De Maas (Frans: Meuse) is een 950 kilometer lange rivier in West-Europa. De Maas ontspringt in Frankrijk en stroomt daarna door België en Nederland. In Nederland is de Maas de zuidelijkste van de grote rivieren en mondt ze via de Nederlandse rivierdelta uit in de Noordzee.

De Oermaas, soms ook geschreven als Oer-Maas, of Waubach-MaasBodemkaart van Nederland, Blad 61-62 West en Oost Maastricht-heerlen, 1990 was een rivier die vanaf het Mioceen, 10 tot 7 miljoen jaren geleden, vanuit het gebied van de Ardennen in noordelijke richting afwaterde. Deze rivier kenmerkte zich door drie hoofdfases: de Oermaas, de Oostmaas en de Westmaas.Maas en het eiland van Ubachsberg, De Limburger, 1 februari 2019. Gearchiveerd op 22 april 2023. De Oermaas was een zijrivier van de Oerrijn.

Etymologie De naam Maas is afgeleid van het Middelnederlandse Mase. Er kan worden aangenomen dat deze naam voortkomt uit het Oudnederlandse *Masa, dat niet in teksten is aangetroffen, en dat deze naam uit de Oergermaanse vorm *Masō is ontstaan. Deze naam is zeer waarschijnlijk vroeg uit het Keltisch ontleend, waar de rivier oorspronkelijk waarschijnlijk *Mosā heette.

In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, is de Nederlandse naam niet van het Latijnse Mosa afkomstig. De naam heeft namelijk een overgang van oudere o in a, die kenmerkend is voor het Germaans. Het is dus aannemelijk dat de Germanen al hun eigen naam hadden voor de rivier, die echter alleen in het huidige Nederlands en het verwante Duits nog is bewaard. Zowel de Germaanse als de Latijnse naam zouden dan afzonderlijk aan het Keltisch zijn ontleend.

De Maas wordt gezien als de oudste permanente rivier met een leeftijd tussen 320 en 340 miljoen jaar oud. Enkel de "Finke River" in Australië is ouder maar deze rivier staat sommige delen van het jaar volledig droog.

Loop van de Maas In Frankrijk thumb|left|Maasbron 1 te Pouilly thumb|left|Bij Domrémy-la-Pucelle

Bovenloop De Maas ontspringt in Frankrijk te Pouilly-en-Bassigny op het Plateau van Langres, een belangrijke waterscheiding; aan de westkant liggen de bronnen van de Seine en de Marne. Deze rivieren monden uit in het Kanaal bij Le Havre. Aan de zuidkant ligt de waterscheiding tussen de Noordzee en de Middellandse Zee: de bronnen van de Saône liggen op enkele kilometers van de bronnen van de Maas vandaan. De Saône stroomt via de Rhône naar het zuiden. Aan de oostkant ligt de waterscheiding met de Rijn: daar grenst de Maas aan het Moezelgebied. Bij Provenchères-sur-Meuse kort na de bron, vloeit de Maas in een pal noordelijke richting. Bij Bazoilles-sur-Meuse ligt de zogenaamde "perte de la Meuse", een aantal verdwijngaten in de bedding waardoor deze tijdens droge zomers volledig droog komt te staan, het water stroomt ondergronds verder in de karstbodem en komt bij Neufchâteau terug aan de oppervlakte (resurgentie)rpn.univ-lorraine.fr. Voorbij Neufchâteau dringt de rivier door het cuestafront van de Côtes de Meuse en stroomt dan door een nauwe vallei via Domrémy-la-Pucelle, het geboortedorp van Jeanne D'Arc tot bij Pagny-sur-Meuse.

Onthoofding door de Moezel In het Saalien werd de Maas bij Toul (even ten oosten van Pagny-sur-Meuse) onthoofd door de Moezel. Het deel van de Moezel stroomopwaarts van Toul was eerder de hoofdstroom van de Maas. Een klein zijriviertje van de Meurthe, dat via het huidige dorp Liverdun naar het oosten stroomde, kon de bovenloop van de Maas "kapen". Voordien stroomde de Moezel bij Toul via Foug naar de Maas. Deze onthoofding kon gebeuren omdat de Meurthe en het kleine zijriviertje van Liverdun zich gemakkelijker kon insnijden dan de Maas. De Maas/Moezel moest bij Foug immers een harde laag van paleosedimenten eroderen om naar het westen te kunnen blijven stromen, de huidige Seuil de Foug. Uiteindelijk verlaagde het riviertje vanuit Liverdun zich onder dat van de Maas/Moezel bij Toul en kwam het debiet van de bovenloop van de Moezel via Liverdun in de Meurthe terecht.

