Het Braziliaans konijn (ook tapeti, Sylvilagus brasiliensis) is een zoogdier uit de familie van de hazen en konijnen (Leporidae). De soort komt voor in Midden- en Zuid-Amerika.
Naamgeving De wetenschappelijke naam van de soort werd als Lepus brasiliensis in 1758 gepubliceerd door Carl Linnaeus. (1758). Systema naturae ed. 10: 58. Gearchiveerd op 1 mei 2023.
Verspreiding Het verspreidingsgebied van het Braziliaans konijn loopt van zuidoostelijk Mexico tot het noorden van Argentinië. Regenwouden van zeeniveau tot 2.500 meter vormen het leefgebied van het Braziliaans konijn. Dit dier leeft met name in bosranden en langs rivieroevers. In zuidelijk Midden-Amerika komt het Braziliaans konijn tot op 1.100 meter (Cordillera de Talamanca) of 1.500 meter (noordelijk Costa Rica) voor en wordt het in hoger gelegen gebieden vervangen door het Dices katoenstaartkonijn. In de drogere streken van Midden- en Zuid-Amerika, zoals savannes en droogbossen, komt het Floridakonijn voor.
Uiterlijk Het Braziliaans konijn is ongeveer 38 cm lang en circa 850 gram zwaar. Vrouwelijke konijnen zijn groter dan mannetjes. In vergelijking met het Floridakonijn heeft het Braziliaans konijn kortere oren een kortere, minder opvallende staart.
Leefwijze Het Braziliaans konijn is met name actief tijdens de schemering en 's nachts. Het is een solitair levend dier. Gras vormt het voornaamste voedsel van het Braziliaans konijn. Daarnaast worden ook schimmels gegeten. Nesten maakt het Braziliaans konijn in gedroogd gras. In het noorden van het verspreidingsgebied verloopt de voortplanting het gehele jaar met twee tot acht jongen per worp na een draagtijd van ongeveer een maand. In het hooggebergte van de Andes is de draagtijd met anderhalve maand langer. Het Braziliaans konijn is de natuurlijke vector van myxomatose, een virus dat geen effect heeft op het Braziliaans konijn of andere katoenstaartkonijnen maar dodelijk is voor het Europees konijn. Het Braziliaans konijn is prooidier voor diverse roofdieren, in het bijzonder de lanspuntslang.
Ondersoorten Van deze soort is een groot aantal ondersoorten benoemd waarvan de status echter onduidelijk is. (1990). Hoofdstuk 5: The Cottontails. In: (eds). Rabbits, hares and pikas: status survey and conservation action plan: 95–110. IUCN, Gland, Switzerland. Hall somde de volgende ondersoorten ten noorden van de Landengte van Panama op: (1981). Syvilagus in: Mammals of North America 2nd Edition 2: 312. University of Kansas, New York: John Wiley and Sons Inc. Sylvilagus brasiliensis consobrinus Sylvilagus brasiliensis dicei Sylvilagus brasiliensis gabbi , 1877 Sylvilagus brasiliensis incitatus Sylvilagus brasiliensis messorius Sylvilagus brasiliensis truei , 1890 Hoffmann en Smith noemden de volgende ondersoorten ten zuiden van het Panamakanaal: (2005). Order Lagomorpha. In Wilson, D.E. & Reeder, D.M. (eds.) Mammal Species of the World, Third Edition. The Johns Hopkins University Press, Baltimore.: 185–211 Sylvilagus brasiliensis brasiliensis Sylvilagus brasiliensis andinus , 1897 Sylvilagus brasiliensis apollinaris , 1920 Sylvilagus brasiliensis capsalis , 1913 Sylvilagus brasiliensis caracasensis , 1957 Sylvilagus brasiliensis chillae , 1957 Sylvilagus brasiliensis chotanus , 1938 Sylvilagus brasiliensis defilippi , 1850 Sylvilagus brasiliensis fulvescens , 1912 Sylvilagus brasiliensis gibsoni , 1918 Sylvilagus brasiliensis inca , 1913 Sylvilagus brasiliensis kelloggi , 1923 Sylvilagus brasiliensis meridensis , 1904 Sylvilagus brasiliensis minensis , 1901 Sylvilagus brasiliensis paraguensis , 1901 Sylvilagus brasiliensis peruanus , 1950 Sylvilagus brasiliensis sanctaemartae , 1950 Sylvilagus brasiliensis surdaster , 1901 Sylvilagus brasiliensis tapetillus , 1913
Categorie:Hazen en konijnen Categorie:IUCN-status bedreigd