thumb|Julie, ou la nouvelle Héloïse

Julie, ou la nouvelle Héloïse of in het Nederlands Julie, de nieuwe Héloïse is een briefroman van Jean-Jacques Rousseau uit 1761. De oorspronkelijke uitgave, verschenen bij Marc-Michel Rey in Amsterdam, was getiteld: Lettres de deux amans, habitans d'une petite ville au pied des Alpes. Het verhaal gaat over twee geliefden uit verschillende klassen die veel tegenstand ondervinden voor hun wens met elkaar te trouwen. In brieven aan elkaar schrijven ze over hun gedachten en emoties. Het werk verwijst naar de middeleeuwse brieven van Abélard en Héloïse.

Beschrijving De onmogelijke liefdesgeschiedenis tussen Saint-Preux en de adellijke Julie d'Étanges speelt zich af in een klein stadje aan de voet van de Alpen. Rousseau beschrijft de eisen die de samenleving stelt als Julie zwanger wenst te worden van haar leraar in de verwachting dat hij haar zal trouwen. Haar vader is ontzet als Saint-Preux een huwelijksaanzoek doet. Het is niet de rivaliteit tussen twee families, zoals in Romeo en Julia, maar het klassenverschil. Julie werd de draagster van de nieuwe moraal in de wereld van concurrentie, macht en geweld.

Hoewel Rousseau het boek schreef als een roman, is er een filosofische theorie over authenticiteit in verweven omdat Rousseau in het boek autonomie en authenticiteit als morele waarden onderzocht. Men neemt aan dat Rousseau de ethiek van authenticiteit hoger schatte dan rationele morele principes; hij schreef dat men weliswaar moest doen wat opgedragen was door de maatschappij, maar dat deze eis ondergeschikt was aan de "heilige principes" en gevoelens van eigen identiteit. Niet-authentiek gedrag zou de weg vrijmaken tot zelfvernietiging.

De historicus Robert Darnton heeft geschreven dat Julie waarschijnlijk een van de best verkochte boeken van de eeuw was.Darnton, Robert. The Great Cat Massacre and Other Episodes in French Cultural History. New York: Viking (1984), 242. Uitgeverijen konden de vraag niet aan zodat zij het boek per dag, zelfs per uur, uitleenden. Er waren ten minste zeventig versies in druk voor 1800.Darnton, 242. Maar wat meer nog dan de populariteit de verbazing wekte, waren ook de emoties die Julie teweegbracht bij de lezers.

Reacties op het boek Lezers waren soms zo overmand door gevoel dat zij in groten getale brieven aan Rousseau schreven, waardoor die een van de eerste sterauteurs werd.Darnton, 243-4. Eén lezer beschreef hoe het boek hem bijna gek maakte, terwijl een ander meldde dat zijn verkoudheid was genezen door het heftige snikken. De ene lezer na de andere beschreef zijn tranen, heftige emoties en zelfs extase aan Rousseau.Darnton, 242-3. Eén lezer schreef aan Rousseau: Ik durf u niet te vertellen wat het boek met mij deed; nee, ik was al voorbij huilen. Een scherpe pijn doorsneed mij. Mijn hart voelde verpletterd. Dat Julie stierf was voor mij niet alsof een onbekend persoon overleed. Ik geloofde dat ik haar zuster, haar vriend, haar Claire was. Mijn pijn werd zo sterk dat als ik het boek niet had weggelegd ik ziek zou zijn geworden, net als alle personen die die geweldige vrouw bijstonden in haar laatste ogenblikken.Geciteerd in Darnton, 243. Net als bovengenoemde lezer raakten de meeste mensen zeer geïnteresseerd in de karakters van de roman, zelfs tot een niveau dat tot dan toen geheel nieuw was. Sommige lezers konden niet accepteren dat het boek fictie was.

Een vrouw schreef aan Rousseau: Veel mensen die het boek hebben gelezen en het met mij hebben besproken zeiden dat u het goed geschreven had. Ik kan dat niet geloven. Als dat zo is, hoe kan een verkeerd lezen zulke sensaties hebben opgeroepen, zoals die ik had toen ik het boek las. Ik smeek u, meneer, vertel mij, heeft Julie echt geleefd? Is Saint-Preux nog in leven? In welke stad woont hij? Claire, die lieve Claire, is zij haar vriendin gevolgd in het graf? Meneer de Womar, Milord Edouard, alle personen, zijn zij slechts verbeelding, zoals iemand mij probeerde te vertellen? Als dat het geval is, in wat voor wereld leven wij dan, waarin ware deugden slechts een fictie zijn.Geciteerd in Darnton, 245. Andere lezers identificeerden zich minder met de personen maar meer met de worsteling die zij doormaakten. Zij zagen in Julie een verhaal over verleiding, zonde en vernietiging, dat zij projecteerden op hun eigen leven.

Censuur Het boek werd op de Index librorum prohibitorum geplaatst.

