Countrymuziek, ook wel country-and-western genoemd, is de verzamelnaam voor verschillende stijlen van oorspronkelijk Amerikaanse muziek. De oorsprong valt te herleiden tot de volksmuziek in het niet-stedelijke gebied in het zuidelijke deel van de Verenigde Staten, met name in het bergachtig gebied van de Appalachen als in de cowboymuziek uit het Zuidwesten tot aan Texas.
Country is geworteld in het platteland, met als karakteristieke elementen de snaarinstrumenten: akoestische gitaar, banjo, steelgitaar en viool. Eerst was het vaak instrumentaal als dansmuziek, later werd dit aangevuld met een zangstem, weer later verschuivend naar zang begeleid door de snaarinstrumenten. Na 1950 werden ook elektrische gitaar, bas, mondharmonica en drums gebruikt.
Oorsprong
thumb|"Little Old Cabin in the Lane" door Gid Tanner opgenomen op 3 maart 1924. Deze versie was een van de belangrijkste country-"hits" uit 1924. thumb|Het countrynummer "Bully Of The Town", uitgevoerd door Gid Tanner and his Skillet Lickers (1925) thumb|Het nummer "Crawdad Hole", uitgevoerd door Jack Earls and the Jimbos (1956) thumb|Live-opname uit 1958: George Jones zingt "I'm Ragged But I'm Right" De oorsprong van de counrymuziek ligt in de smeltkroes van veel nationaliteiten, die in de 18e eeuw naar de zuidelijke Appalachen in de Nieuwe Wereld trokken. Het waren voornamelijk emigranten uit Noord-Engeland, Zuid-Schotland, Ulster-Schotten en Duitsers uit Rijnland-Palts, die daar een nieuw leven begonnen. Gezien het afgelegen karakter van het gebied dat Appalachia genoemd werd, bestond het vermoeden bij folkloristen, dat er waarschijnlijk een schat aan verborgen volksliedjes te vinden was. Kort nadat veldwerkers als Olive Dame Campbell en Cecil Sharp honderden ballades uit de streek hadden geïnventariseerd was de commerciële opname-industrie zo ontwikkeld dat het opnemen van muziek uit Appalachia voor populaire gebruik een levensvatbare onderneming was geworden.
Jaren 1920 thumb|Jimmie Rodgers In 1923 hield talentscout Ralph Peer van OKeh Records de eerste opnamesessies voor muzikanten uit Appalachia in Atlanta in Georgia. Een van de muzikanten die tijdens deze sessies werd opgenomen was Fiddlin' John Carson, een kampioen vioolspeler uit Noord-Georgia, een andere was Henry Whitter, die een versie van "Lonesome Road Blues" opnam. Het commerciële succes van Carson bracht OKeh ertoe opnames uit New York van Henry Whitter in 1924 uit te brengen. Vernon Dalhart was de eerste countryzanger die in mei 1924 een landelijke hit scoorde met "Wreck of the Old 97", met op de B-kant het van Whitter bekende "Lonesome Road Blues". Op "Wreck of the Old 97" speelde de beroemde Hawaiiaanse gitarist Frank Ferera op steelgitaar. Het jaar daarop nam Peer een stringband uit North Carolina op onder leiding van Al Hopkins(1889-1932) die zichzelf "een stelletje hillbillies" noemden, een denigrerende term voor slecht opgeleide en arme bergbewoners. Peer gaf de band de naam "The Hill Billies", en het succes van de opnames van de band leidde ertoe dat de term "Hillbilly-muziek" de naam werd voor de Appalachiaanse-stringbandmuziek. Het nummer "Hill Billy Blues", een bewerking van W.C. Handys "Hesitation Blues" door Uncle Dave Macon was het eerste lied, dat de term hillbilly gebruikte.Nothing but the blues blz. 239.
