Isabella I, bijgenaamd de Katholieke (Isabel la Católica) (Madrigal de las Altas Torres, 22 april 1451Bericht van Johan II van Castilië aan de burgers van Murcia van 27 april 1451 in Madrid, waarin hij zelf de geboorte van zijn dochter aankondigt. Murcia, Archivo Municipal, leg. 4271, nº 90 — Medina del Campo, 26 november 1504), was 30 jaar koningin van Castilië, van 1474 tot aan haar dood.

Biografie Haar ouders waren Johan II van Castilië en Isabella van Portugal. Als dochter uit het tweede huwelijk van Johan II, die al een mannelijke erfgenaam had uit zijn eerste huwelijk, was haar kans om koningin te worden verre van vanzelfsprekend. Haar halfbroer Hendrik IV van Castilië werd na de dood van hun vader op 21 juli 1454 nog dezelfde dag tot koning uitgeroepen.

Isabella bracht haar eerste levensjaren door in Arévalo samen met haar moeder en haar broer en heeft waarschijnlijk daar haar eerste opleiding gedaan, die zoals het voor een dame van stand paste, bestond uit de basisbeginselen van het christelijke geloof en het leren lezen en schrijven. In 1461 verliet ze Arévalo om zich bij haar halfbroer Hendrik IV van Castilië te voegen aan zijn hof. Isabella's opleiding werd daar voortgezet, maar ze kreeg geen opleiding als toekomstig monarch, omdat er andere rechthebbenden op de troon waren die veel meer kans op de opvolging maakten dan zij; onder meer haar jongere broer Alfons. Isabella was toen 17 jaar.

De strijd om de troon Een deel van de Castiliaanse adel was het niet eens met het bewind van Hendrik, zij verenigden zich op 4 april 1460 in de Liga van Tudela. In september 1464 deed een deel van de adel een greep naar de macht. Het dwong Hendrik om zijn enige dochter Johanna, de titel van troonopvolger, die van prinses van Asturië af te nemen en zijn halfbroer Alfons te benoemen tot prins van Asturië. Op 27 april 1465 werd Alfons in Plasencia door de opstandige adel uitgeroepen tot koning van Castilië en Léon, wat op 5 juni nog eens bevestigd werd met een officiële ceremonie in de stad Ávila. De nieuwe koning, die de naam Alfonso XII kreeg, was slechts elf jaar oud. Deze staatsgreep werd bekend onder de naam de Farce van Ávila. Het resultaat hiervan was een burgeroorlog die eindigde met de plotse dood van Alfons op 5 juli 1468.

Al op de vooravond van de dood van Alfons stuurde de infante een brief aan de edelen, rechters, notabelen en de bevolking van Murcia waarin ze hen ervan op de hoogte bracht, dat haar broer Alfons in stervensgevaar verkeerde, maar waarin ze vooral voor zichzelf de troonopvolging opeiste.Brief van de infante Isabella, Cardenosa 4 juli 1468, Murcia, Archivo Municipal leg 4272 nº 1 Haar kandidatuur werd gesteund door Johan II van Aragón, die er op aanstuurde dat zij met zijn zoon Ferdinand zou trouwen. Hendrik IV sloot onder druk van de edelen op 19 september 1468 een overeenkomst (Tratado de Los Toros de Guisando) met Isabella waarin hij haar als opvolgster erkende, ten nadele van zijn eigen dochter Johanna (bijgenaamd la Beltraneja),Johanna van Castilië, wordt in het Spaans ook Juana la Beltraneja genoemd. Dit is een verbastering van de naam van Beltrán de la Cueva, die mogelijk haar natuurlijke vader was. op voorwaarde dat hij haar echtgenoot mocht kiezen.

