miniatuur|Een openluchtzwembad ook wel buitenbad genoemd miniatuur|Een binnenbad miniatuur|Het zwembad van Kali Taman te Salatiga, Midden-Java rond 1928
Een zwembad is een plaats waar mensen, voor hun plezier, voor de sport of als therapie kunnen gaan zwemmen.
Soorten zwembaden Er bestaan overdekte zwembaden en openluchtzwembaden. Openluchtzwembaden zijn vaak alleen geopend in de seizoenen waarop er goed gezwommen kan worden(in de zomer). Overdekte zwembaden sluiten soms in de hoogzomer voor onderhoud, op het moment dat men voldoende gebruik kan maken van een openluchtzwembad.
Vroeger bestonden er aparte jongens- en meisjesbaden en was gemengd zwemmen daar niet toegestaan.
Sommige zwembaden hebben een extra diep bad voor duiken vanaf een duiktoren.
Een officiële maat voor de afmetingen van een zwembad is het gebruik van de afmetingen van een zwembad met olympische afmetingen. Ook bestaan er wedstrijdbaden.
Er is nog een ander type zwembad. Dat is een zwembad met tegenstroom. In een zwembad met tegenstroom wordt er een tegenstroom gecreëerd waarin de zwemmer weerstand ondervindt en daardoor op zijn eigen positie kan blijven zwemmen. Er zijn verschillende technieken om stroming te produceren in een zwembad. Afhankelijk van het type stroming zal een zwemmer zich comfortabel voelen of wordt het meer een strijd om te blijven zwemmen.
Er wordt onderscheid gemaakt tussen bassins waar het water eenmalig wordt gebruikt en na elke bader geheel wordt ververst en bassins waar water wordt hergebruikt. Bij circulatiebaden bijvoorbeeld circuleert het water voortdurend via een waterzuiveringsinstallatie. Bij zogeheten doorstroomde bassins wordt het water continu ververst. Het afgevoerde water komt in het riool terecht of gaat naar de zuiveringsinstallatie van een ander bassin. De meeste 'gewone' zwembaden zijn circulatiebaden.
Op grote cruiseschepen zijn vaak één of meerdere zwembaden aanwezig.
Zwembaden In Nederland en Vlaanderen In 1988 waren er in Nederland 786 openbare zwembaden, wat is afgenomen tot 700 in 2012 en 625 in 2021Aantal zwembaden in Nederland. Vlaanderen kende in 1995 486 zwembaden, en in 2019 nog maar 299. Daarnaast zijn er nog enkele duizenden therapiebaden (onder andere in ziekenhuizen) en zwemgelegenheden die semi-openbaar zijn (bijvoorbeeld in hotels en op campings). Het is niet bekend hoeveel privézwembaden er in Nederland of Vlaanderen zijn.
De openbare zwembaden, de semi-openbare in hotels en op campings en de therapiebaden van ziekenhuizen e.d. worden volgens de Nederlandse wet in vier categorieën ingedeeld: Categorie A: bedoeld voor het zwemmen of baden in niet-oppervlaktewater ten minste een bassin heeft een wateroppervlakte van 2 m² ten minste een bassin is dieper dan 0,5 meter Categorie B: bedoeld voor het zwemmen of baden in niet-oppervlaktewater ten minste een bassin heeft een wateroppervlakte van 2 m² geen bassin is dieper dan 0,5 meter Categorie C: bedoeld voor het zwemmen of baden in oppervlaktewater Categorie D: overige zwemgelegenheden in oppervlaktewater, voor zover deze niet zijn ingericht De meeste 'gewone' zwembaden vallen in categorie A.
Pierenbad Een aparte categorie zwemgelegenheid is het pierenbad of kleuterbad. Dit zijn ondiepe zwembaden voor kinderen of volwassenen die niet kunnen zwemmen. Ze variëren van enkeldiep tot rompdiep. Soms maken ze deel uit van een "gewoon zwembad" waarbij op de grens tussen ondiep en diep een afscheiding, bijvoorbeeld een ballenlijn, is aangebracht. Andere zijn los van het diepe gedeelte in het zwembad ingebouwd. De enkeldiepe pierenbaden komen ook buiten zwembaden voor. Ze liggen in parken, plantsoen of speelplaatsen waarbij kinderen onder toezicht kunnen badderen en verkoelen. In Amsterdam is een aantal van die badjes onder architectuur ontworpen door Aldo van Eyck.
