De Leningrad-affaire (Russisch: Ленинградское дело) was een grootscheepse zuivering van Sovjet-Russische partij- en regeringsfunctionarissen in Leningrad (het huidige Sint-Petersburg) tijdens het bewind van Jozef Stalin.
Op 31 augustus 1948 overleed Andrej Zjdanov, de partijleider van Leningrad, die na de Tweede Wereldoorlog als de tweede man van de Sovjet-Unie werd gezien. Zijn rivaal Georgi Malenkov wilde zijn plaats innemen en ontketende in februari 1949 een terreurcampagne tegen aanhangers van Zjdanov.
Achtergrond
In tegenstelling tot andere sovjetrepublieken zoals de Oekraïense SSR, die een eigen Communistische Partij (bolsjewieken) van Oekraïne had, was er in de Russische SFSR geen partij-afdeling op niveau van de republiek en werd het land rechtstreeks geregeerd door de Communistische Partij van de Sovjet-Unie, destijds Al-Unie Communistische Partij (bolsjewieken) geheten oftewel VKP(b). Dit zorgde voor allerlei praktische problemen, zoals dat partijbonzen in Moskou allerlei lokale akkefietjes in de provincies moesten oplossen in plaats van deze te kunnen delegeren, zoals dat in de andere sovjetrepublieken door de partij op republieksniveau kon worden opgelost. Deze problematiek was bekend bij prominente partijleden zoals Zjdanov en Nikita Chroesjtsjov, die erover praatten en correspondeerden in de jaren 1946–1948. Zjdanov en Chroesjtsjov waren het erover eens dat er geen volwaardige een Russische Communistische Partij oftewel RKP(b) met een eigen Centraal Comité zou moeten worden opgericht, omdat dat te veel zou concurreren met het Centraal Comité van de VKP(b). Daarom zou het eerder een soort "bureau" moeten worden met minder macht en onder het gezag van de VKP(b), maar dat wel partijzaken op het niveau van de Russische sovjetrepubliek beter kon coördineren dan de VKP(b). Dergelijke ideeën waren niet nieuw en ook al begin jaren 1920 geopperd, maar nooit verwezenlijkt.
Anonieme geruchten die eind jaren 1940 de ronde deden waren echter onder meer dat er vergevorderde plannen waren om een Russische Communistische Partij oftewel RKP(b) op te richten met een eigen Centraal Comité, dat deze Leningrad als hoofdkwartier zou hebben in plaats van Moskou en dat Aleksej Koeznetsov hiervan de algemeen secretaris zou worden. Koeznetsov was lange tweede secretaris van de partij in Oblast Leningrad onder Zjdanov, die in maart 1946 regelde dat Koeznetsov werd benoemd in het Secretariaat van de VKP(b) ten koste van Georgi Malenkov. Zjdanov (die intussen de zjdanovdoctrine ontwikkelde) en Koeznetsov zouden bovendien de benoemingen van een reeks andere vertrouwelingen uit Gorki en Leningrad bewerkstellingen ten koste van Malenkov en Lavrenti Beria, die tegen september 1947 hun belangrijkste machtsposities waren kwijtgeraakt aan de Leningradfactie. Daarom zwoeren Malenkov en Beria samen om bij Stalin te lobbyen en zijn wantrouwen tegen de Leningradgroep te wekken. Door deze inspanningen en soms gunstig toeval slaagden zij er vanaf april 1948 steeds meer in om Zjdanov in diskrediet te brengen en Stalin actie tegen hem te laten ondernemen. Begin juli 1948 werd Zjdanov ziek en toen hij op 31 augustus 1948 onverwachts overleed, verloor de Leningradgroep daarmee haar beschermheer.
Leden van de Leningradgroep zoals Koeznetsov, Rodionov en Popkov lijken tussen 1945 en 1950 sterke voorstanders te zijn geweest van een Russisch bureau of een volwaardige Russische partij-afdeling. Met name Popkov was pleitbezorger van een volwaardige partij. Alle drie waren russocentrisch ingestelde leden van de Communistische Partij uit Leningrad, maar het waren niet per se Russische nationalisten en ze weken in hun russocentrisme niet wezenlijk af van de partijlijn van Stalin en de VKP(b) in Moskou. In september 1947 stuurde Rodionov een brief naar Stalin waarin hij formeel voorstelde om een Bureau voor RSFSR-Zaken van het Centraal Comité van de VKP(b) op te richten. Informeel zouden Rodionov en Koeznetsov dit idee ook in de eerste naoorlogsjaren hebben besproken met Stalin, die echter steeds noch bevestigde noch ontkende het een goed idee te vinden. Zodra Zjdanov overleed in augustus 1948 en terwijl Malenkov de hele Leningradfactie bleef besmeuren, bleek Stalin zijn geduld te verliezen en steeds bezorgder te raken dan de Leningraders veel te zelfstandig zouden kunnen optreden.