Maar Isabella onderhandelde achter zijn rug over een huwelijk met Ferdinand van Aragón. Hierdoor werd in feite de voorwaarden van het Tratado de Los Toros de Guisando geschonden. Over de afspraken voor het huwelijk werd onderhandeld door Gonzalo de Chacón en Gutierre de Cárdenas. Op 18 oktober 1469 werd het huwelijk gesloten in de woning van Juan Vivero in Valladolid en de kerkelijke plechtigheid was op 19 oktober. Isabella was toen achttien jaar oud, haar echtgenoot zeventien. Voor dit huwelijk was pauselijke dispensatie nodig, omdat zij achterneef en -nicht van elkaar waren. Deze toestemming liet lang op zich wachten, doordat diverse partijen bezwaren uitten tegen dit huwelijk. Zo wilde bijvoorbeeld koning Lodewijk XI van Frankrijk zijn broer Karel van Valois laten trouwen met Isabella. De nodige dispensatie kwam pas op 1 december 1471 met een apostolische brief van paus Sixtus IV. Nadat Hendrik IV hoorde dat zijn halfzus getrouwd was met de Aragonese kroonprins, probeerde hij haar tevergeefs te onterven ten gunste van zijn eigen dochter Johanna la Beltraneja.

Hendrik IV overleed in de nacht van 11 december 1474 in het Alcazar van Madrid. Rodrigo van Ulloa en Garci Franco werden onmiddellijk naar Segovia gestuurd, waar Isabella zich bevond, om haar het nieuws mee te delen en haar te verzoeken geen actie te ondernemen tot de kerkelijke en wereldlijke autoriteiten ter zake waren overeengekomen wat er te doen stond. Deze actie zou ondernomen zijn door de gouverneurs van Johanna van Castilië,.Fernández Domíniguez José, La guerra civil a la muerte de Enrique IV, Zamora, 1929, p.21. Isabella negeerde het bericht en nam alle maatregelen om haar kroning tot koningin van Castilië en León zo spoedig mogelijk te laten plaatsvinden. Isabella liet zich kronen op 13 december in Segovia,Kopie van een notariële akte met de proclamatie van Isabella als koningin, 1480, Segovia, Archivo municipal, leg 207-1, ff. 10v-11r. na een plechtige dodenmis voor de overleden koning. Juan Díaz de Alcocer sprak bij die gelegenheid een rede uit waarin hij de rechten van Isabella op de troon verdedigde. Een rede die sindsdien als een voorbeeld van politieke propaganda geldt.Pedro Manuel Cátedra Garcia, Oratoria política y modelo de propaganda, La Oración de Juan Diaz de Alcocer en la proclamación de Isabel La Católica (1474), Atalya, Revue d’études médiévales romanes, 11 (2009). Veel tijdgenoten van Isabella en vele historici vandaag noemden en noemen de actie van Isabella een regelrechte staatsgreep tegen haar nicht Johanna.Luis F. de Peñalosa, Conmemoración del IV centenario de los Reyes Católicos, Estudios Segovianos, 7 (1955), pp. 333-351. Op 16 december stuurde Isabella nog een brief aan de autoriteiten en burgers van Murcia om haar aanspraken te bevestigen.Schrijven van Isabella van Castilië, Segovia 16 december 1474, Murcia, Archivo Municipal, Cartas antiguas y modernas 787, nº 8.Een soortgelijke brief werd gestuurd naar elke stad die stemrecht had in de cortes, het parlement van Castilië.

Ferdinand, Isabella’s echtgenoot, was tijdens deze periode niet in Segovia, maar bevond zich in Aragón. Toen hij op 21 december het nieuws vernam, begon er een periode van onenigheid tussen de echtgenoten en hun achterban die pas eindigt op 15 januari 1475 met een concordaat getekend in Segovia. De discussie ging over de rechten van Ferdinand en Isabella bij het regeren over Castilië.Acuerdo para la gobernación del reino, Valladolid, Archivo General de Simancas, Patronato Real, 12-22.

