Vincenzo "Enzo" Daniele Scifo (La Louvière, 19 februari 1966) is een voormalig Italo-Belgische voetbalcoach en voetballer die gold als een van de beste Belgische spelers in de jaren 80 en 90. Scifo was een aanvallende middenvelder.

Spelerscarrière Jeugd Enzo Scifo werd op 19 februari 1966 geboren als de zoon van Siciliaanse immigranten. Zijn ouders waren afkomstig van Aragona. De jonge Enzo groeide op in het Henegouwse Haine-Saint-Paul en begon zoals veel kinderen in die periode als straatvoetballer. Hij en zijn broer Pino speelden regelmatig voetbal in de Rue des Alouettes.Portret. Enzo Scifo, tussen Le Pays Noir en het mondaine Monaco De Standaard, 9 december 2000 Toen hij zich op 7-jarige leeftijd wilde inschrijven bij het plaatselijke RAA Louviéroise, kreeg zijn vader Agostino te horen dat een speler minstens 8 jaar oud moest zijn. Uiteindelijk besloot zijn vader in overleg met het bestuur om zijn geboortedatum aan te passen. Toen Scifo een jaar later wel de vereiste leeftijd had, werd zijn geboortedatum opnieuw aangepast en kreeg de club een boete.Enzo Scifo à coeur ouvert La Libre, 20 januari 2002 Als kind droeg Scifo enkel de Italiaanse nationaliteit. Sporadisch werd hij door leeftijdsgenootjes geplaagd om zijn afkomst. Later verklaarde hij dat zijn sportieve successen zijn integratie vergemakkelijkt hebben.

Door zijn uitstekende techniek en neus voor doelpunten kreeg Scifo in zijn jeugd de bijnaam Le Petit Pelé du Tivoli, oftewel de kleine Pelé van het Tivoli (het stadion van La Louvière). Tal van Belgische topclubs toonden dan ook interesse in de jonge middenvelder. Standard Luik wilde hem graag aantrekken en hoewel Scifo in Luik bij zijn grootvader kon logeren, zag zijn moeder hem niet graag naar De Vurige Stede verhuizen. Nadien lichtte Jef Jurion, gewezen speler van RSC Anderlecht en in 1975/76 trainer van La Louvière, zijn oud-ploegmaat Pierre Hanon in. Hanon, toen jeugdtrainer van Anderlecht, ging Scifo twee keer scouten in dienst van de Brusselaars. Voor een som van 1,2 miljoen BEF (zo'n €30.000) gingen de ouders van Scifo akkoord met een transfer.Steegen, D. & Van Loock, S. (2008) 100 jaar Royal Sporting Club Anderlecht. Leuven: Uitgeverij Van Halewyck Aanvankelijk werd hij bij een Brusselse familie ondergebracht, maar wegens heimwee keerde hij al snel huiswaarts. Vanaf dan werd hij door zijn vader Agostino, die inmiddels gedeeltelijk invalide was door een werkongeval, naar de trainingen gebracht. Scifo werkte bij de jeugd samen met trainers Pierre Hanon, Paul Van Himst en Philippe Van Wilder en maakte deel uit van een getalenteerde spelersgroep die bestond uit onder meer Stéphane Demol, Georges Grün, Jean Kindermans en Jean-Claude Bouvy.

RSC Anderlecht Op 25 september 1982 volgde Van Himst de Joegoslaaf Tomislav Ivić op als trainer van het eerste elftal. De viervoudige winnaar van de Gouden Schoen had Scifo nog persoonlijk onder zijn hoede gehad bij de jeugd en haalde hem in de zomer van 1983 bij het eerste elftal. Zijn officieus debuut maakte Scifo in een galawedstrijd tegen het FC Barcelona van stervoetballer Diego Maradona. Op 16 augustus 1983, de eerste speeldag van het seizoen 1983/84, maakte de aanvallend ingestelde middenvelder tegen Beerschot VAV zijn officieel debuut. Hij mocht in de wedstrijd invallen voor rechtermiddenvelder Per Frimann. Anderlecht verloor het duel met 2-1. Een maand later maakte hij tegen Bryne FK ook zijn Europees debuut. Op 16 december, het laatste duel voor de winterstop, scoorde hij tegen Waterschei SV Thor zijn eerste competitiedoelpunt. Na de winterstop ontbolsterde de 17-jarige Italiaan volledig en werd hij een vaste waarde onder Van Himst. Doordat hij in die dagen regelmatig zijn talent toonde in de UEFA Cup oogstte Scifo ook internationale lof. Op 25 april 1984 speelde hij met Anderlecht in de halve finale van de UEFA Cup tegen Nottingham Forest. De Engelse club had de heenwedstrijd met 2-0 gewonnen, maar verloor in de terugwedstrijd met 3-0. Scifo opende in dat duel de score met een mooi afstandsschot waarmee hij doelman Hans van Breukelen in de korte hoek verraste. Anderlecht bereikte de finale waarin het met Tottenham Hotspur opnieuw tegenover een Engelse club stond. Scifo speelde in zowel de heen- als de terugwedstrijd de volle 90 minuten. Beide duels eindigden op 1-1, waarna er uiteindelijk strafschoppen kwamen. Scifo zette de derde paars-witte strafschop om. Anderlecht verloor de penaltyreeks met 4-3.

