miniatuur|De toren van Babel, [olieverf op eiken paneel, 114 × 155 cm] (Kunsthistorisches Museum) miniatuur|De 'kleine' toren van Babel, 1563 (Museum Boijmans Van Beuningen) miniatuur|Nederlandse spreekwoorden, 1559, [olieverf op paneel, 117 × 163 cm] (Gemäldegalerie Berlijn) miniatuur|Dulle griet, 1561, [olieverf op eiken, 74 × 98 cm] (Museum Fritz Mayer van den Bergh) miniatuur|Kinderspelen, 1560, [olieverf op paneel, 118 × 161 cm] miniatuur|De schilder en de koper, tekening, 1565. De figuur met de kwast wordt soms – mogelijk ten onrechte – beschouwd als een zelfportret
Pieter Bruegel de Oude of 'de Boerenbruegel' (Breugel of Breda, ca. 1525-'30 – Brussel, 9 september 1569) was een kunstschilder die behoorde tot de Noordelijke renaissance en Antwerpse School. Hij was de vader van Pieter Brueghel de Jonge en van Jan Brueghel de Oude. Zelf schreef hij zijn naam en tekende hij zijn werken van 1559 tot aan zijn dood als Bruegel (zonder "h" dus), maar zijn zoons tekenden met Brueghel wat voor hem dan soms ook gebruikt wordt.
Biografie Geboortedatum De oudste vermelding van Pieter Bruegel stamt uit 1551, toen hij als meesterschilder werd ingeschreven in de Liggeren, het register van het Antwerpse Sint-Lucasgilde.De liggeren en andere historische archieven der Antwerpsche sint Lucasgilde van 1453-1615, bewerkt en uitgegeven door Ph. Rombouts en Th. van Lerius, Antwerpen, 1872-1876, p.175. Hij staat daar genoteerd als Peeter Bruegels, schilder. Omdat schilders in die tijd meestal tussen hun 21e en hun 25e levensjaar als meester tot het gilde toetraden,Nadine Orenstein zegt hier duidelijk dat dit een normale leeftijd was om meester te worden, maar dit was geen gildereglement! wordt er doorgaans van uitgegaan dat Pieter Bruegel ergens tussen 1525 en 1530 geboren werd.
Geboorteplaats De geboorteplaats van Pieter Bruegel is niet bekend. De plaatsen die het meest genoemd worden zijn Breda en Breugel in Noord-Brabant. Breda wordt als geboorteplaats genoemd in de beschrijving van de Lage Landen van Lodovico Guicciardini,Lodovico Guicciardini, Descrittione di tutti i Paesi Bassi, altrimenti detti Germania inferiore (1567, te Antwerpen door Willem Silvius). die nog tijdens Bruegels leven verscheen. Breugel wordt genoemd in Karel van Manders Schilder-boeck uit 1604, zowel in de titel van de bijdrage over Pieter Bruegel (Pieter Brueghel, uytnemende Schilder van Brueghel) als in de tekst van de bijdrage zelf: den welcken is geboren niet wijt van Breda, op een Dorp geheeten Brueghel, welcks naem hy met hem ghedraghen heeft, en zijn naecomelinghen ghelaten.Karel van Mander, Haarlem 1604, fol. 233r. Van Manders tekst zou gebaseerd zijn op mondelinge overdracht van Gillis van Coninxloo. De moeder van Gillis was een zus van de eerste vrouw van Pieter Coecke van Aelst en die was dus een oom van Gillis van Coninxloo. Maar ook als een groot gedeelte van wat Van Mander schreef afkomstig zou zijn van Gillis van Coninxloo blijft het zo dat die voor het grootste gedeelte van de jaren 1560 in Frankrijk verbleef en waarschijnlijk Pieter Bruegel niet zelf gekend heeft. H. Miedema in: Karel van Mander, The Lives of the Illustrious Netherlandish and German Painters, from the First Edition of the Schilder-Boeck. Edited by Hessel Miedema, 6 vols. Doornspijk, 1994-1999., Vol 3, pp.78-79. Naast Breugel en Breda wordt ook wel Grote-Brogel bij Bree (Latijn: Breda) als mogelijke geboorteplaats genoemd, maar dit wordt minder waarschijnlijk geacht, aangezien deze plaats in het prinsbisdom Luik lag en niet in het hertogdom Brabant, waar Bruegel volgens Van Mander vandaan kwam.Pieter Bruegel (I) op site Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie. Een barbier-chirurgijn met de naam Pieter Bruegel die in 1566 in Bergen op Zoom is overleden, kan zeer wel de vader zijn geweest van de schilder.De Waterschans, 2019/2, blz. 70-77Jaco Zuijderduijn, "Seeking Pieter Bruegel the Elder’s Father: Pieter Bruegel the Eldest (†1566), Pensioner in Sint-Janshuis Retirement Home, Bergen op Zoom", in: Early Modern Low Countries, 2020, nr. 1, pp. 82-101.
