Sigur Rós is een IJslandse postrockband. De groep bestaat uit zanger/gitarist Jón Þór 'Jónsi' Birgisson, en bassist Georg 'Goggi' Hólm. Tot 1999 was Ágúst Ævar 'Gústi' Gunnarsson de drummer van de band. In 2013 werd bekend dat toetsenist Kjartan 'Kjarri' Sveinsson na 15 jaar stopt met Sigur Rós. In 2018 stopte drummer Orri Páll Dýrason na een beschuldiging van seksueel wangedrag.Drummer Sigur Rós stapt uit band na aantijgingen seksueel misbruik NU.nl, 1 oktober 2018

De band bracht in 1997 hun debuut Von uit, een ambient/postrockalbum. Twee jaar later begon Sigur Rós zich alleen op postrock te richten en kwam de doorbraak met Ágætis byrjun dat ze bekendheid opleverde in Europa en de Verenigde Staten. In 2002 volgde het titelloze album ( ) en in 2005 Takk..., met de single Hoppípolla. In 2008 kwam Með suð í eyrum við spilum endalaust uit, waarbij ook folkrock en alternatieve rock te horen is. In 2007 werd een documentaire over de band en IJsland gemaakt, genaamd Heima. Na een pauze te hebben genomen om meer bij hun familie te kunnen zijn, kwam in 2012 het album Valtari en in 2013 Kveikur.

Sigur Rós staat bekend om de kopstem van Jónsi en de symfonische, melodische klanken, ook wel omschreven als 'intense droomrock'. De postrock van Sigur Rós wordt verder gekenmerkt door een rustige opbouw, uitmondend in een groots klinkende climax. Opvallend zijn Jónsi's gebruik van een cellostrijkstok op zijn gitaar en het verwerken van zijn eigen verzonnen klanken als taal, het 'Vonlenska'.

Biografie 1994 - 1998: Oprichting en Von In januari 1994 richtten Jón Þór Birgisson, Georg Hólm en Ágúst Ævar Gunnarsson de band Victory Rose op. Het trio kende elkaar van hun school in Reykjavík en vormde de band op de dag dat het zusje van Jónsi werd geboren. Dat zusje heette Sigurrós, wat werd vertaald als Victory Rose. Veel zaken in de band vonden min of meer per toeval plaats: Jónsi nam de vocalen op zich omdat de andere bandleden onvoldoende konden zingen. Daarnaast werd de strijkstok die hij gebruikt op zijn gitaar geïntroduceerd door Ágúst nadat hij het voorwerp voor zijn verjaardag kreeg. Het trio huurde een kleine studio in Reykjavík, waar ze het nummer Fljúgðu op namen. De bandleden stuurden de tape naar de lokale platenmaatschappij Bad Taste (in IJsland bekend als Smekkleysa), die zo onder de indruk was van het nummer dat de band er meteen een platencontract mee verdiende. Fljúgðu werd tevens het eerste nummer dat op een officiële plaat verscheen: in 1994 belandde het (nog steeds onder de naam Victory Rose) op het compilatiealbum Smekkleysa í hálfa öld.

Fljúgðu bevatte een IJslandse tekst en omdat de bandleden later ook in die taal wilden schrijven werd ervoor gekozen om een IJslandse bandnaam aan te houden. Victory Rose werd daardoor Sigur Rós. Met het platencontract op zak begon de band in 1994 aan de opnamen voor het debuutalbum. Deze vonden plaats in Mosfellsbær en namen in totaal drie jaar in beslag. Dit werd onder andere veroorzaakt doordat er weinig geld was voor het huren van de studio en dat de bandleden worstelden met de muziekstijl. Fljúgðu was een postrock/ambientnummer, maar tijdens de opnamen werd er ook geëxperimenteerd met muziek in de stijl van The Smashing Pumpkins. Dit werd niet voortgezet en de band keerde terug naar postrock. Andere redenen voor de vertraging waren dat Georg zijn opleiding tot filmmaker had en Jónsi in een andere band speelde (Bee Spiders).

