De goddelijke komedie (La Divina Commedia) is een allegorisch epos van de Florentijnse dichter Dante Alighieri, geschreven in het eerste kwart van de 14e eeuw (ca. 1307-1321), terwijl hij in ballingschap was van de Florentijnse Republiek. Het behoort tot de erkende meesterwerken van de wereldliteratuur,Shakespeare's only authentic poetic rival — Bloom, p. 77. en tot de grootste culturele prestaties van de middeleeuwen.
Dante beschrijft in de Komedie zijn imaginaire reis door de drie rijken van het hiernamaals: hel, vagevuur en hemel. Hij is zowel auctor (auteur) als actor (acteur) in zijn eigen gedicht, dat lange tijd Il Dante genoemd werd. Hij wordt op zijn reis vergezeld door de dichter Vergilius tot aan de hemelpoort, van waaraf Beatrice hem verder gidst tot voor God.
Aanvankelijk noemde Dante zijn magnum opus in een brief aan Cangrande della Scala simpelweg Comedia;Libri titulus est: Incipit Comoedia Dantis Alagherii, Fiorentine natione, non moribus. (De titel van het boek is: Hier begint de komedie van Dante Alighieri, Florentijn, niet gestorven).Schrijfwijze zie onder meer: La divina commedia, Inferno, Canto xvi, vers 128 en de incipit van de eerste druk in de afbeelding hierbij. het was Boccaccio die het in 1360 zijn huidige eretitel gaf, maar die werd in de twee eeuwen die daarop volgden nooit gebruikt. De titel Divina Commedia werd voor het eerst gebruikt bij een publicatie in 1555 door de drukker Gabriele Giolito de’Ferrari, die in Venetië in opdracht van Ludovico Dolce een uitgave van het werk drukte.Rosaldo Ordano, E cosi’ la commedia divenne divina. De opeenvolging van de drie delen, Inferno (hel), Purgatorio (vagevuur) en Paradiso (paradijs), van diepe ellende tot het hemels paradijs, illustreert de definitie die Dante zelf aan het woord comedia gaf,Imke Walenberg, Dante’s Divina Commedia; de Hel in woord en beeld, masterscriptie, Universiteit Utrecht, juni 2009, p. 8. een komedie als een verhaal dat goed afliep, in tegenstelling tot een tragedie. miniatuur|Eerste bladzijde van de eerste druk in april 1472 door Johann Neumeister, gedrukt in Foligno.
Achtergrond Kunsthistorici plaatsen Dante met beide voeten in de middeleeuwen en zijn Goddelijke komedie is daar de mooiste illustratie van. Het werk getuigt van een diepchristelijke levenshouding die gericht was op het hiernamaals en doordrongen van de heilsgedachte: de verlossing van de mensheid uit de zonde door de kruisdood van Christus. Tijdens zijn opleiding had hij uiteraard kennis gemaakt met een aantal van de klassieke schrijvers en hij leefde in de nadagen van de kruistochten, de tijd dat veel Helleense ideeën uit de Moslimwereld weer Europa bereikten. Er was dus heel wat aan het veranderen in Italië in het algemeen en in Florence in het bijzonder. Dante toonde weliswaar zijn sterke voorkeur voor klassieke schrijvers en filosofen, maar zijn kennis van de klassieken was vrij beperkt. Hij kende weinig van de Romeinse geschiedenis en zijn concept van historie was eerder theologisch. Dante was dus geen renaissancedichterSimon A. Gibson, Dante and Renaissance Florence, Cambridge University Press, 2009, Introducion pp.2-3. maar hij kan wel gezien worden als een voorbode van de renaissance, zo zijn de zielen die hij ontmoet op zijn reis duidelijke individuen en geen archetypen zoals in de overige literatuur uit zijn tijd, en de belangrijkheid van het individu is een van de verworvenheden van de renaissance.
