De giraffen (Giraffa) zijn een geslacht van evenhoevige zoogdieren waarvan de vertegenwoordigers voorkomen in Afrika. Ze zijn bekend om hun lange nek en het vlekkenpatroon op hun vacht. Giraffen zijn de grootste herkauwende zoogdieren op aarde. Samen met hun nauwste verwant, de veel kleinere okapi, vormen de giraffen de familie Giraffidae.

Het verspreidingsgebied van de giraffen is zeer groot en enigszins versnipperd; het strekt zich uit van Tsjaad in het noorden tot Zuid-Afrika in het zuiden, en van Niger in het westen tot Somalië in het oosten. Giraffen zijn voornamelijk te vinden in savannes en bosrijke gebieden. Ze voeden zich met de bladeren, vruchten en bloemen van houtige planten, voornamelijk acacia's, meestal van hoge takken die andere herbivoren niet kunnen bereiken.

Giraffen leven in kuddes, die vooral bestaan uit verwante vrouwtjes en enkele mannetjes. Mannetjes bepalen een hiërarchie door met hun nekken tegen elkaar aan te slaan (nekworstelen). Dominante mannetjes krijgen paringsvoorrang tot vrouwtjes, die als enige verantwoordelijk zijn voor het grootbrengen van de jongen. Roofdieren als leeuwen, luipaarden en gevlekte hyena's maken (jonge) giraffen soms tot hun prooi.

De taxonomische indeling van giraffen was lange tijd onzeker. In het verleden werd aangenomen dat giraffen één soort vormden, Giraffa camelopardalis, met negen ondersoorten. Genetisch onderzoek heeft vastgesteld dat er hoogstens acht verschillende soorten bestaan. Uit het fossielenbestand zijn nog eens zeven andere uitgestorven soorten giraffen bekend.

Etymologie Het woord "giraffe" of "giraf" komt van het Italiaanse woord giraffa dat ontleend is aan het Arabische woord zarāfa, wat op zijn beurt uit een Afrikaanse taal is overgenomen. De Romeinen noemden de giraffe camelopardalis, wat letterlijk "kameelpanter" betekent. Deze benaming komt nog terug in het Afrikaans (kameelperd) en vroeger ook in het Nederlands (kameelpardel).

Uiterlijke kenmerken thumb|Het skelet Een volwassen giraffe heeft een kop-romplengte van 3,5 tot 4,8 meter en een staartlengte van 76 tot 110 centimeter. Mannetjes worden over het algemeen groter dan vrouwtjes. Vrouwtjes zijn over het algemeen 3,5 tot 4,7 meter hoog en 400 tot 500+ kilogram zwaar. Mannetjes zijn 3,9 tot 5,2 meter hoog en 500 tot 800 kilogram zwaar. Bij uitzondering kan een mannetje 5,3 tot 5,5 meter hoog worden.

Huid en vacht De vacht van een giraffe is een opvallend kenmerk. De vacht heeft onregelmatige, donkere vlekken die oranje, kastanjebruin, bruin of bijna zwart zijn. Ze worden gescheiden door licht haar (meestal wit of crème van kleur). De huid onder de donkere gebieden, met name de vlekken, kan als venster dienen voor thermoregulatie, waarbij het ook een geschikte locatie is voor bloedvaten en grote zweetklieren. De huid van de giraffe is meestal grijzig. De huid is ook dik en stelt hen in staat om door een doornstruik te rennen zonder enige verwondingen op te lopen. De vacht kan ook dienen als een chemische verdediging, omdat het vol zit met parasiet- en insectenwerende middelen die het dier een karakteristieke geur geven. Er zijn ten minste elf belangrijke aromatische stoffen in de vacht, maar indool en scatool zijn verantwoordelijk voor de meeste geur. Omdat de mannetjes een sterkere geur hebben dan de vrouwtjes, bestaat het vermoeden dat het ook een seksuele functie heeft.

De vlekken van een giraffe kleuren donkerder naarmate het dier ouder wordt. De vlekken op de vacht bij mannetjes beginnen voor het eerst te veranderen van kleur tussen de leeftijd van zeven en acht jaar. Het verkleuren van de vlekken duurt zo'n 2 jaar. Wanneer een giraffe ongeveer tien is, zijn z'n vlekken volledig zwart. De vlekken bij een vrouwtje zijn altijd iets lichter dan de vlekken bij een mannetje. Hiermee kunnen wetenschappers de leeftijd van een giraffe inschatten. Het is nog niet helemaal bekend hoe de verkleuring van de vlekken plaatsvindt, maar er bestaat een vermoeden dat dit gebeurt doordat bij een giraffe in de puberteit het testosterongehalte verandert.

Langs de nek lopen manen van korte, rechtopstaande haren. De staart van een giraffe is dun en ongeveer 1 meter lang. Hij eindigt in een lang donker plukje haar en wordt gebruikt als bescherming tegen insecten.

Skelet thumb|links|De schedel Het skelet van een giraffe heeft dezelfde samenstelling als dat van een mens. Net als bij een mens kan het aantal wervels van een giraffe soms verschillen. Een mens heeft ongeveer 34 wervels, terwijl er dit bij een giraffe 44 tot 54 zijn. Dit komt doordat een giraffe een staart heeft met ongeveer 17 staartwervels. Een giraffe heeft hetzelfde aantal halswervels als bijna alle zoogdieren, namelijk zeven, maar ze zijn natuurlijk veel langer. Een giraffe heeft 12 tot 15 borstwervels en 5 lendenwervels. In het heiligbeen zitten 5 vergroeide wervels en in de stuit 3 tot 5 vergroeide wervels. De staart van de giraffe bestaat uit 200 botten.

Kop thumb|Kop van een mannetje Beide geslachten van de giraffe hebben prominente hoornachtige structuren op hun kop, die worden gevormd uit verkalkt kraakbeen, bedekt met behaarde huid en gefuseerd aan de schedel bij het wandbeen. Aangezien er vaten in de horens zitten kunnen ze een rol spelen bij thermoregulatie. Ze worden ook gebruikt bij de strijd tussen mannetjes. Het uiterlijk is een betrouwbare gids voor het geslacht of de leeftijd van de giraffe: De horens van vrouwtjes en jongen zijn dun en hebben plukjes haar op de top, terwijl die van volwassen mannetjes eindigen in knoppen en vaak kaal zijn. Er is ook een mediane knobbel, die meer voorkomt bij mannetjes, aan de voorzijde van de schedel. Mannetjes ontwikkelen een opslag van calcium wanneer ze ouder worden, dat bulten vormt op hun schedel. De schedel van een giraffe wordt licht gehouden door meerdere sinussen. Echter, als ze ouder worden, worden de schedels zwaarder, wat hen helpt dominanter te zijn in de strijd. De schedel van een mannetje kan zo'n 13 kilo wegen, terwijl die van een vrouwtje maar 4,5 kilo weegt.

De achterste hoorntjes, hoog op het voorhoofd, zijn over het algemeen veel groter dan die lager op het voorhoofd. Bij veel dieren ontbreken deze voorste hoorntjes. In het midden van het voorhoofd zit ook één knobbelvormige hoorn.

De tong van giraffen is 45–50 cm lang, wat het grijpen van voedsel vergemakkelijkt; ze kunnen hiermee het gezicht schoonmaken, de tong zou tot de eigen oren kunnen reiken.

Poten thumb|Rechterachterpoot Een giraffe heeft, net als de nek, ook lange poten. Aan het einde van de poten zitten brede, afgeronde hoeven. De voor- en achterpoten van een giraffe zijn ongeveer even lang. Als de giraffe met zijn kop bij de grond wil komen om bijvoorbeeld te drinken moet hij zijn voorpoten spreiden. De giraffe kan galopperen met een snelheid van en kan een snelheid van ongeveer vasthouden voor enkele kilometers. Het spaakbeen en de ellepijp van de voorpoten worden gedraaid door de handwortelbeenderen, dat weliswaar gelijk is aan de menselijke pols en fungeert als een knie. De hoef van de giraffe heeft een diameter van 30 cm en is 15 cm hoog bij mannetjes en 10 cm bij vrouwtjes. De achterkant van elke hoef is laag en de vetkuif is dicht bij de grond, waardoor de voet het gewicht van de giraffe kan ondersteunen. Giraffen hebben geen hubertusklauwen. Het bekken van de giraffe, dat relatief kort is, heeft een darmbeen, dat uitloopt tot de bovenste uiteinden.

Een giraffe heeft slechts twee gangen van voortbeweging: wandelen en galopperen. De giraffe is een telganger, wat betekent dat eerst de rechterpoten tegelijk verplaatst worden en daarna de linkerpoten. Bij het galopperen bewegen de achterpoten voor de voorpoten uit en zal de staart opkrullen. Het dier is afhankelijk van de voorwaartse en achterwaartse bewegingen van het hoofd en de nek voor evenwicht.

