Rolf Biland (Baden, 1 april 1951) is een voormalig Zwitsers motorcoureur. Met zeven wereldtitels in de hoogste klasse is Biland de op-twee-na succesvolste zijspancoureur, achter Steve Webster, die tien titels behaalde en Tim Reeves, die er acht behaalde, waarvan twee in de Zijspan F1 (600cc) klasse. Tijdens zijn carrière behaalde hij 81 overwinningen en is daarmee de succesvolste renner, voor Steve Webster met 62.
Naast zijn carrière in de motorsport reed Biland ook enkele races in de autosport. In 1983 en 1984 reed hij zeven races in de Formule 2.
Later richtte hij het bedrijf Bilandevents op, dat evenementen in het kader van gemotoriseerde- en watersporten organiseert voor verenigingen en individuen. Men kan het bedrijf inhuren om met karts te rijden en verschillende soorten waterski-sporten beoefenen. Bakkenist Kurt Waltisperg heeft een soortgelijk bedrijf, Waltisperg-Events.
Carrière Biland begon zijn motorsportcarrière in 1970 in eerste instantie als bakkenist. Twee jaar later nam hij plaats op de bestuurdersplek.
Wereldkampioenschap wegrace 1974, CAT-Crescent In het seizoen 1974 debuteerde hij in het wereldkampioenschap wegrace met een door Rudi Kurth gebouwde driecilinder CAT-Crescent-zijspancombinatie met Freddy Freiburghaus als bakkenist. Hij startte slechts in twee races, de GP van Oostenrijk (achtste) en de Grand Prix-wegrace der Naties 1974 (tweede). Hij sloot het wereldkampioenschap af als negende.
1975, Seymaz-Yamaha In het seizoen 1975 kwam Biland aan de start met de nieuwe Seymaz-combinatie met Yamaha TZ 500-blok. Deze machine had een monocoque-frame en veel autotechniek, zoals de wielophanging. Hij won de GP van Duitsland. Tijdens de training van de TT van Assen raakte Freddy Freiburghaus geblesseerd, maar met vervanger Bernd Grube werd Biland toch tweede in de race. Hij werd derde in het wereldkampioenschap.
1976, Seymaz-Yamaha In het seizoen 1976 begon de samenwerking met de Britse bakkenist Kenny Williams. Ze wonnen samen de GP van Frankrijk en werden derde in de GP van Tsjecho-Slowakije en vierde in de GP van Duitsland, maar vielen ook vaak uit met motorpech. Daardoor sloten ze het seizoen als vierde af.
1977, Schmid-Yamaha In het seizoen 1977 moest Biland zijn Seymaz-Yamaha noodgewongen verkopen aan George O'Dell. Zelf kocht hij een Schmid-Yamaha, waarmee hij toch vaak sneller was dan O'Dell. Hij won de GP van Oostenrijk ondanks een slechte start, en vervolgens ook de Duitse GP en de TT van Assen. De strijd tussen Biland/Williams en O'Dell/Holland bleef spannend tot de laatste race. O'Dell werd daarin derde en Biland slechts achtste. Biland werd tweede in het wereldkampioenschap.
1978, TTM-Yamaha/BEO-Imagine 77A-Yamaha (eerste wereldtitel) Biland/Williams begonnen het seizoen 1978 met de door Ernst Trachsel gebouwde TTM-Yamaha. Ze wonnen de GP van Oostenrijk.