Het hoofd van de Franse censuur, Chrétien-Guillaume de Lamoignon de Malesherbes, bood Rousseau aan gebruik te maken van de diplomatieke post om zo te besparen op zijn verzendkosten van de drukproeven,Rousseau, J.J. (1996) Bekentenissen, p. 561-562. Vertaald en bezorgd door Leo van Maris. Arbeiderspers. maar uiteindelijk schrapte hij meer dan honderd bladzijden in de Parijse editie. In het exemplaar dat bestemd was voor Madame de Pompadour schrapte hij één hele zin; hiervoor liet hij een nieuwe pagina drukken en inplakken.

Volledige tekst in het Frans (editie 1819), incl. voorwoorden https://books.google.com.bd/books?id=9QUYAAAAYAAJ&printsec=frontcover#v=onepage&q&f=false

https://www.rousseauonline.ch/Text/julie-ou-la-nouvelle-eloise-tome-premier-preface.php

Nederlandse vertaling In 1797 verscheen onder de titel Julia of de nieuwe Heloïse in brieven van twee gelieven een Nederlandse vertaling van het eerste deel bij Johannes Allart in Amsterdam. Het tweede deel werd wel aangekondigd, maar is nooit verschenen.Buisman J. Fzn. M., Populaire prozaschrijvers van 1600 tot 1815. Romans, novellen, verhalen, levensbeschrijvingen, arcadia's, sprookjes. B.M. Israël, Amsterdam z.j. https://www.dbnl.org/tekst/buis006popu01_01/buis006popu01_01_1333.php. Gearchiveerd op 2 september 2023.

Bibliografie thumb|right|200px|Héloïse Santo L. Aricò, Rousseau's Art of persuasion in La nouvelle Héloïse, University Press of America, Lanham, 1994 Nouchine Behbahani, Paysages rêvés, paysages vécus dans La Nouvelle Héloïse de J.-J. Rousseau, Voltaire Foundation at the Taylor Institution, Oxford, 1989 L’Amour dans la nouvelle Héloïse : texte et intertexte : actes du colloque de Genève, 10-11-12 juin 1999, Éd. Jacques Berchtold, François Rosset, Droz, Genève, 2002 Jean-Marie Carzou, La Conception de la nature humaine dans la Nouvelle Héloïse, Sauret, Paris, 1966 Charles Dédéyan, Jean-Jacques Rousseau : la Nouvelle Héloïse, ou, l’éternel retour, Nizet, Saint-Genouph, 2002 * Charles Dédéyan, La Nouvelle Héloïse de Jean-Jacques Rousseau : étude d’ensemble, SEDES-CDU, Paris, 1990 Maurice R Funke, From saint to psychotic: the crisis of human identity in the late 18th century : a comparative study of Clarissa, La Nouvelle Héloise, The Sorrows of Young Werther, P. Lang, New York, 1983 James Fleming Jones, La Nouvelle Héloïse, Rousseau and utopia, Droz, Genève, 1977 Peggy Kamuf, Fictions of Feminine Desire: Disclosures of Héloïse, U of Nebraska Press, Lincoln, 1982 François van Laere, Une Lecture du temps dans la Nouvelle Héloïse, La Baconnière, Neuchâtel, 1968 Laurence Mall, Origines et retraites dans La nouvelle Héloïse, P. Lang, New York, 1997 William Mead, Jean-Jacques Rousseau, ou le Romancier enchaîné ; étude de la nouvelle Héloïse, Presses universitaires de France, Paris, 1966 Daniel Mornet, La Nouvelle Héloïse de J.-J. Rousseau ; étude et analyse, Mellottée Paris, 1929 Perry Reisewitz, L’Illusion salutaire : Jean-Jacques Rousseaus Nouvelle Héloïse als ästhetische Fortschreibung der philosophischen Anthropologie der Discours, Romanistischer Verlag, Bonn, 2000 Yannick Séité, Du Livre au lire : La nouvelle Héloïse, roman des lumières, Champion, Paris, 2002 Étienne Servais, Le Genre romanesque en France depuis l’apparition de la Nouvelle Héloïse jusqu’aux approches de la Révolution, M. Lamertin, Bruxelles, 1922 Anne Tilleul, La Vertu du beau : essai sur La nouvelle Héloïse, Humanitas nouvelle optique, Montréal, 1989

