thumb|Het Zoniënwoud is vooral bekend door zijn oude beukaanplantingen thumb|Zoniënwoud met marktkramers, geschilderd door Lodewijk de Vadder (1605-1655) thumb|Geschilderde kaart van het Zoniënwoud (Ignatius van der Stock, 1661) thumb|Drieborrenkasteel thumb|Boswachtersmonument thumb|Herdenkingsmonument voor de Aanslagen in Brussel op 22 maart 2016 aan de Infantedreef
Het Zoniënwoud (Frans: Forêt de Soignes) is een groot bos, centraal gelegen in België, ten zuidoosten van de hoofdstad Brussel. Het is zo'n 4400 hectare groot. Sinds 2017 maken vijf delen van de drie integrale bosreservaten in het Zoniënwoud deel uit van het Unesco-Werelderfgoed Oude en voorhistorische beukenbossen van de Karpaten en andere regio's van Europa. Sinds 2023 maakt het Vlaamse deel van het bos deel uit van het Nationaal Park Brabantse Wouden.
Beheer Het geheel wordt beheerd door zowel het Vlaams Gewest (56%), het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (38%) als het Waals gewest (6%). Aansluitend zijn er nog diverse privébossen en het Kapucijnenbos dat eigendom is van de Koninklijke Schenking.
Het Zoniënwoud en de uitlopers ervan zijn Europees beschermd als Natura 2000-gebied: 'Zoniënwoud' (2761ha) (BE2400008) in het Vlaams Gewest, 'Zoniënwoud met bosranden en aangrenzende beboste domeinen en de vallei van de Woluwe' in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (2076ha) (BE1000001) en 'Vallées de l'Argentine et de la Lasne' (720ha) (BE31002C0) in het Waals Gewest.
Het Zoniënwoud ligt op het grondgebied van de Vlaams-Brabantse gemeenten Sint-Genesius-Rode, Hoeilaart, Overijse en Tervuren, de Brusselse gemeenten Ukkel, Watermaal-Bosvoorde, Oudergem en Sint-Pieters-Woluwe en de Waals-Brabantse gemeenten Terhulpen en Waterloo. In het zuidoosten van Brussel dringt uitloper Ter Kamerenbos door tot diep in de stad.
Etymologie Het bos ontleent zijn naam aan de Zenne, die er de westelijke begrenzing van vormde,Riemer Reinsma, Lage landen, mooie namen. Overal bos, in: Nederlands van Nu, juli 2008, p. 30-31 en waar ook Zinnik naar genoemd is. Een document uit 1159 vermeldt de rivier als Saina, wat een Keltische oorsprong verraadt. Het woud zelf is in Latijnse oorkonden vermeld als Sonia (in de Donatio Angelae omstreeks het jaar 1000) en als foresta de Songia (document uit 1141 van hertog Godfried I met de Baard). Aanvankelijk heette het bos dus kortweg Zonia en had de term alleen betrekking op het bos langs de Zenne, waar de vroege ontginningen gestart zijn. Later kwam de naam ook in gebruik voor de meer oostelijke bosdelen. In 1339 had Jan van Boendale het over het wout van Sonijen. Na het wegkappen van woud aan de westkant moet het verband met de Zenne op de achtergrond zijn geraakt en ging men de benaming associëren met sonie (varkensstal). Varkens werden vaak in de bossen gelaten om naar voedsel te zoeken.
Geschiedenis De oudste bekende structuren in het Zoniënwoud stammen uit het neolithicum.Aarden constructies Ook liggen er in het bos twee grafheuvels uit deze of latere tijd.
Het woud, dat zich bevindt op een leemplateau tussen de rivieren de Dijle en de Zenne en in het zuiden wordt begrensd door het riviertje de Argentine, is vermoedelijk een overblijfsel van het oeroude en meer uitgestrekte Kolenwoud (Silva Carbonaria).
De eigenaars waren de graven van Leuven en hertogen van Brabant, die het woud op het einde van de twaalfde eeuw gebruikten als jachtgebied. Ontginning door de bevolking was streng verboden, behalve voor de religieuze gemeenschappen die er werden gevestigd: Ter Kameren, Groenendaal, Hertoginnedal, Zevenborren, het Rood Klooster, enz. Door dit strikte beheer bleef het Zoniënwoud tot in de vijftiende eeuw bijna volledig intact.