Scifo, die er ooit van droomde om voor de nationale ploeg van Italië uit te komen, kreeg in de jaren 80 veel aanbiedingen uit het land van zijn ouders. Zo bood op een gegeven moment Juventus hem een contract aan. Maar toen bleek dat de Italiaanse club hem meteen wilde uitlenen aan het meer bescheiden Atalanta Bergamo besloot Scifo om in België te blijven.

In het seizoen 1984/85 werd de 18-jarige Scifo, inmiddels al genaturaliseerd tot Belg (hij kreeg het privilege om zijn legerdienst slechts symbolisch te moeten doen), met zijn uitstekende techniek en verzorgd uiterlijk de absolute ster van het Belgische voetbal. Een van zijn hoogtepunten beleefde hij op 7 november 1984. Anderlecht nam het toen in de UEFA Cup op tegen Fiorentina. De Italiaanse club, die onder meer over de Braziliaanse stervoetballer Sócrates beschikte, werd helemaal zoek getikt door Scifo. Anderlecht won met 6-2, Scifo zelf scoorde het laatste doelpunt. Een ronde later werd Anderlecht uitgeschakeld door latere winnaar Real Madrid. Scifo's prestaties in binnen- en buitenland werden in januari 1985 beloond met de Gouden Schoen.VIDEO: Enzo Scifo wint op achttienjarige leeftijd (1984) Sporza.be, 9 januari 2013 Enkele maanden later sleepte hij ook zijn eerste landstitel binnen.

Vanaf dan kende de carrière van Scifo een kleine terugval. Hij kreeg steeds vaker kritiek van ploegmaats omdat zijn speelstijl het spel vertraagde, hij te vaak de bal opeiste en te weinig resultaat opleverde. Door zijn verliefdheid op de bal en Italiaanse ijdelheid kreeg hij de reputatie een prima donna te zijn. Hoewel Anderlecht met spelers als Juan Lozano over gelijkaardige voetballers beschikte, waren het vooral Scifo's prestaties die voor wrijving zorgden binnen de spelersgroep. Scifo, die in 1986 en 1987 telkens kampioen werd met Anderlecht, zocht al snel andere oorden op.

Internazionale miniatuur|Scifo bij Internazionale in 1987 Op 23 maart 1987 tekende de inmiddels 21-jarige Scifo een contract bij Internazionale, destijds voor een recordbedrag van (omgerekend) 8,6 miljoen Euro. Hij was na Ludo Coeck de tweede Belg in de geschiedenis van de Milanese club. Maar Scifo kon nooit aarden in het team van trainer Giovanni Trapattoni. Hij haalde er nooit zijn oude niveau en kreeg het bijgevolg hard te verduren in de Italiaanse pers. Zijn transfer werd beschouwd als een grote teleurstelling.Giovanni Trapattoni - Il Viaggo Del Maestro Storie di Calcio Het bestuur besloot voor het volgende seizoen in te zetten op de Duitse toppers Lothar Matthäus en Andreas Brehme en liet Scifo weten dat het niet meer op hem rekende. In 1988 leende de club hem voor een jaar uit.

Bordeaux Scifo belandde bij het Girondins de Bordeaux van trainer Aimé Jacquet. De middenvelder, die bij de Franse club een ploegmaat werd van onder meer Jesper Olsen, Éric Cantona en Jean Tigana, begon uitstekend aan het seizoen 1988/89. Maar daarna kende hij opnieuw een terugval. Een knieblessure en een conflict met coach Jacquet zorgden ervoor dat Scifo op een gegeven moment zelfs bij de invallers belandde. In februari 1989 werd Jacquet aan de deur gezet en opgevolgd door interim-trainer Didier Couécou. De Franse vicekampioen sloot het seizoen uiteindelijk teleurstellend af als dertiende. Hoewel landgenoot Raymond Goethals na het seizoen als nieuwe trainer werd aangetrokken, besloot de Italiaanse Belg de club te verlaten. Hij noemde zijn doortocht bij Bordeaux later de grootste teleurstelling uit zijn loopbaan.Scifo : "Seul l’état d’esprit compte" FIFA.com, 14 september 2009 (gearchiveerd)

