Paulus (Paul) Scholten (Den Haag, 5 juli 1939)Algemeen Handelsblad, 8 juli 1939 is een Nederlands politicus, die ruim dertig jaar bijna onafgebroken burgemeester is geweest. Zijn eerste standplaats was Delfzijl, die hij in 1980 verruilde voor Soest, waarna hij in 1989 burgemeester van Arnhem werd. Na zijn pensionering in 2001 werd hij in 2003 waarnemend burgemeester van Rijssen-Holten, het jaar daarop van Bergh en het jaar daarop van Raalte.

Familie Scholten komt uit een geslacht van juristen. Zijn grootvader was de bekende Amsterdamse hoogleraar prof. mr. Paul Scholten. Hij is de zoon van prof. mr. Geb Scholten, plaatsvervangend landsadvocaat en later hoogleraar Burgerlijk Recht aan de UvA, en jkvr. Esther Wilhelmina Beelaerts van Blokland. Zijn oom, mr. Ynso Scholten, was minister van Justitie in het kabinet-Marijnen en staatssecretaris in het kabinet-De Quay.Paul Scholten is sinds 1970 getrouwd met Ella Stephania (Elphanie) van Schelven. Zij hebben een zoon Reinhard en een dochter Olga en zes kleinkinderen.

Biografie Paul Scholten bezocht het eerste Vrijzinnig-Christelijk Lyceum in Den Haag. Hij ging na zijn eindexamen gymnasium in militaire dienst en werd reserve Tweede Luitenant der Intendance. aan de Rijksuniversiteit in Leiden studeerde hij rechten en verkreeg in 1967 zijn meesterstitel.

Voor zijn burgemeesterschap is Scholten eerst enige jaren werkzaam geweest in de Rotterdam bij het Havenbedrijf Pakhuismeesteren, later Pakhoed en nog later Vopak genaamd, waar hij een managementopleiding kreeg. Omdat hij burgemeester wilde worden werkte hij daarna 1,5 jaar bij de gemeente Purmerend tot 1973.

Scholten begon in op 1 juli 1973 op 33-jarige leeftijd zijn carrière als burgemeester in de gemeente Delfzijl. Vooruitlopend op de nog komende tijdgeest presenteerde hij op het landelijke tv-nieuwsjournaal als eerste Nederlandse gemeente het door hem geredigeerde Milieuplan Delfzijl vanwege de groeiende bedreiging van het milieu door de havenindustrialisatie ter plaatse. Hij werd lid van de landelijke vvd-partijcommissie Milieu, later die van Defensie. In zijn Soester periode werd hij in bestuurlijk Nederland bekend met zijn pleidooi om wettelijk vast te leggen dat de vierjaarlijkse gemeenteraadsverkiezingen - in tegenstelling tot in de huidige situatie - niet overal op dezelfde dag plaatsvinden. Dit om te bereiken dat de (overmatige) invloed van de landelijke politiek op de lokale verkiezingscampagnes zou worden teruggedrongen. In de historische vergaderzaal van de Eerste Kamer is door een Binnenlandse Zaken geëntameerde eendaagse conferentie over belegd. Later is het idee vele malen door anderen geopperd, maar het is er nog nooit van gekomen. In NRCHandelsblad pleitte hij in die periode voor de rechtstreeks door de bevolking verkozen burgemeester, te beginnen bij de 100.000 + gemeenten, later uit te bereiden tot minimaal 50.000 inwoners. Het democratisch gehalte en de slagvaardigheid van grotere gemeentebesturen wordt er door versterkt. Het betreffende wetsvoorstel heeft het toen niet gehaald.

Hoogtepunt in zijn carrière was zijn Arnhemse periode Van 1989 tot 2001. Het begin was onder meer vanwege de beperkte ruimte die in die tijd door de politiek aan burgemeesters gegeven werd, geen sinecure. De omslag kwam na verkiezingen en de nodige personele wisselingen, met daarbij zijn specifieke taak om de monumentale toren van Sint-Eusebiuskerk als kloppend hart van de stad te restaureren en daarvoor de vele miljoenen bijeen te brengen. Met het aanbrengen van de vier zware bronzen herdenkingsklokken en de aanleg van een bijzondere glazen lift met uitkijkpunt in de top van de toren is dat deel van de restauratie afgerond. Bij zijn pensionering in 2001 zijn als erkentelijkheid voor zijn inspanningen voor het behoud van het rijksmonument zes fraaie kroonluchters van Italiaanse makelij door het Arnhemse bedrijfsleven geschonken en in het schip van de kerk aangebracht. De kerk is na een latere restauratie van het schip van de kerk nu een veel bezocht erkend museum en plaats voor vele tentoonstellingen en bijeenkomsten.

De 50ste herdenking van de verloren Slag om Arnhem in 1994 werd zijn finest hour. Hij zette samen met het daartoe gevormde comité en de buurgemeente Renkum 70 evenementen op touw. De gemeenteraad van Arnhem trok er zonder enig bezwaar 1 miljoen gulden voor uit. Het overgrote deel van de toen nog levende vnl. Britse veteranen, 2000 in getal, kwamen vaak met hun partners en kinderen die dagen naar de stad, waar zij bij particulieren als logees een warm welkom werd bereid. Uit dankbaarheid voor wat 1500 Britten en Polen indertijd voor de jammer genoeg mislukte bevrijding van de daarmee zo verwoeste stad met hun leven hadden moeten bekopen, werden door de inwoners zeer vele woonhuizen, winkels en kantoren tot in de verste uithoeken met de speciaal ontworpen herdenkingsvlag getooid. Het aansprekende 'Arnhem never a bridge too far, but a bridge to the future' werd toen gemunt en staat aan de wand van de zgn. 'Berenkuil' bij de John Frostbrug te lezen.