De nabijheid van het prachtige jachtterrein was er niet vreemd aan dat Brussel uitgroeide tot hofstad van de vorsten der Nederlanden. Reeds in de veertiende eeuw hadden de hertogen het jachtslot Dry Borren, met een gevangenis voor stropers en houtsprokkelaars, en het Jachthuis van Bosvoorde, dat was uitgerust met kennels, paardenstallen, een valkerij en een woning voor de opperjachtmeester. Ook de zestiende-eeuwse Habsburgers waren aan het jachtbedrijf verslingerd. De tapijtenreeks Jachten van Maximiliaan toont hoe keizer Karel, zijn zus Maria van Hongarije en hun broer Ferdinand hun passie uitleefden. Het woud, dat nog meer dan twintigduizend hectare telde, werd geëxploiteerd door kaalslag van percelen gevolgd door regeneratie. Na het verval door de godsdiensttroebelen herstelden de aartshertogen Albrecht en Isabella de geplunderde kloosters en knoopten ze terug aan met de jacht.
In de achttiende eeuw viel het bos dan toch ten prooi aan overexploitatie. De Oostenrijkse landsheren hadden geen belangstelling meer voor de jacht en lieten grote delen kappen voor de opbrengst. Ook de bevolking plunderde mee. In het woud ontstonden omvangrijke ontboste zones met heide. Op het einde van de achttiende eeuw liet Joachim Zinner de kale plekken volplanten met beuken, wat een prachtig kathedraaleffect opleverde. In die periode werden ook de kloosters van het Zoniënwoud stuk voor stuk opgeheven.
Onder het Franse bewind strekte het woud zich nog uit over meer dan tienduizend hectare. Het kreeg een ferme knauw in 1801 doordat Napoleon Bonaparte 22 duizend eiken liet kappen voor de Flottille de Boulogne, een vloot waarmee hij Engeland dacht binnen te vallen. Koning Willem I der Nederlanden stond het domein op 22 augustus 1822 af aan de Algemeene Nederlandsche Maatschappij ter Begunstiging van de Volksvlijt (de latere Generale Maatschappij), die in de jaren tot 1836 bijna 60 procent ervan verkocht voor ontginning. De resterende 4.400 hectare kwamen in 1843 weer in handen van de staat en zijn tot heden bewaard.
In de negentiende eeuw zijn er twee renbanen aangelegd (Bosvoorde en Groenendaal) en in de twintigste eeuw de autosnelwegen R0 en A4.
In 1897 opende de elektrische tramlijn van Brussel naar Tervuren door het Zoniënwoud; sinds 1968 is dit tramlijn 44 (Brussel).
Tussen 1902 en 1918 was er een Decauville-bosspoor in het Zoniënwoud van 2,5 kilometer lang om boomstammen en materialen te vervoeren.
Beschrijving Het openbare domeinbos Zoniënwoud beslaat een oppervlakte van 4421 ha, verdeeld over het Vlaamse (56%), het Brusselse (38%) en het Waalse Gewest (6%). Met inbegrip van de aangrenzende openbare domeinen Kapucijnenbos met het arboretum van Tervuren (Koninklijke Schenking), het Park van Tervuren, het Ter Kamerenbos (Stad Brussel) en het Park van het Kasteel van Terhulpen (Waals Gewest) komt men aan een oppervlakte van ongeveer 5065 ha. Dit staat in contrast met de oppervlakte van circa 10.000 ha. aan het begin van de negentiende eeuw. De sterke afname van het bosareaal werd hoofdzakelijk veroorzaakt door grootschalige ontbossing voor landbouw gedurende de eerste jaren na de onafhankelijkheid van België, maar ook door meer recente verkavelingen, de aanleg van paardenrenbanen en infrastructuur. Wegen en spoorlijnen versnipperen het Zoniënwoud ruimtelijk, hetgeen een niet te onderschatten invloed heeft op het bosleven (zie hieronder).
Er wordt evenwel werk gemaakt van een uitbreiding van het bosareaal. Hiertoe werd reeds 150 ha grond aangekocht. Sinds de regionalisering van het Belgische "Bestuur van Waters en Bossen" in 1983 wordt het bos beheerd door het Brusselse, Vlaamse en Waalse Gewest, de Stad Brussel en de Koninklijke Schenking. Met 56% (2.492 ha) van de totale oppervlakte beheert het Vlaams Gewest het grootste deel van het bos. Een van de doelen die het beheer voor ogen heeft is de omvorming van het quasi-homogene beukenbos naar een gemengd beuken-eikenbos.
