Lenteakkoord - 'Verantwoordelijkheid nemen in crisistijd' Akkoord over de Begroting 2013 Doel: Versterking economie en gezonde overheidsfinanciën Gesloten op 26 april 2012 Coalitie: VVD, CDA, D66, GroenLinks en ChristenUnie Aantal zetels: 31 + 21 + 10 + 10 + 5 = 77 zetels (2012, nieuwe Tweede Kamer 75) 260px|Steun akkoord in Tweede Kamer Benodigde tijd: 2 dagen Bezuinigingsbedrag: 12,4 miljard EMU-saldo 2013: −2,7% Het Lenteakkoord is een akkoord gesloten door verschillende politieke partijen in Nederland op 26 april 2012 over de begroting van het komende jaar. De regeringspartijen VVD en CDA van het kabinet-Rutte I sloten dit akkoord met oppositiepartijen D66, GroenLinks en ChristenUnie kort nadat het kabinet was gevallen over de begroting voor 2013 (het mislukte Catshuisoverleg).
Het begrotingsakkoord, dat ook verschillende bijnamen kreeg, bevatte maatregelen om het Nederlandse begrotingstekort terug te brengen tot niet meer dan hetgeen volgens het Stabiliteits- en Groeipact van de Europese begrotingsunie maximaal is toegelaten: 3 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Bij het niet halen van deze norm zou een boete kunnen volgen van ruim 1 miljard euro.
Chronologie Nadat op zaterdag 21 april 2012 de Catshuisonderhandelingen waren mislukt omdat de PVV het totaalpakket niet voor haar rekening wilde nemen, voelden verscheidene partijen in de Tweede Kamer zich geroepen om het initiatief naar zich toe te trekken. Op woensdag 25 april werd overlegd tussen verschillende fracties om na te gaan waar zij overeenkomsten zagen. Ook minister Jan Kees de Jager van Financiën liep de fracties af om te bekijken of zij tot overeenstemming konden komen.
Snel was duidelijk dat GroenLinks, D66 en ChristenUnie bereid waren om tot een bezuinigingspakket te komen. Na de val van het kabinet waren deze drie fracties meteen bij elkaar gekomen om te kijken of zij wel tot een pakket konden komen, waar VVD, CDA en PVV in zeven weken niet in waren geslaagd. Deze fracties wilden dan wel 'pijnlijke' bezuinigingen van het kabinet-Rutte terugdraaien. Daarnaast moet er in bepaalde zaken als duurzaamheid en natuur worden geïnvesteerd.
Aanvankelijk werd geprobeerd de PvdA bij de onderhandelingen te betrekken, maar deze partij wilde niet aan de 3%-eis voldoen.De Jager spreekt met D66, GroenLinks en ChristenUnie, NU.nl, 25 april 2012 GroenLinks, D66 en ChristenUnie besloten alleen verder te gaan, om VVD en CDA als blok een pakket aan te kunnen bieden dat aan de 3% zou voldoen.ChristenUnie, D66 en GroenLinks onderhandelen als één blok, de Volkskrant, 25 april 2012 Op donderdag 26 april konden de eerdergenoemde partijen het eens worden over een pakket maatregelen dat ervoor zou zorgen dat het begrotingstekort voor 2013 onder de 3% zou uitkomen.Fracties akkoord over noodpakket, NU.nl, 26 april 2012 De vijf fracties hadden een meerderheid in de Tweede Kamer (77 zetels).