De eerste jaren van Isabella's bewind waren zeker niet probleemloos. Portugal verklaarde Castilië de oorlog, omdat Alfons V van Portugal de rechten van zijn nicht wilde verdedigen. In 1475 huwde Alfons trouwens met zijn nicht, om zo zelf de rechten op de Castiliaanse troon te verwerven, dit huwelijk werd door de paus enkele maanden later erkend, maar enkele jaren later werd de dispensatie door Sixtus IV weer ingetrokken. De Fransen kozen in deze Castiliaanse successieoorlog de zijde van Portugal, omdat ze conflicten hadden met het Huis Aragón over gebieden in Italië en Roussillon. Na de slag bij Toro, tussen de troepen van de Katholieke Koningen onder leiding van Ferdinand en kardinaal Mendoza en de Portugees-Castiliaanse troepen onder leiding van Alfons V en kroonprins Johan, op 1 maart 1476, waar er geen duidelijke overwinnaar was,Joseph-Louis Desormeaux, in Abrégé chronologique de l´histoire de l´Espagne, Duchesne, Paris, 1758, Tome 3, p. 25. kantelden de kansen in het voordeel van Isabella. De aanhangers van Johanna veranderden van kamp en Isabella werd erkend als koningin door de rechtbanken van Madrigal en Segovia in april respectievelijk oktober 1476. De successieoorlog eindigde met het verdrag van Alcáçovas op 4 september 1479 waarin Johanna en Alfons V hun aanspraken op de Castiliaanse troon opgaven en de Katholieke Koningen hun aanspraken op de Portugese troon lieten vallen. De overzeese gebieden werden opgedeeld in wederzijds erkende invloedssferen tussen Portugal en Castilië.

Dit maakt dat in de eerste jaren van de regering van Isabella en Ferdinand niet veel ruimte was voor het binnenlands beleid. Na de dood van Johan van Aragón in 1479 werd Ferdinand koning van Aragón. Na de troonsbestijging van Ferdinand waren beide koninkrijken verenigd onder dezelfde vorsten. Desondanks bleven beide koninkrijken administratief gescheiden, elk met zijn eigen identiteit en wetten. Ook beide parlementen bleven gescheiden. Het enige gemeenschappelijke instituut zou de Spaanse Inquisitie worden. Hoewel beide vorsten één gemeenschappelijke titel droegen, hield ieder zich louter met zijn eigen gebieden bezig – al werden de beslissingen wel gemeenschappelijk genomen. Door zijn centrale ligging en grotere oppervlakte werd Castilië de dominante partner in de unie.

Politiek beleid Isabella en Ferdinand leggen de fundamenten voor een Spaanse monarchie. Ze behielden wel de bestaande instellingen zoals de cortes en de rechtbanken, maar wijzigden de organisatie, de administratie en de bevoegdheden ervan.Edwards, John. Ferdinand and Isabella, 2005, Pearson Education Limited. Een groot deel van de wetten waarop ze zich zullen steunen om deze hervormingen door te voeren lieten ze goedkeuren tijdens een vergadering van de Cortes in Toledo tussen november 1479 en juni 1480. Ze gaven ook deze ordenamiento in druk uit om een brede verspreiding van de teksten mogelijk te maken.

Hiervoor werden de effectieven van het koninklijk huis en het hof sterk opgevoerd. Het koninklijk huis was een bestuursorgaan dat bestond uit twee onderdelen. De edelen voerden specifieke bestuurlijke en politieke opdrachten uit en werden hiervoor vergoed. De tweede groep bestond uit professionelen die vast in dienst waren en de administratie en confidentiële taken verzorgden voor de koning, Isabella zal meer en meer gaan steunen op deze professionelen.

De Koninklijke Raad was het voornaamste advies- en bestuursorgaan met meer dan 60 edelen, die voornamelijk hun eigen belangen behartigden. Op basis van wetten die ze liet stemmen in de Cortes van Toledo kan Isabella de Raad omvormen tot een orgaan met een president, een schatbewaarder, een prelaat, drie leden van de lagere adel en tussen acht en tien lettrados (juristen). Niet benoemde edelen mochten de vergaderingen bijwonen maar hadden geen stemrecht.

Op het gebied van rechtshandhaving richtte zij ook La Santa Hermandad op, een soort politiemacht, samengesteld uit lokale notabelen en de Real Audiencia y Chancillería (een soort hof van beroep) zag zijn macht toenemen en er wordt een tweede hof opgericht in Ciudad Real, naast het oorspronkelijke in Valldolid.

Reconquista