miniatuur|Edgar Degas, 1857-1858, Dante en Vergilius aan de ingang van het Inferno
Culturele achtergrond Poëzie in Italië in de dertiende eeuw In Dantes tijd was het gebruik van de volkstaal in de literatuur en de poëzie stilaan op gang gekomen en er werd vrij levendig gedebatteerd over hoe Italiaanse poëzie er moest uitzien. Een eerste dichtersschool had zich ontwikkeld aan het hof van Frederik II op Sicilië, de Siciliaanse school (Scuola Poetica Siciliana), met als voornaamste vertegenwoordiger Giacomo da Lentini. De stijl van de Siciliaanse school werd naar Toscane gebracht door Guittone d'Arezzo. Guittone was de figuur die de overgang van de lyrische aristocratische Provençaalse poëzie, waarop de Siciliaanse school was gebaseerd, naar het milieu van burgerlijke handelaars en financiers bewerkstelligde. Ook al waren Dantes eerste werken in de stijl van Guittone, toch zou Dante later de stijl van Guittone fel bekritiserenGiorgio Petrocchi, Vita di Dante (E-Boek: samenvatting van het gelijknamige boek origineel bij Editori Laterza) 1997, p. 22. vanwege diens excessieve retoriekJay Ruud, Critical Companion to Dante, Infobase Publishing 2008, p. 352. en zijn weinig hoogstaande taal. Hij vond de stijl plebejisch.
De Siciliaanse school werd in Toscane voortgezet door een aantal dichters zoals Guido Guinizzelli (?1230-1276) en Guido Cavalcanti (?1259-1300) die de stijl van de hoofse liefde van de Occitaanse troubadours en de Siciliaanse school introduceren in het Toscaans, maar de liefde die bezongen wordt door de Toscanen is de hooggestemde platonische liefde, filosofisch onderbouwd. Deze nieuwe stijl werd door Dante de dolce stil novo genoemd.
Taal De Komedie is geschreven in het vernaculair, meer specifiek in het Florentijnse dialect, en is daarmee een van de eerste grote werken in de Italiaanse volkstaal; in Dantes tijd werd nog meestal het Latijn gebruikt als schrijftaal. Maar de discussie over de Italiaanse standaardtaal kwam pas goed op gang bij het begin van de zestiende eeuw, dus bijna 200 jaar na het overlijden van Dante. Er waren voorstanders van de lijn die Dante had verdedigd in zijn De Vulgari Eloquentia zoals Giangiorgio Tressino, maar de meeste invloed ging uit van Pietro Bembo die in zijn Prose della volgar lingua, gepubliceerd in 1525 pleitte voor het Florentijnse dialect zoals het gebruikt werd door Petrarca in zijn poëzie en door Boccaccio in zijn proza. Dantes taal was voor Bembo te excessief en extreem en niet 'hoofs' genoeg.Michael Caesar, Dante: The Critical Heritage, Routledge, 1989, pp.23-24.
Dante schrijft in de Divina Commedia dat hij zijn stijl aan Vergilius dankt (Inferno (Hel) vers 85 canto I):
(Virgilio) Tu se' lo mio maestro e 'l mio autore, / tu se' solo colui da cu'io tolsi / lo bello stilo che m'ha fatto onore (Vertaling: (Vergilius) Jij bent mijn meester en mijn schrijver / alleen van jou nam ik over / de mooie stijl die me beroemd maakte)
Visuele kunsten De tijd van Dante kende ook een aantal belangrijke ontwikkelingen op het domein van de visuele kunsten. Zowel in de schilder- als in de beeldhouwkunst zien we het ontstaan van het realisme en de nieuwe benadering van de menselijke figuur. Schilders zoals Giotto gaan door hun aandacht voor beweging en uitdrukking de individuele persoonlijkheid en identiteit trachten weer te geven. Ook in de Commedia vinden we die realistische strekking terug.Vittorio Montemaggi, Matthew Treherne, Abi Rowson, Visual Arts in Dante's Italy, Leeds Centre for Dante Studies at theUniversity of Leeds, and the Devers Program in Dante Studies at the University of Notre Dame. In de werken van Dantes tijdgenoten zien we een ommekeer in de westerse kunst die uiteindelijk zal leiden tot de renaissance, Giotto wordt hierin algemeen als een sleutelfiguur gezien. Giotto en Dante kenden elkaar overigens persoonlijk en ze hebben elkaar waarschijnlijk ontmoet in Padua tijdens de werken aan de Cappella degli Scrovegni.
