Modest Hyppoliet Joanna Schoepen (Boom, 16 mei 1925 – Turnhout, 17 mei 2010), in België en Nederland beter bekend onder zijn artiestennaam Bobbejaan Schoepen, was een Vlaamse zanger, gitarist, entertainer, acteur en kunstfluiter. Zijn artiestennaam nam hij aan in 1945 en is afgeleid van het Zuid-Afrikaanse liedje Bobbejaan klim die berg.Aan het eind van zijn leven liet Bobbejaan zijn artiestennaam aan zijn officiële naam toevoegen. Hij is geboren als Modest Hyppoliet Joanna Schoepen.
Schoepen was een ondernemend en veelzijdig artiest met gevoel voor de markt en gericht op amusement. Hij doste zich vaak uit als een cowboy en bezong volkse thema's, veelal in een aan de country-and-western-traditie ontleende stijl. In de jaren vijftig en zestig was hij bekend in Vlaanderen en genoot hij ook internationaal bekendheid. In de decennia daarna gold hij vooral als oprichter van en entertainer in het naar hem vernoemde pretpark Bobbejaanland.
Beknopte levensloop Schoepen groeide op als zoon van een smid in Boom. Op 18 mei 1961 trad hij in het huwelijk met Josephina (Josée) Jongen, een Nederlandse die gestudeerd had voor operazangeres en werkte als fotomodel. Ze kregen samen vijf kinderen.
Schoepen verloor zijn fluitcapaciteiten door een chirurgische ingreep, en onderging in 1986 een zware hartoperatie. In 1999 werd darmkanker vastgesteld, een ziekte die hij in eerste instantie overwon.
Schoepen overleed in 2010 op de dag na zijn 85e verjaardag aan een hartstilstand in het Sint-Elisabethziekenhuis in Turnhout. Zijn vrouw overleed op 13 september 2013.
De jaren veertig Eind jaren 1930 bracht Schoepen met zijn halfzus Liesje volksvariété in de omliggende dorpen. Hij kreeg in 1943 onderricht van gitarist Frans De Groodt. Zijn eerste auditie vond plaats in 1944, voor de radio in Brussel.
Debuut bestraft door Gestapo Schoepen debuteerde in 1943 tijdens de Tweede Wereldoorlog met een optreden in de Brusselse concertzaal Ancienne Belgique, waar hij het Zuid-Afrikaanse liedje Mamma,'k wil 'n man hê ten gehore bracht. Het liedje werd als anti-Duits opgevat, waarop hij door de Duitse bezetter werd gearresteerd. Kort nadien werd hij opgeëist om in Duitsland te werken. Als alternatief verkoos hij te zingen voor de Vlaamse arbeiders die verplicht in Duitsland tewerkgesteld waren. In oktober 1944 - na de bevrijding - werd hij op verdenking van collaboratie door de Witte Brigade zonder onderzoek of proces, drie maanden opgesloten in de Dossinkazerne in Mechelen.”Bobbejaan, de Vlaamse troubadour die de wereld veroverde” (Johan Roggen, Uitgeverij het Volk, 1980 - D/1980/2345/10). Een Britse kolonel, die bij de familie van Schoepen tijdens de oorlog kon onderduiken, zorgde voor zijn vrijlating.
In 1945 vormde Schoepen met zijn dorpsgenoot Kees Brug het duo 'Two Boys and Two Guitars'. Ze traden op met imitaties, gedichten, Zuid-Afrikaanse liedjes en countrymuziek. In 1947 ontstond een 17 jaar lange, trouwe en intense samenwerking met de Joodse muziekuitgever en manager Jacques Kluger (World Music Company). Deze deed hem het aanbod om in 1947 en 1948 voor de Amerikaanse en Canadese Special Forces op te treden in Frankfurt am Main en Berlijn en tijdens de Processen van Neurenberg. Schoepen nam een voorbeeld aan zanger en acteur Roy Rogers en trok een cowboypak aan. In Berlijn werd zijn optreden bijgewoond door de Amerikaanse generaal Lucius D. Clay. De militair gouverneur van de Amerikaanse zone in Duitsland vroeg hem terug voor twee extra voorstellingen. Het succes van de voorstellingen bracht Kluger op het idee Schoepen over te halen om Nederlandstalige cowboynummers te maken.