Tijdelijke zwembaden voor particulier gebruik miniatuur|Opblaasbaar kinderbadje Bij warm weer zetten veel mensen een kinderzwembad in de tuin. Meestal is zo'n bad niet groot genoeg om in te zwemmen en het mag dan ook eigenlijk geen zwembad heten. Er zijn ook grotere baden, met een diepte van meer dan een meter, waarin wel kan worden gezwommen. Deze moeten dan vaak speciaal worden geïnstalleerd door vakmensen.
Voorzieningen Een openbaar zwembad heeft meestal cabines waarin de bezoekers zich kunnen verkleden. Soms geschiedt het verkleden gemeenschappelijk en in dat geval zijn er meestal twee kleedkamers, gescheiden voor mannen en voor vrouwen. Sommige zwembaden hebben gezinscabines, die ruimte bieden aan ongeveer vier personen tegelijk (ouders met kinderen of een groepje kinderen).
De spullen blijven meestal niet in de cabine, ze worden vaak in een kluisje gestopt. Kleding kan indien hier geen belangrijke spullen in zitten ook met een speciale kleerhanger aan een kapstok worden opgehangen. De looppaden bij de cabines en kluisjes worden onderverdeeld in die waar men wel, en die waar men niet de schoenen aan mag hebben. Kleedcabines hebben vaak twee deuren, uitkomend op dit buiten- en binnendeel. In dat geval gaan de deuren soms beide naar binnen open, en heeft de kleedcabine een bankje met een opklapbare strook, dat in uitgeklapte toestand beide deuren blokkeert; dit systeem zorgt ervoor dat bij het verlaten van de cabine beide deuren worden gedeblokkeerd. Ook kunnen kleedcabines zijn geplaatst aan weerszijden van een gangpad dat naar het binnendeel loopt. In dat geval hebben ze aan slechts één kant een deur die is voorzien van een slot waarmee deze kan worden afgesloten tijdens het omkleden.
Bij vele zwembaden wordt van de zwemmers verwacht dat ze zich douchen voordat ze het zwemwater ingaan, zodat ze dat niet vervuilen. Dit is vooral belangrijk bij overdekte zwembaden. Er is dan een douche in het looppad tussen de kleedcabines en het zwemwater zodat het gebruik van de douche onontkoombaar is. Er wordt dan tevens met een bord aangegeven dat douchen verplicht is, zodat voor iedereen duidelijk is dat er eerst gedoucht moet worden. Het komt ook voor dat het niet verplicht is om zich vooraf te douchen. Soms is een badmuts verplicht.
Recreatie Voor recreatie zijn er soms grotere (sub)tropische zwembaden. Deze zijn meestal overdekt en vaak in combinatie met een bungalowpark. Hier zijn ook vaak waterglijbanen, wildwaterbaan, golfslagbad, whirlpools en sauna's. Regelmatig beschikken ze over een horeca-gelegenheid om iets te eten en te drinken. Bij recreatiezwembaden zijn vaak ligweiden en speelvoorzieningen aanwezig.
Daarnaast hebben ook gewone openbare zwembaden soms naast een wedstrijdbad een recreatiebad met bovenstaande voorzieningen, zodat deze ook voor recreatie kunnen worden gebruikt.
Ecologische natuurbaden worden zo genoemd omdat er geen chemicaliën worden gebruikt om de waterkwaliteit op peil te houden. Ze zijn voorzien van al dan niet stromend oppervlaktewater. De waterkwaliteit wordt regelmatig gecontroleerd. Ecologische zwemvijvers zijn soms ingericht met een zuiverend helofytenfilter. Een voorbeeld is de zwemgelegenheid in het Boekenbergpark te Antwerpen.
Vrijwel elk saunabedrijf beschikt over een of meer zwembaden. Ook grotere hotels beschikken meestal over een zwembad. Daarnaast zijn zwembaden soms ook te vinden in of bij attractieparken, zodat bezoekers naast het bezoeken van attracties ook kunnen zwemmen. Ook kunnen ze zich dan verkoelen bij warm weer. Een voorbeeld hiervan is het Tikibad in attractiepark Duinrell in Wassenaar.