Het intellectuele leven in Dantes tijd Het intellectuele leven in de dertiende en veertiende eeuw in Europa werd grotendeels beheerst door de verspreiding van de eerste Latijnse vertalingen van de werken van Aristoteles en de commentaren daarop door de grote islamitische filosofen zoals Avicenna en Averroes.Marvin Perry, Myrna Chase, Margaret C. Jacob, James R. Jacob, Western Civilization: Ideas, Politics, and Society, Houghton Mifflin Harcourt Publishing Company, 2008, pp.261/262. De invloed van de Griekse filosoof op het westerse denken is van zeer grote invloed geweest. Zijn werken gaven een verklaring voor de werking van de natuur en de menselijke natuur zonder beroep te doen op de theologie of op een goddelijk wezen. Het is dan ook de periode waarin christelijke geleerden en filosofen zoals Albertus Magnus en zijn leerling Thomas van Aquino naast nog vele anderen de filosofie van Aristoteles trachten te verzoenen en in lijn te brengen met het christelijke geloof.Vittorio Montemaggi, Matthew Treherne, Abi Rowson, Intellectual life in Dante's Italy, Leeds Centre for Dante Studies at theUniversity of Leeds, and the Devers Program in Dante Studies at the University of Notre Dame. Tot dan toe was de christelijke leer vooral gebaseerd geweest op de leer van de kerkvaders en hun ideeën dat alles was geschapen en in stand werd gehouden door een goddelijke daad van liefde. Het bekend worden van het werk van Aristoteles veranderde daar niet veel aan op korte termijn, maar in de theologische debatten van Dantes tijd werd wel meer en meer de nadruk gelegd op de menselijke rede die in staat was de wereld te begrijpen zonder beroep te doen op de openbaring. De Commedia is in vele opzichten te interpreteren als Dantes bijdrage aan deze debatten.
Islam Tijdens Dantes leven raakte kennis van islamitische denkbeelden verspreid in Europa vanuit twee grote centra: eerst via het hof van Alfons X van Castilië in Toledo en dan via dat van Frederik II van Sicilië in Palermo.Maria Corti, Dante and Islamic Culture, in: Jan M. Ziolkowski (red.), Dante and Islam, 2003, p. 45-64 Lange tijd nam men aan dat dit geen invloed had op de diepchristelijke Komedie, die Mohammed en Ali als schismatische figuren door klievende wonden laat kwellen. Hoewel gelijkenissen met moslimgeschriften – in het bijzonder de Nachtreis van Mohammed – al eerder waren opgemerkt, was de grote oriëntalist Miguel Asin y Palacios in 1919 de eerste om dit systematisch te behandelen.Miguel Asín Palacios, La Escatalógia musulmana en la Divina Comedia, 1919 Dantisti negeerden zijn theorie omdat ze geen plausibele bron zagen waarlangs Dante kennis kon hebben gekregen van die traditie. Daar kwam verandering in toen Ugo Monneret de Villard in een notitie wees op het bestaan van twee middeleeuwse manuscripten met de Franse en Latijnse vertalingen van het Boek van Mohammeds Ladder.Lo studio dell'Islam in Europa nel XII e nel XIII secolo, 1944, p. 53-54 Dit spoor werd in 1949 verkend door Enrico Cerulli en José Muñoz Sendino, die Dantes leermeester Brunetto Latini aanwezen als verbindende schakel.Enrico Cerulli, Il 'Libro della Scala' e la questione delle fonti arabospagnole della Divina Commedia, 1949José Muñoz Sendino, La Escala de Mahoma. Traduccion del Arabe al Castellano, Latin y Frances, ordenado por Alfonso X el Sabio, 1949 Sindsdien is een debat losgebarsten over de draagwijdte van deze islamitische invloed. Verschillende motieven en thema's uit het boek komen nergens voor in de christelijke traditie van hiernamaalsreizen: de hiërarchie van hemelen en hellecirkels, de gids die niet mee kan in het paradijs, de contrapasso (tegengestelde straf)... Bovendien zijn in heel wat passages formele en tekstuele overeenkomsten aan te wijzen. De islamitische achtergrond is dus aanwezig in de Goddelijke Komedie, als een van de invloeden in het complexe bouwsel. Maar Dante plaatst Mohammed diep in de hel (canto 27-28, zie verder). De historica María Rosa Menocal sprak over een haat-liefdeverhouding van Dante tegenover de Arabisch-islamitische cultuur, die hij verwerkte zonder zijn fascinatie aan het publiek te laten blijken.Christian Lange, Dante en het islamitisch paradijs, Armada, 2021, nr. 2. Gearchiveerd op 1 april 2023.María Rosa Menocal, The Arabic Role in Medieval Literary History. A Forgotten Heritage, 1990, p. 131. Gearchiveerd op 22 juni 2023.
Politieke achtergrond