Bij de officiële herdenkingsbijeenkomst in de Eusebiuskerk eindigde Scholten zijn toespraak tot de veteranen met de bekend gebleven woorden: 'You had an unforgettable time (here in 1944) and now you are getting old. But when you are real old and God asks you 'Who are you my man?' You can proudly answer: 'I am an Arnhem veteran'. Het geluid van de vier klokken was bij die gelegenheid door het luiden er van door Prins Willem-Alexander samen met de Britse Arnhem-veteraan generaal bd SirJohn Hackett tot ver in de stad voor het eerst te horen. Scholten werd een jaar er na benoemd tot Commander of the British Empire (CBE).

Scholten was van plan de Duitse bondspresident von Weizsäcker uit te nodigen. Landelijk leidde dat tot grote publiciteit en debat. Met name ontstond weerstand in bepaalde conservatieve verzetskringen. Daarop zag Scholten zich genoodzaakt het plan, dat overigens in de gemeenteraad van Arnhem alle steun ondervond, in te trekken.

Later, in 2010, zou Scholten in opiniestukken in NRC Handelsblad pleiten voor een gezamenlijke kranslegging van de Koningin met de Bondspresident op 4 mei op de Dam in Amsterdam. Ook toen bleek het idee nog steeds een brug te ver. Bij zijn afscheid als burgemeester in 2001 werd Scholten benoemd tot officier in de Orde van Oranje-Nassau.

Scholten is na zijn pensionering bezig gebleven met de publieke zaak, waaronder het plan van de regering om voor de kennis van de vaderlandse geschiedenis een Nationaal Historisch Museum naast het Nederlands Openluchtmuseum te stichten. Hij verzette zich samen met zijn voorganger Drijber met artikelen in de NRC tot en met een optreden in een vergadering van de betreffende Tweede Kamercommissie, met kracht tegen de 'postmoderne hutspot'-ideeën van directeur Schilp, die gesteund werd door de toenmalige minister Plasterk en Scholtens opvolgster, Pauline Krikke. Uiteindelijk floot de Kamer de minister terug en sneuvelde het plan-Schilp. Scholten heeft toen als alternatief het plan geopperd de canon van Nederland binnen de organisatie en locatie van het Nederlands Openlucht Museum onder te brengen en met hulp van het Rijksmuseum, hetgeen in 2017 door de inspanning van directeur dr. W. Bijleveld c.s. een feit werd.

In die jaren wijdde Scholten zich met name aan de moeizaam geworden bestuurbaarheid van ons land door voorstellen te doen tot versterking van onze parlementaire democratie. In september 2016 verscheen van zijn hand de WoltersKluwer-uitgave "Schets van een Korte Grondwet". Hierin brengt de schrijver de 142 artikelen van de Grondwet terug tot de essentie in 25 artikelen inclusief een aantal grote vernieuwingen van het Nederlands staatsbestel. Hij doet o.a. het bekend geworden voorstel (NRC, Volkskrant en Trouw berichten er over) om voortaan de Tweede Kamerverkiezingen in twee ronden te gaan houden (eerste: iedere partij mag meedoen; tweede 14 dagen later met alleen de zes grootste uit de eerste ronde). Door versplintering van de verkozen politieke partijen ( tot tegen de 20 (!) fracties in 2026) bij Kamerverkiezingen of afsplitsing kan de zo verzwakte parlementaire democratie op deze wijze middels een eenvoudige, gewone Kieswetswijziging worden versterkt. Dit is sinds de Grondwetsherziening van 1938 mogelijk en vastgelegd in het huidige Grw-artikel 53.1. Daarmee wordt indirect ook de regering sterker en slagvaardiger, omdat zij kan steunen op hooguit twee of drie grote fracties. De bestuurlijk noodzakelijke balans tussen regering en parlement komt met behoud van de doorslaggevende zwaarte van de parlementaire democratie beter tot zijn recht. Voor acceptatie van het voorstel zijn kleinere partijen onontbeerlijk. Zij vrezen echter dan buiten de boot te vallen, terwijl hun invloed aanmerkelijk zal toenemen bij vrijwillig samengaan met andere partijen. Zie het goede voorbeeld van PvdA met GroenLinks tot PRO in 2026, dat gevolgd zal moeten worden om het gestelde doel te kunnen bereiken. Scholten schreef hier vele artikelen over in NRC, Volkskrant en Trouw. Het is de inherente zwakte van de vormgeving van onze parlementaire democratie dat het versplinterde parlement hiertoe zelf moet beslissen., hetgeen (nog) niet is gebeurd.

Categorie:Burgemeester van Arnhem Categorie:Burgemeester van Bergh Categorie:Burgemeester van Delfzijl Categorie:Burgemeester van Raalte Categorie:Burgemeester van Rijssen-Holten Categorie:Burgemeester van Soest Categorie:Politicus voor de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie