Het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium (KIK) is een Belgische Federale Wetenschappelijke Instelling die ressorteert onder het Federaal Wetenschapsbeleid, en werd in 1948 opgericht met de bedoeling het artistieke en culturele erfgoed van België te bestuderen en te conserveren.

De Franse benaming is Institut royal du patrimoine artistique (IRPA), de Duitse Königliches Institut für das Kunsterbe en de Engelse Royal Institute for Cultural Heritage. Het is gevestigd in het Jubelpark in Brussel.

Missie en visie Het KIK is een federale non-profitinstelling die zorg draagt voor het Belgisch erfgoed: kunst, gebouwen en betekenisvolle objecten uit ons verleden. Deze prachtige én onvervangbare creaties belichamen onze gedeelde geschiedenis en dragen onze identiteit als samenleving. Daarom geloven we bij het KIK dat kunst de emotie is die ons allemaal verbindt.

Het KIK vervult de volgende taken voor het Belgisch erfgoed: Inventarisatie: opmaken van een fotografische inventaris Studie: uitvoeren van expertises en wetenschappelijke analyses Conservatie en restauratie: verzekeren van een goede staat van bewaring, materieel en visueel Valorisatie: valoriseren en verspreiden van het geheel van wetenschappelijke, fotografische en technische documentatie, data en know-how

Deze opdracht wordt concreet vormgegeven: door het samenstellen van een inventaris van de werken op fotografische of numerieke drager; door het beheer van de documentaire, wetenschappelijke en technische gegevens in verband met het kunstpatrimonium; door de valorisatie en de verspreiding op nationaal en internationaal vlak van de wetenschappelijke gegevens; door onderzoek over de Belgische kunst, de materialen en technieken gebruikt in de kunst en de kunstnijverheden; door de controle op en de ontwikkeling van conserveringsmaterialen en -technieken; door het behoud en de behandeling van het bezit en door de ondersteuning van initiatieven die in dit verband genomen worden; door de actieve deelname aan nationale en internationale wetenschappelijke projecten en bijeenkomsten.

De kunst van erfgoed: een uniek model voor de beste zorg De werking van het KIK steunt op 6 pijlers, die samen een bijzondere meerwaarde scheppen.

Interdisciplinariteit Expertise Spitstechnologie Brede samenwerking Documentatie Kennisdeling & educatie

Geschiedenis Van 1900 tot 1945: ontstaan van het instituut in de schoot van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis

De geschiedenis van het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium vangt aan in 1900, het jaar waarin de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis een fotografisch atelier oprichten. Twintig jaar later wordt dit opgenomen in de nieuwe Dienst voor Belgische Documentatie: de voorloper van de fototheek van het KIK is geboren. Alles komt in een stroomversnelling in 1934. Jean Capart, hoofdconservator van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, stelt Paul Coremans aan als hoofd van de Dienst voor Belgische Documentatie en vraagt hem een Laboratorium voor Fysisch en Chemisch onderzoek op te richten.

Als reactie op de Duitse overheersing en vanwege de vernielingen aangericht door de gevechten tijdens de Tweede Wereldoorlog, vragen Stan Leurs (professor aan de Universiteit van Gent en adviseur-generaal voor het Behoud van Monumenten op het Commissariaat Generaal voor 's Lands Wederopbouw) en Jozelf Muls (directeur-generaal van Schone Kunsten) aan de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis om een fotografische inventaris op te stellen van het Belgisch kunstpatrimonium. Tussen 1941 en 1945 worden er zo'n 160 000 opnamen verwezenlijkt. Na de oorlog kunnen deze foto's helpen bij het herstellen van beschadigd erfgoed, en in bepaalde gevallen zijn ze zelfs de enige getuigen van vernietigde kunstwerken.

Van 1946 tot 1965: het instituut krijgt structuur en nieuwe huisvesting

Na de oorlog wordt met een Besluit van de Regent van 24 juni 1948 het Centraal Iconografisch Archief van Nationale Kunst en Centraal Laboratorium der Belgische Musea (ACL) opgericht. Deze nieuwe instelling die losstaat van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, legt zich officieel toe op de inventarisatie, de wetenschappelijke studie en de conservatie van kunstwerken, en dit voor het hele land.

