Thomas Hobbes (Westport (Wiltshire), 5 april 1588 – Hardwick Hall (Derbyshire), 4 december 1679) was een Engels filosoof.

Hobbes geldt als een van de grondleggers van de moderne politieke filosofie. Zijn in 1651 verschenen boek Leviathan legde vanuit het perspectief van de sociaalcontract-theorie de basis voor de moderne westerse politieke filosofie. In dit werk ontwikkelde Hobbes een theorie van het absolutisme. Zijn verhaal van de menselijke natuur als samenwerking uit eigenbelang, en van politieke gemeenschappen als gebaseerd op een "sociaal contract" geldt ook heden ten dage als een van de belangrijkste onderwerpen van de politieke filosofie.

Aan de ene kant geldt Hobbes als een kampioen van het absolutisme voor de soeverein,Sommigen beschouwen Hobbes als de wegbereider van het verlicht absolutisme. zie , Was ist Politik?, München, Droemer Knaur, 1973. blz. 41: "Dieses Ziel vor Augen, ist Hobbes zum Begründer des aufgeklärten Absolutismus geworden." maar aan de andere kant ontwikkelde hij ook een paar van de grondslagen van het Europese liberale gedachtegoed: het recht van het individu; de natuurlijke gelijkwaardigheid van alle mensen; het kunstmatige karakter van de politieke orde (wat leidde tot het latere onderscheid tussen burgermaatschappij en de staat); het standpunt dat alle legitieme politieke macht "representatief" moest zijn en gebaseerd op instemming door het volk; en een liberale interpretatie van de wet die de mensen vrij laat om alles te doen wat de wet niet expliciet verbiedt., An Intellectual History of Liberalism (1994), blz. 20-38

In de theologie is zijn opvatting dat zowel de mens, God, de Hemel als de Hel uit stof en beweging bestaan en om die reden aan dezelfde natuurwetten gehoorzaamt als andere stoffelijke zaken zeer invloedrijk gebleken.

Behalve aan de politieke filosofie en de theologie heeft Hobbes ook bijgedragen aan andere vakgebieden, waaronder geschiedenis, de natuurkunde van gassen, de ethiek en de filosofie in het algemeen.

Levensloop Jeugd Thomas Hobbes werd op 5 april 1588 geboren in Westport, nu onderdeel van Malmesbury in het Engelse graafschap Wiltshire. Naar verluidt zou hij voortijdig zijn geboren toen zijn moeder van de komende invasie door de Spaanse Armada hoorde. Hobbes vertelde later dat "mijn moeder van een tweeling beviel: ikzelf en de angst." Over zijn jeugd is zo goed als niets bekend. Zelfs de naam van zijn moeder is niet bewaard gebleven.http://www.jstor.org/pss/3791051 Zijn vader, die ook Thomas heette, was dominee in Charlton en Westport. Hobbes had een twee jaar oudere broer Edmund, en een zus.

Zijn vader had een oudere broer, Francis Hobbes, een rijke koopman die zelf geen kinderen had. Zijn vader moest zijn vrouw, twee zoons en dochter in de steek laten, toen hij gedwongen werd naar Londen te vluchten, nadat hij buiten zijn eigen kerk betrokken was geraakt bij een vechtpartij met een andere predikant. Hij liet zijn gezin achter onder de hoede van zijn oudere broer. Hobbes werd vanaf vierjarige leeftijd opgeleid in de kerk van Westport; daarna bezocht hij eerst de grammarschool in Malmesbury en vervolgens een particuliere school, die geleid werd door Robert Latimer, een afgestudeerde van de universiteit van Oxford.

Studie in Oxford en Cambridge Rond 1603 werd hij toegelaten tot de Universiteit van Oxford, waar hij Magdalen Hall bezocht. Dit instituut is nauw verbonden aan Hertford College. Het hoofd, John Wilkinson, was een puritein, die Hobbes tot op zekere hoogte beïnvloedde.