Door deze stroomonthoofding verloor de Maas een groot deel van haar stroomgebied in de Vogezen en werd het debiet van de Maas sterk verlaagd. Aan de westzijde van de huidige waterscheiding bevindt zich bij Pagny-sur-Meuse de (bijna) droge vallei van de Asne of Âne, het laatste restant van de oude bovenloop van de Maas.

Franse benedenloop Verder stroomafwaarts passeert de Maas Verdun om vervolgens bij Dun-sur-Meuse de Woëvre-vlakte te bereiken. Bij Stenay dringt de Maas opnieuw door een cuestafront en wordt Sedan bereikt. Vanaf Sedan is de rivier zelf door kanalisatie bevaarbaar gemaakt. Stroomopwaarts van Sedan tot net voor Toul werd parallel aan de rivier het Canal de l'Est aangelegd dat bevaarbaar is voor spitsen van klasse I en de pleziervaart. Even voorbij Sedan verbindt het Canal des Ardennes de rivier met de Aisne waardoor Parijs en het noorden van Frankrijk bereikbaar worden. De Maas stroomt vanaf Charleville-Mézières door de Franse Ardennen heen in een nauw dal met vele meanders in het Regionaal natuurpark van de Ardennen. In Frankrijk is het verval van de Maas geregulariseerd met lage stuwdammen. Deze stuwen liggen over de hele breedte van de Maas en worden voor de scheepvaart omzeild door korte aftakkingen, voorzien van sluizen. Te Revin en Ham zijn er kanaaltunnels om onbevaarbare meanders af te snijden. Te Chooz is er bij de meander van de rivier een kerncentrale actief, even verder te Givet bij de Frans-Belgische grens is er een haven voor de binnenscheepvaart.

In België De Maas bereikt België in Agimont. Vanaf hier liggen de sluizen direct naast de stuw in de bedding van de rivier, en is deze bevaarbaar voor schepen tot de klasse Va. Tot Namen, waar de Samber in de Maas vloeit, wordt de vallei gekenmerkt door een aantal steile rotswanden direct langs de oever, die populair zijn bij rotsklimmers. In Namen buigt de Maas af naar het noordoosten en bereikt via Andenne en Hoei de grootste stedelijke concentratie aan haar loop: Luik.

Grensmaas

Voorbij Wezet bereikt de Maas bij Eijsden Nederland en vormt ze de grens tussen provincie Luik en Nederlands Limburg tot Maastricht. Ze loopt hier door het Maasdal met aan de westzijde het Plateau van Caestert en aan de oostzijde de terrassen en het Plateau van Margraten. Na Maastricht vormt de Maas de grens tussen Belgisch Limburg en Nederlands Limburg. Dit gedeelte van de Maas staat bekend als de Grensmaas en ligt tussen Maastricht-Smeermaas en Kessenich. De Maas meandert er veel en is omwille van de scheepvaart vervangen door laterale kanalen: de Zuid-Willemsvaart, het Julianakanaal en het Lateraalkanaal. In Zuid-Limburg ligt ten oosten van de Grensmaas het Centraal Plateau en het Plateau van Graetheide.

In Nederland

Maastricht is de grootste Limburgse stad aan de Maas. De huidige stad ligt op beide oevers, maar de oude stadskern bevond zich op de linkeroever, terwijl op de rechteroever de afzonderlijke voorstad Wyck was gelegen. Na Maastricht is Venlo de grootste stad aan de Maas, gelegen op de oostelijke oever, in grootte gevolgd door Roermond.

Tussen Maaseik en Roermond is het geen Grensmaas meer en spreekt men van de Grindmaas. De Maas heeft bij het meanderen en bij overstromingen veel grind afgezet, die een grootschalige ontginning op gang heeft gebracht. De duidelijke gevolgen daarvan zijn de uitgestrekte Maasplassen, die Midden-Limburg hebben veranderd in een uitgestrekt watersportgebied.

Voorbij Maaseik is de Maas weer bevaarbaar. Bij Maasbracht mondt het Julianakanaal (zie boven) weer uit in de Maas; het stroomt daar verder door de Maas en het Lateraalkanaal dat de grote meander tussen Heel en Buggenum afsnijdt. Toch is vanaf hier ook de Maas zelf gekanaliseerd.

Het Maastraject volgt vervolgens min of meer de grens met Duitsland, die de rivier tot op enkele kilometers nadert. Hier ligt Venlo. De meest oostelijke Maasbocht ligt bij het plaatsje Arcen. Vanaf Geijsteren gaat de Maas de grens met Noord-Brabant vormen. Bij Boxmeer worden nog twee bochten van de Maas rechtgetrokken; daarna maakt ze een zeer ruime bocht naar links richting het westen. Vanaf Mook ligt niet Limburg, maar Gelderland op de rechteroever.

