De treinkaping bij De Punt is een kaping van de intercity Assen-Groningen die plaatsvond van 23 mei tot 11 juni 1977 en werd gepleegd door negen gewapende Zuid-Molukkers ter hoogte van het dorp De Punt in de provincie Drenthe. De kaping werd beëindigd met een beschieting door de Bijzondere Bijstandseenheid (BBE), gevolgd door een bestorming door de BBE-Mariniers,Een aparte eenheid bij het Korps Mariniers. gesteund door de Koninklijke Luchtmacht. Deze actie kostte twee gegijzelden en zes kapers het leven.
Context
De Zuid-Molukkers kwamen in 1951 voor een tijdelijk verblijf naar Nederland, met de belofte van de Nederlandse regering dat zij op de Molukken hun eigen staat zouden kunnen stichten. Zij verbleven in kampen, waaronder Kamp Vught en Schattenberg, onder meestal matige tot slechte omstandigheden. Nadat zij een generatie – ruim 25 jaar – hadden gewacht op de inlossing van de beloften van de Nederlandse regering, wilden enkelen van de jongere generatie hun situatie niet meer accepteren en gingen over tot gewelddadige acties.
Dit was de tweede van de twee treinkapingen in de Nederlandse geschiedenis, na de kaping gedurende twaalf dagen in december 1975 bij het Drentse dorp Wijster van de stoptrein Groningen – Zwolle, eveneens door jonge Zuid-Molukkers.
Verloop Chronologie van de gebeurtenissen 23 mei De gijzeling begint. 24 mei Bij de NOS-radio wordt een brief van eisen voorgelezen. 25 mei De Tweede Kamerverkiezingen worden gehouden (deze gaan gewoon door), het ultimatum verstrijkt zonder gevolgen. 26 mei Een geboeide man wordt buiten de trein geplaatst en weer naar binnen gehaald. 28 mei Grote schoonmaak in de trein, 60 demonstranten bieden zich aan ter vervanging van de gegijzelden. 29 mei Onderhandelingen over het vrijlaten van de zwangere N. Ellenbroek lopen op niets uit. 30 mei De gijzeling gaat de tweede week in. 31 mei De kapers vragen voor het eerst om een bemiddelaar. 1 juni De kapers vragen om een ambulance, maar trekken dit verzoek weer in. 4 juni Twee bemiddelaars voeren een urenlang gesprek met de kapers. 5 juni Twee zwangere vrouwen, onder wie Annie Brouwer-Korf, mogen de trein verlaten. 6 juni De kapers spelen buiten de trein slagbal. 8 juni Een zieke passagier (Th. J. van Hattem) wordt vrijgelaten. 9 juni Twee bemiddelaars hebben een tweede gesprek met de kapers. 11 juni ’s Morgens vroeg komt er een einde aan de gijzeling.
Begin Negen gewapende Molukkers tussen de 17 en 27 jaar stapten op in station Assen met een enkeltje naar station Groningen.
Dit waren: Max Papilaja, Ronnie Lumalessil, George Rumahmory, Minggus Rumahmory, Mateus Tuny, Junus Ririmasse, Andreas Luhulimaen, Marcus (Rudi) Lumalessil en Hansina Uktolseja.
Tussen station Assen en station Haren werd aan de noodrem getrokken. De trein kwam om negen uur 's morgens tot stilstand in een bocht bij De Punt, niet ver van de spoorwegovergang te Glimmen in de provincie Groningen. De hoofdconducteur en machinist werden onder bedreiging van een vuurwapen gesommeerd de trein te verlaten. Kort daarna mochten 40 reizigers de trein verlaten. De overige 54 reizigers werden gegijzeld.Enkele dagen voor de bestorming mochten drie gegijzelden de trein verlaten, waardoor er 51 gegijzelden (tussen 16 en 58 jaar) overbleven.
Tegelijkertijd begonnen vier Zuid-Molukkers met de gijzeling van de openbare lagere school in Bovensmilde waarbij 105 kinderen en 5 onderwijzers gegijzeld werden. Met deze acties wilden ze de Nederlandse regering dwingen zich in te zetten voor een onafhankelijke Republiek der Zuid-Molukken. Bovendien eisten ze de vrijlating van 21 Zuid-Molukse gevangenen. Als deze eisen niet voor 25 mei 14:00 uur zouden worden ingewilligd, zouden de trein en de school worden opgeblazen. De Nederlandse regering liet weten pas over het ultimatum te willen praten als alle kinderen zouden zijn vrijgelaten.