BEO Bij de GP van Frankrijk verscheen Biland met zijn nieuwe, spectaculaire BEO-Yamaha aan de start. Hoewel er regen dreigde startte iedereen op slicks en Biland beperkte zich de hele race tot het op enkele meters volgen van Alain Michel/Stu Collins. Het leverde een vreemd gezicht op: Collins die volop moest turnen om de Seymaz-Yamaha op de baan te houden, terwijl achter hem Kenny Williams als een werkloze passagier in het "zijspan" van Biland zat. Pas in de laatste ronde ging Biland simpel voorbij aan Michel om de race te winnen. Mac Hobson/Kenny Birch eindigden als derde. Kenny Williams realiseerde zich pas na de race waar hij zich mee had ingelaten: "Ik word liever derde met de TTM dan eerste met de BEO. Als we in Assen starten met de BEO moet ik me weer staan schamen op het erepodium". Biland verklaarde zelf over het "zittend werk" van Williams: "Ik wil Kenny wel vragen om te doen alsof hij moet turnen, als hij maar niet voor de opschriften van de sponsors gaat hangen." Tijdens de GP des Nations organiseerden Biland's collega's een protestactie tegen de BEO. Biland leek niet erg onder de indruk, want nadat Werner Schwärzel enige ronden aan de leiding had gereden nam hij het initiatief over. Hier bleek dat de zware BEO wel wat snelheid tekortkwam, maar dit in de bochtige gedeelten en op de rempunten ruimschoots goed kon maken. Hij won dan ook opnieuw. In de TT van Assen viel Biland uit met ontstekingsproblemen. Op het hogensnelheidscircuit van Spa-Francorchamps reed Biland met de snellere TTM-Yamaha, maar op het natte circuit werd hij er slechts derde mee. In de Britse GP werd hij met de BEO tweede. In de GP van Duitsland viel hij met de BEO al in de derde ronde uit. Tot vreugde van het publiek, want de BEO was erg controversieel en vooral de Duitse rijders hadden ertegen geprotesteerd. Met de TTM-Yamaha werd Biland tweede in de GP van Tsjecho-Slowakije. Dat was genoeg voor zijn eerste wereldtitel. Na deze race brak de hel los in het zijspankamp. Behalve Rolf Biland zelf was er niemand te vinden die blij was met de verschijning van de BEO 77A. En dat terwijl Werner Schwärzel, Göte Broding en Mac Hobson door de bouwers Beat Schmid en Guido Sieber in 1977 waren uitgenodigd voor proefritten. Wereldkampioen George O'Dell zei nog voor het seizoen: "Een technisch meesterwerk, maar Rolf zal er alleen in het rennerskwartier opzien mee baren. Om mee te rijden vind ik het maar niks". Na drie GP's bestelde O'Dell, hoewel hij het nog steeds niks vond, een BEO, omdat hij wel moest. Bakkenist Wolfgang Kalauch dreigde met een boycot van de TT van Assen en vond dat alle bakkenisten solidair moesten zijn. Kenny Williams, de bakkenist van Biland, vond het ook maar niks dat hij gewoon in zijn stoeltje kon blijven zitten. Na dit toch succesvolle seizoen beëindigde hij zijn carrière. miniatuur|Rolf Biland en Kurt Waltisperg tijdens de Oldtimer Grand Prix (Schwanenstadt 2014) met de BRM-Swissauto-combinatie uit 1996. Deze combinatie werd in 2022 nog steeds gebruikt voor "Taxifahrten", waar iedereen tegen betaling als bakkenist kon fungeren.
Tegen het einde van het seizoen, bij de Britse en de Duitse GP's, vonden er vergaderingen plaats met de technische commissie van de FIM, waaruit een aantal voorstellen kwam: 1. De afwijking in spoor tussen het voor- en achterwiel niet groter dan 75 mm. 2. Eén aangedreven wiel 3. Geen naafbesturing en geen "auto"- wielophanging 4. Slechts één wiel bestuurbaar 5. Vastgestelde plaats van de motor (tussen voor- en achterwiel) 6. Maximale breedte van de banden Er werd gezegd dat een aantal zijspancoureurs deze vergaderingen kwaad had verlaten. Dat was niet zo vreemd, want het grootste deel van deze wijzigingen betrof ook hun eigen combinaties. Sterker nog: de BEO had geen meesturend zijspanwiel omdat dit op dezelfde lijn als het achterwiel zat. De meeste andere combinaties hadden wel meesturende zijspanwielen. Men had vaak al bestellingen geplaatst voor 1979 en berekende dat deze wijziging de klagende coureurs zelf in totaal ongeveer 1.500.000 gulden zou gaan kosten. Er waren op dat moment 8 BEO-combinaties (ƒ 80.000,=per stuk), 18 Seymaz-combinaties en nog enkele TTM- en LCR-combinaties in aanbouw of besteld, en die waren ineens allemaal verboden. Men had zichzelf in de voet geschoten, en toen de FIM deze regels in haar najaarsvergadering bevestigde konden van de top acht alleen Werner Schwärzel (Fath) en Dick Greasley (Busch) hun combinaties houden. Een spoedvergadering begin december 1978 resulteerde in twee zijspanklassen voor 1979: B2A: De zijspancombinaties die voldeden aan de nieuwe reglementen, en B2B: De zijspancombinaties die daar nog niet aan voldeden (BEO, Seymaz, LCR en TTM).
1979 Na alle commotie die was ontstaan door Rolf Biland's BEO-combinatie stelde de FIM in 1979 twee klassen in: de B2A-klasse voor conventionele zijspancombinaties met slechts één sturend wiel en één aangedreven wiel (door Biland consequent "veteranenklasse" genoemd), en de B2B, waar nieuwe constructies waren toegestaan. Het reglement was voor meerdere interpretaties vatbaar. Daardoor was er steeds onenigheid met coureurs die hun B2B-combinaties probeerden aan te passen aan het B2A-reglement. Dat was ook een van de oorzaken dat het seizoen van Biland pas laat op gang kwam: hij kreeg zijn B2A-combinatie aanvankelijk niet door de keuring. Biland begon zijn lange samenwerking met bakkenist Kurt Waltisperg.
