miniatuur|Bioscoopjournaal uit 1972 over de nationale onderwijstentoonstelling te Utrecht, waar audiovisuele toepassingen een belangrijk onderwerp vormen. Onderwijs is het overbrengen van kennis, vaardigheden en attitudes, waarbij er wordt toegewerkt naar vooraf vastgelegde leerdoelen. Daarbij houdt men rekening met de beginsituatie van de leerling, volgt men een onderwijsstrategie, en worden de leerresultaten geëvalueerd. Dit gebeurt door toetsing van de leerling, en door evaluatie door de docent zelf en door collega's. Onderwijs wordt, binnen een door de overheid bepaalde structuur, gegeven door personen die daarvoor speciaal zijn opgeleid, met name onderwijzers, leraren en andere docenten.

Behalve het, vanuit de centrale overheid, landelijk gereguleerde onderwijs, wordt er vakinhoudelijk onderwijs gegeven binnen individuele bedrijven en organisaties, in de vorm van cursussen en trainingen. Dit kan op locatie, of als schriftelijk of digitaal afstandsonderwijs, eventueel afgesloten met een bewijs van deelname, certificering, een licentie of een diploma.

Inleiding Onderwijs is er altijd gegeven: van leermeester op leerling. In de middeleeuwen betrof onderwijs het onderricht in de praktische ambachten, georganiseerd door de gilden. Wie het kon betalen stuurde zijn kinderen naar de kloosterschool of de Latijnse school. Vaak was er aan de plaatselijke kerk een vorm van onderwijs verbonden, bij de rooms-katholieken, maar na de reformatie ook bij de gereformeerden. De kerk had mensen in dienst die konden lezen en schrijven: voor de boekhouding bijvoorbeeld. Maar ook de koster, vaak tevens voorlezer en voorzanger, kon lezen en ook schrijven. Als bijbaan gaf hij individueel les aan wie het kon en wilde betalen. Dit onderwijs was sterk individueel gericht, en beperkte zich vaak tot het leren lezen.

Gratis onderwijs is onderwijs dat wordt gefinancierd via belastingen, of door liefdadigheidsorganisaties in plaats van collegegeld. De lagere school, de middenschool, en ander onder de leerplicht vallend onderwijs is gratis in veel landen. Onderwijs betekent min of meer hetzelfde als educatie, een woord dat meer specifiek voor volwassenenonderwijs gebruikt wordt. Binnen het bedrijfsleven en bij de overheid zijn de termen cursus, voor het verkrijgen van kennis, en training, voor het verkrijgen van vaardigheden, gebruikelijk.

Onderwijsaccreditatie is een vorm van kwaliteitsborging in het onderwijs, waarbij het onderwijsinstituut, het gegeven onderwijs, of de faciliteiten onderzocht worden door een (onafhankelijke) accreditatieorganisatie.

Onderwijskunde is de wetenschap die het onderwijs bestudeert. Naast kennis en vaardigheden speelt ook het overdragen van een bepaalde houding of attitude, manieren, normen en waarden een (meestal) secundaire rol.

Kinderen krijgen gewoonlijk onderwijs vanaf hun derde, tot minimaal hun zestiende levensjaar. Voor velen is de praktijk van het alledaagse leven veel leerrijker dan formeel schoolonderwijs. De dagelijkse werkelijkheid is de leerschool van het leven. Mark Twain zei: Ik heb school nooit een belemmering laten zijn voor mijn leren.

Oorsprong van het woord onderwijs Het voorvoegsel onder heeft hier de betekenis 'met figuurlijke steun'. Onderwijzen betekent eigenlijk ‘iemand ondersteuning bieden door hem de weg te wijzen’, en van daaruit ontstond de betekenis ‘lesgeven’. Op dezelfde manier betekent onder-richten ‘iemand helpen de juiste weg te vinden’. Onderwijzen komt al in 1283 in het Nederlands voor in de betekenis ‘iemand iets aantonen, onder het oog brengen’, ook ‘bewijzen’. De betekenis ‘aanleren’ komt sinds 1434 voor. Onderrichten is voor het eerst in 1477 vermeld als synoniem van onderwijzen. In het Duits hebben unterweisen en unterrichten dezelfde betekenis als in het Nederlands. Beide Nederlandse en Duitse woorden werden vanaf de zestiende eeuw veel gebruikt in bijbelvertalingen, en hebben daaraan waarschijnlijk hun verbreiding te danken.

