thumb|Napoleon in de militaire school ca. 1780 (litho van Jacques Onfroy de Bréville uit 1908)

Napoleon Bonaparte (Ajaccio, 15 augustus 1769 – Sint-Helena, 5 mei 1821), gedoopt als Napoleone di Buonaparte, was een Frans generaal en dictator tijdens en na de Franse Revolutie. Als Napoleon I was hij van 2 december 1804 tot 11 april 1814 keizer der Fransen. Van 17 maart 1805 tot 11 april 1814 was hij koning van Italië (hij nam een groot deel van het Italiaanse schiereiland) en van 1806 tot 1813 beschermer van de Rijnbond. Zijn juridische hervorming, de Code Napoléon, had een grote en blijvende invloed op het recht in vele landen, onder andere in Nederland en België. Hij wordt eveneens herinnerd om zijn rol in de napoleontische oorlogen en vanwege de titel van keizer die hij aannam. Het lukte hem tijdelijk een groot deel van Europa onder zijn gezag te brengen.

Napoleon werd op Corsica geboren. Zijn familieclan was van Italiaanse afkomst. In de jaren voor de Franse Revolutie werd hij in Brienne-le-Château tot artillerieofficier opgeleid. Bonaparte kreeg onder de Eerste Franse Republiek bekendheid. Hij wist de Eerste en Tweede Coalitie tegen Frankrijk te verslaan. In 1799 pleegde hij een staatsgreep, waarna hij zichzelf als eerste consul installeerde. In 1804 liet hij zich tot keizer van Frankrijk uitroepen. Na een serie van overwinningen slaagde hij erin met Frankrijk continentaal Europa te domineren. Bij de handhaving van de Franse invloedssfeer maakte Napoleon gebruik van allianties, waarbij hij in andere landen familieleden in machtsposities benoemde om daar als Franse vazallen te heersen, zoals Lodewijk Napoleon in het koninkrijk Holland. In Vlaanderen waren er adellijke getrouwen, zoals Charles Joseph François Vilain XIIII en zijn nageslacht.

De veldtocht van Napoleon naar Rusland in 1812 was het keerpunt. Zijn Grande Armée werd gedecimeerd en in 1813 versloeg de Zesde Coalitie Napoleon in de Slag bij Leipzig. In 1814 viel de Coalitie Frankrijk binnen. Hij trad af en werd verbannen naar het eiland Elba. In februari 1815 keerde hij terug naar Frankrijk en greep opnieuw de macht, wat het begin inluidde van de Honderd Dagen. Hij werd in de Slag bij Waterloo verslagen en keerde weer naar Parijs. Hij abdiceerde opnieuw, gaf zich over aan de Britten en werd naar Sint-Helena verbannen. Volgens een autopsie stierf hij er aan maagkanker.

Biografie thumb|Madame Mère van Joseph Karl Stieler (1811) thumb|Zestienjarige Napoleon Bonaparte

Jeugd en studies Napoleon werd gedoopt als Napoleone di Buonaparte. Hij was de tweede zoon van Maria Laetitia Ramolino en Carlo Maria Buonaparte, die advocaat was. Zijn ouders hadden dertien kinderen, van wie er slechts acht de vroege kinderjaren overleefden. Napoleon werd gedoopt in de kathedraal Notre-Dame-de-l'Assomption te Ajaccio.

De familie stamde af van Gabriele Buonaparte die in de zestiende eeuw in Ajaccio woonde, maar waar hij vandaan kwam blijft onzeker. Volgens de overtuigendste hypothese wordt hij verbonden met het stadje Sarzana, op de grens van Toscane en Ligurië. Een relatie van de Buonapartes met Ligurië valt op basis van DNA-onderzoek niet uit te sluiten., Napoleon: De man achter de mythe, vert. Fred Hendriks & Rogier van Kappel (Amsterdam: Uitgeverij Balans, 2018), 30-31.

De familie Buonaparte was niet rijk, maar had voldoende te eten. Napoleon groeide op het eiland Corsica op. De dominante invloed tijdens zijn jeugd was zijn moeder Laetitia, die met haar kordaatheid de luidruchtige jongen in bedwang kon houden. Hij speelde op school vaak soldaatje en nam daarbij de leiding.