Via het Maas-Waalkanaal kan de Waal bij Nijmegen bereikt worden. Eerder stonden deze rivieren in verbinding met elkaar bij het gehucht Sint Andries (Heerewaarden), maar beide rivieren zijn van elkaar gescheiden door de Heerewaardense Afsluitdijk. Als verbinding is het Kanaal van Sint Andries gegraven. Dit kanaal is voorzien van een schutsluis. Op 's-Hertogenbosch na liggen er geen grotere steden, wel een aantal oude vestingstadjes: Grave, Ravenstein, Megen en Heusden. De Maasstroom gaat dan in westelijke richting via de Bergsche Maas en de Amer naar het Hollandsch Diep, een voormalige zeearm. Tussen de Maas en de Afgedamde Maas (zie Beddingverleggingen) ligt het Heusdens Kanaal. thumb|Kaart van de Bergsche en Afgedamde Maas en omliggende rivieren

Stroomgebied

Plaatsen en gemeenten aan de Maas Frankrijk: Neufchâteau, Commercy, Saint-Mihiel, Verdun, Stenay, Sedan, Charleville-Mézières, Revin, Givet België: Dinant, Namen, Hoei, Luik, Wezet, Lanaken, Maasmechelen, Dilsen-Stokkem, Maaseik, Kinrooi Nederland: Eijsden, Maastricht, Geulle aan de Maas, Stein, Sittard-Geleen, Echt-Susteren, Maasgouw, Roermond, Beesel, Leudal, Peel en Maas, Venlo, Bergen, Horst aan de Maas, Venray, Bergen, Gennep, Boxmeer, Mook, Cuijk, Overasselt, Nederasselt, Grave, Wijchen, Oss, Kerkdriel, Hedel, Maasbommel, Lith, Heerewaarden, 's-Hertogenbosch, Ammerzoden, Well (Gelderland), Heusden.

Zijrivieren Frankrijk: Mouzon, Saônelle, Vair, Saulx, Wiseppe, Chiers, Vrigne, Bar, Sormonne, Goutelle, Semois, Manises, Viroin, Houille België: Semois, Viroin, Houille, Hermeton, Lesse, Molignée, Bocq, Samber, Samson, Mehaigne, Hoyoux, Ourthe, Rida, Berwijn, Jeker, Voer, Geul, Bosbeek Nederland: Jeker, Voer, Geul, Oude Broekgraaf, Hemelbeek, Oude Maas, Roer, Neerbeek, Swalm, Niers, Dieze, Raam, Itterbeek, Groote Molenbeek Duitsland: Roer, Swalm, Niers

Kanalisatie De Maas is vanouds een belangrijke scheepsroute, hoewel de bevaarbaarheid van de Maas soms problematisch was. De situatie verslechterde toen de Belgen vanaf 1843 het kanaal Bocholt-Herentals aanlegden. Via de Zuid-Willemsvaart werd het kalkrijke Maaswater afgetapt om daarmee de onvruchtbare gronden in de Kempen te bevloeien. Dit waren de zogenaamde vloeiweiden. Om deze moeilijkheden het hoofd te bieden werd in 1863 het Maastraktaat gesloten, waarin de wateronttrekking werd geregeld.

Dit verdrag loste de problemen echter niet op. Dit was de reden waarom in 1915 in Nederland een wet werd aangenomen om de Maasverbeteringswerkzaamheden uit te voeren. Het voorzag in de bouw van stuwen, de aanleg van kanalen, en de afsnijding van Maasbochten. De werkzaamheden duurden tot 1942. In 1994 werd het Maasverdrag gesloten, om gezamenlijk tot een beter waterbeheer te komen. Niet alleen de bevaarbaarheid, maar ook de kwaliteit van het water, speelden hierin een belangrijke rol.

In Nederland wordt de Maas op zeven plaatsen gestuwd, bij Borgharen (Stuw- en sluiscomplex Borgharen + Sluis Bosscherveld + Sluis Limmel), Linne (Stuw- en sluiscomplex Linne), Roermond (Stuw- en sluiscomplex Roermond), Belfeld (Stuw en sluizencomplex Belfeld), Sambeek (Stuw- en sluizencomplex Sambeek), Grave (Stuw- en sluizencomplex Grave) en Lith (Prinses Máxima Sluizen).Grip op de Maas debouwcampus.nlRijkswaterstaat start hoogwaterberichtgeving voor de Rijn rijksoverheid.nl

Overstromingen

De Maas is een regenrivier waarvan het peil sterk afhankelijk is van regen. Daardoor staat de Maas 's winters hoog, terwijl ze 's zomers vaak bijna droog staat. De meeste regen komt uit de Franse en Belgische Ardennen, maar de oppervlakte is er te rotsig om veel water te kunnen bergen. In de winter is er bovendien weinig vegetatie en zijn er periodes van dooi. Ook verdampt er nauwelijks vocht. Ten slotte is het reliëf van het Maasbekken erg groot, waardoor het water met grote snelheid wordt afgevoerd.