thumb|De Kerstman uitgebeeld door Jonathan Meath, 13 november 2010. Hij werd door National Public Radio en Time omschreven als een "topkerstman".
De Kerstman is een folkloristisch figuur die tijdens de adventperiode de mensen bezoekt en kerstcadeautjes uitdeelt aan kinderen. Hij reist in een arrenslee door de lucht, getrokken door rendieren. Een bekende uitroep van de Kerstman is Ho-ho-ho!
De huidige vorm van de figuur van "de kerstman" en zijn legende, een verzameling tradities uit verschillende culturele kringen, ontwikkelde zich geleidelijk vanuit de mythologieën van diverse Europese volkeren. Santa Claus is onder meer terug te voeren op de figuur van Sinterklaas, die door Nederlandse kolonisten werd meegenomen naar Nieuw-Nederland (Noord-Amerika) in de 17e eeuw.
Uiterlijk thumb|Mr. & Mrs. Santa Claus, 1919 thumb|De intocht van Sinterklaas (in bruine mantel en met een roe op een schimmel met een mand vol cadeaus) tijdens het Sinterklaasfeest in een Italiaanse stad, Matthijs Naiveu, 1703 De meest gebruikte verbeelding is Santa Claus, die ontstond in de Verenigde Staten. Deze figuur wordt voorgesteld als een gezette, vrolijke oude man met een lange witte baard. Hij is gekleed in een rode mantel met witte bontkraag en manchetten, een rode broek met witte bontboorden, een rode muts met wit bont en een zwartleren riem en laarzen. Soms wordt de muts gezien als een camauro, een zachte rode muts afgezet met wit bont die vroeger door de paus werd gedragen. Soms draagt de kertman een kerstboompje of roe, een zak vol cadeaus voor kinderen en soms draagt hij een bril. Heel af en toe wordt hij vergezeld door Mrs. Santa Claus.
thumb|Een truck van Coca-Cola in Utrecht met een afbeelding van de kerstman, 21 december 2006 De Kerstman wordt het meest afgebeeld in de kleur rood, maar hij wordt ook afgebeeld in een bruine, groene, gouden, blauwe of witte mantel. Het duurde vele jaren voordat de meeste auteurs en illustratoren het erover eens waren dat het kostuum van de Kerstman rood moest zijn. De New York Times schreef in 1927: "Een gestandaardiseerde kerstman verschijnt aan de kinderen van New York. Lengte, gewicht en postuur zijn net zo gestandaardiseerd als de rode mantel, muts en witte baard."
De omarming van het rode kostuum door de massamedia kwam na een reclamecampagne van Coca-Cola die in 1931 van start ging. In 1930 kreeg de Amerikaanse tekenaar Haddon Sundblom, van Zweedse en Finse afkomst, de opdracht van The Coca-Cola Company een serie advertenties te ontwerpen voor de aanstaande kerstperiode. De reclamecampagnes, met name die van in de jaren dertig, droegen bij tot het huidige uiterlijk en de wereldwijde bekendheid van Santa Claus. Tot 1964 tekende hij elk jaar minstens één kerstman voor Coca-Cola-reclames en gaf hij, samen met de immense wereldwijde marketingcampagnes van de Coca-Cola Company, een belangrijke vorm aan het beeld van de moderne kerstman. Sundbloms kerstman staat echter mijlenver af van de oorspronkelijke Finse kerstman Joulupukki.
Overigens kwam de kerstman in een soortgelijk uiterlijk al veel eerder voor dan de reclamecampgane van Coca-Cola. Er ontstond later de urban legend dat de Kerstman rood en wit draagt omdat dat de kleuren zijn die gebruikt worden om het merk Coca-Cola te promoten. Ook Coca-Cola's concurrent, Pepsi-Cola, gebruikte soortgelijke uitbeeldingen van de Kerstman in zijn advertenties in de jaren veertig en vijftig.
De gebruikelijke vorm van de Kerstman gedurende een groot deel van de 20e eeuw werd beschreven in zijn lemma in het Oxford English Dictionary. Hij is "de personificatie van Kerstmis als een welwillende oude man met een lange witte baard, gekleed in een rood gewaad met mouwen en een kap afgezet met wit bont en met een zak kerstcadeaus". Hoewel hij meestal als blank wordt afgebeeld, wordt de Kerstman ook wel eens als zwart of van een ander ras voorgesteld. Zijn ras of huidskleur is soms onderwerp van discussie.
Het populaire lied "Mrs. Santa Claus" van George Melachrino uit 1956 en het kinderboek How Mrs. Santa Claus Saved Christmas van Phyllis McGinley uit 1963 hebben bijgedragen aan de standaardisering en de vaststelling van het karakter en de rol van Mrs. Claus.
Oorsprong thumb|Saint Nicolas of Santa Claus, speels portret van de Kerstman, Butler Institute American Art, 1837 De herkenbare moderne figuur van de Kerstman ontwikkelde zich in de late Victoriaanse periode, maar Kerstmis werd al eeuwen daarvoor gepersonifieerd. In Noord-Europa bestaat al sinds de oudheid een figuur die, gewapend met een staf en noten, de mensen voorbereidt op de lange winter. De staf of tuchtroede werd beschouwd als een symbool van vruchtbaarheid, de noten als voedzaam en lang houdbaar voedsel. Deze bebaarde oude man droeg een lange, bruine winterbontjas met een kap en reisde in een rendierslee; zijn thuisland is Lapland.
thumb|left|Odin strijdt op Sleipnir tegen Fenrir tijdens Ragnarok, 1895 Er wordt gespeculeerd dat elementen van de Noorse god Odin en de god Baldr in zijn beeltenis aanwezig waren. Folkloriste Margaret Baker stelt dat “de verschijning van de Kerstman, wiens dag op 25 december valt, veel te danken heeft aan Odin: de oude geschenkbrenger uit het noorden met zijn blauwe kap, mantel en witte baard die door de midwinterhemel reed op zijn achtbenige ros, Sleipnir, en zijn volk bezocht met geschenken. Odin, die veranderde in Father Christmas en vervolgens in de Kerstman, bloeide op met Sint Nicolaasdag en het Kerstfeest en werd een belangrijke speler op het kersttoneel.”
Odin had verschillende namen, hij werd ook wel 'Langbarðr' ('Langbaard') of 'Jólnir' ('Joelman' of 'man van joel') genoemd. Volgens de Duitse volkstraditie legden kinderen stro en wortels in hun laarzen naast de schoorsteen voor Odins paard en Odin liet er dan uit dankbaarheid cadeautjes in achter. Daarnaast bevat de traditie van de Kerstman elementen van de Wilde Jacht, waarin een 'jachtstoet' door de lucht raast in de periode rondom de kerstdagen. In sommige gevallen rijdt deze spookachtige jager met zijn jachtstoet op paarden of andere dieren, de Scandinavische benaming is 'Odens jakt'('Odin's Jacht').
Sinds de 13e eeuw speelde een leerling op Sint-Nicolaasdag in kloosters en collegiale scholen vaak de rol van de 'jongen-bisschop', met bijbehorende onderwijsrechten – een gewoonte die later op sommige plaatsen nieuw leven werd ingeblazen. Na het Concilie van Trente, dat regels vaststelde met betrekking tot de verblijfs- en bezoekverplichtingen van bisschoppen in hun bisdommen, verscheen Sint-Nicolaas ook als een bezoeker die vergezeld door een getemde duivel mensen thuis bezocht en vroeg of de kinderen het afgelopen jaar braaf of stout waren geweest.
thumb|left|Sinterklaas (op een ezel) en Zwarte Piet vliegen hoog boven de daken van de huizen, 1926 thumb|Afbeelding van een 'modern' kersttoneelstuk (nu algemeen bekend als mummersplay) in 1852. De personages: Father Christmas voorgesteld als een groteske oude man met een groot masker en een komische pruik en een enorme knuppel in zijn hand'; drie spelers, van wie er twee Sint-Joris en de Draak zijn (allemaal op vrijwel dezelfde manier gekleed) en de dokter. De vrouw kijkt vanuit haar huis naar het toneelspel. thumb|Een afbeelding van Santa Claus in de Verenigde Staten, ca. 1895, Library of Congress De naam Santa Claus is een verbastering van de Nederlandse naam Sinterklaas. In Washington Irvings History of New York (1809) werd Sinterklaas bijvoorbeeld verengelst tot "Santa Claus" (een naam die voor het eerst in 1773 in Amerikaanse druk verscheen), maar verloor hij zijn bisschopsgewaad en werd hij aanvankelijk afgebeeld als een dikbuikige Nederlandse zeeman met een pijp en een groene winterjas. Irvings boek was een parodie op de Nederlandse cultuur van New York en veel van deze weergave is een humoristische uitvinding van hem. Irvings interpretatie van de Kerstman maakte deel uit van een bredere beweging om de steeds wildere kerstvieringen van die tijd te temperen. Deze vieringen omvatten agressieve huisinvallen, seks vóór het huwelijk (wat leidde tot gedwongen huwelijken in gebieden waar de puriteinen, die in macht afnamen en fel tegen Kerstmis gekant waren, nog steeds enige invloed hadden) en openbare uitingen van seksuele afwijkingen. De vieringen van die tijd werden bespot door zowel kooplieden uit de hogere klasse als christelijke puristen.
