Het wereldkampioenschap wegrace seizoen 1979 was het 31e in de geschiedenis van het door de FIM georganiseerde wereldkampioenschap wegrace.
Algemeen FIM
Zijspannen In 1979 reden de zijspannen in twee klassen: B2A, de meer conventionele zijspannen en B2B, de op de Beo geïnspireerde combinaties met moderne techniek. Doordat er twee klassen waren, moesten organisatoren kiezen welke ze in het programma lieten opnemen. Meestal koos men voor de B2A in het Grand Prix-weekend, om vervolgens de B2B te combineren met een Formule 750-race.
Opstand van coureurs In 1979 kwam het tot een uitbarsting toen coureurs weigerden op het veel te laat aangelegde en daardoor gladde asfalt van het nieuwe circuit van Spa-Francorchamps te rijden. De FIM legde schorsingen op, veranderde die in boetes en kreeg vervolgens van de coureurs de bal teruggekaatst: Ze stelden een groot aantal eisen voor het seizoen 1980 op. Enkele weken later presenteerden veertig beroepscoureurs onder aanvoering van Kenny Roberts een nieuwe organisatie én een nieuwe raceserie: de "World Series of Motorcycle Racing". De deelnemers zouden vanaf 1980 aan geen enkele door de FIM georganiseerde race deelnemen maar alleen starten in acht races met twee klassen: Formule 1 (500 cc) en Formule 2 (250 cc). Het prijzengeld werd door de coureurs vastgesteld. Het idee leefde niet lang: binnen enkele weken maakte Yamaha bekend zich achter de FIM te scharen en zo nodig Freddie Spencer als vervanger voor Roberts aan te trekken en Roberts zelf begon te twijfelen nadat Giacomo Agostini met hem praatte. Tijdens een persconferentie door Barry Sheene, Kenny Roberts en manager Barry Coleman werden harde woorden gesproken. Roberts zou nooit meer in FIM-Grands Prix rijden en alle coureurs die in Silverstone getekend hadden voor de World Series voor het gerecht slepen als ze toch in FIM-wedstrijden zouden starten. Die coureurs waren op hun beurt weer gebonden aan fabriekscontracten en konden door de merken gedwongen worden voor de FIM te rijden. Begin 1980 was al duidelijk dat de World Series alleen onder de paraplu van de FIM-doorgang konden vinden en daar gaf de FIM uiteraard geen toestemming voor. In een vergadering werd Wil Hartog voor lafaard uitgemaakt omdat hij niet zomaar voor de World Series wilde tekenen, maar uiteindelijk moest Kenny Roberts, die de aanstichter van alle ophef was, zelf het hoofd buigen. Hij kwam in 1980 zelfs aan de start op de Nürburgring, een van de circuits die door de coureurs in de ban gedaan waren. Merken/Teams Er was weinig te feesten bij het team van Minarelli toen Ángel Nieto in Zweden 125cc-wereldkampioen werd. Hij kreeg de wereldtitel omdat Maurizio Massimiani uitviel. Massimiani had nog slechts een theoretische kans op de titel en had deze race (en alle volgende) moeten winnen. Nieto lag in een Portugees ziekenhuis met breuken in zijn bekken, een been en een teen en constructeur/manager Jörg Möller lag net als zijn vrouw en eerste monteur Daniële Battaglia in het ziekenhuis van Bologna met een ernstige voedselvergiftiging nadat ze allemaal bedorven vis hadden gegeten. Zij moesten 40 dagen in quarantaine doorbrengen. Honda toonde in juni de eerste foto's van de Honda NR 500 viertaktracer. Als rijders waren Takazumi Katayama en Mick Grant aangetrokken. Het debuut in Silverstone werd een debacle en in de Grand Prix van Frankrijk wisten geen van beide Honda's zich te kwalificeren. Kork Ballington begon het seizoen met de Kawasaki KR 350 van 1978 en dat was een juist besluit, want Christian Estrosi en Gregg Hansford waren met de nieuwe machines in Venezuela veel te traag. Ze konden zelfs de productieracers van Yamaha nauwelijks bijhouden. Halverwege het seizoen rommelde het binnen het team van MBA. Maurizio Massimiani was fabrieksrijder, maar was niet blij toen hij de fabriekssteun moest gaan delen met