thumb|De buitenwerken van Maastricht. De Linie van Du Moulin (2) bevindt zich tussen de Nieuwe Bossche Fronten (1) en de verdwenen Hoge Fronten (3). 9 is Fort Willem I De Linie van Du Moulin of Hoge Fronten van Du Moulin, vaak niet geheel correct aangeduid als Hoge Fronten (Maastrichts: De Wèrreke), is een circa 15 hectare groot gebied in de wijk Frontenkwartier in Maastricht, waar een achttal buitenwerken van de vestingwerken van Maastricht bewaard zijn gebleven.'De Hoge Fronten van Du Moulin' op maastrichtvestingstad.nl. De eind 18e eeuw door Carel Diederik du Moulin ontworpen vestingwerken zijn beschermd als rijksmonument en zijn opgenomen in een gedeeltelijk openbaar park annex natuurgebied, het Frontenpark.
Ligging De Linie van Du Moulin is onderdeel van de gordel van 'droge' vestingwerken - of Hoge Fronten - aan de westzijde van het Maastrichtse stadscentrum. Het relatief hooggelegen gebied ligt ten noordwesten van de Statensingel, tussen de Cabergerweg en de Pastoor Habetsstraat. Aan de Cabergerweg ligt ook het Fort Willem I, maar dit is geen onderdeel van de Linie van Du Moulin. Vóór de opheffing van de vesting in 1867 strekten de Hoge Fronten zich uit tot aan de Jeker, maar van het zuidelijk deel, tussen de Pastoor Habetsstraat en de Jeker, is bovengronds alleen het bastion Waldeck over (en enkele nabije fragmenten). Ondergronds is hier wel nog veel bewaard gebleven: onder de buurten Mariaberg en Brusselsepoort bevindt zich een uitgebreid netwerk van ondergrondse mijngalerijen, onderdeel van de in totaal 11 km lange ondergrondse verdedigingswerken van Maastricht. Van de op de Linie van Du Moulin aansluitende Nieuwe Bossche Fronten, onderdeel van de Lage Fronten, zijn eveneens grote delen bewaard gebleven.
Geschiedenis Voorgeschiedenis Aan het einde van de middeleeuwen werd het duidelijk dat door het verbeterde geschut de stadsmuren niet langer voldeden als verdedigingswerk. In de tweede helft van de 16e eeuw werden ook in Maastricht buiten de tweede stadsomsluiting nieuwe buitenwerken aangelegd. Aanvankelijk gebeurde dit volgens het oud-Nederlands vestingstelsel, dat wil zeggen: aarden wallen gescheiden door natte en droge grachten. De eerste buitenwerken waren het Mariabastion en het Parmabastion, beide in Wyck.
thumb|left|220px|Maquette van Maastricht (ca. 1750) met noordwestelijke fronten tussen Brusselse- (1) en Lindenkruispoort (2) De eerste buitenwerken in dit gedeelte van de stad werden pas aangelegd na de verovering van Maastricht (1632) door Frederik Hendrik, namelijk het hoornwerk bij de Brusselsepoort (A op de maquette hiernaast) en het hoornwerk Hoog Frankrijk.Morreau (1979), pp. 146-149. Later in de 17e eeuw kwamen daar enkele vrijliggende, bemuurde bastions bij: Maria en Oranje (B, C).Van der Heijden/Notermans (1987), p. 13. Dat deze buitenwerken bij lange na niet voldeden bleek bij het beleg van 1673, toen de stad in minder dan twee weken door Lodewijk XIV werd ingenomen. De Franse vestingbouwer Vauban stelde diverse verbeteringen voor, waarvan tijdens de vijf jaar durende bezetting in het noordelijk deel van de Hoge Fronten de lunetten Condé en Orleans (D, E) werden gerealiseerd.Morreau (1979), pp. 155-163.
In 1688 kwamen in het gebied de bastions Saxen, Holstein en Dopff (F, G, H) gereed, naar plannen van toenmalig ingenieur-fortificatiemeester Daniël van Dopff (later vestingcommandant en militair gouverneur van Maastricht). De totale kosten van deze werken, waarvoor het hoornwerk Hoog Frankrijk moest wijken, bedroegen 22.000 gulden: 7.000 voor het grondwerk en 15.000 voor het metselwerk. Het Brusselsehoornwerk bleef gehandhaafd, maar werd uitgebreid met een ravelijn en een lunet (A1, A2). Op de door de Fransen omstreeks 1750 gebouwde Maquette van Maastricht zijn nog een aantal van deze werken te zien.Morreau (1979), p. 168.