Etymologie van school 'School' is afgeleid van het Oudgriekse 'σχολή', dat 'vrije tijd' betekent. Het volgen van onderwijs vereiste de luxe van vrije tijd; de meeste mensen (ook kinderen) waren echter de hele dag aan het werk, om in hun levensonderhoud te voorzien. Het oude Griekenland kende geen openbare scholen: welgestelde kinderen ontvingen onderwijs van privédocenten. De beroemde 'school' in Athene was Plato's Academie. In deze 'school' waren er echter geen klassen of examens. (Welgestelde) denkers converseerden hier met elkaar, met Plato's ideeën als uitgangspunt. Enigszins vergelijkbaar hiermee zijn de achttiende-eeuwse Parijse salons. Sterk verwant was het lyceum van Aristoteles, met dien verstande dat Aristoteles zelf tweemaal daags een lezing gaf.

Historische achtergrond In de 18e eeuw, de eeuw van de Verlichting, ontstonden er ideeën over algemeen toegankelijk onderwijs, onderwijs voor alle kinderen, ongeacht hun afkomst. Invloedrijk was in dit verband het boek Emile, of Over de opvoeding uit 1762, van de Frans-Zwitserse filosoof Jean Jacques Rousseau. In Nederland werden rond 1800, onder koning Lodewijk Napoleon wetten van kracht, geïnspireerd op de nieuwe, 'verlichte' inzichten, die onder andere van opvoedkundige aard waren. In 1806 werd er een wet geschreven op het openbaar onderwijs. Deze onderwijswet kwam niet tot uitvoering onder de Franse overheersing, maar werd nadien onverkort overgenomen door koning Willem I, en werd in 1814 alsnog van kracht. Deze wet bepaalde dat ieder kind, van 5 tot 12 jaar, naar school moest kunnen gaan, tegen betaling van schoolgeld of, bij minvermogendheid van de ouders, op kosten van het armbestuur. Er is nog geen sprake van onderscheid in onderwijs naar geloofsrichting. De onderwijswet bepaalt dat er toezicht komt op de kwaliteit van het onderwijs, en geeft de aanzet tot een specifieke opleiding voor onderwijzers: de kweekschool. Mensen werkzaam in de onderwijssector in Nederland.MinOCW

De huidige, Nederlandse onderwijsstructuur vindt haar oorsprong in sterk verzuilde tradities. Sinds de beslechting van de schoolstrijd begin 20e eeuw, kent het Nederlandse onderwijs een confessionele zuil, met daarin weer een katholieke en een protestantse zuil, plus de zuil van het staatsonderwijs.

Vóór de twaalfde eeuw speelde het intellectuele leven zich af in de kloosters, waar vooral liturgie en gebed werden bestudeerd. In de twaalfde en dertiende eeuw was er voldoende welvaart om een professionele clerus te betalen. Bisschoppen richtten kathedraalscholen op, om de aankomende clerus te onderwijzen in het canonieke recht, en in kerkelijke administratie, boekhouden, logica en retoriek. Dit laatste vak diende om de aankomende priester de vereiste vaardigheden te leren voor het houden van theologische discussies en preken. Dergelijke kathedraalscholen hadden meestal slechts één leraar.

Reformatie In de 16e eeuw revolteerden Luther en de humanisten tegen de scholastische methode. Het hiërarchische, kerkelijke instituut wordt in het protestantisme gezien als een onnodige schakel tussen de mens en God. Academische individualiteit, gebonden aan een sterke individuele moraliteit, vormen de kern van het protestantse betoog.

20e eeuw Tot 1946 bestond er een vernieuwingsraad voor het onderwijs, onder voorzitterschap van onderwijsvernieuwer Kees Boeke.

Onderwijsminister Jo Cals (KVP) slaagde er in om, tijdens zijn ministersperiode van 1952 tot 1963, ingrijpende wetten door het parlement te krijgen. Hij was het die, honderd jaar na Johan Rudolph Thorbeckes wet, als eerste minister een algehele herziening van het voortgezet onderwijs tot standbracht. Inhoudelijk leunde deze herziening sterk op het voorbereidende werk van Theo Rutten, dat op zijn beurt veel parallellen vertoonde met Gerrit Bolkesteins plannen. De wet staat bekend als de mammoetwet, vanwege het grote aantal onderwijstypes die het betrof.Ton Elias, Van mammoet tot wet (Den Haag, 1963)

Eind 20e eeuw zette de ontzuiling in het onderwijs in met de 'maatschappelijke decentralisatie'.Hoe het onderwijs wordt bestuurd, Trouw, Marleen Barth, 24 oktober 1992. Geraadpleegd 12 februari 2021. Vakbonden leidden onderwijsstakingen in de jaren 90.

