Edzard Moddemeijer (Den Haag, 29 augustus 1916 - aldaar, 1 juli 1998) was tweevoudig Engelandvaarder.
Engelandvaart Na een mislukte poging met John Osten op 29 september 1943 probeerde elektrotechnisch ingenieur Moddemeijer op 23 februari 1944 opnieuw naar Engeland te gaan. Bij zijn tweede poging waren John Osten, Hein Fuchter, Flip Winckel en Henk Baxmeier betrokken. Dankzij de goede voorbereiding maakten de vijf studenten de enige en laatste geslaagde overtocht in 1944 naar Engeland via de Noordzee.
Vlet 'Marko' De vijf jongemannen kochten voor deze poging de 'Marko', een 7 meter lange vlet. Moddemeijer zette er met hulp van Osten en Baxmeier een zware zescilindermotor in. Edzard Moddemeijer maakte de bouwtekeningen voor de aanpassingen aan de vlet. Baxmeier liet in de meubelfabriek van zijn ouders in Zoetermeer een houten buiskap maken voor de vlet. Hij was een ervaren zeezeiler en zorgde ook voor een mast, zeil en roeispanen. Osten kreeg van zijn vader goede zeekaarten. In december 1943 was de Marko klaar.
De vlet werd naar Dordrecht gebracht en vervolgens naar Puttershoek, in afwachting van een goed moment om te vertrekken. Op 29 december wilden ze gaan, maar plotseling verslechterend weer weerhield hen. Ook bleek de olieleiding naar de motor niet goed te werken.
De oversteek Op 16 februari 1944 gingen ze het water op. De groep was uitgebreid met Wander Johannes de Haas, een befaamde fysicus en hoofd van het Kamerlingh Onnes Laboratorium in Leiden, die onder hoge druk stond om voor de Duitsers te werken met een zoon in gevangenschap, en Harry Isbrücker, die net ontsnapt was uit Stanislau Stalag 371. Vanwege het gewicht stond Winckel zijn plaats in de boot af.
De boot liep alsnog aan de grond bij Hoornsche Hoofden bij Hellevoetsluis door het vallende tij. Pas tegen de ochtend konden ze loskomen en verstopten de vlet in het roet. Een dag later haalden Baxmeier en Fuchter de boot op en voeren daarmee naar het haventje van Zuidland. De Haas had diabetes en ging terug naar Leiden. Isbrücker durfde niet langer in Nederland te blijven en vertrok naar het Zuiden. In Brussel werd hij verraden door Christiaan Lindemans en kwam weer in Stanislau terecht.
Op 23 februari werd de definitieve oversteek gemaakt. In de ochtend van 24 februari werden ze door een vliegtuig van RAF Coastal Command op zee ontdekt. De Hollandse driekleur lag over de buiskap en de Engelandvaarders zagen het RAF-toestel enkele cirkels rondom het bootje draaien en weer wegvliegen. Even later werden ze door de RAF High Speed Rescue Launch 185 op 65 kilometer ten oosten van Great Yarmouth uit de zee gehaald.
De Amerikaanse officier Anthony J. Hardy legde de redding op film vast omdat hij denkt dat het om neergeschoten Amerikaanse piloten gaat. De vlet wordt tot zinken gebracht.
In Engeland De Engelandvaarders werden in Lowestoft afgezet en werden overgebracht naar de Royal Victoria Patriotic School in Londen gebracht voor wekenlange intensieve ondervraging door de Britse geheime dienst. Daarna werden allen drie dagen lang door majoor Oreste Pinto ondervraagd namens de Nederlandse regering.
Na uitgebreid verhoor en een bezoek aan koningin Wilhelmina kwam Moddemeijer terecht bij de verkenningseenheid van de Brigade in Bristol. Moddemeijer overleed op 1 juli 1998 in zijn woonplaats Den Haag.
Zie ook Lijst van Engelandvaarders
Bronnen
Categorie:Engelandvaarder