Nederland is een van de vier landen binnen het Koninkrijk der Nederlanden. Voor het overgrote deel ligt het in het noordwesten van Europa. Drie bijzondere gemeenten liggen in het werelddeel Amerika, in de Caribische Zee. Onder het koninkrijk vallen ook drie zelfstandige (autonome) landen in het Caraïbisch gebied: Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Deze landen hebben een eigen regering en wetgeving. Nederland vertegenwoordigt het koninkrijk naar buiten toe. Europees Nederland wordt in het zuiden begrensd door het in 1830 afgescheiden België, langs de oostgrens door Duitsland en aan de west- en noordzijde door de Noordzee.
De hoofdstad van Nederland is sinds 1808 Amsterdam. De regeringszetel is Den Haag. Deze stad is tevens de vestigingsplaats van bijna alle buitenlandse ambassades in het koninkrijk.
De bevolkingsomvang van Nederland passeerde halverwege augustus 2024 de grens van achttien miljoen inwoners. Het land heeft een oppervlakte van km² en een bevolkingsdichtheid van 433 inwoners/km². Daarmee is Nederland het op vijftien na dichtstbevolkte land van de wereld; met de kleine stadstaten Monaco, Vaticaanstad en San Marino niet meegerekend is Nederland na Malta het dichtstbevolkte land in Europa. 18,41% van het oppervlak (7.650 km²) bestaat uit water en 81,59% uit land (33.893 km²). De bevolkingsdichtheid exclusief de wateroppervlakte is 531 inwoners/km².
Zo'n 27 procent van het land bevindt zich onder zeeniveau.55 procent van Nederland gevoelig is voor overstromingen; 26 procent van Nederland ligt onder zeeniveau en 29 procent is vatbaarvoor rivieroverstromingen. (2010): Overstromingsrisicozonering in Nederland, Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) De opeenvolgende generaties van de inwoners van het land hebben het steeds beter beschermd tegen het water, door een steeds verder verbeterd systeem van dijken en waterwerken. Het opwerpen en aanleggen van infrastructuur tegen het water begon in de prehistorie. De oudste vorm was het opwerpen van terpen, verhogingen in het landschap waar bewoners en vee veilig waren bij overstromingen. Door planmatige landwinning, die sinds de 17de eeuw steeds grootschaliger werd, zijn droogmakerijen en polders gecreëerd. Bestuurlijk is het land verdeeld in twaalf provincies en 342 gemeenten.
Nederland werd in 1588 onafhankelijk van het Spaans-Habsburgse Rijk. Het bestond toen uit enkele soevereine staten die zich aaneensloten tot een eigen confederatie, die vervolgens uitgroeide tot de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Sinds de Franse Tijd (1795-1813) is Nederland een eenheidsstaat. De Nederlandse vorst regeerde vanaf 1813 ook over het huidige België en Luxemburg, evenals over een aantal overzeese gebieden (Nederlands-Indië, Suriname en de Nederlandse Antillen). België werd onafhankelijk in 1830 en Luxemburg maakte zich in 1890 los van de Nederlandse Kroon. De dekolonisatie na de Tweede Wereldoorlog leidde tot de staatkundige onafhankelijkheid van de Nederlandse koloniën, met name van Nederlands-Indië in 1949 en Suriname in 1975.
Staatsrechtelijk is Nederland in 1813 opgericht als een constitutionele monarchie en sinds de grondwetsherziening van 1848 kent het een parlementaire democratie waarbij de wetgevende macht formeel bij de koning(in) ligt, maar de minister-president als voorzitter van de ministerraad de verantwoordelijkheid draagt. Koning en ministerraad vormen samen de regering die wordt gecontroleerd door het parlement, bestaand uit de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal. De Tweede Kamer heeft ook het recht wetsvoorstellen in te dienen en voorstellen van de regering af te wijzen, te veranderen of aan te vullen.