Nederland en Nederlands-Indië Schoepen zong aanvankelijk niet in het Nederlands. Op aanraden van zijn manager Jacques Kluger nam hij toch een plaat in het Vlaams op. Het lied De Jodelende Fluiter (1948) werd zijn eerste hit. Dat jaar nam ook zijn bekendheid in Nederland toe. Hij werd soms gevraagd als gast, onder andere bij het radioprogramma De bonte dinsdagavondtrein, gepresenteerd door Frans Muriloff. Die zag in hem de aangewezen man om te werken voor de Nederlandse Welfare, een legerdienst die belast was met de welzijnsverzorging van de Nederlandse troepen in Nederlands-Indië, het huidige Indonesië. In 1949 ging Bobbejaan daar op tournee voor de Nederlandse strijdkrachten en hij gaf er 127 shows binnen drie maanden tijd. Omdat hij ook voor de afgelegen troepen wilde optreden, kreeg hij van de Nederlandse overheid een onderscheiding voor moed en zelfopoffering.
Vijf dagen na zijn thuiskomst begon een tournee in België die 220 dagen duurde.
De jaren vijftig Schoepen raakt bevriend met de Rotterdammer Anton Beuving, tekstdichter van onder andere Ketelbinkie. Op een van zijn bezoeken leest hij hem een tekst voor waar Schoepen de muziek bij maakte: "De lichtjes van de Schelde". Jan Stevens (pseudoniem van Jaap Streefkerk) arrangeert het nummer en Decca Records in België en Omega Records in Nederland brengen het uit als B-kant van "Kleine Witte Wolk Aan De Hemel". Het lied zou uitgroeien tot een Vlaamse evergreen. thumb|Bobbejaan Schoepen in de Grand Ole Opry in Nashville, 1953 Schoepen trad in de jaren 50 veel in het buitenland op. Hij speelde er samen met onder anderen Josephine Baker, Caterina Valente (eenmalig), Gilbert Bécaud en ook Toots Thielemans, die in 1951 als gitarist in zijn band speelde. Hij heeft opgetreden in de Grand Ole Opry in Nashville, het centrum van de countrymuziek in de VS. In 1953 trad hij er drie keer op, onder andere met Roy Acuff (1903-1992). Er kwam ook een optreden met countryzanger Red Foley (1910-1968) in Springfield in Missouri.
In 1954 volgde er een Europese tournee van drie maanden door Duitsland, IJsland en Denemarken, die afgesloten werd met optredens in de Folies Bergère in Brussel. In Denemarken en IJsland was Syd Fox zijn manager. In januari 1955 verzorgde Jacques Brel een week lang Schoepens voorprogramma in de Brusselse Ancienne Belgique. Hij werd in 1955 door de omroep NIR (de toenmalige VRT) verkozen tot beste Vlaamse zanger en ontving daarvoor de Grote Prijs van de Vlaamse Grammofoonplaat.
Hij trad ook drie maanden op in Congo. Maar in 1957 trok hij weer naar New York, waar hij gevraagd werd in de televisieshow van de bekende presentator Ed Sullivan. Hij nam er grammofoonplaten op met Steve Sholes van RCA-records. Sholes bood hem een contract aan. Schoepen besloot zijn Amerikaanse activiteiten niet voort te zetten.
In 1957 vertegenwoordigde hij België op het tweede Eurovisiesongfestival. De keuze viel op Straatdeuntje. Van de tien deelnemers eindigde België op een gedeelde achtste plaats, samen met Zwitserland.
Een jaar later (1958) trad Schoepen op in de 'Royal Variety Show', een jaarlijks evenement voor de Queen Mum van Engeland (Elizabeth Bowes-Lyon). Hij hoorde er het humoristische nummer "A pub with No Beer" van Slim Dusty en besloot een coverversie te maken in zowel het Nederlands, Duits, Frans als Engels. De Vlaamse versie "Café zonder bier" werd in 1959 nummer één in de hitparade. In 1960 werd de Duitstalige versie "Ich steh an der Bar und ich habe kein Geld" een hit in Duitsland en Oostenrijk. De Franstalige versie werd "Café sans export".
Het paard van Zorro In 1958 schafte Schoepen een grote circustent aan om in eigen land efficiënter te kunnen toeren. Dat maakte hem onafhankelijk van zaaleigenaars die een steeds hogere huurprijs vroegen en die niet altijd de geschikte ruimte hadden voor zijn programma. Naar aanleiding van de wereldtentoonstelling van 1958 kwam er een Amerikaans stuntteam naar Brussel. Het team ging failliet en verkocht daarop onder andere het paard 'Midnight', dat dienst had gedaan in de televisieserie Zorro, aan Bobbejaan Schoepen. Schoepen gebruikte het paard een tijdlang voor stuntjes in zijn shows en als trekpleister tijdens de cavalcades, maar het dier trapte op een blootliggende elektriciteitskabel en stierf.De Standaard - 15 mei 2004
De jaren zestig en zeventig In de jaren 60 en 70 bezochten Bobbejaan en zijn vrouw geregeld de Verenigde Staten, waar ze contacten onderhielden met de acteur Roy Rogers en swing country-pionier Tex Williams. Het viertal trad af en toe op in lokale clubs in Los Angeles.30 jaar Bobbejaan - tv-show, BRT, 1978.
