Democratisch onderwijs is een wereldwijde beweging waarbij gestreefd wordt naar een zekere mate van beslissingsbevoegdheid van studenten in de organisatie van hun eigen school.

Definitie IDEC Er is geen algemeen aanvaarde definitie van de term, maar op de IDEC (International Democratic Education Conference) in 2005Berlijn IDEC. Gearchiveerd op 17 juni 2023. zijn de deelnemers het eens geworden over de volgende verklaring: "Wij geloven dat in een democratische educatieve instelling, jongeren het recht hebben: Individueel te beslissen hoe, wanneer, wat, waar en met wie ze leren Op een gelijk aandeel in de besluitvorming over hoe hun organisaties - in het bijzonder hun scholen - worden bestuurd, en welke regels en sancties, indien nodig, aanwezig zijn".

EUDEC De EUDEC (European Democratic Education Community) Site van de European Democratic Education Community hanteert de volgende definitie:

De twee pijlers van democratisch onderwijs zijn: zelfgestuurd leren een leergemeenschap op basis van gelijkheid en wederzijds respect

Zelfgestuurd leren Leerlingen op democratische scholen kiezen zelf hoe ze hun schooltijd doorbrengen, welke interesse ze nastreven en hoe ze zich voorbereiden op hun latere leven. Leren kan plaatsvinden in de klas, net als op de conventionele scholen, maar tegelijk bestaat er veel ruimte om op geheel eigen wijze te leren, zoals door zelfstudie, onderzoek via het internet, spelletjes spelen, vrijwilligerswerk doen, projecten maken, musea bezoeken, reizen en gesprekken voeren met vrienden en de staf/begeleiders.

Een gemeenschap op basis van gelijkheid en wederzijds respect Volgens de EUDEC is de beste omgeving om in te leren een omgeving waarin rechten en meningen worden gerespecteerd.

Democratische scholen hebben schoolvergaderingen waarin alle leden van de gemeenschap een gelijke stem hebben, ongeacht leeftijd of status. Studenten en docenten kunnen bij elkaar zitten als gelijken om over school regels, curricula, projecten, in sommige gevallen over het inhuren van personeel of zelfs over begrotingszaken te discussiëren en te stemmen.

Het resultaat: tolerante, open-minded, verantwoordelijke personen die weten hoe ze hun mening moeten uiten en kunnen luisteren naar die van anderen, die goed opgeleide, actieve burgers voor een moderne democratische samenleving vormen.

Geschiedenis John Locke John Locke (1632-1704) is een Engelse filosoof. Hij publiceerde Some Thoughts Concerning EducationJ. Locke Some Thoughts Concerning Education (1693) Harvard Classics, Vol. 37, Part 1. Gearchiveerd op 6 oktober 2022. in 1693. Gedurende zijn schooltijd en periode aan de universiteit had Locke een duidelijke afkeer van het gebruikte onderwijssysteem. In de geneeskunde laakt hij de scholastiek, die nog gepraktiseerd wordt en die al binnen andere vakgebieden was aangevallen door Bacon en Hobbes, en hij pleitte voor de experimentele methoden die door zijn vriend Sydenham, de bekende arts uit zijn tijd. Locke gaat uit dat een kind geboren wordt met een tabula rasa (een schone lei) ofwel een leeg hoofd dat met ervaringen gevuld wordt. Ook al ging Locke uit van een tabula rasa, hij geloofde wel dat kinderen aangeboren talenten en interesses hebben.John W. Yolton, The Two Intellectual Worlds of John Locke: Man Person, and Spirits in the Essay. Ithaca: Cornell University Press (2004), 29–31 en John Yolton, Locke: An Introduction. New York: Basil Blackwell (1985), 19–20; see also Tarcov, 109. Hij adviseerde ouders bijvoorbeeld om zorgvuldig te kijken naar hun kinderen om hun aangeboren talent te ontdekken en de eigen interesses van hun kinderen te ondersteunen, in plaats van hen te dwingen deel te nemen aan activiteiten waar zij een hekel aan hebben.Yolton, John Locke and Education, 24-5. Het humanistisch ideaal beeld was een mens die alle kennis omarmt en zijn capaciteiten ten volle ontwikkeld, de homo universalis. Veel van deze ideeën hebben een basis gevormd voor educatieve hervormers door de tijd. Locke wordt ook gezien als de grondlegger van het liberalisme; hij was de eerste die met ideeën kwam als economische vrijheid en intellectuele vrijheid.