Op de universiteit lijkt Hobbes zijn eigen curriculum te hebben gevolgd; hij voelde zich naar eigen zeggen "niet aangetrokken tot de scholastiek". Later zou hij zich ook kritisch uitlaten over de rol van Aristoteles in (het onderwijs in) de filosofie. Hij vervolgde zijn studie aan het St John's College van de Universiteit van Cambridge, waar hij in 1608 zijn B.A. behaalde. Desondanks werd hij door Sir James Hussey aanbevolen als tutor van William, de zoon van William Cavendish, 2e graaf van Devonshire, baron van Hardwick. Met deze aanstelling begon een levenslange band met het adellijke geslacht Cavendish.

In dienst van de familie Cavendish Hij begeleidde William Cavendish op diens reizen ('grand tour'). Deze reizen boden Hobbes de gelegenheid zich verder te ontwikkelen en gaven hem de gelegenheid contacten in het buitenland te leggen. Nadat zijn werkgever was gestorven, vond Hobbes opnieuw werk als tutor; nu van de zoon van Gervase Clifton.

Jaren 1630 In 1631 kwam Hobbes opnieuw in dienst van de familie Cavendish. Hij werd de tutor van de zoon van zijn vroegere pupil, William Cavendish, de toekomstige derde graaf van Devonshire. In de zeven jaar tussen 1631 en 1638 was Hobbes niet alleen actief als tutor, maar breidde hij ook zijn eigen kennis van de filosofie uit. Hij kreeg belangstelling voor de belangrijkste filosofische debatten. In 1636 bezocht hij Florence, waar hij contact had met Galilei. Vermoedelijk raakte hij daar bekend met de traagheidswet van Galilei. Hij raakte ervan overtuigd dat constante beweging de natuurlijke staat van alle dingen is., Critical mass, how one things leads to another, Arrow Books, Londen, 2005, , blz. 16 Later was hij deelnemer aan filosofische discussiegroepen in Parijs. Deze werden veelal georganiseerd door Marin Mersenne. Vanaf 1637 beschouwde Hobbes zichzelf als filosoof en wetenschapper.

Franse jaren Het verloop van de Engelse Burgeroorlog maakte grote indruk op Hobbes en zou een belangrijk effect hebben op zijn politieke filosofie. Het betekende ook dat hij, als koningsgezinde, uit Engeland moest vluchten. Hobbes' belangrijkste politieke werken, De Cive en Leviathan, werden in deze periode geschreven. Hij schreef ook een commentaar op René Descartes' Meditaties (de derde reeks van bezwaren); de antwoorden van Descartes waren de felste van alle reacties die deze tot de commentatoren van het werk richtte.

Terugkeer naar Engeland In 1651 kon Hobbes terugkeren naar Engeland. Er ontstond een discussie met John Bramhall. Bramhall verdedigde daarbij het bestaan van de menselijke vrije wil, waarvan Hobbes het bestaan ontkende. Tussen John Wallis en Hobbes ontstond een meningsverschil over de kwadratuur van de cirkel, toen Hobbes probeerde deze te bewijzen.

Laatste jaren De koning speelde een belangrijke rol in de bescherming van Hobbes toen het Britse Lagerhuis in 1666 een wetsontwerp indiende dat atheïsme en goddeloosheid strafbaar maakte. In datzelfde jaar, op 17 oktober, werd bevolen dat de commissie die werd opgedragen deze wet te behandelen "moest worden gemachtigd om informatie te ontvangen aangaande zulke boeken als die neigen tot atheïsme, blasfemie en goddeloosheid ... in het bijzonder ... het boek van Mr. Hobbes dat de Leviathan wordt genoemd." Hobbes was doodsbang bij het vooruitzicht om te worden bestempeld als een ketter; hij verbrandde zelfs enige van zijn compromitterende artikelen. Op hetzelfde moment onderzocht hij de werkelijke stand van de wetten aangaande ketterij. De resultaten van dit onderzoek werden in drie korte dialogen aangekondigd, die in 1668 als een bijlage aan zijn Latijnse vertaling van de Leviathan werden toegevoegd. Dit laatste werk werd in Amsterdam gepubliceerd. In deze appendix probeerde Hobbes aan te tonen, dat aangezien het "High Court of Commission" was opgeheven, er geen enkel gerecht van ketterij bestond waaraan hij verantwoording diende af te leggen. Ook kon niets ketterij zijn, behalve verwerping van de geloofsbelijdenis van Nicea, wat de Leviathan volgens Hobbes niet deed.