Carlo Buonaparte had rechten gestudeerd aan de universiteit van Pisa in Italië. Carlo Buonaparte kon van de Franse gouverneur een studiebeurs voor hem bemachtigen en op negenjarige leeftijd vertrok Napoleon naar Frankrijk. Hij bezocht eerst een college van monniken in Autun om Frans te leren – zijn moedertaal Corsicaans is een Italiaans dialect – en kreeg daarna een opleiding aan de militaire school in Brienne. Hij leerde er wiskunde, Latijn, Frans, Duits, geschiedenis, aardrijkskunde, natuurkunde, vestingwerken, bewapening, schermen en muziek. Hij verwierf er een reputatie als een einzelgänger, die lezen verkoos boven het gezelschap van rijkere klasgenoten. Hij was zwak in talen, maar sterk in wiskunde. Zijn schoolprestaties varieerden. Zijn Latijn was zo slecht dat hij niet eens werd getest.

In 1784 vervolgde hij zijn studie aan de École Militaire te Parijs. Napoleon deed er vervroegd examen, slaagde en werd op zijn zestiende benoemd tot tweede luitenant. Hij nam in januari 1786 dienst in het regiment La Fère in Valence. In juni 1786 werd hij overgeplaatst naar Auxonne bij Dijon.

In Autun studeerde hij drie jaar Frans. De rector van het seminarie, pater Chardon, herinnerde zich hem als serieus en attent. Hij leerde echter niet de juiste uitspraak en sprak heel zijn leven Frans met een Corsicaans accent. Tot het jaar 1793 spelde hij zijn naam in het Italiaans als Buonaparte. Dan werd hij het Bonaparte. Van zijn lessen Duits bracht hij niets terecht.

Om zijn moeder financieel te helpen, nam hij zijn elfjarige broer Lodewijk Napoleon bij zich en bekommerde zich om diens opvoeding. Napoleon toonde belangstelling voor geschiedenis en literatuur. Plutarchus, Caesar, Corneille, Voltaire en de filosoof Rousseau waren zijn favoriete auteurs. De roman Die Leiden des jungen Werthers van Johann Wolfgang von Goethe las hij meermaals.

Generaal van de Franse Revolutie Eerste wapenfeiten en Corsica Toen in 1789 de Franse Revolutie uitbrak, sloot hij zich daarbij aan. Hij was toen een negentienjarige luitenant in een artillerieregiment gestationeerd in Auxonne, onder bevel van generaal Jean-Pierre du Teil. In opdracht van Du Teil onderdrukte hij op 19 juli 1789 een hongeropstand.

Tijdens de revolutie werd de Corsicaanse patriot Pasquale Paoli uitgenodigd om terug te keren uit Engeland. Nadat hij door de revolutionairen in Parijs als een held was ontvangen, vestigde Paoli zich in 1790 opnieuw op Corsica - nu een Frans departement - waar hij de leiding van het plaatselijk bestuur in handen kreeg. Tot zijn medewerkers van die tijd behoorde Napoleon Bonaparte. Maar Paoli kreeg het moeilijk met de revolutie toen die steeds radicaler werd. In 1793 mislukte een poging om met een Frans legertje vanuit Corsica Sardinië te veroveren, omdat Paoli de expeditie heimelijk saboteerde. Als gevolg daarvan eiste de Nationale Conventie in Parijs zijn arrestatie.

Paoli ontketende opnieuw een opstand en verdreef met Britse hulp de Fransen uit hun voornaamste steunpunten. De clan Bonaparte die zich tegen Paoli had gekeerd moest vluchten. In 1794 stelde Corsica zich onder Brits gezag. Als de zelfstandige Corsicaanse Republiek kreeg het een eigen grondwet, met de Britse koning George III als koning en de Brit Sir Gilbert Elliot werd onderkoning. Paoli werd echter door de Britten aan de kant geschoven en verliet in 1795 Corsica voorgoed. In 1796 werd Corsica weer Frans.

thumb|Napoleon laat de opstandelingen met kartetsen beschieten op de treden van de Église Saint-Roch thumb|Huwelijk van Napoleon met Joséphine de Beauharnais thumb|Napoleon trekt de Alpen over, geschilderd door Jacques-Louis David

Langs Toulon en Parijs naar het voorplan

In januari 1793 werd Lodewijk XVI onthoofd in Parijs. Onder druk van echte en vermeende vijanden in binnen- en buitenland, evolueerde de Revolutie naar een legale Terreur. Verschillende delen van het grondgebied waren niet onder controle. Onder Jean-François Carteaux was kapitein Bonaparte in de zomer betrokken bij het neerslaan van de Federalistische opstanden in Avignon. Op 28 juli had hij op de jaarmarkt van Beaucaire een ontmoeting met vier zuiderse opposanten, die hij tijdens het avondeten zou hebben overtuigd van de gerechtvaardigdheid van de zaak van de Nationale Conventie. Hij schreef hierover Le Souper de Beaucaire, een jakobijns pamflet dat met de steun van conventieleden gedrukt werd. Op korte termijn hielp het ongetwijfeld zijn carrière vooruit, maar als keizer zou hij de sporen ervan proberen uit te wissen.