Crisisteam Het demissionaire kabinet-Den Uyl vormde een crisisteam, waarin naast minister-president Den Uyl ook minister van Justitie Van Agt en minister van Binnenlandse Zaken De Gaay Fortman, zitting hadden. Van Agt bleek voorstander van een harde aanpak, terwijl de anderen voorstander waren van onderhandelingen. Binnen het kabinet drongen verschillende ministers, na aanhoudende aarzeling van premier Den Uyl, aan op een definitief besluit over de beëindiging van de gijzelingsacties. Hierop vond een hoofdelijke stemming plaats in het crisisteam. De ministers De Gaay Fortman, Van der Stoel en Van Agt stemden voor een militaire bestorming, terwijl Den Uyl en Van Doorn tegen stemden. Hoewel de premier grote bedenkingen behield en erg geëmotioneerd was, legde hij zich neer bij de meerderheid van het kabinet. Overeenkomstig het principe van de kabinetseenheid besloot hij de beslissing tot de bestorming vervolgens eendrachtig uit te dragen.
Voor 25 mei stonden de verkiezingen voor de Tweede Kamer gepland. De lijsttrekkers besloten de verkiezingscampagne te staken maar de verkiezingen te laten doorgaan. Den Uyl zei hierover: "Enkele tientallen mensen mogen ons niet afbrengen van de weg van onze eigen parlementaire democratische orde waarin de verkiezingen thuishoren."https://historiek.net/treinkaping-bij-de-punt-1977/79267/
Na het verstrijken van het ultimatum kwamen nieuwe eisen: een vrije aftocht per vliegtuig vanaf Schiphol met de 21 Zuid-Molukse gevangenen, vijf gijzelnemers en de vijf leerkrachten. Met behulp van afluisterapparatuur was de overheid te weten gekomen dat de gegijzelden op dat moment geen gevaar liepen, waarop minister Van Agt ook dat ultimatum liet verstrijken.
Bemiddelaars Mevrouw Josina Soumokil-Taniwel (de weduwe van de in Indonesië geëxecuteerde president van de Zuid-Molukken Chris Soumokil) en huisarts Hassan Tan speelden een rol als bemiddelaars tussen de kapers en de Nederlandse regering. Dr. Tan werd uiteindelijk vervangen door de Molukse huisarts en latere president van de Republik Maluku Selatan (RMS) in ballingschap, Frans Tutuhatunewa.
Als gevolg van een ziekte in de school werd besloten de kinderen vrij te laten maar de leerkrachten bleven gegijzeld. Volgens bemiddelaar Tutuhatunewa was er tijdens zijn bezoek aan de trein geen sprake van een slechte gezondheid bij de gegijzelden. Desondanks speelde de slechte gezondheid van de gegijzelden mee bij het besluit om de trein te bestormen.
Volgens een verslag van De Gaay Fortman: "Even voor vier uur belde ik Dries uit het Catshuis. Hij verzekerde mij dat de volgende ochtend een eind aan de gijzeling zou worden gemaakt. (...) Wat mij betreft had hij groot gelijk. De toestand in de trein was onhoudbaar, de hygiënische omstandigheden waren allerverschrikkelijkst. De mensen werden steeds meer prikkelbaar en agressief. Er waren al doden (in 1975) gevallen, er waren mensen in koelen bloede geëxecuteerd."
Voorbereiding van de aanvallen Er werd een aanvalsplan opgesteld. Vluchtende en zich overgevende gijzelnemers zouden daarbij niet opzettelijk worden gedood, maar de mogelijkheid dat alle gijzelnemers zouden omkomen werd niet uitgesloten.