B2A, Schmid-Yamaha (tweede wereldtitel) Rolf Biland/Kurt Waltisperg konden niet in de B2A-klasse van de GP van Oostenrijk starten omdat hun Schmid-combinatie door ziekte van constructeur Hermann SchmidHermann Schmid, van wie bekend was dat hij depressief was, bleek spoorloos verdwenen. Zijn auto werd teruggevonden aan de oever van de Rhône, waardoor er een vermoeden van zelfmoord ontstond. nog niet klaar was. Daarom probeerde Biland in de GP van Duitsland met een aangepaste TTM-Yamaha te starten, maar zijn combinatie werd afgekeurd. Pas in de TT Assen verscheen bij met zijn Schmid-Yamaha, en hij won prompt. In de GP van België werd hij tweede. In de GP van Zweden moest hij een tussentijdse pitstop maken, maar hij werd toch nog derde. Hij won de Britse Grand Prix. In de GP van Tsjecho-Slowakije zag Biland het wrak van de machine van Rolf Steinhausen en Kenny Arthur in de berm liggen. Hij wist nu dat hij slechts vierde hoefde te worden om wereldkampioen te worden, maar hij won ook deze race.
B2B, LCR-Yamaha De B2B-klasse was bij de organisatoren van de WK-races niet populair. Om voldoende resultaten te krijgen werden races vaak buiten het WK om verreden. Biland nam aan de B2B-klasse deel met een LCR-Yamaha. Hij won de GP van Oostenrijk en de race in Frankrijk, die samen met de Formule 750 werd verreden. Hij viel uit in de Britse Grand Prix, maar won ook een race in Duitsland die gecombineerd werd met het Duitse kampioenschap. Ook de officiële GP van Frankrijk wist hij te winnen en hij werd tweede in Assen, opnieuw gecombineerd met de Formule 750. Toch eindigde hij het seizoen slechts als tweede achter Bruno Holzer/Karl Meierhans, die uitsluitend tweede plaatsen had gescoord, maar nooit was uitgevallen.
1980, LCR-Krauser-Yamaha In het seizoen 1980 waren de twee klassen verleden tijd. Er werd gereden met min of meer gestandaardiseerde zijspancombinaties. Biland/Waltisperg werden opgenomen in het uitgebreide team van Mike Krauser, samen met collega-zijspanrijders Werner Schwärzel/Hermann Huber en Toni Mang, die in de 250- en de 350cc-klasse uitkwam. Biland/Waltisperg wonnen de GP van Frankrijk en de GP van Joegoslavië, maar vielen in de TT van Assen uit met versnellingsbakproblemen. Tijdens de GP van België kreeg Biland schakelproblemen door een knellende laars. Hij stopte in de pit, trok de laars uit en met alleen een sok werd hij alsnog derde. Tijdens de GP van Finland werd hij vierde nadat hij tijdens de race zijn zijspanwiel moest laten vervangen. In de Britse Grand Prix viel hij uit door een vastloper. Daardoor werden Jock Taylor/Benga Johansson wereldkampioen. Taylor/Johansson kregen in de GP van Tsjecho-Slowakije een vastloper. Die race werd gewonnen door Biland/Waltisperg. Tijdens de GP van Duitsland moest Biland opgeven omdat hij zijn banden wilde vervangen door regenbanden, die niet voorradig bleken te zijn. Hij sloot het seizoen af als tweede.
1981, LCR-Krauser-Yamaha (derde wereldtitel) De verschillende zijspanfabrikanten deden in 1981 niet veel voor elkaar onder. De titelstrijd ging tussen de LCR van Rolf Biland/Kurt Waltisperg, de Seymaz van Alain Michel/Michael Burkhardt en de Windle van Jock Taylor/Benga Johansson. Biland had in het begin van het seizoen veel pech, maar ontdekte in Frankrijk dat de machine van Egbert Streuer sneller was. Streuer had niet veel aan zijn Yamaha veranderd, terwijl Biland dat juist wel had gedaan. Hij besloot terug te keren naar een meer standaard motor. Hij werd derde in de TT van Assen na een pitstop, maar verloor daarna geen enkele race meer en hij werd in de Zweedse Grand Prix al wereldkampioen.
1982, LCR-Krauser-Yamaha