Paolo Pileri en Gianpaolo Marchetti. Morbidelli bracht in 1979 ook 350- en 500cc-machines aan de start, bereden door Graziano Rossi. Coureurs Mike Baldwin begon het seizoen goed, o.a. met een derde plaats in de GP van Spanje, maar viel in juni tijdens een 750cc-race op de New Hampshire Motor Speedway. Hij had een gecompliceerde bovenbeenbreuk en kon het raceseizoen niet voortzetten. Steve Baker, die mogelijk als vervanger voor de geblesseerde Johnny Cecotto voor het fabrieksteam van Yamaha in aanmerking kwam, raakte gewond bij een 750cc-race in Brands Hatch. Hij brak een arm en een been. Johnny Cecotto brak eind april in Oostenrijk een knieschijf en moest een deel van het seizoen als toeschouwer meemaken. Hij was weer terug bij de Joegoslavische GP in juni. Daar viel hij opnieuw en pas in Nederland werd vastgesteld dat hij een bovenbeenbreuk had. Jon Ekerold brak zijn linker sleutelbeen in Imola, maar startte wel in de wegraces in Raalte. Bij het aanremmen van een bocht werd de druk op het herstellende bot te groot en het brak opnieuw. Ekerold viel daardoor en brak ook zijn rechter sleutelbeen. Thierry Espié raakte tijdens de TT van Assen zodanig gewond dat zijn seizoen erop zat. Het zou hem uiteindelijk zijn positie bij Motobécane kosten, want nadat Espié twee jaar lang vruchteloze pogingen had gedaan won zijn vervanger Guy Bertin twee 125cc-Grands Prix met de machine. Virginio Ferrari raakte begin juni gewond tijdens de Formule 750-races in Nogaro. Hij brak beide polsen. Jan Huberts wilde graag in de Duitse Grand Prix starten, maar de Centrale Sportcommissie van de KNMV had zijn A-licentie ingetrokken wegens slechte resultaten in het vorige seizoen en in de eerste GP's van 1979. 125cc-rijder Benga Johansson viel in Zweden in voor de gestopte bakkenist James Neil in het zijspan van Jock Taylor. Met succes, ze wonnen de race. Johansson en Taylor bleven samenwerken tot aan de dood van Taylor in 1982. Takazumi Katayama en Mick Grant misten een groot deel van het seizoen omdat ze de Honda NR 500 testten. Die machine debuteerde in de Britse Grand Prix. Eugenio Lazzarini werd de enige fabriekscoureur voor Van Veen in de 50cc-klasse. In de 125cc-klasse kreeg hij de oude fabrieks-Morbidelli van Pier Paolo Bianchi. Randy Mamola begon het seizoen bij het Bimota-Adriatica-team, maar toen er binnen dat team onenigheid ontstond vertrok hij. Men had binnen het team een Yamaha TZ 250 die snel genoeg was, en Mamola was niet van plan om met de experimentele Adriatica 250 te racen. Eric Saul werd zijn vervanger bij Adriatica. Ángel Nieto raakte in juli geblesseerd tijdens de Grand Prix van Portugal, een internationale wegrace zonder WK-status. Het leek erop dat hij de rest van het seizoen zou missen, maar in augustus startte hij weer in de Britse Grand Prix. Hij was echter in het ziekenhuis wereldkampioen geworden, want Maurizio Massimiani viel uit in de GP van Zweden. Kenny Roberts miste de start van het seizoen, na een val in Japan waar hij de nieuwe Yamaha YZR 500 testte. Christian Sarron reed in Venezuela nog met een 354cc-Yamaha TZ 350, maar ging daarna naar Japan om een Yamaha YZR 500 te testen en op te halen. Barry Sheene viel in de eerste helft van het seizoen vaak uit. Hij maakte een sterke tweede helft mee en weet dat aan het feit dat hij zijn eigen monteurs weer aan zijn Suzuki had laten werken. Zijspancoureur Jock Taylor kocht een Seymaz-combinatie voor de B2B-klasse, maar kon niet wennen aan de naafbesturing. Nadat zijn bakkenist Jimmy Neil bij een ongeluk een pols brak reed hij in Oulton Park met vervanger Dave Powell. Die verongelukte tijdens die race. Daarop gebruikte Jock Taylor zijn oude Windle-combinatie in de B2A-klasse. Met een nieuwe vervanger, de 125cc-coureur Benga Johansson, won hij vervolgens de Zweedse Grand Prix. Walter Villa kreeg van Andres Ippolito een