De Tweede Slag bij El Alamein vormde het keerpunt in de Noord-Afrikaanse Veldtocht en geldt samen met de Slag om Stalingrad en de Slag bij Midway als een van de belangrijke keerpunten tijdens de Tweede Wereldoorlog in het voordeel van de Geallieerden.
Na de Eerste Slag bij El Alamein, waarin de Duitse-Italiaanse opmars werd gestuit, nam generaal Bernard Montgomery in augustus 1942 het bevel over van Claude Auchinleck en nam zo de leiding over van het Britse 8e Leger.
Situatie In juli 1942 was het Duitse Afrikakorps onder generaal Erwin Rommel tot ver in Egypte opgerukt. Het bedreigde de Britse aanvoerroute door het Suezkanaal. Zich bewust van zijn te lang uitgerekte bevoorradingslijnen, zijn eigen gebrek aan versterkingen en een massale opbouw van de geallieerde strijdmacht tegenover hem, besloot Rommel toe te slaan terwijl de geallieerde opbouw nog niet compleet was.
Deze aanval op 30 augustus 1942 in de Slag bij Alam el Halfa faalde, en in afwachting van een aanval van Montgomery's Britse Achtste Leger, groef het Afrikakorps zich in.
Ondanks grote aandrang van Winston Churchill om zo snel mogelijk aan te vallen, nam Montgomery weken de tijd om de opbouw van zijn leger te voltooien: met 200.000 man en 1000 tanks begon Montgomery zijn aanval tegen de 100.000 man en 500 tanks van het Duits-Italiaans leger.
Aan Duitse zijde heerste gebrek aan brandstof, drinken, munitie en voedsel. Het Duits-Italiaanse leger ontving slechts 1/3 van de voorraden die het nodig had. Dit had te maken met de lange aanvoerlijnen vanuit de Libische havens en met geallieerde luchtaanvallen op Duitse en Italiaanse bevoorradingsschepen en vrachtwagens.
De Duitsers hadden 218 tanks ter beschikking, waarvan 173 betrouwbare Panzer III en Panzer IV. De Italianen beschikten over 278 middelzware tanks, vooral de M13/40, die als rijdende doodskisten betiteld werden.
Aan Britse zijde waren er bij de aanvang van de gevechten 252 nieuwe M4 Sherman tanks beschikbaar. De 170 in de Verenigde Staten geproduceerde M3 Grant tanks hadden het nadeel dat het kanon vast op de romp gemonteerd was. De Crusader 6pdr. Mk. 3 zou gedurende de slag mechanisch onbetrouwbaar en te licht blijken. Hiernaast beschikten de Britten over de M3 Stuart en de Valentine tank.
Geallieerd plan Met Operatie Lightfoot hoopte Montgomery twee doorgangen door de Duitse mijnenvelden in het noorden vrij te maken. Pantsereenheden zouden dan hierdoorheen trekken om de Duitse pantsereenheden te verslaan. Afleidingsaanvallen in het zuiden zouden strijdkrachten in het zuiden verhinderen om noordwaarts versterking te bieden. Montgomery verwachtte een gevecht van 12 dagen in drie fasen: "Inbreken, vermorzelen, en breken."
De strijdkrachten van het Gemenebest voerden in de voorafgaande maanden een aantal misleidingen uit om de asmogendheden op het verkeerde been te zetten over de tijd en plaats van de op handen zijnde aanval. Deze misleidingen kregen de codenaam Operatie Bertram. Een dummy pijplijn werd in fasen opgebouwd om de asmogendheden te laten geloven dat de aanval veel later zou plaatsvinden en veel verder naar het zuiden. Er werden namaaktanks gemaakt bestaande uit houten frames gebouwd op jeeps in het zuiden opgesteld. Omgekeerd werden de tanks in het noorden vermomd als vrachtwagens door hier een houten bak bovenop en overheen te bouwen.
De asmogendheden organiseerden hun verdediging in twee linies, die door de geallieerden de Oxalic Line en de Pierson Line genoemd werden. Ze legden meer dan een half miljoen mijnen, vooral antitankmijnen, in wat de Duivelstuin genoemd werd.
De slag thumb|De toestand op 23 oktober thumb|Britse tanks trekken door het mijnenveld De tweede slag om El Alamein wordt meestal in vijf fasen verdeeld: Het binnenbreken (23-24 oktober) Vermorzelen (24-25 oktober) De tegenaanval (26-28 oktober) Operatie Supercharge (1-2 november) en De doorbraak (3-7 november) Gedurende 29 en 30 oktober was er een adempauze die meestal geen naam gegeven wordt.