Eind 1793 slaagde Napoleon erin om de oorlogshaven Toulon, die in handen was van royalisten en gematigde revolutionairen, in te nemen. Deze overwinning versterkte zijn band met Augustin Robespierre, de broer van de jakobijnenleider Maximilien. Na de val van Robespierre, werd Bonaparte op 9 augustus 1794 gearresteerd en zat hij elf dagen in de gevangenis van het Fort Carré van Antibes, op verdenking van robespierrisme.

In 1795 kreeg hij eerst een voorstel om in de Vendée een bevel op zich te nemen, maar dit weigerde hij. Van Nice verhuisde hij naar Parijs. Hij leefde er in grote armoede. Zonder succes trachtte hij een overplaatsing naar Constantinopel te bekomen om daar zijn diensten aan te bieden aan de sultan Selim III van het Ottomaanse Rijk.

In oktober kwam zijn kans om op de voorgrond te treden. Op vraag van de regering sloeg Napoleon te Parijs de royalistische opstand van 13 Vendémiaire neer door met 40 kanonnen kartetsen op de menigte te schieten. Als beloning werd hij vervolgens bevorderd tot brigadegeneraal.

Italiaanse Veldtocht en huwelijk met Joséphine

In maart 1796 kreeg hij als 26-jarige het opperbevel over het leger van Italië, om Oostenrijk aan te vallen. De motieven van het Directoire waren politiek. Op 9 maart was hij gehuwd met Joséphine de Beauharnais, die de maîtresse van Paul Barras geweest was en uit haar briefwisseling blijkt dat Barras Napoleon dit commando beloofd had, voordat zij er in toegestemd had hem te huwen. Napoleon was verliefd op haar; anderzijds was zij iemand met veel relaties in de Parijse salons, wat gunstig was voor hem. Barras zou volgens zijn collega's over Bonaparte gezegd hebben: "Promoveer deze man, of hij zal zichzelf promoveren zonder jullie". Door haar contacten met vertegenwoordigers van het Ancien Régime, de Revolutie en leden van het Directoire, bleek Josephine zelfs een waardevolle steun te zijn tijdens de staatsgreep van Napoleon op 18 Brumaire (9 november 1799).

Slechts twee dagen na zijn huwelijk reisde Napoleon naar Nice aan de Côte d'Azur. Hij nam er het opperbevel van het zogenaamde Italiëleger op zich. Vanaf dat moment schreef hij zijn familienaam op Franse wijze als Bonaparte in plaats van Buonaparte.

Het leger van Italië was verwaarloosd. De soldaten waren slecht gevoed en hadden in maanden geen soldij ontvangen. Napoleon herstelde er de discipline, stak de Alpen over, dwong Piëmont tot capitulatie en rukte op naar Piacenza. Op 10 mei 1796 versloeg hij de Oostenrijkers in de Slag bij Lodi en op 14 mei deed hij zijn intrede in Milaan. Hierna volgden er twee slagen (de Slag bij de brug van Arcole en de Slag bij Rivoli) die Napoleon won. Dankzij deze overwinningen kon hij doordringen tot op 120 km afstand van Wenen. Na moeizame onderhandelingen werd een vredesverdrag ondertekend door Napoleon en de Oostenrijkse afgevaardigde graaf Ludwig von Cobenzl in het plaatsje Campo-Formio (regio Friuli-Venezia Giulia).

Mediterrane veldtocht van 1798: Malta, Egypte, Akko

Na een triomftocht in Parijs met de Italiaanse oorlogsbuit richtte Napoleon zijn vizier op Groot-Brittannië. Hiervoor bracht hij de Franse mediterrane veldtocht van 1798 op gang, met als belangrijkste onderdeel de Egyptische expeditie. Deze veldtocht had een dubbel doel: enerzijds wilde hij Frankrijk een grotere koloniale macht laten worden dan Groot-Brittannië en anderzijds wilde hij de Britten treffen in het hart van het Britse Rijk, namelijk in de verbinding tussen Groot-Brittannië en Brits-Indië. Het Directoire (destijds het Franse revolutionaire bewind) en vooral Paul Barras, zag de in macht rijzende Napoleon liever gaan, maar wilde daarvoor niet de hele vloot riskeren. Bovendien werd het einddoel, Egypte veroveren en Brits-Indië aanvallen, als onhaalbaar gezien.