Aanleg Linie van Du Moulin In 1772 werd kolonel-ingenieur Carel Diederik du Moulin (1728-1793) benoemd tot directeur van het Departement van Fortificatiën van Overmaze, waaronder ook de vesting Maastricht ressorteerde. Du Moulin had andere ideeën over de vesting dan zijn voorganger Pieter de la Rive. Onder De la Rive was het aantal vestingwerken sterk uitgebreid, waardoor een groot garnizoen nodig was om alle werken te bemannen. Du Moulin stond een efficiënter systeem voor, waarbij in de Lage Fronten beter gebruik werd gemaakt van inundatie en in de Hoge Fronten de vestingwerken beter op elkaar aansloten.Morreau (1979), pp. 191-193.
thumb|left|220px|Du Moulins plan voor de Hoge Fronten (1771) In de plannen van Du Moulin moest het merendeel van de hierboven opgesomde werken worden vervangen door nieuwe bastions: Louise, Prins Frederik, Stadhouder en Erfprins. Aan de veldzijde zouden deze worden afgedekt door enkele lunetten. De bastions Saxen en Holstein zouden worden gemoderniseerd en met de nieuwe werken worden verbonden, die dan gezamenlijk een getenailleerde enveloppe zouden vormen.Morreau (1979), p. 203. In de enveloppe zorgden een vijftal sorties voor een vlotte communicatie met de voorgelegen werken. De droge grachten in de nieuwe werken moesten onoverkomelijke barrières worden, onder andere door de aanleg van caponnières in de ronding van de gemetselde contrescarp, zogenaamde rug- of reverscaponnières. De caponnières stonden in verbinding met het ondergrondse mijnenstelsel en waren voorzien van schietgaten, waardoor een aanvaller die zich in de gracht waagde zowel van voren als van achter beschoten kon worden.
De plannen van Du Moulin voor het noordelijk deel van de Hoge Fronten (de huidige Linie van Du Moulin) werden vanaf 1773 min of meer volgens plan uitgevoerd door zijn opvolger François de Veye. Voor de bouw werden verschillende aannemers ingeschakeld. Eén daarvan was Matthias Jacobus Soiron, een neef van Mathias Soiron. Eind 1777 waren de werkzaamheden voltooid. De totale kosten bedroegen 147.027 gulden.Morreau (1979), pp. 195-198.
Ontmanteling vesting, verval en restauratie thumb|Overgroeide vestingwerken, 1965 thumb|Restauratie van sortie D bij bastion Holstein, 1980 Op 29 mei 1867 ondertekende koning Willem III der Nederlanden, na lang aandringen van onder andere de gemeente Maastricht, het besluit tot opheffing van de vestingstatus van Maastricht, Venlo, Bergen op Zoom, Vlissingen en enkele andere vestingen. In de jaren daarna werd de vesting Maastricht in opdracht van het Ministerie van Oorlog ontmanteld, waarna de gronden werden overgedragen aan de Dienst der Registratie en Domeinen voor verdere sloop en herbestemming. De stadspoorten, die onder de zeggenschap van het gemeentebestuur vielen, werden tussen 1867 en 1870 als eerste gesloopt (de al veel eerder buiten gebruik gestelde Lindenkruispoort in 1874). De afbraak van de stadsmuren zou nog tot de jaren 1930 doorgaan.Evers (2004), 'Ontmanteling en slechting'. Het noordelijk deel van de Hoge Fronten bleef daarbij als een vergeten gebied grotendeels onaangetast. Wel werd hier omstreeks 1880 de Statensingel aangelegd, als onderdeel van het 'Boulevardplan'.Martin (2000), pp. 204-208. De naam Statensingel herinnert aan het bastion Staten-Generaal dat hier lag.
Al in 1933 zette de Stichting Menno van Coehoorn zich in voor behoud van de linie. Begin jaren 1950 maakte Catharina Polak Daniels een niet-uitgevoerd ontwerp voor een heempark op de vestingwerken.Van der Heijden/Notermans (1987), pp. 23-25. De Linie van Du Moulin is sinds 1966 een rijksmonument. Van 1977-82 en van 1992-94 vonden restauratiewerkzaamheden plaats. Als eerste werd het bastion Holstein aangepakt.