Nederland is medeoprichter van onder meer de Europese Unie, de G-10, de NAVO, de Wereldhandelsorganisatie en de OESO. Met België en Luxemburg vormt het de Benelux. Den Haag speelt een belangrijke internationale rol op juridisch gebied, als locatie voor vier internationale tribunalen en Europol. In 2023 behoorde Nederland als 's werelds elfde economie naar bbp per hoofd van de bevolking tot de meest ontwikkelde landen. Het bezette in 2022 de tiende plaats in de index van de menselijke ontwikkeling. De Nederlandse economie steunt vooral op een zeer hoog ontwikkelde land- en tuinbouwsector, de dienstensector en de internationale handel, met name op de doorvoer van goederen naar Duitsland. In 2023 bezette Nederland, naar bruto nationaal product (bnp), de zeventiende plaats van grootste economieën ter wereld.World Economic Outlook (april 2023) IMF, geraadpleegd op 14 april 2023
Naam
In de vroege middeleeuwen vormden de Nederlandse gewesten nog geen eenheid. In de Bourgondische tijd werden de gezamenlijke Lage Landen aangeduid als les pays de par deça, de landen van herwaarts over, vanuit het oogpunt van de landsheer, toen de hertog van Bourgondië, die meestal in Vlaanderen of Brabant verbleef. Dat wilde niet veel meer zeggen dan deze landen hier, direct om ons heen. Dit in tegenstelling tot les pays de par delà, de landen van derwaarts over, de landen daar, waarmee het eigenlijke Bourgondië werd bedoeld. Ook werd de benaming de Lage Landen (bij de zee) gebruikt.
In de vijftiende eeuw kwamen de namen Nederland en de Nederlande(n) in gebruik voor het huidige grondgebied. In tegenstelling tot onder meer Frankrijk en Engeland had deze naam geen etnische oorsprong, maar was het aanvankelijk een aardrijkskundige term, die slechts het onderscheid aanduidde met een hoger gelegen gebied. Samengestelde namen met Nieder- werden op allerlei plaatsen in het Duitse taalgebied gebruikt. Niderlant was in de late middeleeuwen het gebied tussen Maas en Rijn, het nu Duitse Nederrijngebied daarbij inbegrepen. Het gebied dat als Oberland gedacht was, begon dan ongeveer bij het hoger gelegen Keulen.
Bij uitbreiding kon het begrip ook toepasbaar worden op de delta van Schelde, Maas en Rijn, waarbij het in de meervoudsvorm optrad. Door het grote belang van de Lage Landen werd de benaming steeds meer specifiek voor dit gebied gehanteerd. Vanaf ongeveer 1490 werden hiermee ook de Bourgondisch-Habsburgse gewesten aangeduid. Naast Vlaanderen was de Nederlanden vanaf halverwege de zestiende eeuw waarschijnlijk de meest gebruikte naam. In het Frans was dit Pays-Bas, in het Italiaans Paesi Bassi en in het Duits Niederlande. In het Nederlands werd zowel het enkel- als het meervoud gebruikt, terwijl in het Frans en Engels (Pays Bas/Low Countries) uitsluitend het meervoud gebruikt werd.
In 1570 gebruikte de cartograaf Ortelius de benaming Neder-Germanië (Neder-Duitsland). De humanisten grepen terug op de naam Belgica, ontleend aan Julius Caesar. Na de Opstand bleven de benamingen Belgium en Nederlandt in gebruik voor zowel de Nederlanden als geheel als voor de beide afzonderlijke staten. De kolonie Nieuw-Nederland (Engels: New Netherland) heette in het Latijn Nova Belgica of Novum Belgium. Voor de Spaanse en later de Oostenrijkse Nederlanden werd ook wel Belgium Regium gebruikt, terwijl met Belgium Foederatum wel de Republiek der Verenigde Provinciën werd aangeduid. Voor de Republiek werd in het buitenland steeds meer Holland als pars pro toto gebruikt, zoals eerder Vlaanderen voor de Nederlanden. Nederland werd nog in de Franse tijd en ook onder koning Willem I vertaald in het Frans als Belgique. In de Franse tijd waren de officiële namen eerst de Bataafse Republiek, daarna het Bataafs Gemenebest en voor de invoeging in het Franse keizerrijk het Koninkrijk Holland.
Geschiedenis
De bewoningsgeschiedenis van het gebied dat nu Nederland is, is sterk verbonden met het ontstaan van de Nederlandse ondergrond. De omgeving veranderde niet alleen door de verdrinkingsgeschiedenis van de Schelde, Rijn, Maas en Eems tijdens het Holoceen. Andersom is de bewoning ook weer van grote invloed geweest op het huidige Nederlandse landschap met polders en dijken, met name in de laatste 1000 jaar.