Na afronding van het album verschenen de nummers in een compleet andere vorm dan dat ze voor de opnamen klonken. De bandleden overwogen om alle opnamen te schrappen en opnieuw te beginnen, maar daar zagen ze vanwege tijdgebrek van af. Het leren spelen van de nummers duurde ook een heel jaar. Het album kreeg de naam Von ('hoop') en werd in september 1997 uitgebracht. De stijl van de plaat was erg experimenteel en bevatte een ambientlaag. Von werd in het eerste jaar 313 maal verkocht en kreeg sporadische aandacht in de IJslandse pers: IJslands' meest prominente krant Morgunblaðið noemde het album "exceptioneel". Onder begeleiding van hun eerste manager (de baas van de plaatselijke platenzaak) speelde Sigur Rós hun eerste toer door IJsland, in buurthuizen en cafés. In 1998 begon toetsenist/gitarist Kjartan Sveinsson met het helpen van de band, waarna hij al snel aan de line-up werd toegevoegd.

1998 - 2001: Von brigði en Ágætis byrjun Om de tijd tussen twee albums in voor fans te verkorten besloot Sigur Rós een remixalbum van Von uit te brengen. Von brigði ('teleurstelling') werd in augustus 1998 uitgebracht en bevatte bijdragen van múm, GusGus en Sigur Rós zelf. Het nummer Leit af lifi behaalde de eerste plaats in de IJslandse hitlijst en bleef er de hele zomer. In augustus begon Sigur Rós ook met het werk aan het tweede album. Voor de distributie kwam platenmaatschappij Skífan in beeld, maar na onderhandelingen bleef de band bij Bad Taste. Zij zorgden voor producer Ken Thomas, die de productie van het album ging regelen. In de herfst begon Sigur Rós een collaboratie met muzikant Steindór Andersen. Samen speelden ze onder andere op een openingsfeest van GusGus en maakten ze IJslandse rímur, een vorm van epische poëzie. Ondertussen gingen de opnamen van het album door. Deze vonden plaats in Stúdíó Núlist en Studíó Sýrland en moesten aanvankelijk voor de kerst afgerond zijn. Dit haalde de band echter niet; de productie ging door tot de zomer van 1999.

Kort na de opnamen besloot Ágúst de band te verlaten om grafisch ontwerp te studeren. Zijn laatste optreden was tijdens het openingsconcert van het tweede album Ágætis byrjun (een goede start) in het Icelandic Opera House. Het album werd in juni 1999 in IJsland uitgebracht en kende twee singles: Svefn-g-englar en Ný batterí. Het album, dat de koppositie in de IJslandse hitlijst haalde, kreeg wereldwijd lovende kritieken: Pitchfork Media noemde Sigur Rós "de eerste vitale band van de 21e eeuw". Ágætis byrjun kreeg ook enkele onderscheidingen: het album werd in 2001 de winnaar van de Amerikaanse Shortlist Music Prize en werd in IJsland uitgeroepen tot ’s lands beste album aller tijden. De Engelse platenmaatschappij Fat Cat kreeg interesse in de band doordat ze een tip kregen van Bad Taste en sloot een contract met de band af qua distributie in het Verenigd Koninkrijk. Svefn-g-englar verscheen in september 1999 als de eerste uitgave en kreeg bekendheid doordat NME het nummer 'single van de week' noemde en dat "de muziek zo prachtig en oprecht is, dat je je een onwelkome gast voelt". In augustus 2000 volgde in het Verenigd Koninkrijk de uitgave van Ágætis byrjun.

thumb|Het Sigur Rós-logo dat gebruikt werd voor de uitgave van Ágætis byrjun Na het concert in het Icelandic Opera House in juni 1999 werd een pauze van één maand gehouden. De band had drummer Orri Páll Dýrason gevonden als vervanger van Ágúst en konden zo aan elkaar wennen. Ten tijde van Ágúst's vertrek speelde Orri in een andere band die een repetitieruimte deelde met Sigur Rós, waardoor hij in contact kwam met de bandleden. Met Orri als drummer begon Sigur Rós in juli aan een IJslandse toer door negen steden waarbij alleen nieuwe nummers werden gespeeld. De band ontwikkelde een gewoonte om tijdens concerten alleen nieuwe nummers te spelen, omdat ze verveeld raakten van de oude nummers. Ook begon strijkkwartet amiina met het begeleiden van Sigur Rós tijdens liveoptredens.