In 1966 richtte hij een eigen platenlabel op, Bobbejaan Records. In 2006 werd dit label heropgericht.
Kostuums en limousines Cult-modeontwerper Nudie Cohn en zijn schoonzoon Manuel Cuevas - die de kostuums van de Beatles vormgaf bij het album Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band) - ontwierpen de zwarte pakken van Johnny Cash en de soms nogal extravagante kostuums van Elvis Presley, Gram Parsons maar ook de kleding van Bobbejaan Schoepen.https://web.archive.org/web/20080831025507/http://www.nudiesrodeotailor.com/
Van Nudie Cohn kocht hij ook twee exemplaren van de Amerikaanse witte Pontiac Bonneville, die Cohn had gedecoreerd met authentieke zilveren dollars, kogels, handgemaakte siergeweren, en een stierhoorn op de neus. Schoepen maakte ze in de jaren 70 tot zijn handelsmerk. In april 2008 werd een van de wagens nog gebruikt voor de clip Le temps des cerises, een duet van Bobbejaan met Geike Arnaert (Hooverphonic).A Rhinestone Cowboy Who Grabbed Cars by the Horns New York Times, september 4, 2005.In het spoor van Johnny Cash De Standaard, 27 mei 2006.
Zijn liedjes door anderen gezongen Buitenlandse artiesten brachten covers uit van de liedjes van Bobbejaan Schoepen. De Duitse versies van Hutje op de heide en Kili watch (oorspronkelijk: The Cousins) werden behoorlijk verkocht en zijn onder andere te zien in de Duitse film Davon träumen alle Mädchen' (1961). Ik heb eerbied voor jouw grijze haren werd onder andere uitgevoerd door Gert Timmerman, Camillo Felgen, Heino en James Last (Ich hab Ehrfurcht vor Schneeweissen Haaren). In 1961 zong de Duits-Italiaanse Caterina Valente Schaduw van de mijn, vertaald onder de titel Amici miei. In 1965 zong Richard Anthony een Franse en een Spaanse versie van Ik heb me dikwijls afgevraagd. De Amerikaanse countryzanger Tex Williams, grondlegger van de swing country, zou later in de VS de cover Fire and Blisters uitbrengen (1974).
Film en televisie thumb|Bobbejaan Schoepen in "At the drop of a Head", 1962 Tussen 1950 en 1967 speelde Schoepen in vijf (muzikale) filmproducties: twee Belgische, twee Duitse en één Duits-Tsjechische. In 1962 had hij de hoofdrol in de absurdistische filmkomedie At the Drop of a Head (ook wel genoemd 'De Ordonnans'/'Café zonder bier'), met onder andere Ann Petersen, Yvonne Lex, Denise De Weerdt, Nand Buyl, en Tony Bell. Op de set werd tegelijk een Nederlandse en Engelse versie gedraaid. Schoepen was niet te spreken over dit filmavontuur. De Belgische rock-band Dead Man Ray toerde in 1999 met de film door België en Nederland.
In 1967 maakte de Duitse televisiezender ZDF een muzikale televisiefilm rond Bobbejaan Schoepen, waarin hij een reeks van zijn hits ten gehore brengt. De film is gedeeltelijk opgenomen in de Barrandov-filmstudio’s in Praag, in de Kempen en in een toen nog attractieloos Bobbejaanland."Bobbejaanland" filmproduction ZDF — Regie: Vladimir Sis, 1967.
Bobbejaanland thumb|"Uit met Bobbejaan" televisieshow BRT vanuit Bobbejaanland, 1969
Na bijna vijftien jaar aanhoudend toeren wilde Schoepen graag een vaste stek. In 1959 kocht hij in Lichtaart-Kasterlee het Abroek, een moerassig domein van 30 hectare. Dat werd de plek voor Bobbejaanland en hij bouwde er een theaterzaal met 1200 plaatsen en legde er 2,2 kilometer strand aan. De naam Bobbejaanland werd bedacht door zijn manager Jacques Kluger.
Op 31 december 1961 werd Bobbejaanland officieel geopend en de jaren 60 stonden vervolgens in het teken van de opbouw van het park. Dit deed Schoepen samen met zijn vrouw Josée en haar zus Louise.
Artiesten in Bobbejaanland