21e eeuw thumb|upright=3|De kerndoelen van het onderwijs: burgerschap, kwalificatie en gelijke kansen In de 'snel veranderende samenleving' van de 21e eeuw is er aandacht gekomen voor 21e-eeuwse vaardigheden. Op sommige scholen werd het onderwijs opnieuw ingericht, met nieuwe schoolvakken als programmeren of digitale geletterdheid en media-educatie. In 2021 gaf onderzoek aan dat leerlingen het Nederlandse onderwijs saai vonden.Scholieren vinden de lessen op school steeds saaier, Amber Dujardin, 2 december 2019 06:26. Geraadpleegd 29 januari 2021.

In 2020 kreeg ook Nederland te maken met de coronapandemie, waarbij een van de overheidsmaatregelen het sluiten van scholen inhield, waardoor er meer thuisonderwijs gegeven moest worden. Sommige scholen gingen over op zogeheten 'afstandonderwijs'. Naast communicatieprogramma's zoals Zoom of Teams werden ook online-lesprogramma's zoals moo (van lesmaterialenproducent Heutink) meer en meer gebruikt; men spreekt hier van 'hybride onderwijs'.

Nadat de inbreng van ouders eind vorige eeuw veelal was teruggedrongen, wordt op sommige scholen weer ingezet op ouderparticipatie. De ouderbetrokkenheid is dan een die verder gaat dan de oudercommissie of de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad ((g)mr). Zie verder de participatieladder.

Schaalvergroting Waar rond 1900 een school van 400 leerlingen onrealistisch groot werd genoemd, zijn er in Nederland begin 21e eeuw steeds meer scholen van deze omvang. Door bestuurlijke fusies ontstaan er conglomeraten, en verdwijnen kleinschalige, zelfstandige scholen. In het basisonderwijs worden fusies van kleine scholen en schoolbesturen in krimpgebieden gestimuleerd. Een trend die zich zowel in de publieke als in de semipublieke sector voordoet, sinds de financiële crisis van 2008Schaalvergroting is weer de trend, Sociale Vraagstukken, Renze Portengen, 30 augustus 2018. Geraadpleegd 11 februari 2021. - met meer en minder wenselijke gevolgen, zoals het verlies van eigen identiteit en de menselijke maat. Onder de noemer 'doorgaande leerlijn' zijn ook verticaal scholen gefuseerd, bijvoorbeeld door het samengaan van peuterspeelzalen met een basisschool tot een integraal kindcentrum (ikc). Met het samengaan van openbare en bijzondere scholen komen de zogenaamde samenwerkingsscholen op, waardoor het aandeel van het confessioneel onderwijs afneemt.

Ook in België speelt de schaalvergroting, een kwestie die raakt aan identiteitsbehoud van de scholen.Scholen vrezen voor hun identiteit, De Tijd, Barbara Moens, 21 maart 2015.

Automatisering Computers deden hun intrede in de lessen, i-Padscholen/Maurice de Hond-scholen kwamen en verdwenen. Het computergebruik raakte bij de reguliere scholen meer in zwang, met lesprogramma's met meer geautomatiseerde lessen, en met een geautomatiseerde leerlingenadministratie, die de leerkracht werk uit handen nam. Veelgebruikte programma's, apps en werkomgevingen zijn smartschool, gynzy, snappet, cloudwise, calcularis, rekentuin,Onderwijsapps: honderdduizenden leerlingen gebruiken ze, maar wat schieten zij ermee op? NPO Radio 1 (29 januari 2021) aerobe en moo. Tijdens de coronapandemie werd er vanwege de lockdown overgegaan op thuisonderwijs, waarbij het contact met de school verliep via digitale videotelefoniediensten, zoals Microsoft Teams of Zoom Video Communications.

Onderwijsvernieuwing In het onderwijscurriculum staat wat leerlingen in het basis- en voortgezet onderwijs moeten kennen en kunnen. Dit wordt vastgesteld door de regering en de Tweede Kamer. Het curriculum is beschreven in onderwijsdoelen.