Fase 1: Binnenbreken Op een kalme heldere avond met volle maan begon operatie Lightfoot met een artilleriebeschieting door 882 veld- en middelzware stukken artillerie. Deze eindigde 5,5 uur later, en in deze tijdspanne vuurden deze stukken elk gemiddeld 600 granaten af, samen 125 ton.
De operatie werd Operatie Lightfoot genoemd omdat de infanterie eerst diende aan te vallen. Veel van de antitankmijnen zouden niet door overrennende soldaten tot ontploffing gebracht worden omdat zij te licht waren. Tussen de antitankmijnen lagen echter ook antipersoonsmijnen van het type S-mijn. Terwijl de infanterie aanviel, zouden genietroepen een pad voor de hierop volgende tanks vrij maken. Ieder pad zou slechts acht meter breed zijn, voldoende voor één tank. De mijnenvelden waren acht kilometer diep, waardoor de paden niet volledig vrijgemaakt werden.
In het geallieerde plan zou het 13e korps een afleidingsaanval in het zuiden uitvoeren. Zij zouden de Duitse 21e pantserdivisie en de Italiaanse Ariete-pantserdivisie aanvallen, terwijl het 30e korps in het noorden een smal pad door de Duitse mijnenvelden zou trekken voor de gepantserde eenheden van het 10e korps.
Om 10h00 kwam het 30e korps in beweging. Het doel was een denkbeeldige lijn in de woestijn waar de sterkste Duitse verdedigingsposten waren gesitueerd. Toen de infanterie de mijnenvelden bereikte, bewogen de genietroepen voorwaarts om een pad door de mijnenvelden vrij te maken. Om 14h00 begonnen de eerste van de 500 tanks voorwaarts te bewegen. Om 16h00 bevonden de voorste tanks zich tussen het mijnenveld, waar ze zoveel stof opwaaiden, dat het zicht tot nul gereduceerd werd. Opstoppingen en desoriëntatie waren het gevolg. Hele colonnes tanks dwaalden af. Sommige tankeenheden dachten dat ze vanuit het eerste mijnenveld gevorderd waren tot het tweede mijnenveld, terwijl zij zich nog in het eerste mijnenveld bevonden.
Fase 2: Vermorzelen De ochtend van 24 oktober begon voor het Duitse hoofdkwartier met rampspoed. De nauwkeurige artilleriebeschieting had de communicatie van het Duitse opperbevel geraakt. Rommel was op dat moment in Duitsland voor medische behandeling van zijn opgelopen dysenterie, en Georg Stumme, die het bevel tijdens Rommels afwezigheid voerde, stierf tijdens de artilleriebarrage aan een hartaanval. Generaal Wilhelm Ritter von Thoma kreeg tijdelijk het bevel.
Ondertussen had het 30e korps slechts een deuk in de eerste mijnenvelden geslagen. Het was nog niet genoeg om het 10e korps doorheen te laten trekken. De gehele dag bombardeerde de Britse luchtmacht daarom de naaste Duitse stellingen. De Royal Air Force vloog die dag meer dan 1000 vluchten.
Bij zonsopgang voerden Duitse tanks een aanval uit op de Britse 51e Hooglanders Infanteriedivisie. Tegen 4 uur 's middags was er nog steeds geen sprake van Duitse voortgang. Tegen zonsondergang, met de zon in de rug, voerde de Duitse 15e pantserdivisie en de Italiaanse Littorio divisie vanuit Kidney Ridge een aanval uit op de Australiërs, en de eerste belangrijke tankslag was een feit. Meer dan 100 tanks waren hierbij betrokken. Toen het duister viel hadden beide partijen de helft van hun tanks verloren en de posities waren onveranderd.
Terwijl de Australiërs tegen de 15e Pantserdivisie vochten, bevochten de Hooglanders de pantsers tegenover hen in het eerste tank tegen infanterie gevecht van de slag. Het gevecht duurde twee dagen en kostte veel slachtoffers, maar aan het eind hielden de Hooglanders de heuvelkam Kidney Ridge.
D Plus 2: Zondag 25 oktober 1942
De geplande aanval was op zondag voorbij. Beide legers hadden twee dagen zonder ophouden gevochten. De Britten waren door de mijnenvelden in het westen opgerukt en hadden een 9 km breed en 8 km diep gat in de as-linie geslagen. Ze waren gevorderd tot de Miteriya heuvelkam in het zuidoosten, maar tegelijkertijd zaten de troepen van de asmogendheden nog stevig verschanst in hun oorspronkelijke gevechtsposities. Het gevecht lag even stil.