Opleiding Bruegel zou - nog steeds volgens Karel van Mander in diens Schilderboeck - rond 1545 als leerling zijn opgenomen in het atelier van Pieter Coecke van Aelst, hoewel hiervan niets is terug te vinden in de liggeren. De kunsthistorici merken hier meestal bij op dat de kunst van Pieter Bruegel diametraal staat op de stijl van Pieter Coecke. Coeckes werk is sterk beïnvloed door de Italiaanse kunst waar Bruegels werk veeleer kan gezien worden als een reactie tegen deze italianisering.Nadine M. Orenstein, The Elusive Life of Pieter Bruegel the Elder in: Pieter Bruegel the Elder. Drawings and Prints, ed. Nadine M. Orenstein, The Metropolitan Museum of Art, New York, Yale University Press, New Haven and London, 2001, p. 5 In elk geval moet hij als schildersleerling naar Antwerpen zijn gekomen: zo kon men verblijfsrecht bekomen zonder poortersgeld te betalen (hij is niet vermeld in de poortersboeken).
Mechelen Men kan aantonen dat Pieter Bruegel in 1550/1551 in Mechelen werkzaam was in het atelier van de schilder-kunstmakelaar Claude Dorizi. Hij werkte er met Peeter Baltens aan een triptiek besteld door de handschoenmakersgilde voor hun kapel in de Sint-Romboutskerk.Adolf Monballieu, "P. Bruegel en het altaar van de Mechelse handschoenmakers (1551)", in: Koninklijke kring voor oudheidkunde, letteren en kunst van Mechelen, 1964, p. 92-110 Baltens verzorgde de binnenzijde van het drieluik en Bruegel schilderde de Sint Gommarus en Sint Rombout op de buitenzijde van de zijluiken, zoals gebruikelijk in grisaille.Nadine M. Orenstein, 2001, p. 5, noot 16. Dit spoort met het verhaal van Karel van Mander over de opleiding bij Pieter Coecke, want die stierf in 1550. Coeckes vrouw, die van Mechelen afkomstig was, bracht Bruegel misschien in contact met Dorizi.Nadine M. Orenstein, 2001, p. 5, noot 17.
Italië Bruegel maakte van 1552 tot 1554 een reis naar Italië. Dat was in zijn tijd nog uitzonderlijk, maar zou in latere generaties gebruikelijk worden voor noordelijke kunstenaars. Waarschijnlijk vertrok hij in het voorjaar van 1552, want de levertermijn van het Mechelse altaarstuk was vastgesteld op 11 oktober 1551, normaal te laat om nog dat jaar te vertrekken.Nils Büttner, 'Quid Siculas sequeris per mille pericula terras?' Ein Beitrag zur biographie Pieter Bruegels d. Ä. und zur Kulturgeschichte der niederländische Italienreise, in: Marburger Jahrbuch für Kunstgeschichte, 2000, p. 209 Hij reisde vermoedelijk met postpaarden langs de routes van de Tassispost en zal dat vanwege struikroverij en andere gevaren niet alleen hebben gedaan. Waarschijnlijke gezellen waren de jongere schilder Maerten de Vos, die in hetzelfde jaar afreisde, Abraham Ortelius, en misschien ook Jacob Jonghelinck.Leen Huet, Pieter Bruegel. De biografie, 2016, p. 113 De route laat zich slechts bij benadering reconstrueren aan de hand van Bruegels werk. Een verloren zicht op Lyon, vermeld in de nalatenschap van Giulio Clovio, toont aan dat hij langs die stad is gepasseerd, waar een beroemde Paasmarkt plaatsvond. Hoe hij vandaar naar Italië ging, is onzeker. Ofwel trok hij over de Alpen naar Milaan, waar Jonghelinck in mei is gesignaleerd, ofwel volgde hij de kust naar Genua, ofwel trotseerde hij de piraten en voer hij over zee naar Genua of Rome. Als hij via Milaan ging, waren Mantua, Venetië en Bologna logische haltes. Uit die laatste stad schreef Scipio Fabius in 1561 aan Ortelius, hem op het hart drukkend Petrus Bruochl te groeten.Dit zou ook zijn naamgenoot Pieter Bruegel kunnen zijn, een arts en vriend van Ortelius die in Padua had gestudeerd.