In hetzelfde jaar worden het onderzoek en de behandeling van de Triptiek van het Heilig Sacrament van Dirk Bouts aan het ACL toevertrouwd, een opdracht die niet zonder gevolgen is voor onze toekomst. Voor de eerste keer werkt de Belgische restaurateur Albert Philippot (de schoonzoon van Jef Van der Veken) samen met het instituut. Hij zal een grote invloed hebben op de ontwikkeling van onze restauratie-ethiek.

In 1950 neemt het ACL de behandeling van het Lam Gods van de gebroeders Van Eyck (Gent, Sint-Baafskathedraal) op zich, die zich hoofdzakelijk beperkt tot de conservatie. Een internationale commissie van specialisten beslist immers om de ingreep tot het minimum te beperken en zo de historische authenticiteit en de esthetiek van het werk te respecteren. Deze aanpak is nieuw in deze tijd. "En approfondissant son passé, en soupesant son avenir, nous avons vécu, heure par heure, pendant douze longs mois, en étroit contact d'esprit et de cœur avec un des plus grands chefs-d'œuvre du monde. Objet de notre attention et de nos préoccupations de tous les jours, l'Agneau mystique est devenu le maître incontesté de notre vie", schrijft Paul Coremans in de bezoekersgids van de tentoonstelling in het Brusselse Paleis voor Schone Kunsten in 1951. In 1953 wordt L'Agneau mystique au laboratoire uitgebracht: de eerste publicatie ter wereld die zo diepgaand het wetenschappelijk onderzoek en de behandeling van een dergelijk meesterwerk beschrijft.

In 1952-1953 wordt het Sint-Remaclusschrijn van 1220-1268 (Stavelot, Sint-Sebastiaanskerk) aan de laboratoria toevertrouwd. Nadien vindt nog meer kostbaar edelsmeedwerk de weg naar onze ateliers.

Het Koninklijk Besluit van 17 augustus 1957 maakt van het ACL het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium, een van de tien federale wetenschappelijke instellingen. De multidisciplinaire aanpak die van bij aanvang werd verdedigd door Paul Coremans, wordt uiteindelijk erkend. Kunsthistorici, fotografen, chemici, fysici en restaurateurs worden verenigd met een gemeenschappelijke opdracht: de inventarisatie, studie en conservatie van het artistieke patrimonium van het land. Zoals Paul Coremans zegt: "Les éléments d'appréciation d'ordre esthétique, historique, scientifique et technique, constituent autant d'aspects d'un même problème. Tous revêtent à nos yeux une importance égale et doivent contribuer, dans la même mesure, au succès final" (Traitement de l'Agneau mystique. Guide du visiteur (tentoonstelling georganiseerd door het Ministerie van Openbaar Onderwijs, Brussel, Paleis voor Schone Kunsten, 1951). Een jaar later verschijnt het eerste Bulletin.

In 1958 wordt de Gerechtigheid van keizer Otto van Dirk Bouts (Brussel, Koninklijke Musea voor Schone Kunsten) in het KIK behandeld. Twee jaar later volgt Peter Paul Rubens' Kruisafneming (Antwerpen, Kathedraal).

Het instituut verhuist in 1962 naar een nieuw gebouw ontworpen door architect Charles Rimanque en volgens het technisch concept van René Sneyers. Dit gebouw is het eerste ter wereld dat speciaal werd ontworpen om er alle disciplines die met de conservatie van het artistiek patrimonium te maken hebben, in onder te brengen. Onlangs werden bepaalde delen van het gebouw geklasseerd. Het meubilair van de bureaus, de ateliers en laboratoria werd ontworpen door architect Stephane Jasinski, in samenwerking met het personeel van het instituut. De Kortrijkse firma Decoene stond in voor de realisatie.

Van 1966 tot 1979: fotografische campagne die leidt tot het Repertorium

Het Tweede Vaticaans Concilie brengt liturgische veranderingen met zich mee waardoor een gedeelte van het kerkelijk meubilair verloren dreigt te gaan. Daarom geven de ministers van Cultuur, Pierre Wigny en Renaat van Elslande, het KIK de opdracht een Fotorepertorium van het meubilair van de Belgische bedehuizen op te stellen. Bij de inventarisatie van alle werken met een artistieke, historische, archeologische of folkloristische waarde in de 222 kantons van het land, worden zo'n 250 000 opnamen gemaakt. Dit werk wordt in 1972 aangevangen en neemt een tiental jaren in beslag.

Van 1967 tot 1970 is het Reliekschrijn van Onze Lieve Vrouw (Hoei, Collegiale kerk Onze Lieve Vrouw) in behandeling in het KIK, evenals de Aanbidding van de Koningen van Pieter Bruegel de Oude (Brussel, Koninklijke Musea voor Schone Kunsten). Dit is een werk op canvas wat eerder uitzonderlijk is voor die periode.

Dankzij de kleine monsters die men mag nemen van draden op de achterzijde van de wandtapijten van de stad Doornik, ontwikkelt zich geleidelijk het onderzoek naar natuurlijke kleurstoffen, tot in 1969 het atelier voor de conservatie van textiel in het KIK wordt opgericht.

Van 1980 tot 1989: federalisering en gescheiden beheer

In de jaren 80 doet men in de laboratoria systematisch onderzoek naar de versteviging van steenachtige materialen, hun bescherming tegen zure regen, het gebruik van waterafstotende middelen en reinigingsmethoden. Ook wordt de methode van radiokoolstofdatering verder ontwikkeld en verfijnd.

In 1982 wordt het Sint-Columbaretabel (16de eeuw, Sint-Columbakerk in Deerlijk) overgebracht naar het KIK. Van 1986 tot 1988 vindt de restauratie plaats.

In 1983 voert Jan Wouters een diepgaand onderzoek naar de conservatie van leder en perkament. Nieuwe onderzoeksdomeinen worden verkend en het atelier voor leder en perkament krijgt geleidelijk aan vorm.

Het Koninklijk Besluit van 31 december 1986 brengt de nationale wetenschappelijke instellingen waarvan het KIK er één is, onder bij de Staatsdiensten met Gescheiden Beheer onder de bevoegdheid van de twee ministers van Nationale Opvoeding.

Van 1986 tot 1989 voert het KIK de restauratie uit van het 14de-eeuwse zogenoemde Bethlehem-portaal van de collegiale kerk in Hoei.

Tussen 1987 en 1991 is de negende-eeuwse verluchte Codex Eyckensis (Maaseik, Sint-Catharinakerk) in behandeling, in 1988 de Car d'Or (processiewagen) uit Mons (Collegiale kerk Sint-Waldetrudis) en van 1989 tot 1993 de relieken van de Heiligen Harlinde en Relinde (9de eeuw) uit Maaseik (Sint-Catharinakerk). Van 1989 tot 1994 restaureert het KIK het Chinees Paviljoen te Laken. In diezelfde periode wordt in het instituut ook de Kruisoprichting van P.P. Rubens (Antwerpen, kathedraal) behandeld.

Van 1989 tot 1998: begin van de automatisering van het fotoarchief

In 1989 begint men met de automatisering van het fotoarchief. En in 1995 wordt de volgende stap gezet: de digitalisering van de foto's.

Het Fonds voor het Roerend Patrimonium van de Koning Boudewijnstichting staat in voor de tussenkomst in noodsituaties. In het kader daarvan lanceert het in 1991 een reeks campagnes rond restauratie. Het KIK neemt deel aan de operatie "S.O.S. Grote Doeken", waarbij twee doeken worden behandeld: de Golgotha van Anthony van Dyck (Gent, Sint-Michielskerk) en het Vagevuur van Rubens (Doornik, kathedraal).

Tussen 1991 en 1993 worden de muurschilderingen van de Antwerpse kathedraal gerestaureerd.

In 1992 stappen de laboratoria in de onderzoeksprogramma's gefinancierd door de Europese Unie (STEP, ENVIRONMENT, HARDROCK, ENVIART, MAP, SCOST...).

In 1993-1994 zet het Fonds voor het Roerend Patrimonium een tweede campagne van dringende restauratie op touw, "S.O.S. Wandtapijten". Deze keer kan het KIK het Oordeel van Salomon, een 16de-eeuws Brussels tapijt dat eigendom is van de stad Roeselare, restaureren.

Het zuidportaal van de basiliek van Halle wordt in 1993 door het instituut behandeld.