Aanklachten tegen de Leningradgroep
Begin 1949 ontstonden er geruchten over onregelmatigheden bij lokale verkiezingen in Leningrad. Bovendien werd er in de stad een Al-Unie vakbeurs gehouden die naar verluidt zonder goedkeuring van de VKP(b) zou zijn georganiseerd, al was die goedkeuring verleend. De beurs was bovendien gepland op verzoek van Malenkov, die echter geruchten verspreidde over een zogenaamd illegale beurs, puur om de Leningradgroep in diskrediet te brengen. Op 15 februari 1949 leverde Stalin bij een bijeenkomst van het Politburo felle kritiek op Koeznetsov, Rodionov en Popkov, die werden ontslagen bij een resolutie die Stalin voorlas, waarbij hij extra hard van leer trok tegen het idee van een RKP(b).
De precieze inhoud van de resolutie is niet bewaard gebleven, maar met name Popkov was zeer verbaasd over het feit dat het idee voor een RKP(b), dat voorheen een prima onderwerp van gesprek was geweest, nu plots door Stalin als staatsgevaarlijk werd veroordeeld met het verwijt dat de Leningraders blijkbaar dachten dat "het Centraal Comité en Kameraad Stalin niet opkwamen" voor de belangen van het Russische volk. De Communistische Partij had vanaf het begin in 1917, maar met name onder Stalin vanaf midden jaren 1930, het ruslandcentrisme oftewel russocentrisme omarmd: het idee dat Rusland en de Russen de dominante en leidende etnische groep binnen Sovjet-Unie dienden te zijn. "Russisch" en "Sovjetisch" zouden min of meer als synoniemen moeten worden begrepen, zodat de Sovjet-Unie ook eeuwen aan "glorieuze" Russische voorgeschiedenis voor zichzelf kon opeisen. Als de Russische SFSR en de Russen een gelijkwaardige positie met politieke en culturele autonomie zouden krijgen, net zoals de andere 14 sovjetrepublieken en hun titulaire nationaliteiten, dan zou die dominante positie van Rusland en de Russen verdwijnen en daar waren Stalin en de VKP(b) zeer beducht voor.
Daarom werden Popkov en de andere Leningradse partijleden veroordeeld voor het aanwakkeren van Russisch etnisch nationalisme en bovendien voor verraad en samenzwering tegen het Centraal Comité van de VKP(b) in Moskou. Dit was een verdraaiing van de standpunten en doelstellingen die de Leningradgroep daadwerkelijk had, maar Malenkov en Beria gebruikten deze valse beschuldigingen om hun rivalen uit de weg te ruimen, te laten executeren door Stalin en daarmee hun oude machtsposities in het partijapparaat te herstellen. Onder druk van de autoriteiten legden de Leningraders naar alle waarschijnlijkheid valse bekentenissen af die strookten met de manier hoe Malenkov en Beria ze al jarenlang probeerden af te schilderen tegenover Stalin.
Zuivering Er werden meer dan tweeduizend mensen ontslagen en gearresteerd, van wie de meesten naar strafkampen werden gestuurd. Een klein deel van de slachtoffers werd ter dood veroordeeld: officieel werden zij beschuldigd van landverraad en corruptie. De doodstraf, die in 1947 was afgeschaft, werd op 12 januari 1950 weer ingevoerd, waarschijnlijk met het oog op hun executie. De vrijgekomen vacatures werden opgevuld met bondgenoten van Malenkov.
Overigens beperkte de affaire zich niet alleen tot Leningrad. Er vonden ook zuiveringen plaats in Oekraïne, de Krim en in Moskou, waardoor het aantal slachtoffers veel hoger was dan tweeduizend.
De affaire eindigde in oktober 1950 met het terechtstellen van de belangrijkste slachtoffers. In 1954-56 werden de slachtoffers van de Leningrad-affaire gerehabiliteerd. Mede door het bekendmaken van zijn rol in deze zuiveringen moest Malenkov in 1955 als premier aftreden.
Evaluatie Er is door sommigen beweerd dat de Leningrad-affaire het gevolg was van Stalins wantrouwen ten opzichte van de stad. Geruchten over vermeende plannen om van Leningrad de hoofdstad van de Russische SFSR te maken zouden aan zijn achterdocht hebben bijgedragen. Dit zou de reden zijn geweest waarom Stalin toestemming gaf voor de zuivering.
Categorie:Politiek in de Sovjet-Unie Categorie:Geschiedenis van Sint-Petersburg Categorie:Gebeurtenis in 1949 Categorie:Nationalisme