De noodgedwongen collectiviteit zorgde voor een bestuur en mentaliteit die mede bijdroegen tot het latere succes van de Nederlandse handel, waarbij ook de geografisch gunstige ligging aan zee en waterwegen van groot belang was. De Nederlandse gewesten hebben door de geschiedenis heen wisselende onderlinge relaties gehad, soms samenwerkend, soms rivaliserend. Belangrijke keerpunten zijn de Opstand met zijn onafhankelijkheidsverklaring die voorafging aan een periode van grote voorspoed, een lange periode van verval en in 1795 de Franse inval die het einde betekende van de Republiek. Als het Koninkrijk der Nederlanden bestaat Nederland sinds 1814. Het bestaat in min of meer de huidige geografische vorm vanaf 1830, na de Belgische Revolutie waarbij de onafhankelijkheid van België een feit werd.
Pre- en protohistorie Prehistorie
Met het einde van de laatste ijstijd begon het huidige tijdperk, het Holoceen (9700 v.Chr. - heden). Hierin steeg de temperatuur met een zeespiegelstijging tot gevolg en het volstromen van de Noordzee. De moerassige rivierdelta die later Nederland genoemd zou worden, was echter nog weinig aantrekkelijk en bewoning bleef aanvankelijk beperkt tot passerende jager-verzamelaars. Vanuit Zuidwest-Azië verspreidde de landbouw zich tussen 8000 en 6700 jaar geleden over geheel Europa. Als randgebied begon het neolithicum in de delta relatief laat en dan nog vooral op de hogere lössgronden. Nederzettingen begonnen zich te vormen, maar steden zoals die zich in het centrum van de oude wereld voorzichtig begonnen te vormen, waren nog ver weg.
Dankzij de introductie van nieuwe technologieën als metaalbewerking kon voedsel efficiënter vergaard worden, wat een elite vrijmaakte die zich bezighield met andere zaken. De belangrijkste specialisatie was die van spirituele leiders die gevaren konden duiden of zelfs afwenden. Rondom hen ontstonden centra van toenemende welvaart, aanvankelijk om de goden tevreden te stellen. Ter bescherming werden tijdelijk krijgers als leider aangesteld die echter gaandeweg meer macht verkregen. Relatief egalitaire samenlevingen werden op die manier adellijk met een aristocratisch bestuur. Dit gold onder meer voor de Kelten, voor wie het latere Nederland een randgebied was, en de La Tènecultuur daarna (ca. 450 v.Chr. tot de Romeinse periode in de eerste eeuw v.Chr.). Aangetrokken door Keltische welvaart, trokken in de tweede eeuw voor Christus Germanen – waarvan overigens het onderscheid met de Kelten niet goed duidelijk is – naar het westen.
Protohistorie
Met de komst van de Romeinen begon de protohistorie van de Lage Landen. Het is overigens onduidelijk wanneer er precies voor het eerst Romeinen in het huidige Zuid-Nederland zijn gearriveerd; of Julius Caesar tijdens de Gallische Oorlog ook al zo ver noordelijk wist te komen, is hoogst onzeker en valt niet archeologisch aan te tonen. Er is anderzijds wat meer zekerheid over het feit dat de troepen van keizer Augustus omstreeks 19 v. Chr. tot in de Nederrijn kwamen.
Na aanvankelijke pogingen door de Romeinen om hun rijk helemaal uit te breiden tot aan de Elbe, werd vanaf 47 n.Chr. de Rijn de definitieve noordgrens of limes, als onderdeel van de provincie Germania Inferior.
Na de onderdrukking van de Bataafse Opstand in het vierkeizerjaar (68-69) was het gedurende twee eeuwen, tot ongeveer 250, betrekkelijk rustig in deze noordelijke provincies van het Romeinse Rijk. Met de opname in het Romeinse Rijk brak voor deze gebieden een periode van economische expansie en sterke bevolkingstoename, de pax Romana, aan. Dankzij de uitbreiding van het wegennet en de scheepvaart nam de mobiliteit en daarmee de handel toe, geholpen door de toenemende beschikbaarheid van muntgeld.
Het Romeinse pantheon werd geïntroduceerd. Voordat het christendom de overheersende godsdienst werd, was er in deze gebieden vooral een mengelmoes van heidense culten.
Middeleeuwen (400-1500)