliegtuig valt. Kuifje overleeft deze nieuwe moordaanslag doordat hij in een hooiwagen belandt, terwijl zijn hond Bobbie in Kuifjes parachute blijft hangen.

Kuifje heeft eerder in het vliegtuig een brochure met een samenvatting van de Syldavische geschiedenis gelezen, waarin onder andere de historische annexatie van Syldavië door het buurland Bordurië wordt beschreven. Ook wordt vermeld dat de huidige koning Muskar XII zou moeten aftreden als hij op Sint-Vladimirsdag niet over de scepter van de vroegere koning Ottokar IV beschikt. Kuifje meent nu dat de studiereis van professor Halambiek een voorwendsel is om binnen te dringen in de schatkamers en de scepter te stelen en zodoende de koning te dwingen om af te treden. Kuifje vertrouwt deze kwestie toe aan de eerste politiecommandant die hij ontmoet. Dit blijkt een verrader die Kuifje door zijn samenzweerders gevangen wil laten nemen. Hij wordt op een boerenkar richting de hoofdstad van Syldavië gezet, met de bedoeling hem onderweg te overmeesteren, maar Kuifje weet een lift te krijgen van een auto met daarin de operazangeres Bianca Castafiore en ontkomt op die wijze geheel per toeval aan de ontvoering. Met veel moeite ontsnapt Kuifje en slaagt erin de hoofdstad Klow te bereiken, waar kolonel Boris, de verraderlijke adjudant van Muskar XII van wie Kuifje eerst zogenaamd toestemming heeft gekregen tot een onderhoud met de koning, hem tijdens een optreden van Castafiore laat arresteren omdat hij een anarchist zou zijn. Kuifje weet te ontkomen en komt per toeval alsnog in contact met de Syldavische koning, die in gezelschap is van Boris. Kuifje legt uit hoe het zit. De koning besluit Kuifjes relaas nader te onderzoeken en begeeft zich met Kuifje naar de schatkamer waar zich de scepter bevindt. Daar treffen ze Halambiek, de hoffotograaf Czarlitz en de wachters bewusteloos aan. De scepter is verdwenen. Czarlitz en Halambiek worden in hechtenis genomen, maar ontsnappen. thumb|Detail van de Britse koninklijke Gouden Koets. Op dit voertuig is de koets van koning Muskar XII in het album De scepter van Ottokar gebaseerd. De detectives Jansen en Janssen komen nu de zaak helpen onderzoeken. Zij concluderen dat de aanwezigen verdoofd werden doordat bij het fotograferen iets anders dan magnesiumpoeder gebruikt werd, waarna de dief de scepter naar buiten wierp. Het laatste lijkt onmogelijk vanwege de tralies, maar Kuifje ontdekt dat er een springveer in het fototoestel verborgen zit. Czarlitz en Halambiek konden de scepter hiermee afschieten, waarna ze door een klap van dezelfde springveer bewusteloos zijn geraakt. In het bos waar de scepter terechtgekomen is, volgt hierna een confrontatie met drie Bordurische spionnen, die op zoek zijn naar de scepter en die inderdaad vinden. Kuifje en zelfs Bobbie krijgen de scepter even in bezit, maar uiteindelijk ontsnapt een van de samenzweerders met de scepter naar de Syldavisch-Bordurische grens. Kuifje achtervolgt hem, alwaar hij de man net op tijd overmeestert. In diens zakken ontdekt Kuifje instructies over de voorbereidingen voor een Bordurische invasie. Gedreven door stevige trek glipt Kuifje de grens over om bij een huis om eten te vragen. Het blijkt een grenspost te zijn, wat hem dwingt om met een gestolen brood en fles wijn de bergen in te vluchten, terwijl de Borduriërs hem op de hielen zitten. Tijdens zijn vlucht stuit Kuifje op een militair vliegveld en hij steelt een van de gevechtsvliegtuigen die klaar staan voor de inval. Omdat dit een Bordurisch vliegtuig is, wordt hij door de Syldaviërs neergehaald. Kuifje weet samen met Bobbie net op tijd uit het brandende vliegtuig te ontsnappen, waarna hij te voet zijn weg vervolgt richting Klow.