Het enige gevolg van de nieuwe wet was dat het Hobbes werd verboden in Engeland te publiceren over onderwerpen met betrekking tot het menselijk gedrag. De 1668-editie van zijn werken werd in Amsterdam gedrukt, omdat hij geen toestemming van de censor kon verkrijgen voor publicatie in Engeland. Andere geschriften werden pas na zijn dood openbaar gemaakt. Daaronder de Behemoth: the History of the Causes of the Civil Wars of England and of the Counsels and Artifices by which they were carried on from the year 1640 to the year 1662. Gedurende enige tijd was het Hobbes zelfs niet toegestaan om te reageren, ongeacht wat zijn vijanden over hem zeiden. Ondanks deze beperkingen was zijn reputatie in het buitenland formidabel. Engeland bezoekende adellijke heren en wetenschappers vergaten nooit om de benodigde eer aan de oude filosoof te bewijzen.

Zijn laatste werken waren een merkwaardige combinatie: in 1672 verscheen een autobiografie in Latijnse verzen en een vertaling van vier boeken van de Odyssee in "krachtig" Engels rijm. Dit begin voltooide Hobbes in de jaren daarna, toen hij een volledige vertaling van zowel de Ilias als de Odyssee publiceerde.

In oktober 1679 werd Hobbes (intussen over de 90) getroffen door een blaasaandoening. Kort daarna kreeg hij een beroerte, aan de gevolgen waarvan hij op 4 december 1679 overleed. Zijn laatste woorden zouden "Een grote sprong in het duister" zijn geweest., Europe: a history, blz. 687 Hobbes werd begraven in de St. Johannes de Doper-kerk in Ault Hucknall in het graafschap Derbyshire.

Werk Filosofie Hobbes ontkende het bestaan van een niet-materiële werkelijkheid. Hij kwam tot deze gedachte doordat hij zeer sterk onder de indruk was van de wetmatigheden in de materiële wereld. Alles wat bestaat, is dus materieel-stoffelijk. Met deze stelling grijpt hij terug op het oude atomisme van Democritus en Epicurus. Hij zocht op alle terreinen van het leven mechanische oorzaken om gevolgen vast te stellen. Hierbij hoorde ook het menselijk leven. Dat was ook volkomen materialistisch, mechanisch en deterministisch. De mens heeft geen onstoffelijke ziel of geest.

Politieke filosofie thumb|250px|Voorblad van het boek Leviathan van Thomas Hobbes door Abraham Bosse Hobbes gaat uit van een denkbeeldige natuurtoestand (status hominum naturalis). Dit is een situatie waarin iedereen totaal vrij is omdat er geen interferentie van wetten is, maar waar de mens elke dag de dood vreest. Het is, zoals Hobbes in zijn werk De Cive zegt, een toestand van oorlog van allen tegen allen (een bellum omnium in omnes). Daarbij geldt: homo homini lupus est (Latijn: 'de mens is voor een ander mens een wolf'). Door geweld toe te passen kunnen mensen zich verrijken zonder zelf arbeid te hoeven verrichten. Mensen lopen dus altijd het gevaar dat anderen zich met geweld meester maken van hun producten, of dat anderen ze tot slaaf maken of zelfs doden. Door zelf sterker te zijn dan vijanden kan dat gevaar worden afgewend. Maar volgens Hobbes ontlopen mensen elkaar weinig in fysieke kracht, en ook zwakken zijn door list en bedrog in staat om van een sterkere te winnen. Vervolgens heeft men in de natuurtoestand relatief dezelfde vermogens en verlangens ("wedijver voor winst, wantrouwen voor veiligheid en trots voor reputatie"). Zo ontstaat vanuit de menselijke natuur een ononderbroken oorlog van allen tegen allen. Hobbes staat bekend als een navolger van René Descartes. In een natuurstaat handelen mensen als machines, waarbij zij gedreven worden door aversie om te sterven en begeerte om te leven. Deze twee mechanismen leiden ertoe dat mensen puur uit eigen belang handelen. Zij worden gedreven door egoïstische beweegredenen.