thumb|Regierungsbezirke in de Rijnprovincie (1878) De Rijnprovincie was een provincie van Pruisen die het Rijnland omvatte en bestond van 22 juni 1822 tot 23 augustus 1946.
Geschiedenis De Rijnprovincie ontstond op 22 juni 1822 door samenvoeging van de in 1815 in het leven geroepen provincies Gulik-Kleef-Berg en Groothertogdom Beneden-Rijn. Deze provincie verschilde sterk van de rest van het voornamelijk agrarische en hiërarchisch-aristocratische Pruisen in de zin dat ze economisch modern was met een zelfbewuste burgerij en bovendien grotendeels katholiek. Ze was verdeeld in vijf Regierungsbezirke en omvatte onder meer de steden Aken, Keulen, Duisburg, Düsseldorf en Koblenz.
In 1834 werd de provincie uitgebreid met het van Saksen-Coburg en Gotha gekochte vorstendom Lichtenberg. Na de inlijving van de vorstendommen Hohenzollern-Sigmaringen en Hohenzollern-Hechingen kwam in 1850 het daaruit samengestelde Regierungsbezirk Sigmaringen bij de Rijnprovincie, dat behalve in militair opzicht alle bevoegdheden van een provincie had. Een derde uitbreiding volgde met het Groß-Hamburg-Gesetz in 1937 toen het district Birkenfeld - voorheen een exclave van Oldenburg - op Pruisen overging.
Na de Eerste Wereldoorlog werd de provincie door geallieerde troepen bezet. Het Verdrag van Versailles bepaalde dat het Rijnland gedemilitariseerd moest worden als buffer tussen Duitsland enerzijds en Frankrijk, België, Luxemburg en in mindere mate Nederland anderzijds. In 1920 werd het Saarland met een mandaat van de Volkenbond voor 15 jaar onder Frans bestuur gesteld en kwamen de districten Eupen en Malmedy in Belgische handen.
Adolf Hitler begon in 1936 met de remilitarisering van het Rijnland, waartegen door de overheersende appeasementpolitiek niet werd opgetreden. Van 1940 tot 1945 behoorden de opnieuw ingelijfde districten Eupen en Malmedy weer tot de provincie. Na de Tweede Wereldoorlog viel het noordelijke deel van de Rijnprovincie, de Regierungsbezirke Aken, Düsseldorf en Keulen, als Noord-Rijnland onder de Britse bezettingszone, het zuidelijke deel met Koblenz en Trier onder de Franse bezettingszone. Eerstgenoemde werd in 1946 met de provincie Westfalen verenigd tot de deelstaat Noordrijn-Westfalen, laatstgenoemde met de Beierse Palts, Rijn-Hessen en delen van Hessen-Nassau tot Rijnland-Palts.
Bestuurlijke indeling (1946) Regierungsbezirk Aken Stadsdistrict (Stadtkreis) Aken
Districten (Landkreise) Aken Düren Erkelenz Geilenkirchen-Heinsberg Jülich Monschau Schleiden Eupen (tot 1919 en 1940-1945, daartussen en daarna deel van België) Malmedy(tot 1919 en 1940-1945, daartussen en daarna deel van België)
Regierungsbezirk Düsseldorf Stadsdistricten (Stadtkreise) Barmen (sinds 1929 stadsdeel van Wuppertal) Duisburg Düsseldorf Elberfeld (sinds 1929 stadsdeel van Wuppertal) Essen Hamborn (sinds 1929 stadsdeel van Duisburg) Krefeld Mülheim am Rhein (sinds 1914 stadsdeel van Keulen) Mülheim an der Ruhr München-Gladbach (tot 1929 München-Gladbach, tot 1933 Gladbach-Rheydt, sinds 1960 Mönchengladbach) Neuss Oberhausen Remscheid Rheydt (1929-1933 stadsdeel van Gladbach-Rheydt) Solingen Viersen Wuppertal (sinds 1930, 1929 Barmen-Elberfeld)
Districten (Landkreise) Dinslaken Düsseldorf-Mettmann Geldern Grevenbroich-Neuss Kempen-Krefeld Kleef Moers Rees Rhein-Wupper
Regierungsbezirk Koblenz thumb|Het Rijnland in 1905 thumb|De Hohenzollerische Lande (Regierungsbezirk Sigmaringen) in 1930 thumb|De voormalige zetel van het bestuur van het Regierungsbezirk Koblenz te Koblenz; tegenwoordig zetel van het Bundesamt für Wehrtechnik und Beschaffung
Stadsdistrict (Stadtkreis) Koblenz
Districten (Landkreise) Ahrweiler Altenkirchen Birkenfeld Koblenz Cochem Bad Kreuznach Maye] Neuwied Sankt Goar Simmern Zell
Regierungsbezirk Keulen Stadsdistricten (Stadtkreise) Bonn Keulen
Districten (Landkreise) Bergheim Bonn Euskirche Keulen Oberbergisch Rheinisch-Bergisch Siegkreis
Regierungsbezirk Trier Stadsdistrict (Stadtkreis) Trier
Districten (Landkreise) Bernkastel Bitburg Daun Merzig-Wadern Prüm Saarburg Trier Wittlich
Eerste presidenten (Oberpräsidenten) 1822-1831: Karl Heinrich Ludwig von Ingersleben 1831-1834: Philipp von Pestel 1834-1842: Ernst von Bodelschwingh-Velmede 1842-1845: Justus Wilhelm Eduard von Schaper 1845-1848: Franz August Eichmann 1848: Eduard von Möller (a.i.) 1848-1850: Franz August Eichmann 1850-1851: Rudolf von Auerswald 1851-1858: Hans Hugo von Kleist-Retzow 1858-1871: Adolph von Pommer-Esche 1872-1889: Moritz Heinrich Albrecht von Bardeleben 1889-1890: Hans Hermann von Berlepsch 1890-1905: Berthold Johann Marcellus Edmund Nasse 1905-1910: Clemens August von Schorlemer-Lieser 1910-1918: Georg von Rheinbaben 1918-1922: Rudolf Felix Joseph von Groote 1922-1933: Johannes Fuchs 1933-1935: Hermann von Lüninck 1935-1945: Josef Terboven
Categorie:Provincie van Pruisen Categorie:Geschiedenis van Noordrijn-Westfalen Categorie:Geschiedenis van Rijnland-Palts