Intussen is de spanning in Syldavië opgelopen. Geruchten over de diefstal van de scepter nemen toe, terwijl de samenzweerders geweld tegen plaatselijke Borduriërs uitlokken om de invasie te rechtvaardigen. Net wanneer de koning besluit dat hij moet aftreden om een einde te maken aan de onrust, arriveert Kuifje. Hij meent de scepter bij zich te hebben, maar blijkt hem onderweg naar het paleis verloren te hebben. Het is Bobbie die hem gevonden heeft, die de scepter naar het paleis brengt en daarmee de monarchie redt. De samenzweerders worden gearresteerd en Kuifje wordt geridderd.

Nu valt alles uiteindelijk op zijn plaats. De vreemdeling die voor Kuifjes deur werd aangevallen en daarna zijn geheugen kwijt was, was een Syldavische agent die Kuifje had moeten waarschuwen voor het complot waar hij via professor Halambiek in verzeild dreigde te raken. Uiteindelijk wordt ook het vraagstuk van de niet rokende en brilloze Halambiek opgelost: Nestor, de echte professor, was vlak voor zijn reis naar Syldavië ontvoerd en vervangen door zijn tweelingbroer Alfred, die net als Nestor een baard heeft. Het was dus waar wat Kuifje in het vliegtuig vermoedde.

Achtergronden Inspiratiebronnen miniatuur|Het Koninklijk Paleis van Brussel, waarop het Koninklijk Paleis van Syldavië is gebaseerd. Het idee voor het verhaal had Hergé van een vriend, zo vertelde hij in een serie interviews aan de journalist Numa Sadoul. In 1982 zei Hergé tegen hem, zonder namen te noemen:

Hergés biograaf Philippe Goddin noemt Philippe Gérard, een van Hergés goede vrienden, als degene die Hergé inspireerde. Hergé en Gérard dachten volgens hem aan een staat die in tweeën was gesneden en de namen Syldurië en Bordurië had gekregen. Ze raakten geïnspireerd door de troonsbestijging van de Engelse koning George VI en kwamen op het idee om diens fictieve neef, tevens de wettelijke erfgenaam, als de populaire Ottokar IV de troon van Syldurië te laten bestijgen. Die koningstroon werd in de plannen van Hergé en Gérard echter opgeëist door de onpopulaire prins Karamellovitsch, die in Bordurië in ballingschap verbleef en afstamde van een erg oud geslacht dat ooit zelf op de troon van Syldurië zat. De prins zou daarbij steun krijgen van de 'centrale machten', die hun oog hadden laten vallen op de mijnen waar het erts kalysium gewonnen werd. Dit erts zou een belangrijke rol in de oorlogsvoering kunnen gaan spelen. De aanhangers van Karamellovitsch waren verenigd in geheime genootschappen, die als wachtwoord de Brussels-Syldurische uit het caféleven afkomstige kreet 'Khem döst' hanteerden en in het Brusselse dialect voor 'Ik heb dorst' staat. Als alternatief had Hergé nog een ander wachtwoord achter de hand: 'Rohlzy Mopzy', afgeleid van 'rolmops',Goddin, Philippe (2008) Hergé. Levenslijnen, p. 232 in het België van die dagen erg populair. En er kwamen nog meer ideeën naar voren, zoals het fototoestel in een zakhorloge en het luik in een vliegtuig dat openklapt, waarna Kuifje naar beneden valt. Slechts enkele details zouden het album halen. Eén inval zou in een ander verhaal gebruikt gaan worden. Zo verschijnt in het drie jaar na De scepter van Ottokar verschenen Kuifje-verhaal De geheimzinnige ster een professor ten tonele met de naam Kalys, die zijn naam aan een nieuw ontdekt erts geeft: kalysium.

Benoît Peeters, een van Hergés andere biografen, meent ook dat met die vriend zo goed als zeker Philippe Gérard bedoeld wordt en die al langer waarschuwende woorden had uitgesproken over een groot aanstaand conflict. Een andere mogelijke aanwijzing is dat Hergé in 1939 in zijn notitieboekje vermeldde: "scenarios: en collaboration: Philippe - Jamin" (scenario in samenwerking met Philippe en Jamin).Opstal, H. van (1994) Essay RG. Het fenomeen Hergé, p. 56 Met Philippe doelde hij wellicht op Philippe Gérard en met Jamin natuurlijk op Paul Jamin, eveneens een van zijn beste vrienden.

thumb|left|Volgens Hergés biograaf Philippe Goddin vertoont de acteur Ronald Colman, die de hoofdrol van koning en zijn dubbelganger speelt in de film The Prisoner of Zenda (1937), gelijkenissen met koning Muskar XII.