Het Zoniënwoud bestaat voor het grootste deel uit hoge beukenbossen. De oudste bomen zijn meer dan tweehonderd jaar oud. Het woud was lange tijd een exclusief jachtgebied voor de adel, maar tegenwoordig is het ook bij het grote publiek geliefd. De grootte van het bos en de ligging, pal in de grootstedelijke agglomeratie van Brussel, maakt het tot een uniek natuurgebied voor België.
Het woud veroudert snel. De aanplant van beuken in ontboste zones vanaf het einde van de achttiende eeuw heeft een prachtig kathedraaleffect opgeleverd. Eentonige plantages zijn echter slecht voor het ecosysteem en er treedt nauwelijks verjonging op (nieuwe bomen die ontkiemen); een beuk kan driehonderd jaar worden en de meeste zijn al ouder dan tweehonderd jaar. Wetenschappers doen er alles aan om natuurlijke verjonging te genereren, alleen is het niet zeker of het kathedraaleffect daardoor behouden blijft.
Monumenten en gebouwen Dry Borren: hier liet Jan III van Brabant in 1323 een burcht oprichten. Het Boswachtersmonument (Ukkel): in 1920 opgetrokken ter nagedachtenis aan elf boswachters die tijdens de Eerste Wereldoorlog gedood werden. De Renbaan van Groenendaal (Hoeilaart): Leopold II legde destijds de renbaan aan. Volgens kenners was ze de mooiste van Europa, met een piste van 2.600 meter, publiekstribunes (afgebroken in 2012) en een koninklijke loge. In het Ukkelse gedeelte van het Zoniënwoud bevindt zich Memorial 22/03, het herdenkingsmonument voor de aanslagen in Brussel.
Toegangspoorten Sinds 2012 werden er voor het Zoniënwoud verschillende plaatsen ontwikkeld als 'toegangspoorten' of Woudpoorten tot het bos. Het voornaamste doel is het kanaliseren van de bezoekers tot een beperkt aantal punten en de versnippering van verschillende wandelwegen te beperken. De vijf grote toegangspoorten zijn: Park van Tervuren, Tervuren Rood Klooster, Oudergem Ter Kamerenbos - Renbaan van Bosvoorde, Bosvoorde Groenendaal Domaine régional Solvay, Terhulpen
Verder zijn er nog vier kleinere toegangspoorten: Arboretum, Jezus-Eik Middenhut, Sint-Genesius-Rode Koningsvijvers, Hoeilaart Tournay-Solvaypark - Vuurkeiendomein, Bosvoorde
Fietsinfrastructuur Fietstunnel Welriekendedreef Fietssnelweg F29 met de Fietsbrug Vierarmenkruispunt, ook gevolgd door de EuroVelo 5 (Via Romea Francigena) Fietssnelweg F204 Fietssnelweg F205
Flora en fauna Planten Vroeger kende het veel meer planten, maar vooral kwetsbare soorten zijn verdwenen. Er groeien nog verschillende zeldzame planten, maar ook vreemde inwijkelingen die door menselijk toedoen zijn verschenen. Deze verstoren soms het ecosysteem, waardoor ingrijpen noodzakelijk wordt.
Dieren Het Zoniënwoud kent een uitgebreide fauna. Enkele van de aanwezige diersoorten zijn ree, vos, konijn, hermelijn, wezel, fret, steenmarter, verschillende soorten vleermuizen, rode eekhoorn, everzwijn, havik, buizerd, grote bonte specht, ijsvogel, goudhaantje, boomklever, boomkruiper, vuursalamander, kamsalamander en hazelworm.Zoogdieren, zoniënwoud.beVogels, zoniënwoud.beAmfibieën, zoniënwoud.beDe Fauna, Vrienden van het Zoniënwoud De populatie reeën is sinds een aantal jaren gestaag aan het dalen. In 2021 waren er 0,6 reeën per vierkante kilometer, terwijl dit tussen 2008 en 2013 nog 1 ree per vierkante kilometer betrof.
In het Zoniënwoud leefden vroeger 46 verschillende soorten zoogdieren. Verschillende soorten zijn inmiddels verdwenen: de bruine beer (verdwenen omstreeks het jaar 1000), de wolf (rond 1810), de hazelmuis (sedert 1842), het wild zwijn (terug aanwezig sinds 2006), het edelhert, de das en de haas. Ook de boommarter is sinds 2019 terug aanwezig in het woud.Zeldzame boommarter keert terug naar Zoniënwoud. zonienwoud.be (9 april 2019). Andere exotische soorten zijn het bos daarentegen binnengedrongen zoals de Siberische grondeekhoorn.
Problemen bij het beheer Beuken