De locatie van de gijzelnemers en gegijzelden in de trein was tijdens de bijna drie weken durende actie zo goed mogelijk bepaald. Al de eerste nacht plaatsten mariniers afluisterapparatuur onder de trein en ook in de trein was afluisterapparatuur aanwezig die was binnengebracht met kratten etenswaren en andere benodigdheden. In het Nationaal Archief bevinden zich zogenaamde 'bewegingsdiagrammen' waarin van uur tot uur wordt weergegeven waar Molukkers en gegijzelden zich precies bevonden. De nacht voor de aanval werden er ook warmtebeelden van de trein gemaakt om te verifiëren of de gegijzelden en de Molukkers zich nog op dezelfde plaatsen bevonden. In het Nationaal Archief bevindt zich ook een lijst waarop dat vermeld staat. De Molukkers worden aangeduid als 'opponent'. Er wordt exact beschreven wie zich achter welk raam of welke deur bevond. Air Mata Kebenaran, het rapport van Beckers en Ririmasse, haalde deze lijst boven water.
De aanvallen thumb|Geanimeerde reconstructie van de aanval, gemaakt in opdracht van de betrokken ministeries Zaterdag 11 juni 1977, om ongeveer 5.00 uur, bijna drie weken na het begin van de kaping, voerden precisieschutters van de BBE Krijgsmacht, bijgestaan door mitrailleurschutters, een intensieve beschieting uit op de compartimenten van de trein waarvan het sterke vermoeden bestond dat zich daarin alleen gijzelnemers zouden bevinden, om in ieder geval te verhinderen dat deze naar de gegijzelden toe zouden gaan. Naar achteraf bleek was er een balkon waar zich tegen de verwachting in twee gegijzelden bevonden. Een daarvan, de twintigjarige Ansje Monsjou, (een vrouw met gedeeltelijk Molukse roots) kwam zo om het leven.Op 4 juni, dus een week voor de bestorming van de trein, was ze twintig geworden.
De beschieting gaf bovendien mariniers van de BBE dekking om de trein door het open landschap te kunnen naderen en binnendringen. Tijdens de beschieting vonden er – voor een schrikeffect – schijnaanvallen plaats door drie keer in groepjes van twee laag over te vliegen met zes Starfighter-straaljagers van de Koninklijke Luchtmacht met oorverdovend brullende naverbranders. Tijdens deze schijnaanvallen simuleerde een kikvorsteam inslagen van vliegtuigbommen door explosieven naast de trein tot ontploffing te brengen. Onder dekking van het precisievuur en de schijnaanvallen naderden vijf mariniersgroepen achter elkaar aan lopend de trein vanuit noordelijke richting via het talud van het spoor. Nadat het vuren door de precisieschutters was gestopt, forceerden de mariniers deuren door het plaatsen en detoneren van springramen (in één geval lukte dat niet en werd een raam ingeslagen), waarop zij de trein binnendrongen. Het optreden van de mariniers in de trein werd bemoeilijkt door de smalle gangen, de verduisterde ramen en de scheve stand van de trein.De trein helde over door de verkanting in een bocht van het spoor.
In de coupé van de vrouwelijke gegijzelden, waar ook de veertigjarige man Rien van Baarsel sliep, stormde gijzelnemer Marcus Rudie Lumalessil bewapend met een uzi-pistoolmitrailleur binnen om, zoals hij achteraf verklaarde, alle gegijzelden neer te schieten.Volgens een reconstructie door Junus Ririmasse en Jan Beekers had Lumalessil daar alle tijd voor, maar heeft hij het niet gedaan. Zie:Air Mata Kebenaran; het drama bij De Punt, pp. 12-13 Hij verwondde daarbij een gegijzelde. Een marinier beschoot hem vervolgens maar trof daarbij Van Baarsel, die was opgestaan, dodelijk. De overige 49 treinreizigers konden worden bevrijd.
Bij de bestorming werd kaapster Hansina Uktolseja geraakt door verschillende kogels. Het aantal kogels is onderwerp van controverse (aantallen van 8 tot 128 worden genoemd). In het boek De Molukse Acties van Peter Bootsma verklaart BBE-er 'Rinus' dat hij de gewonde Uktolseja "van vlakbij nog een keer met mijn uzi" doodschoot, omdat ze een dreiging vormde en hij niet direct kon vaststellen of ze op dat moment gewapend was. Een overheidsrapport uit 2014 stelt dat deze marinier (hij wordt in dit rapport 'de revolverschutter' genoemd) minstens drie keer moet hebben geschoten. Volgens Junus Ririmasse en Jan Beekers is ze door revolverschoten om het leven gekomen en is geen uzi-munitie in haar lichaam aangetroffen.Air Mata Kebenaran; het drama bij De Punt, p.7