In de editie van januari 1848 van Howitt's Journal of Literature and Popular Progress, uitgegeven in Londen, stond een geïllustreerd artikel getiteld "Oudjaarsavond in verschillende landen". Hierin werd opgemerkt dat een van de belangrijkste kenmerken van de Amerikaanse nieuwjaarsviering een gewoonte was die was overgenomen uit Nederland, namelijk de aankomst van de Kerstman met cadeaus voor de kinderen. De Kerstman is "niemand anders dan de Pelznickel van Duitsland... de goede Nicolaas van Myra van Rusland... Hij arriveert ongeveer twee weken voor Kerstmis in Duitsland maar, zoals men kan vermoeden gezien alle bezoeken die hij daar moet afleggen en de lengte van zijn reis, arriveert pas op deze avond in Amerika."
De Amerikaanse Santa Claus is een mengeling van Father Christmas uit het Verenigd Koninkrijk en de Nederlandse Sinterklaas, hoewel ook gebruiken van Duitse emigranten van invloed zijn geweest, zoals Knecht Ruprecht en Pelzmärtel en het Duitse gebruik om met kerst cadeaus te geven (Bescherung). Bij Pelzmärtel (van het West-Midden-Duitse pelzen - 'slaan' of 'ranselen' - en Märtel als verkleinwoord van Martinus) zijn elementen van de gebruiken van Sint-Maartensdag (11 november) waarschijnlijk samengesmolten met de Sint-Nicolaas-traditie. In sommige regio's is Pelzmärtel namelijk Pelznickel (Nickel is een verkleinwoord van Sint-Nicolaas).
De Kerstmangebruiken, die aanvankelijk beperkt waren tot de Nederlands-Amerikaanse gebieden, werden tegen het midden van de 19e eeuw algemeen in de Verenigde Staten. De figuur van Sint Nicolaas, bisschop, werd halverwege de 19e eeuw geseculariseerd en verloor zijn liturgische gewaden (albe, stola en koorkap of kazuifel), zijn bisschopsstaf en zijn mijter.
Het ontstaan van de huidige kerstman thumb|Santa Claus voor de schoorsteenmantel in Howitt's Journal of Literature and Popular Progress, 1848 Tot aan het Victoriaanse tijdperk hield Father Christmas zich vooral bezig met feesten en vrolijkheid voor volwassenen. Hij had geen bijzondere band met kinderen, noch met het geven van cadeaus, nachtelijke bezoekjes, kerstsokken, schoorstenen of rendieren. Maar naarmate de latere Victoriaanse kerstvieringen zich ontwikkelden tot kindgerichte familiefeesten, werd deze Kerstman een brenger van cadeaus. thumb|left|Santa Claus, The Children's Friend, 1821 In 1809 beschreef Washington Irving in zijn fictieve geschiedenis van New York al een Santa Claus, onder andere gebaseerd op Nederlandse Sinterklaasgebruiken. Maar vooral het gedicht A Visit from St. Nicholas ("Een bezoek van Sint Nicolaas"), dat in 1823 anoniem gepubliceerd werd, vestigde zijn reputatie in de Verenigde Staten. De nachtelijke bezoeker wordt omschreven als een mengeling van een marskramer, een elf en Sinterklaas. In dit gedicht komen veel moderne gebruiken en attributen van de Santa Claus naar voren, zoals de rendieren en slee, zijn entree in het huis door de schoorsteen (waardoor hij besmeurd is met as en roet) en een zak met cadeautjes. In een verklarende noot staat dat de figuur van Sint Nicolaas in de staat New York bekendstaat als Santa Claus en in Pennsylvania als Krishkinkle (Christkind).
Een tijdschriftartikel uit 1853, waarin Amerikaanse kerstgebruiken voor Britse lezers worden beschreven, verwijst naar kinderen die op kerstavond hun sokken ophangen voor "een fabelachtig figuur" wiens naam varieert: in Pennsylvania wordt hij gewoonlijk "Krishkinkle" genoemd, maar in New York is hij "Sint Nicolaas" of "Father Christmas". De auteur citeert A visit from St. Nicolas volledig en zegt dat de beschrijvingen ervan ook op Krishkinkle van toepassing zijn.