In 1553 en 1554 leefde Bruegel in Rome, waar hij verbleef bij de miniaturist Giulio Clovio. In Clovio's nalatenschap uit 1577 waren vijf werken van Maestro Pietro Brugole opgenomen, die ondertussen verloren zijn gegaan.Inventaris d.d. 4 januari 1578:Un quadretto di miniatura la metà fatto per mano sua l'altra di M.° Pietro Brugole (een miniatuur half door Clovio en half door Bruegel)Un quadro di Leon di Francia a guazzo di mano di M.ro Pietro Brugole (gouache van Lyon)Una torre di Babilonia fatta di auolio di mano di M.ro Pietro Brugole (Toren van Babel op ivoor)Un quadro di un albero a guazzo di M.ro Pietro Brugole (gouache van een boom)Due paesi di Pietro Brugal (twee landschappen)Tre disegni di Pietro Brugal in paese con molte stampe (drie tekeningen in het land met veel prenten).In Clovio's testament van 27 december 1577 wordt hiernaar verwezen als quadro babilonie et tribus aliis quadrettis Petri Brugal. Het waren miniaturen die Clovio naliet aan kardinaal Alessandro Farnese, zijn beschermheer in wiens Palazzo della Cancellaria hij woonde en waar Bruegel op bezoek kwam. Van Bruegels verblijf in Rome is één autografe tekening bewaard gebleven, die de Ripa Grande afbeeldt. Andere zichten die hij in Rome maakte, zijn bekend uit twee gravures van Simon Novellanus (naar tekeningen uit 1553) en uit een kopie van zijn zoon Jan (naar werk uit 1554). Ook Tivoli en Napels heeft hij ongetwijfeld bezocht. Sinds de restauratie wordt het Gezicht op de baai van Napels als een authentieke Bruegel beschouwd. Verder naar het zuiden schetste hij Reggio di Calabria, na zijn terugkeer hernomen in de tekening die hij maakte als ontwerp voor de prent Zeeslag in de Straat van Messina.Nadine M. Orenstein, 2001, pp. 6-7.Albert Smeets, Pieter Bruegel de Oude, Leven en werken chronologisch overzicht, in: Vlaanderen. Jaargang 18. Christelijk Vlaams Kunstenaarsverbond, Roeselare 1969. Afgaand op de stadsbrand was Bruegel mogelijk getuige van de verwoesting van Reggio door de Ottomaanse vloot begeleid door Gabriel de Luetz in juli 1552. Dit zou er dan weer voor pleiten dat hij uit Frankrijk de zeeroute naar het zuiden had genomen, al duurden de raids en zeeslagen nog voort tot 1553. Wanneer hij er ook was, vermoed wordt dat Bruegel de Straat van Messina overstak en Palermo op Sicilië aandeed.
In 1554 keerde hij via Venetië terug naar Antwerpen. Hij kopieerde er een boslandschap van Domenico Campagnola. Wellicht was het op die terugtocht dat hij voor het eerst kennis maakte met de Alpen, die zo'n overweldigende indruk op hem maakten.Katrien Lichtert, New perspectives on Pieter Bruegel the Elder’s journey to Italy (c. 1552-1554/1555) , Oud Holland, 2015, nr. 1, p. 39-54 Een verloren schilderij suggereert dat hij langs de Gotthardpas moet zijn gepasseerd.Het werk is vermeld in de inventaris van Rubens uit 1640 als Den Berg Sint-Godard door den Ouden Bruegel. De volgende eigenaar Pieter Stevens beschreef het als een Gezicht op de Sint-Gotthard, geschilderd door Bruegel in 1563, seer curieux, vande liefhebbers wel bekent. Het is curieus dat Bruegel vooral landschappen overhield aan zijn reis. Hoewel hij zich ongetwijfeld verder vertrouwd zal hebben gemaakt met de Italiaanse artistieke evolutie, was het de tocht zelf en het vastleggen van herinneringen die hem lijkt te hebben bewogen.Elizabeth Alice Honig, Pieter Bruegel and the Idea of Human Nature, 2019, p. 37 Zonder purisme zou hij zich in een traditie plaatsen die afstand hield van het italianisme.
Antwerpen