plaats in het "Venemotos 2" Yamaha-team. Ippolito, die zelf tot zijn 46e had geracet, wilde bewijzen dat een goede coureur op hogere leeftijd (Villa was 36) nog kon presteren. Dat deed Walter ook: Hij won meteen de Venezolaanse Grand Prix. Races De race in Venezuela werd weer in de verzengende hitte gereden. De monteur van Wil Hartog mat 42 °C in de schaduw en zijn thermometer kon de temperatuur in de zon niet meten: Hij ging maar tot 50 °C. In elk geval smolten de kunststof tandwieltjes in de toerenteller van de Kawasaki's. De organisatie was weer even belachelijk als in de eerdere jaren; de coureurs moesten zich tussen vliegveld en circuit langs een groot aantal corrupte ambtenaren (o.a. van douane en politie) worstelen om überhaupt aan de start te kunnen komen. Tom Herron moest in de reserve-overall van Jon Ekerold starten omdat zijn eigen overall na de eerste training gestolen werd. Patrick Fernandez vroeg de organisatie om de luidspreker naast zijn pitbox uit te schakelen omdat hij door de harde muziek nauwelijks kon sleutelen. Toen dat niet werd gehonoreerd trok hij zelf de stekker uit de luidspreker. Daarop gaf Andres Ippolito, directeur van Venemotos (Yamaha importeur van Venezuela) en medeorganisator van de Grand Prix, een vijftal politieagenten opdracht hem uit zijn pitbox te sleuren. Via een portofoon gaf hij opdrachten aan de agenten, die eerst vier "onschuldigen" uit de pitbox haalden. Toen ze Fernandez eindelijk in het zonlicht hadden getrokken kreeg hij in opdracht van Ippolito een pak slaag. Op maandag en dinsdag voor de Oostenrijkse Grand Prix kon er al getraind worden, en de coureurs die dat gedaan hadden waren in het voordeel omdat de officiële trainingen in slecht weer werden verreden. Zaterdag sneeuwde het zelfs en het leek erop dat de hele Grand Prix niet door kon gaan. Op zondag was het droog en konden veel rijders hun (natte) carburatie-afstellingen niet gebruiken. De Grand Prix des Nations werd in tegenstelling tot de 200 mijl van Imola georganiseerd door de duidelijk minder ervaren motorclubs van Pesaro en Riccione. Dat resulteerde in moeilijkheden met inschrijvingen, terwijl monteurs en persmensen problemen hadden met het verkrijgen van pasjes. Hoewel het weer tijdens de trainingen goed was, ontstonden er veel valpartijen, waardoor belangrijke rijders al voor de races uitgeschakeld werden. Ricardo Tormo brak een vinger, Vic Soussan brak een sleutelbeen en had leverklachten, Eric Saul brak een arm en Hubert Rigal brak een hand. Er was ook een sterfgeval te betreuren: de broer en tevens monteur van Carlos Morante kwam om door zuurstofgebrek in de cabine van zijn vrachtauto. Door blessures konden Jon Ekerold, Ricardo Tormo en Christian Sarron niet starten in Spanje. In de training kwam Tom Herron daar nog bij; hij brak een duim tijdens de training. De trainingen in Joegoslavië werden gehinderd door regen. Dat was vooral een probleem voor de Suzuki-coureurs, die volop aan het experimenteren sloegen met frames, voor- en achtervorken. Het gevolg was dat Wil Hartog zijn verlaagde motorfiets niet kon testen en in de race problemen kreeg door te weinig grondspeling. Bovendien reed de 500cc-klasse hier voor het eerst. Een aantal coureurs ging geblesseerd van start: Jon Ekerold met twee gebroken sleutelbeenderen, Ricardo Tormo met een gebroken vinger, Carlos Lavado was nog herstellende van een beenbreuk en Christian Sarron was nog niet fit na een val in de Formule 750 race op Brands Hatch. Zoals ook in eerdere jaren moesten personen met een Zuid-Afrikaans of Rhodesisch paspoort een visum voor Joegoslavië aanvragen vanwege de apartheidspolitiek. Jon Ekerold had ook nog een Noors paspoort en Kork Ballington een Brits, maar Kork Ballington's vrouw Bronwyn, Alan North, Trevor Tilbury en Nobby Clark (beide monteurs van Kenny Roberts) kregen geen visum.