Aanleg Frontenpark thumb|Fietsbrug over droge gracht, 2019 In het kader van het Plan Belvédère en de omlegging van de Noorderbrugaanlanding werd vanaf 2013 het Frontenpark aangelegd, waarvan zowel de Linie van Du Moulin als de Nieuwe Bossche Fronten deel uitmaken. In 2018-19 zijn de twee gebieden met elkaar verbonden door een droge gracht onder de Cabergerweg. Deze volgt min of meer het historische tracé van de indertijd natte gracht aan de veldzijde van bastion A (Bossche Fronten). Over de verbindingsgracht zijn vijf afzonderlijke bruggen voor de verschillende verkeersstromen gebouwd; dit in verband met de optimale lichttoetreding.'Verbinding voor Hoge en Lage Fronten' op noorderbrugmaastricht.nl.
Het gebied is sinds 1993 een beschermd natuurmonument, vooral vanwege de aanwezigheid van de voor Nederland unieke biotoop van de muurhagedis. Verder leven er bruine kikkers, hazelwormen, vossen, bunzingen, egels, diverse soorten muizen en vleermuizen, en een vijftigtal soorten vogels.Zie synbiosys.alterra.nl 'Aanwijzingsbesluit Hoge Fronten tot beschermd natuurmonument' op synbiosys.alterra.nl.
Beschrijving erfgoed thumb|De Linie van Du Moulin en het Fort Willem I, ca. 1930 De nog bestaande vestingwerken in de Linie van Du Moulin vormen ongeveer een derde van wat eens de Hoge Fronten heette. De werken bestaan uit aarden wallen met zware, gemetselde muren van baksteen op mergelstenen funderingsmuren. De steunberen en hoekblokken zijn ook van mergel. De hoogte van de muren varieert van 2,5 m tot ruim 6 m; de dikte tussen de 1,5 en 2 m. De bovenkant van de muren is afgedekt met blokken van Naamse steen om ze af te schermen tegen het regenwater. Hetzelfde materiaal is gebruikt voor de omlijsting van poorten, deuren, schietgaten en rookkanalen. Om de verdedigingswerken te beschermen tegen ondergrondse aanvallen was er een uitgebreid netwerk van ondergrondse gangen - in Maastricht meestal "kazematten" genoemd - verbonden met de bovengrondse werken.Morreau (1979), pp. 200-201.
Hieronder volgt een korte beschrijving per vestingwerk, beginnend bij de verbouwde 17e-eeuwse bastions, vervolgens de nieuwgebouwde bastions van links naar rechts (zuidwest naar noordoost), dan de kleinere werken en ten slotte de droge grachten. De aanduidingen 'links' en 'rechts' in de tekst gaan telkens uit van de positie van de verdedigers, het Maastrichtse garnizoen.
Bastion Saxen Het oorspronkelijke bastion dateerde uit 1688, was in 1771 al enigszins aangepast, maar werd in 1776 door de aannemer J. Cazaux opnieuw verbouwd naar het ontwerp van Du Moulin. Cazaux voegde onder andere de concaaf gebogen flanken toe en in de keel van het bastion een kazemat en kruitkelder. De gerestaureerde kazemat heeft een bakstenen frontmuur met een deur en twee vensters. Het bastion staat als enige in de Linie van Du Moulin niet in verbinding met het ondergrondse netwerk van verdedigingsgangen; wel zijn er enkele 18e-eeuwse mijngalerijen.Morreau (1979), pp. 168, 177, 185, 198, 202-204 en 295.Van der Heijden/Notermans (1987), pp. 29-30.
Bastion Holstein en sortie E Ook dit bastion werd gebouwd in 1688, verbouwd in 1771 en opnieuw verbouwd door J. Cazaux in 1776. Het bastion werd in de periode 1977-80 als eerste in de Linie van Du Moulin gerestaureerd. Het bastion bestaat uit twee in een saillant naar elkaar toelopende facen en twee concave flanken. De linkerflank sluit aan op bastion Erfprins. De rechterflank heeft een hoog en laag gedeelte en sluit aan op bastion A (onderdeel van de Nieuwe Bossche Fronten). Hier bevindt zich een sortie. Achter de hoge rechterflank ligt een ruime kazemat. Het bastion bezit een stelsel van ondergrondse mijngalerijen. Vanaf bastion Holstein vinden geregeld rondleidingen door de Linie van Du Moulin en de "kazematten" plaats.Morreau (1979), pp. 168, 170, 177, 185, 198, 202, 204 en 307.
Bastion Prins Frederik en sortie B