De associatie van klein glaskruid (Asplenio-Parietarietum) is een associatie uit het verbond van klein glaskruid (Parietarion judaicae). De associatie omvat calcifiele, eutrafente chasmofytische rots- en muurvegetatie op verticale of hellende standplaatsen. De associatie vormt de centrale associatie binnen het bovenliggende verbond.
Naamgeving en codering Syntaxoncode voor Nederland (rVvN): r21Aa01 BWK-karteringscode: km
De wetenschappelijke naam Asplenio-Parietarietum is afgeleid van de botanische namen van respectievelijk muurvaren (Asplenium ruta-muraria) en klein glaskruid (Parietaria judaica).
Fysiognomie thumb|Vroeg zomeraspect van de associatie op een zeer eutrofe, met graffiti bespoten muur. Richting het fenologisch optimum kan klein glaskruid hoge bedekkingen bereiken. thumb|Een open vorm van de associatie; hier met klein glaskruid, muurleeuwenbek en kransgras op de voorgrond. De associatie van klein glaskruid is fysiognomisch doorgaans vrij goed gekarakteriseerd. Dikwijls bepaalt vooral klein glaskruid het vegetatieaspect. De bossig vertakte planten van de laatstgenoemde soort kunnen tijdens het fenologisch optimum hoge bedekkingen bereiken en 'horizontaal hoog' worden.
De vegetatie is in de regel opgebouwd uit een kruid- en moslaag. Een boomlaag ontbreekt geheel en een struiklaag in de regel ook. Slechts zeer zelden worden volwassen exemplaren van vlinderstruik aangetroffen die in deze associatie de struiklaag bereiken.
Ecologie De associatie van klein glaskruid komt voor op eutrofe tot meso-eutrofe, kalkrijke muren, rotswanden en soortgelijke stenige substraten. Vaak vindt de aanrijking van basen, fosfaten en nitraten plaats via guanotrofie. De best ontwikkelde associaten komen voor op muren die gevoegd zijn met kalkspecie. In de Lage Landen vindt men de associatie vooral op oude stadsmuren, gracht- en kademuren, waterputten, kerkhofmuren en kasteelruïnes, muren van kalksteen of gevoegd met kalkrijke cement, die op het zuiden zijn gericht.
In stedelijke gebieden kan de vegetatie een belangrijke schakel in het habitat vormen voor vlindersoorten zoals de dubbelstipsnuituil en de atalanta, die klein glaskruid als waardplant gebruiken.
Vegetatiezonering In de vegetatiezonering vormt de associatie van klein glaskruid vooral contactgemeenschappen met vegetatie uit de klasse van stippelkorsten en achterlichtmossen, waarmee het ook vegetatiemozaïeken kan vormen. Daarnaast kunnen ook andere gemeenschappen uit de muurvaren-klasse in contact staan met deze associatie. In het bijzonder aan de bovenzijde kan de associatie soms ook grenzen aan de associatie van kandelaartje en plat beemdgras.
Biogeografie Het verspreidingsgebied van de associatie van klein glaskruid strekt zich uit over de atlantische en subatlantische delen van Europa. In Nederland is de associatie zeldzaam. Het landelijke zwaartepunt ligt in de stedelijke gebieden van het rivierengebied. Ook in Vlaanderen zijn het vooral de steden langs de grote rivieren waar deze gemeenschap te vinden is.
Diagnostische taxa voor Nederland en Vlaanderen In de onderstaande synoptische tabel staan per vegetatielaag de belangrijkste diagnostische taxa voor de associatie van klein glaskruid in Nederland en Vlaanderen.
Kruidlaag Diagnostiek Triviale naam Botanische naam Opmerking associatiekentaxa klein glaskruid Parietaria judaica transgrediërend verbondskentaxa Portugees glaskruid Parietaria lusitanica spoorbloem Centranthus ruber ordekentaxa muurleeuwenbek Cymbalaria muralis constant klassekentaxa muurvaren Asplenium ruta-muraria gele helmbloem Pseudofumaria lutea begeleidende taxa plat beemdgras Poa compressa gewone melkdistel Sonchus oleraceus wolfspoot Lycopus europaeus vlinderstruik Buddleja davidii robertskruid Geranium robertianum stinkende gouwe Chelidonium majus Erigeron canadensis straatgras Poa annua kransgras Polypogon viridis klimop Hedera helix Moslaag Diagnostiek Triviale naam Botanische naam Opmerking ordekentaxa binnen de formatie begeleidende taxa
Fotogalerij
Zie ook Stadsflora Stadsnatuur Stedelijke vergroening
Klein glaskruid Categorie:Stedelijke natuur