Generaal Bernard Montgomery gaf bevel de gevechten in het zuiden te beëindigen, de Miteriya heuvelkam te evacueren, en naar het noorden richting zee te draaien. Het slagveld zou zich concentreren bij Kidney en Tel el Eisa totdat er een doorbraak was bereikt. Het zouden zeven bloedige dagen worden.
Vroeg in de morgen lanceerden de asmogendheden een serie aanvallen door de 15e pantser- en de Littorio divisies. Het Afrika Korps zocht zwakke punten, maar vond ze niet. Tegen zonsondergang ging de Britse infanterie in de aanval. Rond middernacht lanceerde de 51e Hooglanderdivisie drie aanvallen, maar niemand wist precies waar. Overal heerste verwarring en vloeide bloed. De Britten verloren meer dan 500 man, en onder de aanvallende troepen bleef slechts 1 officier over.
Terwijl de 51e Hooglanderdivisie bij Kidney opereerde, vielen de Australiërs een ruim 6 meter hoge artillerieobservatiepost van de asmogendheden aan, ten zuidwesten van Tel el Eisa. Dit was de nieuwe draai naar het noorden die Montgomery eerder op de dag bedacht had. Het bepaalde de plaats van de gevechten gedurende de hierop volgende dagen. De 26e Australische brigade viel om middernacht aan. De luchtmacht dropte 115 ton bommen op de linies van de asmogendheden. Hierna waren de geallieerden in staat om de 240 man gevangen te nemen. Voor de asmogendheden was de kleine heuvel van vitaal belang. Zij probeerden deze heuvel dan ook te heroveren. Deze gevechten duurden de hele volgende week.
Fase 3: De tegenaanval D Plus 3: Maandag 26 oktober 1942 thumb|Italiaanse M13/40 tanks in de woestijn thumb|Duitse tankjagers rukken op in de woestijn Rommel keerde op de avond van 25 oktober terug, en evalueerde onmiddellijk de strijd. Hij verspreidde meteen een dagorder aan al zijn mannen: "Ik ben terug, E. Rommel" Hij constateerde dat de Italiaanse Trento Divisie de helft van haar infanterie verloren had. De 164e Lichte Afrika Divisie was twee bataljons kwijt, terwijl de meeste andere eenheden onder sterkte waren. Alle manschappen leefden op half rantsoen. Er waren veel zieken, terwijl er nog maar brandstof voor drie dagen was.
De geallieerde tegenaanval werd gestaakt. Churchill raasde: "Is het echt onmogelijk een generaal te vinden die een veldslag kan winnen?" Rommel begon zijn tegenaanval om 15h00 bij "punt 29", de artillerieheuvel. Hij liet zijn tanks van Kidney hiernaartoe trekken, voorzien van lucht- en infanteriesteun. Rommel verplaatste ook de Duitse 21e pantserdivisie en de Italiaanse Ariete pantserdivisie vanuit het zuiden naar het "Rahman spoor". Dat bleek een vergissing te zijn: De Britten hielden deze positie en door gebrek aan brandstof konden de Duitse tanks zich niet terugtrekken: ze bleven in het open landschap staan als doelwit voor de Royal Air Force.
Bij Kidney slaagden de Britten er niet in het ontbreken van tanks aan de andere zijde uit te buiten. Elke beweging naar voren van de Britse tanks werd afgestraft door Duitse 88 mm antitankkanonnen. Rommel werd getroffen door een ernstige tegenslag toen de Royal Navy de tanker Proserpina bij Tobroek tot zinken bracht: zijn laatste hoop om zijn brandstoftekort op te lossen verging hiermee.
D Plus 4: Dinsdag 27 oktober 1942
De slag concentreerde zich nu rond Tel el Aqaqir en Kidney Ridge. Het 2e infanteriebataljon van de Britse 1e pantserdivisie verdedigde een positie die Snipe genoemd werd, ten zuidwesten van de Kidney Ridge. De verdediging van Snipe geldt als een van de legenden van El-Alamein. Met de woorden van Phillips:
"De woestijn zinderde van de hitte. Het zweet van de mannen in hun schuttersputjes liep met straaltjes van hun met stof en zand vervuilde gezichten. De stank was verschrikkelijk. De vliegen zwermden in zwarte wolken rond de dode lichamen en uitwerpselen. De plek lag bezaaid met brandende tanks, kapotte kanonnen en voertuigen. Overal hing rook en stof van ontploffende projectielen en afgevuurde geweren."
Ze lagen de gehele dag onder mortier en granaatvuur.