Jean-Jacques Rousseau Het boek van Jean-Jacques Rousseau (1712-1778) met een advies over onderwijs, Émile, werd voor het eerst gepubliceerd in 1762. De Émile werd kort na verschijnen in beslag genomen en op de trappen van het hooggerechtshof verbrand. Op aanraden van de Nederlandse ambassadeur Mattheus Lestevenon werd de Émile enkele weken later ook door de Staten van Holland verboden.R.K. Gallas (1926) VINCENZIO GAUDIO, p. 118. In: Jaarboek Amstelodamum. Rousseau gaat ervan uit dat een kind voor alles mens moet worden, daarna vindt hij zijn weg in de maatschappij vanzelf. In Émile verwerpt Rousseau alle opvoedingsstructuren zoals scholen en boeken. Volgens hem doden de op scholen gedoceerde pasklare oplossingen de fantasie en de nieuwsgierigheid. Hoewel Rousseau vaak aangehaald wordt in teksten als een voorbeeld voor zelfgestuurd onderwijs, gaat de onderwijskundige filosofie van Rousseau in werkelijkheid uit van het bestaan van een "Algemene wil". Een intellectuele elite was in staat om de elementen te bepalen van die "algemene wil", en door het bezit van de kennis van deze "algemene wil" deze met dwang uit te voeren. Met een achteloosheid die grenst aan cynisme, merkt Rousseau op dat "Er geen betere manier van onderwerpen is, dan de manier die de schijn van vrijheid behoudt", en dat "Het kind zonder twijfel niets anders moet doen dan wat hij wil, maar dat hij ook niets anders moet doen dan wat de leraar wil; hij mag geen enkele stap maken die de leraar niet heeft voorzien".Public Education and Indoctrination (1993) (Ed. Sennholz, H.F.) The Foundation for Economic Education, Inc., New York, p. 203

Leo Tolstoj en Jasnaja Poljana Locke en Rousseau hielden zich alleen bezig met de opvoeding van kinderen van de rijke elite, maar Leo Tolstoj (1828-1910) zette een school op voor boerenkinderen. Dit was op zijn eigen landgoed Jasnaja Poljana, in Rusland, in de late 19e eeuw. De school ontstond geheel vrij op basis van principes geïnitieerd door leraren en leerlingen. En in weerwil van de overheersende invloed van de leraar, de leerling altijd had het recht had om niet naar school te komen, of, als hij kwam, om niet te luisteren naar de leraar. Daarnaast had de leraar het recht om een leerling te weigeren, en hij moest al zijn invloed gebruiken de gemeenschap te overtuigen, waarin de kinderen altijd in de meerderheid waren.Leo Tolstoj in The School at Yasnaya Polyana in Tolstoy on Education, vertaald door Leo Wiener (1967), University of Chicago Press, p 233

Tolstoj schreef dat alleen in de afwezigheid van macht en dwang natuurlijke relaties worden onderhouden tussen leraar en leerlingen. De leraar definieerde de grenzen van de vrijheid in de klas door zijn kennis en zijn managementcapaciteiten. En de leerlingen, schreef Tolstoj, moeten worden behandeld als redenerende en redelijk denkende wezens, alleen dan zouden ze erachter komen dat orde essentieel is en dat zelfbestuur nodig is om orde te bewaren. Als leerlingen echt geïnteresseerd zijn in wat er wordt geleerd, verklaarde hij, zou er geen wanorde heersen, en als dat wel voorkwam dan zouden de geïnteresseerde leerlingen de wanordelijke leerlingen vragen om aandacht.

Janusz Korczak In 1912 richtte Janusz Korczak (1878-1942) het Joodse weeshuis Dom Sierot op in Warschau dat op democratische wijze was georganiseerd. Dom Sierot was een soort republiek voor kinderen met een eigen parlement, een gerechtshof en een krant. Het schoolparlement hanteerde een lijst van straffen, variërend van mild tot uitsluiting van de school. Korczak schreef: "De rechters zijn de kinderen zelf, en ze weten hoe moeilijk het is om nooit iets verkeerd te doen, en ze weten ook dat iedereen zich verbeteren kan, zolang hij wil en serieus probeert."Janusz Korczak, (1979) Von Kindern und anderen Vorbildern, Güterslohe Verlagshaus, p. 82-83 Door zijn aanpak werd hij bekender als pedagoog dan als kinderarts.

