Grayia is een geslacht van slangen uit de familie toornslangachtigen (Colubridae) en de onderfamilie Grayiinae. Naam en indeling De wetenschappelijke naam van de groep werd voor het eerst voorgesteld door Albert Günther in 1858. Het is het enige geslacht uit de monotypische familie Grayiinae. De wetenschappelijke geslachtsnaam Grayia is een eerbetoon aan de Britse zoöloog John Edward Gray (1800 - 1875). Een aantal soorten werd eerder tot andere geslachten gerekend, zoals Macrophis, Xenurophis, Coluber en Coronella. Er zijn vijf soorten, de meest recent beschreven soort is al bekend sinds 1897.

De geslachtsnaam Grayia wordt overigens ook gebruikt voor een groep van planten uit de amarantenfamilie (Amaranthaceae).

Soorten Het geslacht omvat de volgende soorten, met de auteur en het verspreidingsgebied. Naam Auteur Verspreidingsgebied Grayia caesar Günther, 1863 Equatoriaal-Guinea, Kameroen, Congo-Kinshasa, Congo-Brazzaville, Gabon, Centraal-Afrikaanse Republiek, AngolaGrayia obscuraChaney, Greenbaum & Pauwels, 2024 Congo-Kinshasa Grayia ornata Bocage, 1866 Angola, Congo-Kinshasa, Congo-Brazzaville, Gabon, Equatoriaal-Guinea, Kameroen, Zambia, Centraal-Afrikaanse Republiek Grayia smithii Leach, 1818 Soedan, Oeganda, Kenia, Tanzania, Rwanda, Burundi, Angola, Congo-Kinshasa, Congo-Brazzaville, Equatoriaal-Guinea, Kameroen, Nigeria, Benin, Togo, Ghana, Ivoorkust, Liberia, Guinee, Guinee-Bissau, Senegal, Burkina Faso, Sierra Leone, Gambia, Centraal-Afrikaanse Republiek, mogelijk in Mali en Niger Grayia tholloni Mocquard, 1897 Soedan, Oeganda, Kenia, Tanzania, Congo-Kinshasa, Congo-Brazzaville, Angola, Centraal-Afrikaanse Republiek, Ethiopië, Gambia, Senegal, Nigeria, Guinee, mogelijk in Kameroen, Zambia en Tsjaad

Uiterlijke kenmerken De soorten worden ongeveer een tot twee meter lang en hebben een gespierd lichaam. De lichaamskleur is bruin tot grijs met strepen of vlekken.

Levenswijze Ze zwemmen vaak op zoek naar prooien, die bestaan uit vissen en amfibieën. De slangen zijn overdag actief. De vrouwtjes zetten eieren af.

Verspreiding en habitat De verschillende soorten komen voor in grote delen van Afrika en leven in de landen Soedan, Oeganda, Kenia, Tanzania, Rwanda, Burundi, Angola, Congo-Kinshasa, Congo-Brazzaville, Equatoriaal-Guinea, Kameroen, Nigeria, Benin, Togo, Ghana, Ivoorkust, Liberia, Guinee, Guinee-Bissau, Senegal, Burkina Faso, Sierra Leone, Gambia, Zambia Centraal-Afrikaanse Republiek, Gambia, Ethiopië, mogelijk in Mali, Tsjaad en Niger

De soorten zijn sterk waterminnend en komen veel voor langs oevers van grote meren zoals het Victoriameer.

Bronvermelding

Categorie:Grayiinae