In april 1924 waren "Aunt" Samantha Bumgarner en Eva Davis de eerste vrouwelijke muzikanten die countrynummers opnamen en uitbrachten. Er werden een tiental nummers opgenomen, waaronder "Big-Eyed Rabbit" en "Wild Bill Jones". Bumgarner speelde zowel viool als 5-snarige banjo, Eva Davis alleen banjo. thumb|Carter Family 1927 Jimmie Rodgers en de Carter Family worden algemeen beschouwd als de belangrijkte vroege countrymuzikanten. Tussen 25 juli en 5 augustus 1927 nam Ralph Peer in Bristol, een stadje op de grens van Tennessee en Virginia in een aantal sessies meerdere muzikanten op. De opnames, later bekend geworden als de Bristol Sessions, kunnen beschouwd worden als de geboorte van de commerciële countrymuziek.In 2015 verscheen een album Orthophonic Joy (The 1927 Bristol Sessions Revisited) met recente uitvoeringen van die sessies. In 1998 erkende het Amerikaanse Congres Bristol formeel als de "geboorteplaats van de countrymuziek" en in 2014 werd het "Birthplace of Country Music Museum" geopend. De Carter Family, afkomstig uit Scott County in Virginia, hadden bladmuziek lezen geleerd uit zangboeken met de 'shape note' notatie.Een methode waarbij voor de nootkoppen meerdere vormen gebruikt worden. Van de Carter Family werd op 1 augustus 1927 als eerste nummer "Bury Me Under The Weeping Willow" opgenomen. Die dag werden nog drie andere liedjes opgenomen en de volgende dag nog twee. Behalve de Carter Family nam ook de latere countryster Jimmie Rodgers deel aan de opnamesessies. Rodgers (bijnamen 'The Singing Brakeman' en 'Mississippi Blue Yodeler') combineerde hillbillycountry, gospel, jazz, blues, pop, cowboy en folk, en veel van zijn beste nummers waren zijn eigen composities, waaronder "Blue Yodel", dat meer dan een miljoen platen verkocht. Het vestigde zijn naam als de beste zanger van vroege countrymuziek. Rodgers, die in zijn slechts zesjarige carrière een superster werd, kreeg de titel "Father of country music". Hij stierf jong aan tuberculose.
De Carters namen vanaf 1927 gedurende de daaropvolgende 17 jaar ongeveer 300 oude ballades, traditionele melodieën, countryliedjes en gospelhymnes op, allemaal representatief voor de zuidoostelijke folklore en het erfgoed van Amerika. Maybelle Carter zette de familietraditie voort met haar dochters als The Carter Sisters; haar dochter June Carter zou (achtereenvolgens) trouwen met Carl Smith, Rip Nix en Johnny Cash en kreeg met elk van hen kinderen die ook countryzanger zouden worden.
Andere musici, die tijdens de Bristol Sessies werden opgenomen waren Ernest Stoneman, Blind Alfred Reed, Alfred Karnes, Henry Whitter en anderen. OKeh-records gebruikte de termen race records, hillbilly en old-time music als genre-aanduiding. Old-time music was de verzamelnaam voor de muziek gespeeld door stringbands, meestal bandjes met viool, banjo, gitaar en mandoline die dansmuziek speelden. Er werd vaak wel bij gezongen, maar zelden door solisten. Roy Acuff was een van de eersten, waarbij de stringbandmuziek verschoof naar de solozang.
Veel artiesten kregen bekendheid via radiostations. In Nashville werd een radiostation opgericht door een verzekeringsmaatschappij, de National Life & Accident Insurance Company. De roepletters van het station waren WSM ("We Shield Millions" = "Wij beschermen miljoenen"). De eerste uitzending vond plaats in november 1925. Het was een rechtstreekse uitzending van het optreden (met publiek) van de 78-jarige fiddler Uncle Jimmy Thomson, die de reputatie had dat hij meer dan duizend liedjes kende. De aankondigingen werden gedaan door George D. Hay, die het programma WSM Barn Dance noemde. Dit naar aanleiding van de National Barn Dance, een soortgelijke show, die hij had geproduceerd in Chicago. Het programma werd elke zaterdag uitgezonden vanuit een studio op de vijfde verdieping van het kantoor van de maatschappij. In 1928 kreeg het programma als woordspeling op Grand Opera van Hay de naam die het nu nog heeft, Grand Ole Opry. Het programma werd razend populair en heeft relatief veel betekenis gehad in de ontwikkeling van de countrymuziek.