Heel scherp heeft hij gezien hoe volwassenen kinderen bewust, maar meestal onbewust, gebruiken als een soort verlengstuk van zichzelf. Je kunt een kind domweg aan je macht onderwerpen, maar je kunt, en dat is veel subtieler, een kind ook zo psychologisch omarmen en beïnvloeden dat het geestelijk onvrij is geworden om zichzelf te zijn. In het boek Het recht van het kind op respectJ. Korczak (2007) Het recht van het kind op respect, uitgeverij SWP, Amsterdam , 240 pagina's schrijft Korczak over deze onderwerping het volgende: "De maatschappij heeft jou die kleine wildebras toevertrouwd, opdat je hem omvormt en dresseert, hem voor zijn omgeving acceptabel maakt, en nu wacht zij af. De staat wacht, de kerk wacht en zijn toekomstige werkgever. Zij eisen, wachten en letten op. (...) Het kind heeft het recht te groeien, te manen, te eisen; het heeft het recht te groeien, te rijpen en eenmaal gerijpt, vruchten af te werpen. De heel moderne pedagogiek is erop gericht gemakkelijke kinderen te vormen, consequent en stap voor stap streeft zij ernaar al datgene te breken, te onderdrukken en uit te bannen, wat de wil en de vrijheid van het kind betreft, de kracht van zijn innerlijk leven, zijn verlangens en zijn voornemens."Geciteerd door Theo Cappon in [Korczaks pedagogische ideeën https://web.archive.org/web/20150715202152/http://korczak.nl/stichting/wp-content/uploads/2014/10/3.-Pedagogische-idee%C3%ABn.pdf], p. 3, beschikbaar gesteld door de Janusz Korczak Stichting

A.S. Neill en Summerhill De oudste democratische school die nog steeds bestaat is Summerhill, gevestigd in Suffolk, Engeland, maar opgericht in Duitsland in 1921. A. S. Neill (1883-1973), de uit Schotland afkomstige oprichter, schreef veel invloedrijke boeken, waaronder The Problem Child (1926), The Problem Parent (1932), That Dreadful School (1937) en Hearts Not Heads in the School (1945), allemaal gepubliceerd door Herbert Jenkins, en Summerhill, a Radical Approach to Child-rearing (1960) gepubliceerd door Hart Publishing. Summerhill is bekend om de filosofie dat kinderen het beste leren zonder dwang. Alle lessen zijn optioneel, en leerlingen zijn vrij om te kiezen wat te doen met hun tijd. Neill stichtte Summerhill met de overtuiging dat "de functie van een kind is om zijn eigen leven te leiden - niet het leven wat zijn bezorgde ouders denken dat hij zou moeten leven, niet een leven volgens het doel van een opvoeder die denkt dat hij weet wat het beste is".

Naast het nemen van controle over hun eigen tijd kunnen de leerlingen deelnemen aan de zelfbesturende gemeenschap van de school. Schoolvergaderingen worden drie keer per week gehouden, waarin de leerlingen en de staf een gelijke stem in de beslissingen hebben die hun leven op school beïnvloeden, waarin problemen worden besproken en schoolregels worden gewijzigd. Summerhill werkt volgens de basisprincipes van democratie, gelijkheid en vrijheid.

Summerhill heeft een niet bepaald perfecte relatie met de Britse regering, en is nog steeds de meest geïnspecteerde school in het land. Tijdens de jaren 90 werd de school dan ook negen keer gecontroleerd. Later bleek dat dit was omdat OFSTED (het "Office for Standards in Education", de Britse onderwijsinspectie) Summerhill op een geheime lijst van 61 onafhankelijke scholen had gemarkeerd als TBW ("To Be Watched", om in de gaten te houden). In maart 1999, na een grondige inspectie van OFSTED, verordende de toenmalige staatssecretaris van Onderwijs en Werkgelegenheid, David Blunkett, de school in een klaagschrift om het beleid van de school rondom de niet-verplichte lessen aan te passen. Het niet naleven binnen zes maanden van een dergelijk klaagschrift leidt meestal tot sluiting, maar Summerhill koos ervoor om de verordening te betwisten in de rechtbank.