Giraffen kunnen nauwelijks springen. Het hoogste dat ooit is opgenomen was slechts 1 meter hoog. Een giraffe rust door met zijn lichaam op zijn gevouwen poten te liggen. Om te gaan liggen, knielt het dier op zijn voorpoten en verlaagt vervolgens de rest van zijn lichaam. Om vervolgens weer op te staan, gaat hij eerst op de knieën zitten en spreidt de achterpoten om zijn achterwerk omhoog te krijgen. Vervolgens zet hij zijn voorpoten recht. Met elke stap zwaait de giraffe met zijn kop.

Giraffen zijn geen zwemmers. Met hun lange benen is het zeer omslachtig in het water, hoewel ze goed kunnen drijven. Tijdens het zwemmen, zou de thorax extra gewicht meeslepen met de voorpoten, waardoor het moeilijk voor het dier zou zijn om zijn nek en benen te bewegen in harmonie of haar hoofd boven het oppervlak te houden.

Nek thumb|Door de lange nek kan de giraffe bij hoog voedsel komen. De giraffe heeft een extreem lange nek, die maximaal 2 m lang wordt. De nek van een giraffe kan tot wel 230 kilo wegen. Een giraffe heeft net als mensen en alle andere zoogdieren zeven nekwervels, alleen zijn ze veel langer. Elke wervel is dan ongeveer 28 cm lang. Dit omvat 52-54 procent van de wervelkolom, in tegenstelling tot andere grote hoefdieren, zoals het meest verwante dier van de giraffe, de okapi, waarvan de nekwervels maar 27-33 procent van de wervelkolom omvatten. De verlenging van de nek vindt grotendeels plaats na de geboorte, omdat giraffenmoeders anders moeite zouden hebben bij de geboorte van een jong die een net zo lange nek heeft als een volwassen giraffe. Het hoofd en de nek worden opgehouden door grote spieren en het ligamentum nuchae, die zijn verbonden met dorsale stekels naar de borstwervel, dat vervolgens een bult vormt. De nekwervels hebben kogelgewrichten. Het dier kan zijn kop verticaal kantelen via de atlas en draaier (C1 en C2) en meer takken bereiken met de tong.

Het draaipunt van de hals- en borstwervels van giraffen ligt tussen de eerste en tweede borstwervel (T1 en T2). Dit is in tegenstelling tot andere herkauwers waarbij het draaipunt ligt tussen de zevende halswervel (C7) en de eerste borstwervel (T1). Dit laat C7 direct bijdragen aan een grotere lengte van de nek en geeft aanleiding tot het feit dat T1 eigenlijk C8 is en giraffen dus een extra nekwervel hebben. Deze stelling is echter niet algemeen aanvaard, omdat T1 andere morfologische kenmerken heeft en omdat er uitzonderingen op zoogdieren zijn bij de grens van zeven nekwervels, die algemeen gekenmerkt zijn door een verhoging van neurologische afwijkingen en ziekten.

Er zijn twee hypothesen over de evolutionaire oorsprong en het onderhoud van de lange giraffennek. De "concurrerende planteneters hypothese" werd oorspronkelijk voorgesteld door Charles Darwin en onlangs uitgedaagd. Het suggereert dat de concurrentiedruk van kleinere planteneters, zoals koedoes, steenbokantilopes, en impala’s, de verlenging van de nek van de giraffe aanmoedigde, aangezien de giraffe voedsel kan bereiken dat de concurrenten niet kunnen. Dit is een reëel voordeel, aangezien giraffen voedsel kunnen bereiken tot zo’n 4,5 m hoog, terwijl zelfs vrij grote concurrenten, zoals de koedoe, een maximale hoogte kunnen bereiken tot ongeveer 2 m. Er is ook onderzoek waaruit blijkt dat er ook hevige concurrentie is op lagere niveaus bij planteneters en giraffen zich efficiënter voeden met gebladerte. Echter, zijn wetenschappers er het niet over eens over hoeveel tijd giraffen besteden op een niveau dat niet bereikt kan worden door andere planteneters. Een studie toonde aan dat volwassen giraffen met langere nekken hogere sterftecijfers hadden onder droge omstandigheden dan hun tegenhangers met een kortere nek. Deze studie suggereert dat het onderhouden van een langere nek meer voedingsstoffen nodig heeft, die giraffen met een langere nek in gevaar brengt tijdens een voedseltekort.