Minister De Jager stuurde het begrotingsakkoord op 27 april 2012 naar Brussel.Akkoord naar Brussel, De Telegraaf, 27 april 2012Nederlandse Stabiliteitsprogramma 2012, de verplichte jaarlijkse rapportage aan de Europese Commissie en de Raad van Europa over de stand van zaken met betrekking tot de overheidsfinanciën; voor een deel komen de maatregelen overeen met die van de eerdere pakket maatregelen, waarover in de toelichting meer details staan. Europees Commissaris Olli Rehn roemde de Nederlandse begrotingstraditie.Brussel: pluim voor Nederland, De Telegraaf, 27 april 2012
Diverse commentatoren spraken van een unieke gebeurtenis.Frits Wester: miljardenakkoord is huzarenstukje, RTL Nieuws, 26 april 2012Uniek begrotingsakkoord in 2 dagen rond, Europa NU, 26 april 2012. Gearchiveerd op 17 april 2021. Premier Rutte toonde zich verheugd over het bereikte resultaat.Gesprek met de minister-president, 27 april 2012
PvdA-leider Diederik Samsom kreeg zowel vanuit de Tweede Kamer als vanuit de eigen achterban kritiek over het feit dat hij niet aan het beraad had deelgenomen. Samsom kaatste terug dat hij wel had willen meepraten, maar buitenspel werd gezet door de andere partijen. De PvdA was volgens woordvoerders van die partij vanaf het begin niet welkom bij de besprekingen en werd in de woorden van Samsom aan het einde slechts uitgenodigd om "bij het kruisje te tekenen", wat hij weigerde. Een grote meerderheid van de PvdA-ledenraad steunde op 28 april zijn handelswijze. Ook SGP-voorman Kees van der Staaij had wel willen deelnemen, maar verweet Alexander Pechtold van D66 dat die hem niet had geconsulteerd.Boze Van der Staaij verwijt Pechtold 'gezwam', NOS Nieuws, 26 april 2012. Gearchiveerd op 28 augustus 2022. Niettemin gaf de SGP aan het pakket te steunen. Emile Roemer van de SP, tegenstander van het vijfpartijenakkoord, stelde dat het akkoord slechts geldig zou zijn tot 12 september 2012, de dag van de Tweede Kamerverkiezingen.
De inhoud van het akkoord is in grote lijnen bekendgemaakt in de vorm van het Geactualiseerde Stabiliteitsprogramma dat aan de EU is gezonden. Details zouden pas eind mei 2012 bekend worden gemaakt,Kunduz-akkoord over een week naar CPB, plannen eind mei naar Kamer maar sommige maatregelen lekten voortijdig uit, op 16 mei.
Op 22 augustus maakte het CPB bekend dat het begrotingstekort in 2013 op 2,7% zou uitkomen. De 3%-norm zou daarmee worden gehaald. Het CPB maakte verder bekend een koopkrachtafname van 0,75% te hebben berekend. De Nederlandse economie zou aantrekken met een bescheiden groei van eveneens 0,75%.
Het kabinet heeft het akkoord in de Miljoenennota 2013 verwerkt die op Prinsjesdag werd gepresenteerd. De maatregelen waren toen al grotendeels bekend, aangezien deze uit het vijfpartijenakkoord kwamen. Veel wetten, waaronder verhoging van de AOW leeftijd, Wet uitwerking fiscale maatregelen en wijziging in de Zorgverzekeringswet, werden al voor de verkiezingen door de Kamer aangenomen
Inhoud Het uitgewerkte akkoord is verschenen als bijlage 2: Begrotingsakkoord 2013: Verantwoordelijkheid nemen in crisistijd van de Voorjaarsnota 2012.Voorjaarsnota 2012 met als bijlage 2: Begrotingsakkoord 2013: Verantwoordelijkheid nemen in crisistijd
Onderdelen van het pakket waren:Voor wetsvoorstellen zie https://www.eerstekamer.nl/trefwoord/begrotingsakkoord_2013. Gearchiveerd op 29 november 2021. Versnelde verhoging AOW-leeftijd: Niet vanaf 2020, zoals door de Tweede Kamer was aangenomen, maar al vanaf 2013 (aangenomen, is met ingang van 2016 op basis van het Deelakkoord begroting 2013 en het Regeerakkoord 2012 verder versneld, en vanaf 2020 weer wat vertraagd)). Aanpassing Werkloosheidswet: Werkgevers zouden vanaf 2014 de eerste zes maanden van de WW-uitkering betalen (teruggedraaid in de kabinetsformatie 2012). De tijdelijke verlaging van de overdrachtsbelasting tot 2 procent werd blijvend (inmiddels wettelijk geregeld in de Wet uitwerking fiscale maatregelen Begrotingsakkoord 2013, UFM). Beperking hypotheekrenteaftrek, alleen voor nieuwe hypotheken (aangenomen) Afschaffing onbelaste reiskostenvergoeding (een wetsvoorstel is ingediend, maar naar aanleiding van het Deelakkoord begroting 2013 en het Regeerakkoord 2012 weer ingetrokken). Extra verhoging huur: 1% boven de inflatie voor huurders met een inkomen van 33.000 to 43.000 euro per jaar (ook teruggedraaid in het Regeerakkoord 2012). Lonen voor ambtenaren (excl. zorg) werden voor 2 jaar op een nullijn gezet. Meer eigen bijdragen in de gezondheidszorg, eigen risico naar 350 euro, beperkingen in de AWBZ. Voor lage inkomens werd de verhoging van het eigen risico gecompenseerd via een hogere zorgtoeslag. De tabelcorrectiefactor werd één jaar niet toegepast (dit komt erop neer dat in termen van inflatie-gecorrigeerde bedragen onder andere de tarieven van box 1 werden verhoogd; UFM). Over hoge lonen (inclusief bonussen) in 2012 (betaald plus nog te betalen) moesten werkgevers alsnog een werkgeversheffing (eenmalige crisisheffing) betalen, in aanvulling op de normale loon-/inkomstenbelasting die daarover geheven is/wordt. De opbrengst werd geraamd 500 mln. Per 1 januari 2013 werden de werkgeversheffing op excessieve vertrekbonussen verhoogd van 30 naar 75% (beide in de UFM). Verhoging van het hoge btw-tarief van 19 naar 21 procent (UFM). Deze is op 1 oktober 2012 ingegaan. Van de opbrengst van de verhoging van het btw-tarief werd 1,5 miljard teruggeven via zorgtoeslag, kindgebonden budget, en inkomsten- en loonbelasting. 1,6 miljard euro bezuiniging op de gezondheidszorg. Hervorming van het ontslagrecht. Een forse vergroening van de economie (o.a. belasten rode diesel (UFM), investeren in warmte-isolatie van woningen, stimuleren duurzaam bouwen, onderzoek lage btw-tarief zonnepanelen). Afschaffing van de vrijstelling kolenbelasting elektriciteitsopwekking (UFM). De fiscale faciliteiten voor sociaal-ethisch beleggen, cultureel beleggen en durfkapitaal werden per 1 januari 2013 afgeschaft (UFM). De geleidelijke verlaging van de heffingskorting voor groene beleggingen werd stopgezet en de afschaffing ging niet door (UFM). Er werd niet bezuinigd op ontwikkelingssamenwerking. De norm van 0,7% van het nationaal inkomen werd gehandhaafd. (Later werd door VVD en PvdA alsnog 1 miljard op ontwikkelingssamenwerking bezuinigd.) De prestatiebeloning in het onderwijs ging van tafel. In plaats daarvan werd 105 miljoen in het onderwijs gestoken, voor bijvoorbeeld verbetering van de kwaliteit. Doorberekenen kosten politie-inzet bij voetbalwedstrijden (30 miljoen). Verdubbeling bankenbelasting. Wachtgeldregeling voor politici werden versoberd (dezelfde duur als volgens van de Werkloosheidswet); aangenomen. (Volgens het regeerakkoord werd de uitkeringsduur van de Werkloosheidswet verkort.)
Enkele recent ingevoerde bezuinigingsmaatregelen werden teruggedraaid: De invoering van de huishoudinkomenstoets in de bijstand (54 mln). Dit is met terugwerkende kracht per 1 januari 2012 (de invoeringsdatum) ingegaan. Voor podiumkunsten gaat het lage btw-tarief weer gelden (48 mln). Dit is per 1 juli 2012 ingegaan. De bezuinigingen op persoonsgebonden budgetten worden geheel of gedeeltelijk teruggedraaid (150 mln). De eigen bijdrage voor tweedelijns ggz wordt bij een laag inkomen gedeeltelijk vergoed. Volgens het Deelakkoord begroting 2013 wordt de invoering van de eigen bijdrage in de tweedelijns zorg teruggedraaid. De bezuiniging op palliatieve zorg wordt teruggedraaid.
Enkele in de Eerste Kamer aanhangige wetsvoorstellen werden ingetrokken of gewijzigd: De bezuinigingen op passend onderwijs (100 mln.) werden geheel of gedeeltelijk teruggedraaid. Geen verhoging van de griffierechten (240 mln). De wet Werken naar vermogen vond geen doorgang. Ten aanzien van het studiefinancieringsstelsel werd besloten om invoering van een sociaal leenstelsel in de masterfase en verlenging van de aflossingtermijn van studieleningen van 15 naar 20 jaar nog niet door te voeren, maar daarover te besluiten na de verkiezingen.
Enkele geplande wetsvoorstellen en andere maatregelen gingen niet door: Bezuiniging op natuur (200 mln). Bezuinigingen in het openbaar vervoer (100 mln.)
Doorrekening Centraal Planbureau en lek