Artikelen thumb|150px|De eerste kus in Julie, ou la nouvelle Héloïse door Nicolas-André Monsiau Nouchine Behbahani, Paysages rêvés, paysages vécus dans La Nouvelle Héloïse de J. J. Rousseau, Voltaire Foundation at the Taylor Institution, Oxford, 1989, Jacques Berchtold, “L’Impossible Virginité du jardin verbal : les Leçons de la nature selon la Lettre IV, 11 de La Nouvelle Héloïse“, Éd. et préf. Jürgen Söring, Peter Gasser, Rousseauismus: Naturevangelium und Literatur, Frankfurt, Peter Lang, 1999, p. 53-83 Nadine Bérenguier, “Le ‘Dangereux Dépôt’: Virginité et contrat dans Julie ou La Nouvelle Héloïse ”, Eighteenth-Century Fiction, July 1997, nº 9 (4), p. 447-63 André Blanc, “Le Jardin de Julie”, Dix-huitième Siècle, 1982, nº 14, p. 357-376 Luciano Bulber, “Jean-Jacques Rousseau, peintre de la nature-état d’âme dans La Nouvelle Héloïse“, Kwartalnik Neofilologiczny, 1988, nº 35 (4), p. 415-29 Henri Coulet, “Couples dans La Nouvelle Héloïse“, Littératures, Fall 1989, nº 21, p. 69-81 Catherine Cusset, “Cythère et Elysée: Jardin et plaisir de Watteau à Rousseau”, Dalhousie French Studies, Winter 1994, nº 29, p. 65-84 Claude Labrosse, Éd. K. Kupisz, G.-A. Pérouse, J.-Y. Debreuille, "La Figure de Julie dans La Nouvelle Héloïse", Le Portrait littéraire, Lyon, PU de Lyon, 1988, p. 153-58 Michel Delon, “La Nouvelle Héloïse et le goût du rêve”, Magazine Littéraire, Sept 1997, nº 357, p. 36-8 Arbi Dhifaoui, “L’Épistolaire et/ou la violence dans La Nouvelle Héloïse de Rousseau”, Éd. et intro. Martine Debaisieux, Gabrielle Verdier, Violence et fiction jusqu’à la Révolution, Tübingen, Narr, 1998, p. 357-66 Jean Ehrard, “Le Corps de Julie”, Éd. Raymond Trousson, Michèle Biblio. Mat-Hasquin, Jacques Lemaire, Ralph Heyndels, Thèmes et figures du siècle des Lumières : mélanges offerts à Roland Mortier, Genève, Droz, 1980, p. 95-106 Anne Srabian de Fabry, “L’Architecture secrète de La Nouvelle Héloïse“, Australian Journal of French Studies, 1982 Jan.-Apr., nº 19 (1), p. 3-10 Anne Srabian de Fabry, “Quelques observations sur le dénouement de La Nouvelle Héloïse“, French Review, Oct 1972, nº 46 (1), p. 2-8 R. J. Howells, “Désir et distance dans La Nouvelle Héloïse“, Studies on Voltaire and the Eighteenth Century, 1985, nº 230, p. 223-232 R. J. Howells, “Deux histoires, un discours : La Nouvelle Héloïse et le récit des amours d’Émile et Sophie dans l’Émile”, Studies on Voltaire and the Eighteenth Century, 1987, nº 249, p. 267-294 François Jost, “La Nouvelle Héloïse, Roman Suisse”, Revue de Littérature Comparée, 1962, nº 35, p. 538-565 Tanguy L’Aminot, “L’Amour courtois dans La Nouvelle Héloïse“, Piau-Gillot, Colette Éd. Desné, Roland Éd. L’Aminot, Tanguy Éd. Modernité et pérennité de Jean-Jacques Rousseau. Champion, Paris, 2002, p. 241-57 Claude Labrosse, “Nouveauté de La Nouvelle Héloïse," Eighteenth-Century Fiction, Jan-Apr 2001, nº 13 (2-3), p. 235-46 J.-L. Lecercle, “L’Inconscient et création littéraire : sur La Nouvelle Héloïse“, Études Littéraires, 1969, nº 1, p. 197-204 Annie Leclerc, “Jean-Jacques Rousseau : l’Amour au pays des chimères”, Magazine Littéraire, Par 1995, nº 331, p. 31-34 Pierre Rétat, Litteratures, “L’Économie rustique de Clarens”, 1989 Fall; 21: 59-68 Laurence Mall, “Les Aberrations de l’errance : le Voyage dans La Nouvelle Héloïse“, Australian Journal of French Studies, 1994, nº 31 (2), p. 175-87 Francine Markovits, “Rousseau et l’éthique de Clarens : une économie des relations humaines”, Stanford French Review, 1991, nº 15 (3), p. 323-48 Ourida Mostefai, Lectures de La Nouvelle Héloïse, N. Amer. Assn. for the Study of Jean-Jacques Rousseau, Ottawa, 1993 Philip Knee, “Wolmar comme médiateur politique”, p. 117-27 Guy Lafrance, “L’Éthique de La Nouvelle Héloïse et du Émile ou De l'éducation|Vicaire Savoyard“, p. 141-50 Jim MacAdam, “Reading Julie Amour-propre-ly”, p. 107-16 Laurence Mall, pp. 163–73”, “L’Intérieur et l’extérieur : Étude des lettres parisiennes dans La Nouvelle Héloïse“, p. 163-73 Jean Roussel, pp. 61–72”, “La Nouvelle Héloïse et la politique : de l’écart à l’emblème”, p. 61-72