Jaren 1930-1945 thumb|Bob Wills De muziek, die in de jaren dertig werd ontwikkeld, verwierf populariteit en ontwikkelde zich in diverse richtingen. Een van die richtingen is de Western swing, een up-tempo variant van de old-time music, afkomstig uit Texas, Californië en Oklahoma. Het was een mengsel van (onder andere) polka, swing, bigband en dixieland. Begin jaren 1930 richtten Bob Wills en Milton Brown samen de stringband The Light Crust Doughboys op, de eerste professionele western swingband met Fred "Papa" Calhoun op piano. Zij speelden in danszalen, waren te horen op de radio en waren een van de eerste bands, die met drums werkten. Eind 1933 formeerde Wills de driemansband The Texas Playboys in Waco in Texas. Opnameschema's geven aan dat Wills vanaf september 1935 twee violen en twee gitaren gebruikte en gitarist Leon McAuliffe op steelgitaar, banjo en drums speelde. De elektrisch versterkte snaarinstrumenten, met name de steelgitaar, gaven de muziek zijn kenmerkende geluid.
In 1938 was Roy Acuff bij de Grand Ole Opry te gast en daarna was hij al snel een regelmatige gast. Hij had een band, de Tennessee Crackerjacks, waarin onder andere de dobro nadrukkelijk aanwezig was. Later veranderde hij de naam van zijn band in de Smokey Mountain Boys. Hij werd al snel een leidende figuur binnen de Grand Ole Opry en bepaalde jarenlang wie en wat er te horen was in de show. Op die manier bepaalde hij ook voor een deel de ontwikkeling van de muziek. Onder zijn leiding werden regels opgesteld voor deelname aan de show. Onder andere moest elke artiest door een bestaand lid worden voorgedragen en leden hadden de verplichting om minstens 26 zaterdagen aanwezig te zijn.
Door de groeiende populariteit van de show werd de studio al gauw te klein voor de groeiende stroom publiek. Er werd uitgeweken naar een grotere ruimte, het Hillsboro Theatre, maar ook dat hielp niet. De volgende locaties waren het Dixie Tabernacle en het War Memorial Auditorium, die ook al snel te klein werden. Zelfs het invoeren van een toegangsprijs van 25 cent hielp niet. In 1943 verhuisde de show naar het Ryman Auditorium, waar de ruim 3000 bezoekers elke week een zitplaats konden vinden. Deze zaal met zijn perfecte akoestiek is het beroemdste thuis van de Grand Ole Opry geworden. In 1974 werd verhuisd naar het speciaal voor de Opry gebouwde Grand Ole Opry House met 4400 zitplaatsen. Van daaruit wordt de show nog elke week uitgezonden. Het Ryman Auditorium wordt ook nog steeds regelmatig gebruikt voor bijzondere concerten.
Gedurende de jaren 1930 en 1940 werden cowboyliedjes, of westerse muziek, enorm populair door de romantisering van het cowboyleven in de western uit Hollywood. Zingende cowboys, zoals Roy Rogers en Gene Autry, zongen cowboyliedjes in hun films en werden populair in de hele Verenigde Staten. Filmproducenten begonnen volledig georkestreerde vierstemmige harmonieën en verfijnde muzikale arrangementen in hun films op te nemen.
Eind jaren 1930 deed de boogiewoogie zijn intrede in de countrymuziek met "Boogie Woogie" van Johnny Barnfield en in 1937 begon de carrière van Hank Williams, toen hij op 14-jarige leeftijd zijn groep The Drifting Cowboys begon. Zijn grote succes kwam echter pas na het einde van de Tweede Wereldoorlog. Ook de carrière van Bill Monroe, die voor de oorlog met zijn Bluegrass Boys begon nam pas na 1945 een grote vlucht.
Jaren 1945-1955
In 1946 deed Hank Williams nog auditie voor de Grand Ole Opry, maar werd afgewezen. Wel kreeg hij een contract als songwriter door Fred Rose van muziekuitgever Acuff-Rose Music. Hij had wel succes via radioprogramma de Louisiana Hayride van radiostation KWKH. Nadat zijn Lovesick Blues een hit was geworden, werd hij toch Opry-lid. Zijn eerste optreden, op 11 juni 1949, werd een gigantisch succes. De show moest worden gestopt, omdat het publiek hem drie keer terughaalde voor Lovesick Blues. Zijn carrière duurde als gevolg van alcohol- en drugsgebruik echter kort: hij overleed op Nieuwjaarsdag 1953 op de achterbank van de auto, onderweg naar een Nieuwjaarsconcert in Canton, Ohio. Maar het was een zeer productieve en indrukwekkende carrière. Als geen ander bleek hij in staat om het moeizame leven van de werkende man in woord en muziek uit te beelden. Er is bijna geen enkele artiest in de countrymuziek, die geen nummer van hem op het repertoire heeft staan.