In januari 2000 speelde de band hun eerste optreden buiten IJsland in een achterkamer in het Londense Union Chapel. Drie maanden later was de band in Engeland het voorprogramma van Godspeed You! Black Emperor. Tegen het einde van het jaar verscheen Sigur Rós ook als voorprogramma van Radiohead tijdens hun Europese toer. Daarnaast kreeg Sigur Rós bekendheid in de Verenigde Staten, wat resulteerde in een jacht van verschillende Amerikaanse platenlabels op de rechten van de band. Sigur Rós koos voor MCA Records omdat zij de meeste vrijheid boden in het maken van muziek. De band behield wel haar eigen rechten: de muziek werd uitgebracht via Sigur Rós' eigen platenlabel Krúnk en de rechten werden geleased aan MCA.

2001 - 2003: Eigen studio en een naamloos album thumb|De Álafoss rivier, in Mosfellsbær, IJsland Met het geld dat verdiend werd uit de platencontracten werd besloten een eigen studio op te zetten. Het verscheen op de locatie van een omgebouwd zwembad nabij de waterval van de rivier Álafoss in Mosfellsbær. De leden gaven de studio de naam 'sundlaugin' ('het zwembad'). Na afronding van het gebouw begon het werk aan het derde album. Tussendoor begon de band in april 2001 een Amerikaanse, Europese en Japanse toer. Ook werd de band uitgenodigd voor een optreden in de David Letterman-show (die geweigerd werd nadat de organisatie vier minuten speeltijd aanbood) en verscheen het bij Craig Kilborn. Tussen de optredens door werd doorgewerkt aan nieuwe nummers, die vaak tijdens concerten meteen uitgeprobeerd werden. Na de toer konden de opnamen beginnen in Álafoss. Alhoewel het plan was om het album in juni 2002 klaar te hebben ging het werk door tot na de zomer, waardoor er enkele Europese festivaloptredens geannuleerd moesten worden.

In 2001 begon de band een nieuwe collaboratie met Steindór Andersen. Er werden in de nieuwe studio zes rímur-nummers opgenomen, waarvan drie met een contributie van Sigur Rós. De nummers verschenen op de ep Rímur, dat duizend maal gedrukt werd en tijdens concerten in 2001 verkocht werd. Een jaar later werkte de band behalve met het werk aan een nieuw album ook aan een muzikaal stuk, dat het gedicht Hrafnagaldr Óðins moest begeleiden. Het stuk kreeg de titel 'Odin's Raven Magic' en werd gedebuteerd 24 mei in Reykjavik. Een ander project in 2002 was de soundtrack voor Hlemmur, een IJslandse documentaire. Het gelijknamige album bevatte elektronische muziek en geen vocalen. Hlemmur werd eerst tijdens concerten verkocht; in 2007 kwam het officieel op de markt.

thumb|Jón Þór Birgisson en Georg Hólm in 2006 op het Roskilde Festival, met strijkkwartet amiina op de achtergrond In de zomer was het album gereed en de uitgave volgde op 28 oktober. Het album had een onuitspreekbare titel, bestaande uit twee haakjes. De nummers op ( ) hadden officieel ook geen naam. Ter referentie (ook voor de band zelf) werden er wel werktitels vrijgegeven. Het album klonk in vergelijking met Ágætis byrjun donkerder, rauwer en minder toegankelijk. Jónsi over het gebrek aan naamgeving: "Het is aardig dat er geen titels bekend zijn; het is alleen de muziek." Hij benadrukte dat luisteraars hun eigen interpretatie aan de nummers en de zang konden geven. Het gehele album werd door Jónsi gezongen in het 'Vonlenska' ('Hooplands'), betekenisloze klanken die een soort eigen taal vormen.

( ) werd positief ontvangen in de media, maar het werd niet beter beoordeeld dan Ágætis byrjun. Het album behaalde in de Verenigde Staten de 52e plaats in de Billboard 200. ( ) had één single: Untitled #1 ("Vaka"), met een video geregisseerd door Floria Sigismondi. Deze clip won de prijs van Best Video bij de MTV Europe Music Awards in 2003. Dat jaar begon Sigur Rós ook met een Europese en Amerikaanse toer waarbij onder andere in het Londense Hammersmith Apollo werd gespeeld.

2003 - 2006: Takk... en overige projecten