Auxerre Scifo, die even flirtte met een terugkeer naar het Astridpark, werd uiteindelijk door Guy Roux overtuigd om in Frankrijk te blijven. De ervaren trainer die als sinds 1961 aan het roer stond bij AJ Auxerre was in tegenstelling tot Inter en Bordeaux wel bereid om een team rond de Belgische middenvelder te bouwen. Scifo, die ook aanvoerder was, vond zijn oude niveau terug en werd als het aanvallende gedeelte van de driehoek op het middenveld een uitblinker bij Auxerre. In het seizoen 1989/90 leidde hij zijn team naar de kwartfinale van de UEFA Cup. Een jaar later werd Auxerre derde in de competitie, terwijl Scifo met 14 doelpunten op dezelfde plaats eindigde in de topschutterslijst. Zijn prestaties leverden hem in eigen land de trofee voor Profvoetballer van het Jaar op. Hij werd de eerste laureaat uit een buitenlandse competitie.

Torino miniatuur|Scifo in actie voor Torino in het Serie A seizoen 1991-92 In 1991 keerde de middenvelder terug naar de Serie A. Hij waagde zich bij het Torino van coach Emiliano Mondonico aan een tweede kans in zijn geliefkoosde Italië. Torino, dat in de zomer van 1991 onder meer Dino Baggio, Müller en Haris Škoro zag vertrekken, hoopte met de transfer van Scifo het verlies van die sterkhouders op te vangen. Scifo nam met Torino sportieve wraak voor zijn minder succesvolle periode bij Inter. In zijn eerste seizoen loodste hij de Italiaanse club naar een knappe derde plaats, ver boven Inter. In de UEFA Cup bereikte Torino dat jaar ook de finale. De Italianen schakelden onder meer het Portugese Boavista en het Griekse AEK Athene uit alvorens het in de halve finale op te nemen tegen Real Madrid. Met spelers als Emilio Butragueño, Gheorghe Hagi en Luis Enrique waren de Koninklijken favoriet voor de eindzege. Maar Torino won thuis met 2-0 en zette zo de 2-1 nederlaag uit de heenwedstrijd recht. In de finale speelden Scifo en zijn ploegmaats twee keer gelijk tegen Ajax. Doordat de Amsterdammers twee keer op verplaatsing scoorden, mochten zij de beker in ontvangst nemen.

In het volgende seizoen zakte Torino weg. De Italianen werden in de Serie A negende, maar wisten wel de Coppa Italia te winnen. In de heenwedstrijd van de bekerfinale won Scifo's team met 3-0 van favoriet AS Roma. De Romeinen wonnen de terugwedstrijd overtuigend met 5-2, maar dat was onvoldoende om de eerdere nederlaag recht te zetten. Torino mocht zijn vijfde en tot op heden laatste beker in ontvangst nemen. Scifo behoorde in 1993 ook tot de 40 genomineerden voor de Ballon d'Or.

AS Monaco De 27-jarige Scifo keerde in 1993 terug naar Frankrijk. Hij tekende een contract voor 5 jaar bij het AS Monaco van trainer Arsène Wenger en werd er een ploegmaat van onder meer Emmanuel Petit, Lilian Thuram, Youri Djorkaeff, Claude Puel en Jürgen Klinsmann. In zijn eerste seizoen mocht Scifo met Monaco aantreden in de UEFA Champions League, als vervanger van het door een omkoopschandaal uitgesloten Olympique Marseille. Monaco schakelde in de voorrondes van het kampioenenbal Steaua Boekarest en AEK Athene uit en belandde in Groep A, samen met FC Barcelona, Galatasaray en Spartak Moskou. Scifo scoorde twee keer in de groepsfase, telkens tegen Galatasaray. Monaco eindigde als tweede achter Barcelona en plaatste zich zo voor de halve finale tegen AC Milan. Dat duel verloor de Franse club met 3-0.

Het seizoen 1994/95 verliep wisselvalliger voor de Monegasken. Wenger vertrok naar Japan en de club vond geen geschikte opvolger. Met Jean Petit, Jean-Luc Ettori en Gérard Banide passeerden dat jaar drie trainers de revue. Scifo zelf kwam door een blessure aan de enkel amper aan spelen toe. Hij werd tijdens het seizoen verscheidene keren geopereerd door sportdokter Marc Martens. Toen hij op het einde van het seizoen terugkeerde, viel met de Braziliaanse aanvaller Sonny Anderson een andere sterkhouder uit. Uiteindelijk wist Monaco pas in het slot van de competitie een Europees ticket te bemachtigen.