Hygiëne en veiligheid De regels voor hygiëne hebben onder meer betrekking op de kwaliteit van het water en de aantallen douches en toiletten in een zwembad. Bij veiligheid gaat het over het toezicht door badmeesters, maar ook over bijvoorbeeld de stroefheid van de vloeren en de helling van badbodems, onderhoud en functioneren van voorzieningen.
Water, waaronder zwemwater, bevat van nature allerlei bacteriën, waarvan de meeste overigens onschadelijk zijn. Doordat mensen in het water zwemmen, komt er nog meer vuil in terecht. Niet alleen bacteriën, maar ook haren, urine en andere ongerechtigheden. Om die reden wordt de kwaliteit van het water continu in de gaten gehouden. Enerzijds mag de concentratie ziekteverwekkers niet boven een bepaalde waarde uitstijgen. Anderzijds gelden minimumwaarden voor bijvoorbeeld het doorzicht van het water en de toegediende hoeveelheid desinfectiemiddel (chloor). Verder wordt de zuurgraad gemeten en (indien van toepassing) de hoeveelheid cyanuurzuur en ozon.
Sommige zwembaden zijn gevuld met zout water.
In natuurwater kan blauwalg (ook cyanobacteriën genoemd) voorkomen, een giftige bacterie. Zwemmen is dan gevaarlijk. Daarom wordt hier altijd voor gewaarschuwd. Deze waarschuwingen zijn te vinden op speciale sites en apps.
In Nederland Het Nederlandse Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat stelt regels op voor de hygiëne en de veiligheid in zwembaden. Die regels zijn vervat in de Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden (Whvbz) en in het Besluit hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden (Bhvbz). Gedeputeerde Staten zijn toezichthouder op de uitvoering van de Whvbz en monitoren onder andere de waterkwaliteit. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft via GGD's en de Wet bestrijding infectieziekten een indirecte invloed op de zwemwaterkwaliteit. Als door een calamiteit de zwemwaterkwaliteit gevaar loopt, vindt overleg plaats met de provincies. Verder is er een relatie met zwemsport. Het schoolzwemmen valt onder het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
De precieze normen waar zwembadwater aan moet voldoen staan vermeld in het Besluit hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden en ook in het informatieblad Nieuwe regels voor badinrichtingen en zwemgelegenheden. De controles van het water dienen elke maand plaats te vinden en moeten worden uitgevoerd door een extern en erkend laboratorium.
Chloor Chloor doodt de in het water aanwezige bacteriën. Een teveel aan (gebonden) chloor (zie verder) kan echter irritaties aan de slijmvliezen (ogen) veroorzaken. Daarom zijn er onder- en bovengrenzen vastgesteld. De minimumhoeveelheid vrij beschikbaar chloor (VBC) in zwemwater is gesteld op 0,5 milligram per liter water. Vroeger was deze ondergrens afhankelijk van de zuurgraad (pH, deze hoort tussen 6,8 en 7,8 te liggen) van het water, maar sinds 2003 is dat niet meer zo. Er geldt een bovengrens van 1,5 mg/l. Bij gebruik van cyanuurzuur (een stabilisator) geldt een onder- en bovengrens van 2,0 respectievelijk 5,0 mg/l. Voor openluchtbaden en overdekte bassins met een wateroppervlak van minder dan 20 m² geldt een bovengrens van 5,0 mg/l.
Chloor kan op verschillende manieren aan het water worden toegevoegd: als gas of als vloeistof of door elektrolyse van zout water. Zodra het chloor aan het water is toegevoegd, gaat het een reactie aan met de in het water aanwezige verontreinigingen zoals huidschilfers of ureum. Chloor dat een verbinding is aangegaan met deze stoffen wordt 'gebonden chloor' genoemd. De bovengrens hiervan is 1,00 mg/l. Het gebonden chloor, bestaande uit onder andere chlooramines (mono, di- en trichlooramine), is de veroorzaker van de penetrante "chloorlucht" die men rond baden soms ruikt en die genoemde irritaties kan veroorzaken. De hoeveelheid chloor die jaarlijks in Nederlandse zwembaden wordt verbruikt, bedraagt ongeveer 1500 tot 1800 ton. Verlaging van het chloorgehalte in zwembaden tot beneden de aangegeven normen is ongewenst en ongeoorloofd in verband met de kans op verspreiding van infectieziekten.